| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |
|
"De verbinding van Adelbert met het klooster van Egmond is volkomen legendarisch" (Bron: Dr.H.P.H.Jansen). Niet alleen Albert Delahaye is deze mening toegedaan, maar ook historici zoals drs.W.A.Fasel en dr.H.P.H.Jansen. St.Adelbertus zou een metgezel van St.Willibrord zijn geweest bij diens oversteek naar het vasteland. Op de "passagiers-lijst" van gezellen die met St.Willibrord overstaken komt hij echter niet voor. In Egmond is archeologisch nooit iets uit de achtste eeuw aangetroffen. Het klooster van Egmond stamt uit de 12e eeuw, dat is 4 eeuwen later. ![]() St.Adelbertus. |
St.Adelbertus wordt in de traditie algemeen beschouwd als de apostel van Kennemerland (Noord-Holland). De ‘traditie’ wil dat Adelbert als metgezel van Willibrord in 690 vanuit Engeland naar Kennemerland kwam en in 740 te Egmond is begraven. De verering in de omgeving zou onmiddellijk na zijn overlijden zijn begonnen. Toen, naar verluidt in de tiende eeuw (eerder werd het op de zevende of achtste eeuw gehouden) het klooster van Egmond werd gesticht, zou zijn gebeente daarheen zijn overgebracht na al tweehonderd jaar te zijn vereerd door de plaatselijke bevolking. Dan blijkt dat het Egmondse klooster plotseling beschikt over vele feiten uit het leven van Adelbert, compleet met nauwkeurige jaartallen en alles. Samengevat komen deze hierop neer: Deze gegevens stammen uit het archief van de abdij van Egmond zelf en de voornaamste bron is de Vita St. Adalberti, die omstreeks 990 geschreven zou zijn door Ruopert van Mettlach. Deze zou in opdracht van aartsbisschop Egbert van Trier (977-993) de onder de bevolking levende herinneringen aan St. Adelbert hebben verzameld. De relatie tussen het klooster te Mettlach a.d. Saar en Egmond zou te verklaren zijn door het feit dat aartsbisschop Egbert een zoon was van graaf Dirk II van Holland. De originele vita van ca.990 bestaat niet meer, zodat we slechts over afschriften beschikken. Het heeft weinig zin te strijden over de vraag of de ons bekende tekst nu uit de 11e eeuw (volgens Meilink) dan wel uit de 2e helft van de 12e eeuw (volgens Oppermann) stamt. Duidelijk is, en daar zijn alle geleerden het over eens, dat de tekst van Ruopert niet ongerept is overgeleverd, maar voorzien is van latere toevoegingen. Maar klopt bovenstaande traditie wel? De visie van Albert Delahaye. Adelbert van Egmond is een volslagen aprociefe (legendarisch, verzonnen) figuur. In de "passagiers-lijst" van gezellen die met St.Willibrord overstaken naar het vasteland (in 690) komt hij niet voor. In Egmond is archeologisch ook niets uit de achtste eeuw aangetroffen, laat staan dat er een historische continuïteit zou bestaan van de 8e tot in de 10e eeuw en later. Het klooster is van veel recentere datum dan doorgaans wordt aangenomen : het werd gesticht in de twaalfde eeuw, bijna vier eeuwen na het veronderstelde jaar van Adelberts verscheiden. Ondanks dat het verhaal van Adelbert een hoeksteen is van de vroege Hollandse gravelijke geschiedenis, wordt in "De Franken, hun optreden in het licht der historie" van dr.D.P.Blok het levensverhaal van Adelbert ingekort tot : «[...] Adelbert, die in Egmond actief zou zijn geweest.». Dus ook Blok spreekt hiermee zijn twijfel uit. Zoeken we in de belangrijkste referentiewerken van de Hollandse geschiedenis, dan blijkt dat Adelbert vaker af- dan aanwezig is en dat de geschiedkundigen Adelbert stilzwijgend geleidelijk van het toneel voeren. Daarbij dienen ze te bedenken dat daarmee de Egmondse bronnen in hun geheel hebben afgedaan, en zonder Egmondse bronnen is er geen vroege gravelijke geschiedenis van Holland, waarvan het dan nóg duidelijker wordt dat die is ontleend aan de streek ten noorden van Artesië en de omgeving van Gent. Dirk I ontvangt volgens de traditie de kerk van Egmond van koning Karel de Eenvoudige. Maar Karel was koning van West-Francië en had dus geen zeggenschap over Noord-Holland, dat tot het midden-Frankische rijk hoorde. De tekst waarin sprake is van deze schenking kan dus geen betrekking hebben op Egmond, maar had betrekking op Emunde (zie hierna bij W.A.Fasel). In 1933 concludeerde de Utrechtse hoogleraar Otto Oppermann over de Vita S. Adalberti : «Hoe dit ook zij, het resultaat van ons onderzoek is voor de vita Adalberti alles behalve gunstig te noemen. Juist de voor de geschiedenis van Egmond en het graafschap Holland belangrijke feiten, die zij bevat, zijn niet in de 10e eeuw door Ruopert te boek gesteld, maar in de tweede helft der 12e eeuw door een schrijver, wiens opgaven men met eenige scepsis dient te beschouwen. De bedoeling van de bewerker is klaarblijkelijk, St. Adalbert in verband te brengen met het klooster Egmond en de eerste Hollandse graven. Een dergelijk verband bestond oorspronkelijk niet.» In 1984 publiceerde drs.W.A. Fasel, archivaris in Alkmaar, een boekje over de mythe van St. Adelbert. Hierin ontkracht hij de geschiedenis die St. Adelbert aan de omgeving van Egmond verbindt en komt met bewijzen voor een heel andere gang van zaken. De archivaris plaatst St. Adelbert in noordwest Frankrijk in een abdij bij Abbeville. Daar werd op 25 juni het feest van St. Adelbert gevierd en die traditie is zeker ouder dan die van Egmond. Maar wat heeft deze abdij dan te maken met Egmond ? Wel, in deze abdij werd het Evangelarium van Egmond gemaakt, genoemd naar het riviertje de Emunde, vlakbij Abbeville. Aan de monding van de Emunde ligt de plaats St. Omaars en die ligt weer op twee kilometer afstand van het plaatsje Hallines (Hallem). Deze beide plaatsen worden genoemd in de levensbeschrijving van St. Adelbert. Bovendien bevonden de relieken van St. Adelbert zich hoogst waarschijnlijk in de abdijen van Abbeville en vervolgens in die van St. Omaars. Zeker is dat ze daarna, in de tiende eeuw, terechtkwamen in het St. Baafsklooster in Gent, waar abt Womar toen de scepter zwaaide. Womar was afkomstig uit de abdij van St. Omaars en werd later abt van de St. Baafsabdij en de St. Pietersabdij, beide in Gent. En nu de clou : de abdij van Egmond is gesticht vanuit de St. Pietersabdij. Als we bedenken dat het klooster in Egmond eerst aan St. Pieter was gewijd en later aan St. Adelbert dan lijkt het erop dat de genoemde geschiedenis, en dus ook de namen Emunde en Hallem, zijn meegenomen met de stichting van de abdij in Egmond. Wat weten we nu feitelijk echt? De St.Adelbertus waarover werkelijk oude bronnen bestaan, was abt van het klooster van St.Willibord, dat in Epternacum (=Eperlecques) lag. Hij was wel een volgeling van St.Willibrord, maar in 690 zeker geen reisgezel. In 775 overlijdt Adelbertus, hoewel daar geen teksten over zijn overgeleverd. In dat jaar wordt de eerbiedwaardige Berneradus (=Beornradus) als abt van het klooster van Epternacum genoemd. Uit deze teksten blijkt overduidelijk dat Adelbertus abt was van het klooster van Epternacum. Volgens de traditionele opvattingen was dat Echternach, waarmee de traditie van Adelbertus in Egmond op losse schroeven komt te staan. Plaatst men het klooster van Epternacum te Eperlecques, op enkele kilometers van Tournehem, dan vallen ook deze en de overige puzzelstukjes op hun plaats. Dan is ook de band met Abbeville en St.Omaars direct aanwezig, maar ook die met Dirk I, de graaf van Holland, afkomstig uit dezelfde streek. Zie bij De naam Holland. Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf! |