| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |
|
De relatie die gelegd wordt tussen Dorestad met het Deense Haithabu (nu het Duitse Schleswig) en het Zweedse Birka is wetenschappelijk nergens op gebaseerd. Archeologische vondsten in beide nederzettingen zijn niet ouder dan de 10e eeuw. Het Sliaswich (Haithabu) en Birka waar Dorestad handel mee dreef lagen, net als Dorestad zelf, in Noordwest Frankrijk en heten nu St.Martin-des-Sclives en Berck. Björkö is een Zweeds eiland dat in het midden van het Mälarmeer ten westen van Stockholm ligt. Het behoort tot de gemeente Ekerö. Op het eiland ligt de archeologische vindplaats Birka. In de 9e en 10e eeuw was daar een "Vikingbolwerk" en handelsplaats gevestigd. Er bestaat een "groot gat" tussen wat we tegenwoordig weten over de Vikingen en het beeld dat er in de loop van de geschiedenis van gemaakt is. De tentoonstelling "What? Vikings? moet helderheid verschaffen over het verkeerde beeld van de Vikingen dat in de 19e eeuw onder invloed van nationalisme ontstond. (Bron: Swedish national Heritage Board). Opvallend blijft dat in Noorwegen, Zweden en Denemarken geen enkele contemporaire schriftelijke bron over de Vikingen en hun tochten bestaat. |
De visie van Albert Delahaye. Het heeft geen zin als tegenwerping op de visie van Albert Delahaye te wijzen op Haithabu en Birka. In Denemarken en Zweden heeft men enkele "dodensteden" uit de 10e eeuw opgegraven waarvan de naam onbekend is, maar waar men aan de hand van de kroniek van Adam van Bremen de namen Birka en Haithabu op heeft geplakt. De drie ter plaatse gevonden stenen met runenschrift kunnen ook niet als tegenbewijs dienen. Eén herinnert aan een krijger die bij het beleg van van de onbekende plaats was gesneuveld. Deze Skarthi-steen is uit het einde van de 10e eeuw en spreekt derhalve niets van de stellingen van Delahaye tegen. De twee andere zijn te Sigtuna gevonden. Hun opschriften vermelden een "gilde van Fresones". Deze stenen zijn uit de 11e eeuw en bewijzen dus nog minder. Integendeel: deze zeldzame en late objecten schreeuwen de vraag van de daken waarom er niets van de Dani wordt gevonden tussen de 8e en de 10e eeuw, de periode dat zij veelvuldig in de Franse kronieken worden genoemd. In Noorwegen, Zweden en Denemarken is de archeologie uit de periode van de Noormannen volkomen blanko, geschreven bronnen zijn er al helemaal niet. Waar hebben die Vikingen gewoond in de 9e eeuw, waar kwamen zij vandaan? Er is niets van teruggevonden daar in het noorden. Het is onbegrijpelijk dat historici blijven vasthouden aan de traditionele opvattingen van Noorse, Zweedse en Deense Noormannen, zonder dat er ooit een archeologisch of schriftelijk bewijs voor gevonden is ter plaatse. Uit het vita van St.Anscharius blijkt dat hij een nieuwe kerk te Sliaswich stichtte. De inwoners noemden de plaats Sliaswich, zeggen de bronnen, doch de Dani gebruikten in hun taal de naam Haithabu. Schleswig (nu in Duitsland de naam van een stad en een landstreek) is derhalve een zuivere importnaam vanuit het noorden van Frankrijk. In 852 probeerde St. Anscharius de parochie van Birka te herstellen, waartoe na een bijeenkomst van het volk verlof werd gegeven. In 854 echter werd kerk van Sliaswich tengevolge van de intriges van de invloedrijke Noormannen gesloten. Wel kreeg de bisschop verlof om op een andere plaats, Ripa genoemd, een nieuwe kerk te stichten. Het is zeer waarschijnlijk dat dit geen plaatsnaam was (hij is trouwens als zodanig niet terug te vinden), doch dat "ripa" gewoon oever of kust betekent. Haithabu is dezelfde plaats als Sliaswich wat Saint-Martin-des-Sclives is, Birka is Berck en beide plaatsen liggen in Noordwest-Frankrijk aan de kust van het Kanaal. St.Anscharius was bisschop van Hammaburg, wat niet Hamburg in Duitsland was, maar Hames-Boucres in dezelfde streek, in de bronnen bekend als Hammaburg. St. Anscharius overleed omstreeks 865. Hij is nooit in het noorden van Duitsland geweest, maar daar terecht gekomen door dezelfde "deplacements historiques" en de teksten van Adam van Bremen, die gemakkelijk als tekstvervalser te ontmaskeren is. Te Hamburg, waar de oorlogsverwoestingen (1945) werden aangegrepen om grootscheepse opgravingen te doen, is niets gevonden van vóór de 10e eeuw, wat afdoende bewijst dat hier niet het Hammaburg van St. Anscharius heeft gelegen en door de vervalsingen in de teksten van Adam van Bremen. |