| Terug naar St.Willibrord. | Naar het overzicht in het kort. |
|
Het levensverhaal van St.Ansfridus heeft alle kenmerken in zich van een middeleeuwse legende. De feiten in dit verhaal komen verre van overeen met de werkelijkheid. De "wonderen" die hierin plaats vonden zijn ook onmogelijk, zoals een nuchter mens tegenwoordig kan weten. Bovendien heeft er nooit een volksdevotie bestaan in Utrecht of Amerfoort, de plaats waar hij een klooster gesticht zou hebben. ![]() Wat schrijft Alpertus Mettensis letterlijk over het klooster Hohorst? Degene die ernstige twijfel heeft naar aanleiding van het hiernaast staande, raad ik toch eens aan te lezen wat Hans van Rij in zijn inleiding over Alpertus Mettensis en zijn "De diversitate temporum" schrijft. Op de lijst van kerkelijke feestdagen in het bisdom Utrecht in 1346 komt het feest van Ansfridus of Ansfried niet voor. Er bestond in 1346 in Utrecht dus geen volksdevotie tot deze bisschop. |
St.Anfridus zou volgens de traditionele opvattingen tussen 995 en 1010 de 17e, 18e of 19e (het is maar welke lijst men volgt) bisschop van Utrecht zijn geweest. Uit dit verschil in aantal tussen de verschillende lijsten, blijkt al de nodige onzekerheid. Zijn levensverhaal heeft alle kenmerken van een legende in zich, compleet met de bekering, wonderen, zijn blindheid en mystieke gegevens rond de dood en het toont veel overeenkomsten met de heiligenlevens van andere Middeleeuwse 'heiligen', zoals St.Henricus, St.Aloysius, ja zelfs met het verhaal van St.Maarten en het verhaal van St.Job uit het Oude Testament. Er zijn meerdere voorbeelden te geven van 'heiligen' die in dit 'format' passen. Ja, zelfs het verhaal van St.Paulus past hierin, al was hij slechts tijdelijk verblind. St.Ansfridus was een wereldlijk heerser en vorst, graaf van Hoei, die na het overlijden van zijn vrouw zijn rijkdom afwijst en zich bekeerd en in armoede en ellende gaat leven. Aan het eind van zijn leven wordt hij zelfs blind (StJob!), niets wordt hem bespaard om als een 'heilige' te kunnen worden opgevoerd. De verhalen van deze door de Kerk van Rome gecreëerde 'heiligen' waren natuurlijk bedoeld voor de eenvoudige middeleeuwers om, in navolging van deze 'heiligen', hun eigen armoede en ellende te accepteren. Van veel van deze gecreëerde heiligen is de vraag of ze wel ooit werkelijk bestaan hebben. De 'Bolandisten' hebben vanaf de 17e eeuw de bronnen van veel heiligenlevens aan een kritische analyse onderworpen. Sinds diverse publicaties in het tijdschrift Anelecta Bollandiana zijn veel heiligen van het "Roomse podium" afgevoerd. De vraag blijft in hoeverre Ansfridus een historische figuur was of een 'verzonnen' heilige is geweest. Het ontbreken van enige contemporaire bronnen en een volksdevotie in Amersfoort, Utrecht of elders doet het laatste vrezen. Er is nergens op de wereld een kerk naar hem genoemd dan die ene in Amersfoort, wat overigens pas in 1916 gebeurde in uitdrukkelijke opdracht van de toenmalige aartsbisschop van Utrecht. De bevolking wenste de kerk naar St.Antonius van Padua te vernoemen. Ansfridus zou begraven zijn in de kathedrale kerk van Utrecht, maar zijn graf is daar nooit gevonden. Een daarop volgende vraag is "Waar heeft deze Ansfridus geleefd" als hij al echt bestaan heeft. Was het Hoei en omgeving in Wallonië, waar hij graaf was? Of was het de omgeving van Amersfoort waar pas sinds 1916 slechts de naam van een kerk aan hem herinnert? Ook de sage van St.Ursula en de legende van 'het offer van de Noormannen' zijn onderdeel van deze middeleeuwse mythe en tonen de onwerkelijkheid van een historische St.Ansfridus aan. De sage dat in later tijd op deze heuvel heksen samenkwamen, past in dit hele mythische gebeuren. De plechtige wijding van graaf Ansfridus tot bisschop in de Munsterkerk in Aken kan onmogelijk hebben plaatsgevonden, aangezien deze kerk in de 11e eeuw nog niet bestond. De oudste archeologische sporen in Aken dateren uit de 13e eeuw. Het in klassieke oorkonde genoemde Aquis was overigens niet Aken, maar het Franse Aques tussen Lille en Doornik gelegen en tegenwoordig Villeneuve d'Asq geheten. En daarmee zijn we in dezelfde streek waar St.Willibrord en St.Bonifatius thuis horen. Amersfoort en Utrecht worden in het verhaal van St.Ansfridus pas in de 17e eeuw voor het eerst genoemd. Dat is 6 eeuwen na dato! Het klooster Hohorst in Amersfoort. Feit is dat het zogenaamde klooster van St.Ansfridus, waar het dan ook gestaan heeft, rond het jaar 1000 gesticht is door monniken van Sint-Vitusabdij uit Gladbach (Duitsland) op verzoek van de Duitse keizer Otto III en niet door St.Ansfridus zelf. Archeologisch is van het bestaan van een klooster op de Hohorst (Heiligenberg) bij Amersfoort nooit iets aangetoond. Zie het klooster op de Hohorst in Amersfoort. Beperken we ons tot de bij Alpertus Mettensis genoemde geografische feiten, dan blijkt nergens uit dat het klooster van St.Ansfridus in de buurt van Amersfoort gestaan heeft. Dat is een interpretatie uit de 17e eeuw op grond van de verkeerde veronderstelling dat het genoemde Trajectum Utrecht zou zijn. En dat laatste is al sinds 1965 weerlegd en wordt bevestigd door de archeologie. Zie bij Citaten De geografische gegevens in de tekst van Alpertus Mettensis op een rij: We moeten ons dus voorstellen dat Ansfridus de top van de heuvel vlak liet maken en beplanten, voordat hij er een 'oratorium cellam' (kapel is wat overdreven vertaald voor dit 'bidhutje') liet bouwen. Als je je dat zo voorstelt is dat een karwei van maanden geweest, dat St.Ansfridus nooit alleen kan hebben geklaard. Hij zal best hulp gehad hebben, wat weer in tegenspraak is met het begin van het verhaal, waarin duidelijk gesteld wordt dat "hij zich met een bootje over de rivier liet zetten". En met dat vlak maken en beplanten zal het er een drukte van jewelste geweest zijn en dat terwijl Ansfridus er in afzondering wilde bidden en een soort kluizenaarsbestaan wenste. Ook hier is weer duidelijk dat als je het hele verhaal over St.Ansfridus kritisch beschouwt, het aan alle kanten rammelt. Er klopt niet veel van, maar dat zal de goedgelovige middeleeuwer een zorg zijn geweest. Die namen alles, voor zover ze de Latijnse teksten of de uitleg ervan al begrepen, voor zoete koek aan. Ze waren immers goedgelovig en de Kerk zal het toch wel bij het rechte eind hebben. Wat C.J.C.Broer en andere historici er ook van mogen vinden, hun opvatting is aantoonbaar onjuist. Zolang zij uitgaan van wat Arnoldus Buchelius en andere 17e eeuwse schrijvers ervan vonden en niet van de letterlijke tekst van Alpertus Mettensis zelf, zullen ze bij hun verkeerde interpretatie blijven. Een interpretatie overigens die ze baseren op de tekst van Alpertus, maar die ze uit oogpunt van prestige hardnekkig blijven verdedigen, ook al weten ze dat ze het fout hebben. Maar dat hebben we meer gezien bij terzake 'deskundigen': zie bij wetenschap. Sprekend is natuurlijk de weigering van mevr.Broer om over haar opvattingen in discussie te gaan met "we worden het toch nooit eens!" (zie bij De Mythe van St.Willibrord in Utrecht). Met dezelfde reden heeft ze een uitnodiging van de Studiekring Eerste Millennium afgewezen, om haar standpunt met argumenten te komen toelichten en verdedigen. Is dat nu juist niet de bedoeling van discussie, elkaars opvattingen beluisteren en op grond van argumenten tot een standpunt komen? Maar de argumenten van mevr.Broer heb ik nooit mogen vernemen en die van mij wil ze niet horen. Ook in haar hierboven aangehaalde boek 'Uniek in de stad', zijn de bewijzen van haar gelijk niet te vinden. Zij doet haar uitspraken op grond van aannames, vermoedens en mogelijkheden. Enig feitelijk bewijs van haar opvattingen levert zij niet. Haar uitgangspunt blijft dat het klooster van St.Ansfridus op de Heiligenberg in Amersfoort stond. Voor die locatie voert ze geen enkel bewijs aan dan wat Buchelius erover schreef. Je kunt haar dus niet duidelijk maken dat wat Buchelius schreef een (helaas foutieve) interpretatie was. |