| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |
|
Iedereen die zich maar iets meer in de geschiedenis van het eerste millennium verdiept dan wat hij of zij nog van de lagere school weet, is overtuigd van het gelijk van Albert Delahaye. Zelfs gerenommeerde historici geven hem gelijk. Zie de opsomming bij Citaten Waarom steken de oude mythen dan steeds weer de kop op? "Wetenschap is geen invuloefening, maar een avontuur dat noopt tot het inslaan van onbekende paden." (Bron: J.H.F.Bloemers, p.99). De 'dooddoener' dat de opvattingen van Delahaye niet passen in het algemeen aanvaarde beeld van onze geschiedenis, staat hier dus haaks op. Er zijn teveel argumenten om dat algemeen aanvaarde beeld van onze geschiedenis eens ter discussie te stellen. De boeken van Delahaye, maar ook van anderen, staan er vol mee. Zie onder meer bij Citaten op deze website. "Ook zijn alle geleerden het met elkaar eens, dan wil dat nog niet zeggen dat ze gelijk hebben". Opmerking van een docent geschiedenis: "Geschiedenis is het vak dat de meeste leugens bevat". Iemand die een aantal van die leugens aan de kaak stelt, wordt vervolgens uitgemaakt voor 'charletan' en 'fantast'. Niet hij die de leugens aantoont is een fantast, maar hij die ze in stand wil houden! |
Archeologisch onderzoek toont aan:
De kern van de zaak: 1. De verwarring tussen Noviomagus/Nijmegen en Noviomagus/Noyon werd altijd ontkend. 2. Nu die verwarring door Albert Delahaye onweerlegbaar is aangetoond en wel erkend moest worden door de geleerde heren historici (o.a. Hugenholtz en Leupen), dienen alle teksten over Noviomagus opnieuw en onbevooroordeeld gelezen te worden naar waarheid en mythe. 3. Dat nu, heeft Albert Delahaye reeds gedaan, waarvan hij uitvoerig verslag doet in al zijn boeken en dan wint Noyon het op alle punten. Nu die verwarring is vastgesteld zal de hele geschiedenis uit het eerste millennium opnieuw bestudeerd en opnieuw vastgesteld moeten worden, omdat deze geschiedenis uitging van de verkeerde opvatting dat Noviomagus Nijmegen is. Vanaf de Romeinse tijd heeft men dus het verkeerde uitgangspunt gehanteerd. Romeins Noviomagus was dus niet Nijmegen, maar Noyon. Romeins Utrecht (dat overigens Albiobola heette) was dan ook niet Trajectum en St.Willibrord was dan ook geen bisschop van Utrecht. Verleden van Nederland. In 2008 verschenen het boek "Verleden van Nederland" door Geert Mak, de professoren Piet de Rooy en Jan Bank, journalist Gijsbert van Es en neerlandicus/historicus René van Stipriaan, en de gelijknamige TV.-serie (door Charles Groenhuijsen). Hierin worden enkele zekerheden in de traditionele geschiedenis van ons land los gelaten. Hoewel in het boek en in de TV.programma's het slechts terloopse opmerkingen lijken, hebben deze nieuwe opvattingen grote consequenties. Ze vragen zeker om een nadere uitleg van de schrijvers van het boek en de programmamakers van de TV-serie, wat dan ook gedaan is. Waar gaat het om? Op blz.47 in het boek en in de TV.uitzending wordt meegedeeld dat de "Bataven onze voorouders vrijwel zeker niet zijn". Daarmee wordt de traditie die tot dan toe gold, losgelaten en wordt de geschiedenis op zijn kop gezet. Als de Bataven niet onze voorouders waren, wie zijn dat dan wel? Waar hebben de Bataven dan gewoond en waar zijn zij gebleven? De uiteindelijke consequentie van deze opmerking is dat de Bataven dan niet in de Betuwe gewoond hebben, waarmee een "zekerheid" in de traditionele opvattingen in de geschiedenis van ons land wordt losgelaten. Navraag bij de betreffende auteurs en programma-makers levert echter geen antwoorden op. "Wij volgen de traditie", "wij hebben daar geen mening over", zijn enkele standaard antwoorden die we*) mochten ontvangen. De traditie volgen? Maar dat doen ze juist niet. Geen mening? Waarom beweer je dit afwijkende standpunt dan zo stellig? We wachten nog steeds op verdere en inhoudelijke antwoorden en de argumentatie hiervan. *) "We" is de redactie van deze website! Wat weten we nu feitelijk echt? Alles wat wij van "onze geschiedenis" in het eerste millennium menen te weten, staat in buitenlandse, voornamelijk Franse, kronieken. Was het wel "onze geschiedenis" die deze Franse kroniekschrijvers beschreven? En zouden zij dan de geschiedenis in hun eigen land onbeschreven hebben gelaten? Of was het toch hun eigen geschiedenis die men beschreef? Steeds meer krijgt Albert Delahaye gelijk in zijn visie, dat de Karolingische traditie van Noviomagus/Nijmegen vals is en de historische geografie in het eerste millennium berust op vele misverstane teksten. Steeds meer krijgt Albert Delahaye gelijk dat de aangenomen geschiedenis van ons land in het eerste millennium niet in Nederland thuishoort. Steeds meer ontstaat ook eindelijk de discussie over "waar heeft deze geschiedenis zich dan wel voorgedaan?". Vanaf de Romeinse schrijvers tot de eerste Hollandse schrijvers zijn de buitenlandse teksten verkeerd begrepen en op Nederland van toepassing geacht. Niet alleen wordt het gelijk van Delahaye keer op keer bevestigd door het ontbreken van archeologische vondsten, ook steeds meer historici (zie bij "Citaten) erkennen het gelijk van Albert Delahaye in eigen werk, al geven zij dat niet altijd volmondig toe. Geen zinnig historicus praat meer over Karolingisch Nijmegen. Op deze eerste en voornaamste stelling heeft Albert Delahaye volledig zijn gelijk gehaald. Het Noviomagus waar Karel de Grote geboren en gekroond is en waar hij een nieuw en groots paleis liet bouwen, was Noyon en niet Nijmegen! Nijmegen kreeg pas in de 12e eeuw, door een erg vrije, maar niet minder foutieve latinisatie, de naam "Noviomagus". En wanneer de Karolingische residentie Noviomagus niet in Nijmegen lag, dan kan de Peutingerkaart voor Nederland opgerold worden, daar de Romeinse traditie volledig geënt was op Karolingische Noviomagus. Het tweede gelijk van Delahaye. Wie goed nadenkt over:
Dat de algemeen aanvaarde geschiedenis zich nooit in Nederland kan hebben voorgedaan is momenteel wel duidelijk. Over "waar dan wel? " ontstaan nu eindelijk de benodigde discussies. |
De verwarring tussen Noyon en Nijmegen!
Het is niet langer houdbaar gebleken, dat het Eiland der Bataven door Julius Caesar genoemd in zijn "De Bello Gallico" overeenkomt met de Betuwe. Mede het totale gemis aan archeologische vondsten stelt Albert Delahaye volledig in zijn gelijk, dat de woonplaats der Bataven niet de Betuwe was, maar in Noord-Frankrijk gelegen heeft. Ook andere historici en archeologen (zie bij "Citaten") geven dat inmiddels volmondig toe. Julius Caesar is nooit hoger geweest dan de taalgrens, die nog steeds op dezelfde plaats ligt. De later vermelde geografica bij Tacitus en Einhard, die dezelfde landstreek in gelijke bewoordingen omschrijven, horen onmiskenbaar ook bij dezelfde Franse landstreek thuis. Juist omdat de vermeende aanwezigheid van de Bataven in de Betuwe, zo sterk geënt was op de teksten van Julius Caesar en schijnbaar een bevestiging vonden in die van Tacitus en Einhard. Deze mythe moet als afgedaan beschouwd worden, evenals de aanwezigheid van Drusus in onze streken. Immers zijn aanwezigheid wordt slechts herleid uit de teksten van Julius Caesar. De consequenties die dit heeft zijn in de boeken van Albert Delahaye duidelijk te vinden. De veronderstelling dat Drusus in 12 vóór Chr, de Friezen in het noorden van Neerland al onderworpen zou hebben, voordat er één Romein in Nederland is geweest, is te zot voor woorden. Deze deductie uit een verkeerde deductie moet naar het rijke land der fabelen verwezen worden. Ook het idee dat de Romeinse Renus overeen zou komen met de Nederlandse en Duitse Rijn, zal losgelaten moeten worden. Vele bibliotheken aan boeken, en niet alleen in Nederland, dienen herschreven te worden.| Rhenus, Rhin, is een keltische naam, die waterloop of stroom betekent. Het heeft dezelfde betekenis als het woord "Rin" (= beek), een naam die in Boulogne en Normandië meermalen voorkomt. Andere voorbeelden van deze naam met eenzelfde betekenis, naast de Reno in Italië, zijn in Frankrijk: Reins of Rhins en Renaison (departement Loire), Rinsonnet (bij Roanne), Le Rhénot en de Rhoin of Rains en Reins (Cote d'Or), Renon (Sarthe), Renne (Haut-Marne), Reigne (Haut-Saône), en de lacs de Rino (Corsica). De Cours-du-Rhoin (Cote-d'Or: Rains en Reins XIIIe eeuw)) wordt in direct verband gebracht met Rhenus. (Bron: A.Dauzat) |
De juiste lezing is SIGILLUM BURGERIENSIUM DE NUMEGEN. Een historische vereniging is het aan haar stand verplicht deze correctie door inlassing van drie letters (-ERI-) te aanvaarden, zodat vanaf heden het embleem zich historisch verantwoord op tijdschrift, briefpapier en enveloppen presenteert."
De naam van de kapel op het Valkhof!
In Nijmegen weet men echt wel dat Karel de Grote er geen paleis heeft gehad. De eertijdse twijfel is omgeslagen in hedendaagse bevestiging. Ook op de Universiteit weet men dat. Twee simpele feiten geven dat aan. Allereerst ontbreekt op het standbeeld van de grimmig kijkende ruiter op het Keizer Karelplein de naam van de afgebeelde persoon. Slecht met gevaar voor eigen leven vanwege het rondrazende verkeer op dit verkeersplein, waar elke oversteekplaats naar het parkje ontbreekt, is dit beeld te bezichtigen. Blijkbaar wenst Nijmegen geen bezoekers bij dit standbeeld, dat er sinds 1962 staat, 4 jaar na het verschijnen van het boek "Het mysterie van de keizer Karelstad van A.Delahaye. Heeft men met gevaar voor eigen leven eenmaal het parkje midden op deze rotonde bereikt, dan moet men maar raden wie die ruiter is. Een opschrift ontbreekt. Blijkbaar durft men er in Nijmegen niet voor uit te komen dat deze ruiter Karel de Grote zou moeten voorstellen. Met zijn grimmige gelaatsuitdrukking geeft de ruiter beeldend aan, dat hij op de verkeerde plaatst staat.
De invallen van de Noormannen