Nijmegen = Neumaia.

Nijmegen mist ACHT eeuwen van haar geschiedenis en is dus niet de oudste stad van ons land.

De naam Nijmegen (nieuw 'megen') weerspreekt haar tradities!

Historisch, tekstueel en archeologisch bestaat de stad Nijmegen niet vóór de 11e eeuw.


Het Bronnenboek.

Romeins Nijmegen.

De St.Nicolaaskapel.

Keizer Karelstad?

Dr. A.W.Byvanck, de kenner van Romeins Nederland bij uitstek, schrijft in zijn boek "Nederland in den Romeinschen Tijd" (1943) op p.313: "Voor zover wij het kunnen nagaan, is Maastricht de enige plaats in ons land, waar een zekere continuïteit bestaat van den Romeinschen tijd naar de Middeleeuwen. Elders betekende het ophouden van een Romeinsch gezag een duidelijke breuk in de historische ontwikkeling".
In zijn boek "De Romeinen in Nederland" bevestigt Dr.W.A. van Es dit als volgt: "Sporen van bewoningscontinuïteit in Nijmegen zijn zeer vaag. Dat Nijmegen als stedelijke organisme in de 4e eeuw bleef voortbestaan is uitgesloten!". In het boek "Archeologie in Nederland" van W.A. van Es, H.Sarfatij en P.J.Woltering, lezen we: "In ieder geval staat vast dat er van Romeins Nijmegen na 270 niet veel overbleef. Continuïteit naar de middeleeuwen is er zeker niet!" Dat is toch duidelijke taal. Het komt er op neer dat er in Nijmegen behalve van een paleis van Karel de Grote geen spoor is gevonden, ook elk spoor van bewoning in die tijd in Nijmegen ontbreekt. De archeologie bevestigt de opvattingen van Albert Delahaye keihard en glaszuiver.


Je hoeft dus niet eens een medestander van Albert Delahaye te zijn, om deze duidelijke conclusie te kunnen trekken. Hetzelfde kun je ook bij meerdere van zijn "opponenten" lezen. Romeins Nijmegen was een legerkamp, dus geen stad. Ulpia Noviomagus was Neumagen en niet Nijmegen, Romeins en Karolingisch Noviomagus was Noyon. Tussen het vertrek van de Romeinen rond 260 n.Chr. en de 11e eeuw, heeft Nijmegen geen bewoning gekend. Zie bij Citaten!
En deze mededelingen van Byvack, Van Es, Sarfatij en anderen, bevestigen het gelijk van Albert Delahaye op onmiskenbare wijze. Zonder historische continuïteit heeft er immers geen Karolingisch Nijmegen bestaan.

Ook in onze dagen wijzen verschillende historici op de grote hiaten in het "stadse" bestaan van Nijmegen.
"Samenvattend kan Nijmegen weliswaar als eerste stad in Nederland beschouwd worden, maar het heeft gedurende zeer lange perioden tussen ca. 250 en 1230 absoluut geen stedelijke status of allure gehad en de huidige stad is eigenlijk pas 775 jaar oud." Bron: P.v.Overbeek.

Klare feiten:
Rekenen is in Nijmegen (ooit artikel-12-gemeente!) blijkbaar nooit een sterke kant geweest.
Hoe men in Nijmegen in 2005 aan een 2000-jarig bestaan van de stad komt, moet men overigens nog aantonen met historische feiten en niet met een foldertje van de plaatselijke VVV.

"Maastricht is de enige Nederlandse stad die kan bogen op een bewezen permanente bewoning vanaf de Romeinse tijd tot nu toe. Ook Nijmegen heeft een Romeins verleden. Onderzoek heeft aangetoond dat het middeleeuwse Nijmegen een directe voortzetting is van de Romeinse nederzetting. Over continue bewoning vanaf de Romeinse tijd kan dan ook wegens gebrek aan bewijs niet gesproken worden." Bron: I.Jacobs.

Ook A.W.Byvanck en W.A. van Es bevestigen dit. Zelfs in de geschiedenis van Nijmegen wordt dit erkend: tussen 250 en 1100 was er geen sprake van enige bewoning in Nijmegen. De archeologie is hierin duidelijk genoeg.

De afbeelding van de oudste stad, bleek een afbeelding van Maastricht te zijn!
Wat is dat in Nijmegen? Weer een flater van een stagiair die niet gecontroleerd werd door de eigen professor! Wat is dat in Nijmegen waar stagiaires bijkbaar het werk doen en hun professoren dat niet controleren. Wat is dat in Nijmegen, dat er flater op flater geslaan wordt, en een buitenstaander de Universiteit op haar blunders moet wijzen? Zagen we dat al in 1955 en 1965 dat stagiaires het werk van hun professoren doen en de fouten niet ontdekken, in 1980 met het verschijnen van het Bronnenboek was het "driemaal scheepsrecht" in het blunderen van stagiaires waar professoren hun goedkeuring aan geven.
En dan nu weer een Kerstkaart. Met, verrassend, één juiste opmerking van die stagiair, die op zoek was naar een afbeelding van de oudste stad van Nederland en het juiste plaatje vond: Maastricht! En deze afbeelding met het bijschrift van een afbeelding van de oudste van Nederland, hing op de gang bij het college van bestuur van de Nijmeegse Universiteit. En iedereen die daar dagelijks voorbij loopt, zag deze leugen niet! Wat is dat voor een Universiteit daar in Nijmegen! En dan vooral met drogredenen en flaters commentaar leveren op Albert Delahaye. Het Bronnendoek van Nijmegen is daar een treffend voorbeeld van. Zie bij Het Bronnenboek.


Nijmegen de oudste stad?
Dat Nijmegen de oudste stad van Nederland zou zijn, vinden ze misschien in Nijmegen, maar het is historisch nog nooit aangetoond. Nijmegen mist 8 (acht!!) eeuwen van haar geschiedenis.
Na een Romeinse occupatie van 200 jaar (van 50-250 n.Chr.), begint de geschiedenis van Nijmegen weer halverwege de 11e eeuw. Nijmegen heeft tussen 250 en 1050 niet bestaan! Geen enkele documentatie toont het bestaan van Nijmegen in die 8 eeuwen aan. Niet in Nijmegen zelf, maar evenmin in de hele regio vindt men bewijzen van het bestaan van Nijmegen. Niet in wereldlijke of kerkelijke archieven, niet in rechtspraak, niet in de archeologie en evenmin in de bewoningsgeschiedenis. En in Nijmegen weten ze dat ook, want de bewijzen hebben ze zelf voorhanden.
De gedenksteen op het voormalige burcht van Frederik Barbarossa uit 1155 is duidelijk genoeg. Barbarosse bouwde zijn burcht rechtstreeks op de Romeinse overblijfselen zoals hij zelf in die gedenksteen heeft laten zetten. De St.Nicolaaskapel op het Valkhof die stamt uit de tweede helft van de 11e eeuw (pas ná 1085 werd St.Nicolaas vanuit Bari -Italië- als patroon van schippers en hamdelaars in West-Europa bekend), is het tastbare bewijs van het voorstaande. Deze kapel stond tot in de 20e eeuw bekend als "heidense kapel" (gesticht door de Romeinen?) en als Karolingische kapel. Van beide denkbeelden heeft men nu eindelijk ingezien dat deze onjuist waren. Verder geven de eigen schriftelijke gegevens hetzelfde bewijs. Het oudste archiefstuk in Nijmegen dateert uit 1196. Daarvoor heeft men geen enkele document, geen enkele verwijzing in documenten, men heeft niets. Ook in andere steden in de regio's en ver daarbuiten, heeft men geen enkel archiefstuk voor de 11e eeuw waarin Nijmegen wordt genoemd (de verkeerd opgevatte stukken laten we hier dus buiten beschouwing: zie bij Bronnenboek). Het eigen "Bronnenboek van Nijmegen" (auteur P.Leupen) laat zowiezo al een gat van 500 jaar zien tussen 250 en 750. Uit mededelingen van het (voormalig) Nijmeegs museum Commanderie van St.Jan (nu museum Het Valkhof) blijkt dat Nijmegen (en ik citeer) "als stad ten onder is gegaan aan het eind van de derde eeuw en er pas in de 13e eeuw weer een nederzetting van enige omvang was". Wie houdt nu wie voor de gek?

Laten we het nog eens kort en bondig samenvatten: Tussen de 3e en 11e eeuw bestond Nijmegen niet!

Hoe is ooit vastgesteld dat Nijmegen het Romeinse en Karolingisch Noviomagus was?




"Nijmegen zag het levenslicht in de bloeitijd van het Romeinse Keizerrijk, zonder dat van het moment waarop dat gebeurde, concrete bewijzen zijn overgebleven. De archeologen die zich met deze materie bezighouden, baseren hun bevindingen noodgewongen op een combinatie van enkele vondsten uit opgravingen, summiere schriftelijke bronnen en hun kennis van de Romeinse geschiedenis. Hun conclusies zijn uit de aard der zaak steevast "voorlopig".
Aldus een citaat uit de Rede van Numaga-voorzitter J. Brabers bij gelegenheid van de presentatie van het Numaga-Jaarboek 2002 in het Stadhuis, Nijmegen, 7 december 2002.

Beter dan de heer Brabers het verwoordde, kan het niet gezegd worden.
In Nijmegen is Romeins gevonden, maar dat was zo summier dat daar geen geschiedenis uit valt af te leiden. Men heeft de gegevens aangevuld met schriftelijke bronnen en de kennis van de Romeinse geschiedenis. En juist bij het toepassen van die schriftelijke Romeinse en Middeleeuwse bronnen op Nederland en Nijmegen zijn een aantal fundamentele fouten gemaakt en zijn verschillende misvattingen ontstaan. Daarbij is de verwarring tussen Nijmegen en Noyon, hoewel eenvoudig te weerleggen, één van de meest hardnekkige gebleken.

Kern van het vraagstuk is wat Noviomagus in de teksten betekent: Nijmegen of Noyon.
En als eenmaal is aangetoond dat een aantal cruciale teksten verkeerd op Nijmegen is toegepast, is de vraag gerechtvaardigd of die vergissing niet met meerdere of zelfs met alle teksten is gemaakt. De aanvankelijke verwarring werd aanvankelijk glashard ontkent. Nu geven zelfs meerdere historici toe, zei het schoorvoetend, dat er wel degelijk een verwarring bestaat.

Omstreeks 1950 ontstond bij Albert Delahaye het vermoeden, dat de geschiedenis van Nederland van vóór de 10e eeuw verrijkt is met zaken, die er niet thuis horen. Deze twijfel kreeg zijn eerste object in het paleis van Karel de Grote dat vóór of in het jaar 777 te Noviomagus werd gesticht, en dat vanaf de 13e eeuw ten onrechte in Nijmegen werd gedacht.

De grote verwarring
Inmiddels is duidelijk geworden, dat dit paleis zich in Noyon (ca 70 km ten noorden van Parijs) bevond. Beide steden waren in de late Middeleeuwen onder de antieke of klassieke naam Noviomagus bekend. De historici hebben deze twee steden herhaaldelijk met elkaar verward bij het toekennen van gegevens uit de teksten, waarin Noviomagus genoemd wordt. Dat gebeurde niet alleen met betrekking tot het paleis, maar zelfs met zaken, die door middel van andere gegevens onbetwistbaar aan Noyon toebehoren. Sommige delen van de "Monumenta Germaniae Historica", tekstuitgaven verzorgd door de beste Duitse historici, wijzen de bisschoppen van Noyon aan Nijmegen toe! Zulke fouten zijn natuurlijk gemakkelijk recht te zetten, omdat zij al te apert zijn. Zij tonen wel een bepaalde beroepsblindheid aan, omdat het probleem van een wellicht nog verder gaande verwarring tussen de twee steden niet zo enorm diep verborgen lag en dit zich na zulke kapitale misgrepen toch wel opdrong.

Romeins Nijmegen
De stad Nijmegen, waarvan ten onrechte is aangenomen, dat zij reeds in de Romeinse periode de naam van Noviomagus droeg (een met terugwerkende kracht uitgevoerde interpretatie en alleen daarom al hoogst onbetrouwbaar), is tegen het midden van de 3e eeuw door de Romeinse militairen definitief verlaten, terwijl de burgerlijke nederzetting, op een laag terrein langs de Waal gelegen, door de toen opgetreden transgressies van de zee onbewoonbaar werd en tenslotte geheel verloren ging. Dat Romeins Nijmegen het Noviomagi van de Peutingerkaart was is afgeleid van het bedenksel van ene dominee Smetius in de 17e eeuw, dat de Betuwe de woonplaats van de Bataven en Nijmegen het Oppidum Batavorum was. Nergens in of bij Nijmegen is een bevestiging gevonden in een altaarsteen, een zuil, een dakpanstempel of enig deel van een bouwwerk, dat de Romeinse stad de naam Noviomagus gedragen heeft. De "geboorte-steen" van Nijmegen, waarop de naam Ulpia-Noviomagus te lezen staat, is een KOPIE van een in Pfünz (Beieren) gevonden inscriptie! Dat het hier over de Duitse stad Neumagen gaat, weet men in Nijmegen blijkbaar nog steeds niet.
De plaats werd tegen het midden of einde van de 11e eeuw opnieuw bewoond. Er is derhalve geen historische continuïteit tussen de Romeinse en de vroegmiddeleeuwse stad, al werd die al te lichtvaardig maar aangenomen.
De archeologie laat hier geen misverstand over bestaan: er is niets gevonden uit de periode na de Romeinen, niets uit de Merovingische en Karolingische periode en niets uit de periode tot 1100! Geen enkel spoor van menselijke bewoning tussen de Romeinen en halverwege de 11e eeuw!

Meer informatie over Romeins Nijmegen vindt U hier!


Laat het nog eens zéér duidelijk gezegd zijn:
Historisch tekstueel en archeologisch bestaat Nijmegen niet vóór de 11e eeuw.
(behoudens een Romeinse occupatie tussen 50 en 250, met nog enkele hiaten tussen 105 en 175 n. Chr. en vraagtekens in de continuïteit in de 3e eeuw.)

In zijn boek "De Romeinen in Nederland" bevestigt Dr.W.A. van Es dit als volgt: "Sporen van bewoningscontinuïteit in Nijmegen zijn zeer vaag. Dat Nijmegen als stedelijke organisme in de 4e eeuw bleef voortbestaan is uitgesloten!". In het boek "Archeologie in Nederland" van W.A. van Es, H.Sarfatij en P.J.Woltering, lezen we: "In ieder geval staat vast dat er van Romeins Nijmegen na 270 niet veel overbleef. Continuïteit naar de middeleeuwen is er zeker niet!" Dat is toch duidelijke taal van enkele niet-medestanders van de visie van Albert Delahaye, die hier zijn standpunten wel bevestigen!

Legt men deze conclusie van Dr.Van Es naast het Bronnenboek van Nijmegen, dan vertoont het Bronnenboek hetzelfde gat van ruim 5 eeuwen tussen Romeins en Karolingisch. Immers de Tabula Peutingeriana dateert men in Nijmegen maar al te graag in de 3e eeuw (vanwege het anders niet overeenkomen met archeologische vondsten), de eerstvolgende vermelding daarna is een akte van Karel de Grote uit 770.
En dit gat wordt nog groter tot ruim 8 eeuwen, want ook het Karolingisch hoort niet in Nijmegen thuis.

Het oudste archiefstuk
Het eerste autochtone archiefstuk van de stad dateert uit het jaar 1196. Geen enkel bericht, geen enkele archeologische vondst bewijst, dat Nijmegen tussen ca. 250 en ca. 1100 heeft bestaan. In Nijmegen zelf én in de naaste of verre omgeving is geen spoor te vinden van een Karolingisch domein, of van goederen die tot de palts behoord moeten hebben. Sterker nog: nergens in de wijde omgeving wordt melding gemaakt van het bestaan van Nijmegen. Niet in lokale bronnen, niet in regionale, niet in kerkelijke registers, niet in bestuurlijk, militair en zelfs niet in literair verband. Kan het nog duidelijker dat Nijmegen voor de 11e eeuw (behoudens een korte Romeinse periode) niet bestaan heeft. Dat geldt trouwens ook voor het gehele midden van Nederland, waar het ontbreken van dergelijke relikten het bestaan van een Karolingische cultuur tegenspreekt.
Kort voordat Nijmegen weer in de historie verschijnt is er menselijke bewoning teruggekeerd. Zoals op verschillende andere plaatsen in Nederland het geval is, ontstond deze ook hier op een reeds voorheen bewoonde plaats, daar de sporen van een oude bewoning in en zelfs boven de grond zichtbaar waren. Eeuwen later zijn in Nijmegen nog talloze relikten van de Romeinse beschaving bewaard gebleven: de ruïnen ervan hebben tot ver in de 17e eeuw als kalksteen"groeven" gediend.
Men treft hetzelfde verschijnsel aan te Utrecht en te Elst, waar de eerste vroeg- Middeleeuwse bouwwerken zonder enig spoor van een tussentijdse cultuur pal op Romeinse resten zijn gebouwd. In het lagere westen van Nederland is de situatie anders. Daar vindt men de Romeinse nederzettingen op 2 à 3 of nog meer meters onder het maaiveld, waar zij ten tijde van het weer in bezit nemen van het land, niet zichtbaar waren.

Frederik Barbarossa
In het jaar 1155, nadat enige Duitse keizers kort tevoren bezoeken aan Nijmegen gebracht of daar rechtshandelingen verricht hadden, bouwde keizer Frederik Barbarossa er een grote en fraaie burcht die enkele decennia later werd aangezien voor de oude residentie van Karel de Grote. Tijdens of vlak na de bouw leefde die gedachte namelijk nog niet. De gedenksteen, die Barbarossa in de gevel liet aanbrengen, is nog in het Gemeentemuseum van Nijmegen aanwezig. Diens opschrift bewijst op heldere wijze, dat in het jaar 1155 nog geen verband werd gelegd met Karel de Grote.
Het zegt immers, dat Barbarossa hier het kasteel herstelde, dat eertijds door Julius Caesar was gesticht. De tekst grijpt dus wél terug op de Romeinen, wat ondanks de grote afstand van negen eeuwen historisch zeer juist was, doch in het geheel niet merkwaardig, omdat het door de Romeinse relicten ter plaatse wel voor de hand lag. In de Barbarossa-burcht waren trouwens Romeinse bouwonderdelen opgenomen, die kant en klaar ter plaatse gevonden zijn.
Hoe de verwarring met betrekking tot de Karolingische residentie ontstond, uitgewerkt en tot zogenaamde historische zekerheid verheven werd, werd voor een groot deel in de hand gewerkt door de naam, die Nijmegen kreeg. In de streektaal heette de stad Nymegen of Numegen, wat niet meer dan Nieuw-Megen betekent.
In de geschriften en vooral in de oorkonden en andere kanselarijproducten was het niet te vermijden, dat deze naam een Latijnse vorm kreeg. Sommigen schijnen te willen aannemen, dat Nijmegen de oude naam Noviomagus uit de Romeinse periode behouden zou hebben. De naam is niet uniek; er hebben meer dan 10 plaatsen onder deze naam bestaan, waar de namen al lang, soms zelfs tot een bijna onherkenbare vorm geëvolueerd waren. Dat die naam te Nijmegen aan elke evolutie zou zijn ontsnapt, is niet aan te nemen. Noviomagus werd gekozen, omdat dit woord de meest voor de hand liggende latinisatie van Nijmegen leek. Hierdoor werd de basis gelegd tot een bijna onvoorstelbare kluwen van verwarring.
Het paleis van Noyon, dat een historische zekerheid van de eerste orde is, lang vóór en lang na Karel de Grote aangewezen kan worden, werd in 1047 verwoest en is niet meer herbouwd Op deze plek werd in 1064 een klooster gebouwd, dat in de Franse Revolutie verloren ging. Ter plaatse ligt nu het kerkhof van Noyon Hierdoor was een belangrijk element verdwenen. Toen in het noorden een fout werd gemaakt kwam uit het zuiden geen tegenspraak.

Geografische samenhang
Indien het gebleven was bij die éne verwarring tussen twee steden -al ging het dan om een Karolingische residentie - dan zou dit weinig gevolgen hebben gehad en vroeg of laat wel zijn opgehelderd.
Doch omdat de residentie van Karel de Grote door bepaalde teksten verbonden was met andere steden en streken, zodat een onverbrekelijke geografische samenhang tussen die steden en streken bestaat, betekent dat nog meer lokalisatie-fouten zijn opgetreden.

Het Eiland der Bataven
De residentie Noviomagus lag in of bij het Eiland van de Bataven; dit staat vast door Romeinse en vroeg - Middeleeuwse gegevens. die volkomen betrouwbaar zijn. Toen bij Nijmegen de streeknaam Betuwe ontstond, leek alles gesneden koek. Men heeft zich zelfs nooit afgevraagd of het woord Betuwe wel van de Bataven is afgeleid. Ook dit werd klakkeloos aangenomen, al ontstond de nieuwe naam ongeveer 10 eeuwen na de oude en had ter plaatse nooit enige herinnering aan de Bataven bestaan! Zijn pendant de Veluwe wijst de weg. Als men het dubbelportret van een echtpaar aantreft, is het waanzin het ene vóór Christus te plaatsen (toen waren immers al Bataven bekend) en het andere in de 10e of 11e eeuw.

Dorestadum en Trajectum
Volgens de oude bronnen lagen Noviomagus en Dorestadum in dezelfde streek. De laatste plaats moet men, weer op betrouwbare gegevens, zoeken in de buurt van Trajectum, waar de aartsbisschop St.Willibrord tegen het einde van de 7e eeuw de zetel vestigde van zijn missie onder de Friezen. Er zijn derhalve vier kapitale historisch-geografische vraagstukken. De ondergeschikte details zijn vanzelfsprekend legio, doch hebben weinig of geen belang, omdat zij in de interpretaties slechts van de eerste zijn afgeleid. Dedukties behoeven niet meer weerlegd te worden als de valsheid van de premisse is aangetoond. Wel kunnen er massa's dedukties worden aangewezen die na hun geboorte een eigen leven als historische zekerheid zijn gaan leiden.

De Karolingische residente heeft afgedaan
De kwestie van de Karolingische residentie Noviomagus kan men als afgedaan beschouwen. Ofschoon de Nederlandse historici aanvankelijk met een veel te overdreven felheid de gegrondheid van de opgeworpen twijfel verwierpen, ziet men in de recente literatuur, dat alle serieuze historici zich van de zogenaamde Karolingische residentie te Nijmegen distantiëren. Wordt zij nog vermeld, dan gebeurt dit onder het grootste voorbehoud. Enige niet-serieuze uit eigen land trachten vol te houden, dat Noyon én Nijmegen gelijktijdig een gelijknamige residentie kunnen hebben gehad. Gezien tegen het klare feit van de verwarring tussen de twee steden, is deze uitvlucht bijna onnozel. De residentie Noviomagus heeft slechts in enkelvoud bestaan; zij moet aan één van de twee kandidaten worden toegewezen.
In 1955 werd voor de eerste maal - heel voorzichtig en behoedzaam - geschreven over de twijfel ten aanzien van de Karolingische residentie te Nijmegen. In 1965/66 verscheen een diepgaande studie, die eveneens de consekwenties behandelt. (Delahaye, A. Vraagstukken in de historische geografie van Nederland, Zundert, 1965/66, 2 dln.). In 1984 volgde de herbewerking van "Vraagstukken...." met de uitgave van "De Ware Kijk op", waarin 497 teksten de revue passeren. Deze teksten, met bronvermelding, zijn zo helder als glas en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar.

Afbeelding van de St.Nicolaaskapel uit het eind van de 11e eeuw op het Valkhof, derhalve 4 eeuwen nà Karel de Grote gebouwd, werd voorheen Karolingische kapel genoemd, welk naam geheel onjuist was. Het stemt tot verheugenis dat Nijmegen die foutieve naam heeft laten vallen en het gebouw nu presenteert als "Historische Kapel"!

De doorbraak
Gelukkig beginnen hoe langer hoe meer wetenschapsmensen van alle vakken, wijs geworden door ervaring, zich te ontdoen van de zogenaamde zekerheden. Het is te hopen, dat deze doorbraak ook in de historische wetenschap plaats heeft gehad, zodat nu de onwetenschappelijke geprikkeldheid achterwege blijft. Wie begint te briesen bij het horen van een afwijkende mening, moet zich ernstig afvragen of hij de wetenschap wel op de juiste manier beoefent, of aan welk goddelijk of menselijk recht hij het monopolie van zijn gelijk ontleent. De historicus, die een gegronde twijfel aan zogenaamde zekerheden van tafel veegt, omdat hij zelf nooit tot die twijfel kwam, is te vergelijken met een goudsmid die gewaarschuwd wordt, dat er misschien koper in zijn potje zit en die toch doorgaat dit voor 18-karaats goud te verkopen. Het sprookje van "De kleren van de Keizer" speelt ook nu nog sommigen parten.

Maar er is hoop!
Zelfs in Nijmegen is er hoop! Op de website van de oudheidkundige vereniging van Nijmegen, Numaga, komt men Karel de Grote niet meer tegen, dan in deze opmerking van prof. Rogier uit 1954: "Numaga is de vereniging voor de geschiedbeoefening van Nijmegen en omgeving. Zij werd in 1954 opgericht door een bont gezelschap van historici en amateurs onder de bezielende leiding van prof. L.J. Rogier. Numaga - de naam van Nijmegen in de Frankische tijd toen Karel de Grote hier zijn paleis bouwde - stimuleert de beoefening van de geschiedenis van Nijmegen en omgeving. De vereniging wil het behoud van het cultuurbezit en het cultuureigene van Nijmegen en omgeving bevorderen en wil kennis daarover aankweken en verspreiden".
Het betreft hier dus woorden uit 1954, geen overtuiging die nog steeds gehanteerd wordt.
Karel de Grote is fini voor Nijmegen!

Voor de geschiedenis van Nijmegen na 1125 verwijs ik naar De Ware Kijk op, waarin hoofdstukken gewijd zijn aan:

Zie bevindingen van andere historici bij Bevestiging hoofdstuk 6: Karolingisch Nijmegen.

Klik hier voor de WARE geschiedenis van Nijmegen,

Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf!