| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |
Deplacements Historiques zijn geografische verplaatsing, waarbij namen van plaatsen, gebieden en rivieren "hergebruikt" worden in een nieuw land. Het is een algemeen vookomende verschijnsel bij de verhuizing van volkeren, families of individuen. Over de hele wereld liggen plaatsen die een Europese oorsprong hebben en waarvan de naam is gedoubleerd door ontdekkingsreizigers.
![]() ![]() |
De visie van Albert Delahaye. Deplacements historiques is een term die Franse medievisten gebruiken voor het bekende verschijnsel dat volkeren bij een al of niet gedwongen verhuizing vanuit hun oorspronkelijke stamland naar elders, veel oorspronkelijke plaats en riviernamen meenemen en hergebruiken. Een verschijnsel dat zich tot in deze tijd heeft voorgedaan en nog steeds voordoet bij de jongste emigraties. Eveneens werden bij die verplaatsingen gebeurtenissen en de vereringen van heiligen meegenomen. Aantoonbaar is dat de geschiedenis van Noord-Frankrijk uit het eerste millennium, vele doublures kent in Nederland, België, Luxemburg en Duitsland. Het van woonplaats veranderen gebeurde tussen de 8e en 10e eeuw vanwege deportaties, de vlucht voor de Noormannen of door immigratie. Karel de Grote deporteerde grote groepen Saksen vanuit Noord-Frankrijk waar zij aan de Kanaalkust woonden (de Litus Saxonicum) naar het noorden van Duitsland. Ook kwamen bevolkingsgroepen op andere plaatsen terecht doordat men nieuwe na de transgressie vrijkomende gronden ging ontginnen en in gebruik nam, zoals in Zeeland, Holland, Utrecht en Friesland gebeurde. Door de invallen van de Noormannen zijn velen oostwaarts op de vlucht geslagen naar nieuwe gebieden en hebben daar nieuwe woonplaatsen gesticht. Ook veel kloosters (het doelwit van de plunderende Noormannen) zijn gevlucht en hersticht in het oosten. Corbei werd Corvey, Suastre werd Susteren, Werethina werd Werden en Epternacum werd Echternach. De door de monniken meegenomen oorkonden werden later niet meer begrepen en toegepast op nieuwe (maar verkeerde) gebieden. Dat dit tot onverklaarbare misplaatsingen en fouten moest leiden, is even vanzelfsprekend als veelzeggend. Zo kwam veel van de hierin beschreven geschiedenis op de verkeerde plaats terecht, waar deze geschiedenis ook nooit "gepast" heeft. Er zijn duizenden voorbeelden te geven van dubbele namen van plaatsen, rivieren en landstreken. Het Noord-Franse Brêmes werd Bremen, Hames-Boucres werd Hamburg, Lewarde werd Leeuwarden, de Albis werd de Elbe, de Wisurgis de Weser, de Lippia de Lippe. Het zijn telkens doublures van een plaatsnaam in Frans en Belgisch Vlaanderen met een in Noord-Nederland of Noord-Duitsland. De boeken van Albert Delahaye staan er vol mee. Als men vervolgens de geschiedenis van de oude plaatsnaam gaat toepassen op de nieuwe, zijn de problemen voorspelbaar. Dat is gebeurd bij veel namen van plaatsen uit het eerste millennium die in het tweede millennium een nieuwe toepassinge kregen en de geschiedenis aan die plaats verbonden meenamen. Zo kwam St.Willibrord in het Nederlandse Utrecht terecht, werd St.Bonifatius in Dokkum vermoord, kwamen de Noormannen in Wijk bij Duurstede en kwam Karel de Grote in Nijmegen. En dit zijn de bekendste voorbeelden, die uiteraard vele "volgelingen" kenden. Wat weten we nu feitelijk echt? Bij het hergebruik van namen is het van cruciaal belang na te gaan welke naam ergens authentiek is en wat de doublure is. Bij het toepassen van teksten op een plaats, zal aangetoond moeten worden of die plaats in de tijd dat de tekst geschreven werd wel bestond. Is er van het bestaan van die plaats in die tijd geen bewijs, dan zal de tekst niet als "bewijs" kunnen dienen. Met de tekst moet juist niet bewezen worden dat een plaats bestaan heeft. Dat kan alleen als de archeologie dat eenduidig bevestigt. Als ergens "niets" gevonden wordt, kan slechts de conclusie luiden dat die plaats dan ook niet bestaan heeft in de tijd van de schriftelijke bron. Van duizenden namen van plaatsen, streken en rivieren die uit de oude kronieken bekend zijn, zijn er slechts enkele honderden in Nederland "geïnterpreteerd", terwijl ze in Noord- Frankrijk en Zuid-België bijna allemaal terug te vinden zijn in hun juiste contekst. De doublures van plaatsnamen hebben vele historici altijd zand in de ogen gestrooid. Deze plaatsnamen werden soms door immigranten meegenomen naar hun nieuwe woonplaats, soms opzettelijk gebruikt om in het bezit van een gebied te komen -zoals de abdij van Echternach deed ten opzichte van goederen in Noord-Brabant. Ook in deze tijd spelen dubbele plaatsnamen velen wel eens parten, te denken valt aan b.v. Etten (bij Breda en bij Doetinchem), Oosterhout (bij Breda en bij Nijmegen), Putte en Putten enz. enz. Ook de verschillende schrijfwijzen veroorzaakten (en veroorzaken nog) vaak vergissingen. Zo zijn Gorinchem en Gorkum niet twee verschillende plaatsen. Daarentegen zijn Gent en Gendt weer wel verschillende plaatsen, idem Hasselt (in Overijssel) en Hasselt (in België). Ook de interpretatie van plaatsnamen heeft in het verleden veel verwarring veroorzaakt. Zo ligt b.v. Bergen niet in hoog Nederland, hoewel de plaatsnaam het wel zou doen vermoeden. De voorbeelden zijn legio. Zelfs in deze tijd worden nog steeds dezelfde blunders met plaatsnamen gemaakt, zoals blijkt uit bijgaand bericht uit februari 1992 over "TV-ploeg in verkeerde Hengelo". ![]() Ook in de jongste geschiedenis namen emigranten hun vertrouwde plaatsnaam vaak mee naar hun nieuwe woonoord. In de Verenigde Staten, Canada Australië en Afrika zijn er voorbeelden genoeg te vinden. Zo bestaat er een Amersfoort, een Utrecht en een Ermelo (voorbeelden om dicht bij huis te blijven: zie foto's in de kolom hiernaast) in Zuid-Afrika. Als er dan in een tekst sprake is van sinaasappelteelt in Amersfoort, dan kan dat natuurlijk nooit op het Nederlandse Amersfoort betrekking hebben. Dan wordt de context voor de plaatsbepaling wel eens het belangrijkst! Ook in de oude kronieken moeten de context in samenhang met andere bronnen bekeken worden. Daarin zijn belangrijke aanwijzingen te vinden die duidelijk aangeven waar de genoemde plaats gesitueerd moet worden. Bovendien is de schrijfwijze van plaatsnamen niet altijd bij alle schrijvers eenduidige geweest. Om dan de juiste geografische ligging te vinden, wordt de context wel eens van doorslaggevend bewijs. Zo zijn Aachen, Aken en Aix-la-Chapelle één en dezelfde plaats, ook al is de schrijfwijze totaal verschillend. In deze tijd worden nog steeds geografische missers van de eerste orde gemaakt. Een voorbeeld: Het Nederlandse Almere is een stad, gelegen in een der Flevopolders. Deze stad is -met een knipoog- genoemd naar het Almere uit de oude kronieken. Dit oude Almere echter, was een zee-inham (dus geen stad, maar een zeebaai) en was gelegen in het huidige Noord-Frankrijk. Ook de Flevopolders zijn in Nederland foutief benoemd naar streken uit oude kronieken die men in Frans Vlaanderen moet zoeken. Het oude Flevum en het Almere waren namen voor dezelfde baai. Ofwel, hoe men nu weer fouten maakt tegen de historische geografie. De naam van de stad Almere zal altijd een smet blijven op het bewustzijn van de Nederlandse Geografische Wetenschap! Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf! |