Volgens de traditionele opvatting is de LEK de in de oorkonde van 777 vermelde Lockia. Daaraan lagen verschillende goederen van het bisdom Trajectum.
Het hanteren van de naam Lockia voor de Lek stelt ons meteen voor 5 op te lossen problemen.
- Bestond deze rivier al in de 8e eeuw?
- Heeft deze rivier als die al bestond wel de Keltische naam Lockia gedragen? De naam Lockia komt alleen voor in Franse oorkonden!
- Woonden er Kelten in dit gebied die de naam Lockia hebben gebruikt en overgeleverd? Er is geen continuïteit in bewoning aantoonbaar!
- Hoe is de Keltische (Gallische) naam Lockia geëvolueerd tot het Germaanse Lek?
- Zijn goederen van het bisdom Trajectum te localiseren langs de Lek? Waar lag bijvoorbeeld het eiland "tussen Rijn en Lek" uit de oorkonde van 777?
Tussen 250 en 950 ontbreekt elke vorm van bewoning in Utrecht. (Bron: W.van Es, zie verder bij Citaten).
Laag Nederland was tussen de 3e en 10e eeuw overstroomd door transgressies. Zie bij Duinkerke 2 transgressie. Er kan toen dus geen rivier de Lek hebben bestaan. En ook al twijfel je aan het bestaan van de Duinkerkse transgressies, dan blijft de vraag of een eventuele rivier ter plaatse, waar geen bewoning was, wel een naam droeg en nog wel de naam Lockia. Bovendien vind je naam alleen terug in van oorsprong FRANSE kronieken. In Nederland bestaat geen enkele schriftelijke overlevering tussen de 3e en 10e eeuw.
De Lek is een rivier die pas later is ontstaan, het precieze tijdstip is lang omstreden geweest. (Berendsen).
Berendsen geeft aan dat uit de naamswijziging (Rijn-Lek) het latere ontstaan afgeleid mag worden en sluit daarmee dus aan bij de visie van Albert Delahaye.
De Boer en Pons waren van mening dat de Lek pas na 800 is ontstaan, waarschijnlijk pas in de 10e eeuw.
Berendsen is van mening dat de Lek al in 777 bestaan moet hebben en wellicht eerder.
Berendsen maakt hier dus de traditionele fout door met de oorkonde uit 777 te bewijzen wat juist eerst bewezen moet worden zonder die oorkonde. Gaat deze oorkonde wel over Nederland en is de hierin genoemde Lockia wel de Lek? Zie bij de Oorkonde uit 777.
Verder baseert Berendsen zijn opvatting op de Koolstof 14 methode. De ouderdom van het afgezet hout en het ontstaan van veen zou suggereren (wat hij letterlijk schrijft) dat de Lek rond het begin van de jaartelling zou zijn ontstaan.
Op grond van de onzekerheden rondom de Koolstof 14 methode spreekt Berendsen slechts van suggesties.

De Lek bij Nieuwegein.
Het actiever worden van de Lek leidde tot een langzame dichtslibbing van de Kromme Rijn, wat pas gebeurde nadat de Rijn was afgedamd. De afdamming vond plaats in 1122, waarna de Lek de hoofdstroom van de Rijn werd.
De Lek is ontstaan rond de jaartelling als een kleine zijtak van de Rijn bij Wijk bij. Duurstede; de hoofdstroom was daar 'lek'. (Bron: Het Utrechts Landschap). Als dat "lek" de naam Lek gekregen heeft, betekent het dat er bewoning in Het Kromme Rijn gebied was, die deze naam heeft overgeleverd, doorgegeven, opgeschreven? Die bewoning en bewoningcontinuïteit moet dan wel eerst aangetoond worden.
|
Het 'Lekprobleem".
"De Lek moet in een of andere vorm ook reeds aanwezig zijn geweest, getuige het voorkomen van zijn naam -in de Latijnse vorm Lokkia- in een document uit het jaar 777, maar zal toen nog niet, zoals thans, een overheersende belang gehad hebben."
"In 777 na Chr. bestaat er in ieder geval een Lek. Het is echter zeer onzeker of de directe verbinding met de Noordzee, die nu bestaat, toen al in volle omvang gevormd was. Wij mogen niet te lang bij het 'Lekprobleem' blijven stil staan. De vele vragen, die in verband ermee rijzen, kunnen toch pas beantwoord worden als wij meer gegevens tot onze beschikking hebben. Wij kunnen er echter ook weer niet aan voorbij gaan, omdat het in zeer nauw verband staat met de kwestie van de vaarroutes naar en van Dorestad. Het is zeer goed mogelijk dat men, om van de Noordzee (Engeland!) naar Dorestad te komen, in (een) bepaalde periode(s) niet over Utrecht kon varen. Als Bonifatius omstreeks 715 na Chr. van Engeland via het rivierengebied naar Friesland reist, komt hij eerst in Dorestad aan en pas daarna in Utrecht. Zou hij de 'Oude Rijn'-tak hebben kunnen volgen, dan was de volgorde ongetwijfeld andersom geweest. Hij had Dorestad in dat geval zelfs helemaal niet hoeven aandoen, maar had vanaf Utrecht langs de Vecht direct naar het Noorden kunnen varen. Wij laten deze fascinerende hypothesen nu evenwel echt rusten."
(Bron: Spiegel Historiael).
Dit schrijft dr.W.A. van Es in het opgravingsverslag van Wijk bij Duurstede. Hij constateert dat er een probleem is, maar wil daar feitelijk "niet te lang bij stilstaan" ofwel "daar hebben we het verder maar niet over". Of de Lek in 777 bestond is dus een hypothese, gebaseerd op foutief toegepaste teksten. Met de tekst uit 777 wordt "bewezen" wat feitelijk eerst bewezen moet worden zonder die tekst, namelijk dat de Lokkia de Lek is. Op deze wijze wordt door de Nederlandse historici op grond van wenselijkheden aan elkaar gepraat waar teksten niet overeenkomen met de geografie. De teksten worden dan gemakshalve wel eens voor onjuist of onzorgvuldig verklaard, maar uit diezelfde onjuiste teksten haalt men wel wat men nodig heeft voor de Nederlandse opvattingen! Zo schrijft men geschiedenis, want hoewel nooit bewezen is dat Dorestad bij Wijk bij Duurstede bestaan heeft, blijft men toch steeds uitgaan van de hypothese dat het er toch lag.
De visie van Albert Delahaye.
De Lokkia of Locchia (Loccham) was de Loquin, een riviertje bij Tournehem, zijrivier van de Hem of H(r)em (c.q. Rhem/Rhenus).
In 777 bestond de naam Lek niet in Nederland. (Het is zelfs de vraag of de rivier die men nu Lek noemt al bestond.) De naam Leckia voor de aftakking van de Rijn komt voor het eerst voor in een oorkonde van 1106. Daarin heet de rivier de Lecca. In 1108 Leckia. Naamkundig is Lek (een duidelijk Germaans woord) niet uit Lockia (Romaans/Keltisch) te herleiden zonder tussenvorm, die tot heden niet gegeven wordt en dus onbekend is.
De naamsverandering van Rijn in Lek en daarna in Noord en Nieuwe Maas, Scheur en Nieuwe Waterweg is het beste criteria om de fasen van verlanding na de transgressies te onderkennen.
Na de transgressies kwam nieuwe grond vrij, waarbij aan de steeds verder stromende rivier steeds een nieuwe naam werd gegeven. Zo werd het 'nieuwe en verlengde' van de Rijn de Lek, Noord, Nieuwe Maas, Scheur en Nieuwe Waterweg. We zien dat ook bij andere rivieren in het westen van ons land, zoals de Maas (Bergse Maas, Amer, Hollands Diep, Haringvliet) en de Waal (Boven en Beneden Merwede, Oude Maas, Nieuwe Maas, Scheur, Nieuwe Waterweg of langs Nieuwe Merwede, Amer, Hollands Diep en Haringvliet).
De nieuwe namen geven de tijd van regressie aan en bewijzen dat deze rivieren in verschillende fasen en niet in één keer ontstonden.
Als de Lek als vaar- en handelsroute bestaan had, wat men in Wijk bij Duurstede zo graag beweert, zouden St.Willibrord en St.Bonifatius beslist niet via de "omweg" door de kronkelige oude Rijn naar Utrecht zijn gereisd, maar beslist over de kortere route via de Lek.
Als de Lek bestaan zou hebben zouden evenmin de Noormannen via Utrecht naar Wijk bij Duurstede over de kronkelige Kromme Rijn gevaren zijn, maar rechtstreeks over de Lek. Volgens de traditionele opvattingen (Rutgers) hadden de Noormannen hun plunderingen veeleer gericht op de rijke handelsstad Dorestad en werd en passant het castellum van Utrecht en zijn kerkje verwoest en moest de bisschop uitwijken naar Deventer! Maar van plunderingen of verwoestingen door de Noormannen is archeologisch in Nederland nooit iets gebleken. Zie vooral de bevindingen van mevr. A.Willemsen in Wijk bij Duurstede.
De volgende argumenten spreken tegen dat de Lek in de 7e eeuw (of eerder) al bestaan zou hebben.
De oudste tekst in Nederland die melding maakt van de Lek stamt uit het begin er van de 12 eeuw (1108) . Hierin heet deze rivier de Leckia.
Het is een vaststaand feit dat de bisschop van Utrecht in 1122 de opdracht gaf de Rijn af te dammen, zodat het meeste Rijnwater via de Lek ging stromen. Of de Lek toen pas nieuw ontstond of van een onbeduidend beekje in een rivier veranderde, blijft voorlopig nog een vraag. De afdamming maakt wel duidelijk dat de Lek in de huidige omvang nog niet bestond. Daarna verzandde de Kromme Rijn van lieverlee en bleef van de Kromme Rijn niet meer dan een beek over, wat het nu nog is. Het verzanden van de Rijn heeft alles te maken met de duinvorming aan de Noordzeekust. Wellicht was juist die duinvorming de oorzaak van de verzanding van de Rijn en dus de reden van de afdamming. Het afdammen moet gezien worden als een poging de wateroverlast in Utrecht te beperken en is ook het begin van het Hollandse veengebied dat vroeg om een gedegen afwatering. Het is uitgesloten dat het gebeurde vanwege het verleggen van handelsactiviteiten. Utrecht werd wat de handel betreft juist benadeeld en werd moeilijk bereikbaar per schip. Daarvoor besloot men later de Vaartse Rijn te graven. De duinvorming vond pas plaats in de 11e en 12e eeuw. Ook dit past precies in het algemene beeld van het ontstaan van Nederland en de eerste ontginningen in het begin van het tweede millennium.
Uit de opgravingen in Wijk bij Duurstede blijkt dat de bewoners de plankiers (steigers) in de Rijn steeds verlengde en verlegd hebben. Het moeten telkens ingrijpende en omvangrijke werkzaamheden zijn geweest. Als de Lek bestaan had en bevaarbaar was geweest, dan had men de haven toch naar de Lek (zuidzijde) van Wijk bij Duurstede verplaatst? Allereerst bespaarde dat een hoop gedoe om steeds maar weer die steigers te moeten verlengen. Bovendien voorkwam het een gesjouw met goederen over een lengte van 200 meter en meer. Ook was de afstand naar de zee korter en gemakkelijker, wat de internationale handel, die er volgens de traditie was, flink zou bevorderen. Men hoefde dan de kronkelige (Kromme) Rijn dan immers niet meer te volgen.
Een volgend argument om te twijfelen aan het bestaan van de Lek zijn de plankiers zelf. Deze werden aangelegd en steeds verlengd, omdat de Rijnbedding zich naar het oosten verplaatste. Dat verplaatsen moet gebeurd zijn onder invloed van een sterke stroming van de rivier. In de Rijn bestond dus een flinke oostelijke stroming, die er niet geweest zou zijn als de Lek bestaan zou hebben en het water daarlangs 'rechtdoor' afgestroomd zou zijn. De Rijn maakte bij Wijk bij Duurstede dus een scherpe bocht, eerst naar het westen, vervolgens naar het oosten. Ook de getijdenwerking kan hier een niet uit te sluiten rol hebben gespeeld. De Duinkerke II transgressie heeft ook hier haar sporen achtergelaten. De sterke stroming weerspreekt ook de verzanding van de Rijn, die toen dus beslist nog niet gaande was.
Een volgend argument om aan het bestaan van de Lek te twijfelen is de Romeinse Rijksgrens. Als de Lek bestaan zou hebben, waarom hebben de Romeinen deze rivier dan niet als grens genomen? Waarom hebben zij hun grens dan door een moerassig gebied gelegd, langs een kronkelige Kromme Rijn in plaats van 'lekker rechtdoor' langs de Lek naar de kust? Rechtdoor, daar hielden de Romeinen wel van gezien hun wegen: kaarsrecht en rechtdoor. Het ontbreken van Romeinse en latere nederzettingen langs de Lek bevestigen dat deze rivier nog niet bestond. Overigens wordt de Lek ook nergens genoemd in Romeinse bronnen. Als deze bestaan had, was het zeker een obstakel geweest en zou zeker vernoemd zijn.
De ontwikkeling van de nederzetting te Wijk bij Duurstede levert een volgend argument op om aan het bestaan van de Lek te twijfelen. Als de Lek bestaan had dan had deze nederzetting zich beslist niet als een lang lint in één richting (naar het noorden) ontwikkeld, maar was er langs de Lek ook bewoning ontstaan. De eenzijdige ontwikkeling van Wijk bij Duurstede spreekt het bestaan van de Lek tegen.
Verder toont deze langgerekte en in één richting ontwikkeling van deze nederzetting, een z.g. lintbebouwing, ook aan dat er geen centrum was, maar ook geen kerk. In de 8e en 9e eeuw ontwikkelde nederzettingen zich steeds rondom een kerk, een centrum van bestuur of een vorstenhof. In Wijk bij Duurstede ontbreekt deze ontwikkeling rondom een centrum volledig. De ontwikkeling van deze nederzetting op de stroomrug van de rivier, is typische die van een agrarische of visserswoonplaats waar iedereen langs dezelfde weg wil wonen. Het toont ook aan dat het gebied eromheen onbewoonbaar was vanwege de drassigheid en langdurige overstromingen ervan, waar men niet ging of niet kon wonnen.
We kunnen dus concluderen dat de Lek pas ontstaan is na de afdamming van de Rijn, wat in het begin van de 12e eeuw gebeurde. Dat sluit ook precies aan bij de eerste vermelding van de Lek, ook in het begin 12e eeuw. Dat de genoemde Lockia uit de oorkonden van 777 op de Lek betrekking had, kunnen we hiermee uitsluiten. Het eventuele bestaan van een kleine aftakking ter breedte van een slootje, laat het bovenstaande onverlet. De etymologie van het woord "Lek" geeft al die beperktheid aan. Een lek van de Rijn, waarbij een beetje water bij hoog water ter plaatse wegstroomde, "weglekte". Een soort overlaat van de Rijn.
Bovendien geven de andere genoemde plaatsen en rivieren in de oorkonde uit het jaar 777 genoeg aanknopingspunten dat het in deze oorkonde niet over Nederland gaat. Zie verder bij de oorkonde van 777 en bij Dorestadum.
|