| Terug naar de wetenschap | Naar het overzicht in het kort. |
|
Alle fouten in het "Toponymisch Woordenboek" van prof.dr.M.Gysseling zijn ook aan prof.dr.D.P.Blok toe te rekenen. De toponymische opvattingen van beide profs zijn het grootste struikelblok geweest bij de opheldering van de mythen van de geschiedenis van Nederland in het eerste millennium. Als uit het totale namenbestand ruim 95% niet in Nederland te localiseren is, moet het toch wel tot je door gaan dringen dat je in de verkeerde streek aan het zoeken bent. Beide toponymisten vallen nu door de mand nu ook anderen zich met "hun" discipline gaan bezighouden en fout op fout ontdekken. Het Toponymische Woordenboek van Gysseling moet van tafel: het is volkomen onbetrouwbaar. Het kan niet meer dienen als leidraad voor historisch onderzoek, aangezien het vol fouten staat en veel vermeldingen van plaatsnamen in juist de oudste middeleeuwse bronnen gewoonweg ontbreken. Dat het Toponymisch Woordenboek hopeloos verouderd is, heeft ook Gysseling zelf ooit eens erkend! Vandaar een heruitgave, waar helaas weer dezelfde fouten in zijn blijven staan! Elke verwijzing in de historisch geografische literatuur naar dit woordenboek is verdacht en moet kritisch herzien worden. Albert Delahaye heeft het "Toponymisch Woordenboek" van Gysseling bij herhaling geraadpleegd, al was het maar om de vele determinaties te controleren en de fouten te signaleren die dit werk bevat. Maar het meest heeft hem bevreemd, dat ca. 3000 plaatsnamen uit het eerste millennium er gewoon niet in staan. Plaatsnamen die eenieder toch mag verwachten in een naamkundig woordenboek van het Germaanse taalgebied. Op een paar na slaat Gysseling alle namen van Traiectum over, van Frisia, van Aefternacum, van Werethina, van de Batua, en vooral heel veel namen die te vinden zijn bij de klassieke Romeinse schrijvers. Of heeft hij ze overgeslagen omdat hij van mening was dat deze namen niet tot het Germaanse taalgebied behoorden? Het is de tragiek van Gysseling dat hij in dit woordenboek (uit 1960) nog niet kon ontkomen aan de mythen, omdat deze toen nog niet in hun volle opvang aan de orde waren gesteld. Dat gebeurde wel in 1965 met de uitgave van "Vraagstukken in de Historische Geografie van Nederland". In feite had Gysseling en met hem alle toponymisten moeten ontdekken wat Delahaye ontdekte, namelijk dat er sprake is van een enorme en veelomvattende doublure en mistificatie in de historische geografie. De overwaardering van dit woordenboek van Gysseling, vooral in Vlaanderen, heeft het naamkundig onderzoek in tegenstelling tot wat wel eens beweerd wordt, niet gestimuleerd, maar juist geBLOKkeerd. De woordspeling, die hierin zit, is niet opzettelijk gezocht, maar nu ze er eenmaal staat, is er geen enkele reden om deze te veranderen. Met andere woorden : kom niet meer aan met het Woordenboek van Gysseling, daar de namen uit de historische bronnen, waarover het hier gaat, er meestal niet eens in staan, en het volstrekt geen zin heeft een nietes-wellesspelletje te spelen met de etymologie van Gysseling Mannaricium = Maurik en die van Delahaye van Mannaricium = Merville, zolang Gysseling de klassieke schrijvers negeert. De problemen liggen veel dieper, zelfs zó diep dat de naamkunde pas in een volgend stadium eraan te pas kan komen. Er dient eerst een einde gemaakt te worden aan dit "Toponymisch Woordenboek" van Gysseling, waarin juist alle foutieve determinaties en locaties staan. Daarna kan men beginnen aan de stellingen van Delahaye die momenteel nog steeds bestreden worden met foutieve determinaties en locaties o.a. uit dit woordenboek. We geven op deze bladzijde een kort overzicht. Voor meer informatie over het Toponymisch Woordenboek van Gysseling: klik op de onderstreepte woorden. Met deze LINK verwijzen we naar enkele "wetenschappelijke uitspraken" van Gysseling. |
Prof.dr. Maurits Gysseling (1919-1997) stond doorgaans bekend als een Belgisch (Vlaams) deskundige op het gebied van de naamkunde (toponymie). Zijn "Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (vóór 1226)" uit 1960 was jarenlang een leidraad voor historisch en archeologisch onderzoek. Dit "Toponymisch woordenboek" van Gysseling blijkt onvolledig te zijn en vol fouten te staan. Historisch onderzoek waarbij men zich heeft laten leiden door dit woordenboek en hieraan zijn standpunten en argumenten ontleend, zal herzien moeten worden. Gysseling was jarenlang een van de felste tegenstanders van de opvattingen van Albert Delahaye. Hij wist als geen ander dat Delahaye gelijk had, wat uiteraard voor het publiek verzwegen moest worden. Zijn reputatie als deskundig toponymist stond immers op het spel. De houding van Vlaming Gysseling getuigt van een dubbele ondankbaarheid. Ten eerste omdat Delahaye juist Vlaanderen haar historisch eigendom terug wil geven. Ten tweede omdat Delahaye het toponymisch woordenboek van Gysseling belangeloos gecorrigeerd heeft. Opvallend bij het verweer van Gysseling is overigens dat hij nooit zijn eigen Toponymisch Woordenboek als argumentatie van zijn opvattingen heeft genoemd. Blijkbaar wist hij dat zijn woordenboek vol fouten zat. Hij verschool zich liever, wat standaard is in de historische wereld, achter opvattingen en uitspraken van anderen. Naarmate Delahaye steeds meer aantoonde dat zijn "woordenboek" veel fouten bevatte, werd zijn tegenstand feller. Over de deskundigheid van Gysseling mag men inderdaad grote twijfels hebben. De topografie, maar ook en vooral de etymologie in zijn "woordenboek" blijkt volkomen fout te zijn, aangezien Gysseling van de verkeerde uitgangspunten is uitgegaan. In navolging van anderen, heeft hij teksten uit het eerste millennium klakkeloos toegepast op de situatie die ontstaan was in het tweede millennium. Van "deplacements historiques" had hij blijkbaar nog nooit gehoord. Dat hij bij de samenstelling van zijn "Toponymisch Woordenboek" door niemand werd tegengesproken, zegt meer over de "deskundigheid" van anderen, dan over die van hemzelf. "Door niemand" is niet helemaal juist, want behalve door enkele Franse naamkundigen is Gysseling ook definitief en volledig door Albert Delahaye 'ontmaskert' als een wetenschappelijk bedrieger. Omdat Gysseling de hele literatuur van vóór zijn eigen woordenboek als 'verouderd' verwerpt, bleef zijn bronnenlijst heel beperkt en moeten we er maar naar raden waaraan hij zijn wijsheid ontleend heeft. De toponymische missers van Gysseling.Dat het Toponymisch Woordenboek van Gysseling niet alleen hopeloos verouderd is, maar ook veel fouten bevat kunnen we aantonen met veel voorbeelden. We geven de volgende:
|