Terug naar de lijst Naar het overzicht in het kort.

Arenacum = Antoing.

Vada = Vis-en-Artois.

Grinnes = Grincourt-les-Pas.

Batavodurum = Béthune.

Op de Peutingerkaart in Patavia komen de plaatsen Arenatio en Grinnibus voor.

Het is echter een onbewezen opvatting dat het hier per se om dezelfde plaatsen als Arenacum en Grinnes zou gaan.

Doublures van plaatsnamen kwamen ook in het Romeinse Rijk wel meer voor, zoals Lugdunum voor Lyon en Lugdunum aan het eind van de bovenste weg in Patavia. Zo kwam Noviomagus wel 12 keer voor, waarbij het steeds om een andere plaats ging.

Bij de opstand van de Bataven in 69/70 n.C. vallen de Bataven onder leiding van Julius Civilis op één en dezelfde dag vier Romeinse versterkingen aan: Arenacum, Vada, Grinnes en Batavodurum (Tacitus, V, 14-23).
Sinds de toepassing van deze tekst op Nederland bestaat er al discussie over de locaties van deze 4 plaatsen.
Deze "discussie" schetst als geen ander het tot stand komen van de Nederlandse traditie. Het is puur speculatief giswerk dat weinig met historische geografische wetenschap te maken heeft.

Kern (1904) zoekt deze vestingen te Arnhem, Wageningen, Rhenen en Wijk bij Duurstede.
Geen van de 'deskundigen' die zich later met de studie van de Romeinse periode bezig hielden is het met Kern eens.
A.W.Byvanck achte het wel mogelijk dat er wachtposten in het gebied van Utrechtse heuvelrug en Veluwe zijn geweest en noemt dan: Montferland, Duno, Wageningen en de Grebbeberg.
Op bevel van keizer Claudius (41-54 n.C.) werd de Rijn de definitieve noordgrens van het Romeinse Rijk.
A.W.Byvanck, J.E.Bogaers, H.Halbertsma, D.P.Blok en W.van Es zijn het erover eens dat de Rijn effectief tot aan de vierde eeuw en daarna officieus steeds als grens van het Romeinse Rijk werd beschouwd.
Maar is het dan ook zo, ook al zijn deze historici het er met elkaar over eens! Het 'erover eens zijn' is geen strikt bewijs. Daar is meer voor nodig, zeker omdat we hier te maken hebben met een collectieve misvatting en een collectieve cognitieve dissonantie.


De visie van Albert Delahaye.

In de opvattingen van Delahaye gaat het bij Tacitus'Germania niet over het noorden van Nederland boven de rivieren en Duitsland, maar om Noord-Frankrijk. Zie bij Germania.
Dr heeft de opstand van de Bataven, die bij elkaar zo'n 2 jaar geduurd heeft, zich voorgedaan en niet in de Nederlandse Betuwe dat een Romeins legioen in één dag compleet onder de voet was gelopen.
De vier Romeinse versterkingen Arenacum, Vada, Grinnes en Batavodurum zijn daar dan ook te localiseren in Antoing, Vis-en-Artois, Grincourt-les-Pas en Béthune. Het verhaal over de opstand van de Bataven eindigt bij de vrede op de brug over de Navalia, een rivier die in Nederland nooit is gelocaliseerd. Het is de Nave bij Béthune, een van de plaatsen die betrokken was bij de opstand en waar uiteindelijk de vrede werd getekend.
De aanvankelijke locaties Annois, Grivesnes en Vadencourt heeft Delahaye losgelaten, aangezien dit niet goed overeenkwam met andere gegevens in de tekst over de opstand van de Bataven (Tacitus), en de gegevens van Caesar, Strabo, Plinus en Ptolemeus ten aanzien van de Renus/Schelde.

Het logenstraft tevens de opmerking van opponenten van Delahaye dat hij altijd aan een eenmaal gekozen locatie of standpunt blijft vasthouden en er niet met hem te praten valt over twijfelgevallen.
Zoals delahaye altijd heeft aangegeven, zijn er onder zijn locaties ook twijfelgevallen. Soms omdat de exacte plaats niet te bepalen is aan de hand van de voorhande zijnde gegevens, soms omdat er meerdere mogelijkheden bestaan. Wat wel duidelijk is dat hij in Noord-Frankrijk in de juiste streek aan het zoeken is en daar het overgrote deel van de geografische gegevens (tot wel 99%) zonder meer juist te plaatsen is.


De Nederlandse traditie.
De locaties die tegenwoordig doorgaans worden aangehouden voor de vier Romeinse versterkingen zijn: Rindern? (Arenacum), Wageningen? (Vada), Rossum (Grinnes) en Nijmegen? (Batavodurum). Op elk van deze locaties is het nodige af te dingen.

Arenacum=Rindern? Byvanck houdt het vermoedelijk op Rindern (Duitsland), waar Legio X gelegerd was. Hij noemt het opmerkelijk dat Rindern in een dal ligt en niet op de heuvels, een plek bij uitstek voor een versterking! Over de Peutingerkaart merkt hij op: "Waar Castra Herculis dat tussen Arenacum en Carvium lag, moet worden gezocht weten wij niet. Ook het gedeelte van Carvium tot Vechten is onzeker".
Van Es vermeldt in de "Romeinen in Nederland" Arenacum niet, aangezien hij dat ook op Rindern in Duitsland houdt.

Vada=Wageningen? Byvanck vermeldt het volgende: "Wellicht hebben te Heerewaarden en Rossum de twee plaatsen Grinnes en Vada gelegen, aan de samenvloeiing van Maas en Waal". Goed gelezen is Grinnes dus Heerewaarden en Vada dan Rossum. Van Es vermeldt Vada niet. Andere historici houden het vooralsnog op de locatie van Kern, die het identificeerde met Wageningen, hoewel geen van de 'deskundigen' die zich later met de studie van de Romeinse periode bezig hielden, het met Kern eens waren. Hier dan toch weer wel bij gebrek aan beter?

Grinnes=Rossum? Daarover schrijft W.van Es: "Vanaf 70 n.C. heeft hier naar alle waarschijnlijkheid een militaire nederzetting gelegen. Naar de vorm kan men slechts gissen: een castellum? De muntvondsten zijn een aanwijzing dat de (militaire) bewoning hier al eerder begon. De tegenspraak tussen munten en aardewerkvondsten uit Rossum wordt enigszins verzacht door de recente vondsten van een tempel van de voor-Flavische sigillatamaker Aquittanus. Het is waarschijnlijk dat deze en andere vondsten uit Alem aan de Maas en niet uit Rossum aan de Waal stammen. Hernieuwd onderzoek van de munten suggereert voor Rossum eerder een civiel dan een militair karakter". Geen militair karakter? Dan is ter plaatse dus ook zeker geen Romeinse vesting geweest!

Batavodurum=Nijmegen. W.van Es schrijft hierover: "Vorm en ligging van Batavodurum alias Oppidum Batavorum zijn eveneens nog geheel onbekend. Zelfs over de ligging is nog wel discussie mogelijk. De meest recente theorie (van Bogaers!) luidt dat de kern van de nederzetting, het eigenlijke Batavodurum, op de hoge Waaloever direct ten oosten van het tegenwoordige stadscentrum gesitueerd was. Zolang echter (de locatie van) de burcht zelf niet beter gefundeerd is, blijft ook dit een wiebelige hypothese."
Vondsten die in 1971 en 1972 op de noordelijke helling van het Kops Plateau zijn gedaan, hebben geen argumenten opgeleverd om Holwerda's identificatie van de nederzetting op het plateau met Tacitus' Oppidum Batavorum te ondersteunen. (Bron: Museum Kam). Dr. J.H.W.Willems (voormalig directeur van de ROB. in Amersfoort) betoogde bij opgravingen op de Kopse Hof in Nijmegen: "We hebben op dit ogenblik (1989) zo'n 9000 m2 van 'Holwerda's Oppidum Batavorum (1)' opgegraven, maar zoals eigenlijk wel te verwachten was: we hebben het niet gevonden. Alles wat we tot toe hebben gevonden wijst erop dat het tussen 12 vóór en 70 n.Chr. op het Kops plateau een komen en gaan van Romeinse legeronderdelen is geweest. En als er hier al Bataven zijn geweest dan hoorden die drbij!"

De locatie Wijk bij Duurstede als Batavodurum wordt inmiddels als volkomen achterhaald beschouwd. Die voormalige 'zekerheid' is momenteel door alle historici verlaten.