| Terug naar de wetenschap | Naar het overzicht in het kort. |
|
PROF.DR.B.H.STOLTE (Bernardus Hendrikus, 1912-1985) kermde in nr. 724 van de A&O-reeks van 29 aug.1958: "Een slag dreigt onze vaderlandse trots te verpletteren! Het kan een ramp worden van zo'n omvang, dat elke vergelijking mank moet gaan! Onze hele vaderlandse geschiedenis van vóór het jaar 1000 moet worden herschreven, indien de beweringen van Albert Delahaye juist zouden blijken te zijn". En dat ze juist waren is ondertussen -in 2009- wel gebleken! Karolingisch Nijmegen wordt door niemand meer serieus genomen! In het betreffende boekje voert Stolte overigens geen enkel bewijs aan dat de opvattingen van Albert Delahaye onjuist zijn. Naast een uitvoerige uitleg over de Peutingerkaart komt hij niet verder dan de kreet "Nijmegen is toch Noviomagus!" Over het "Waarom dan wel?" geen woord, geen enkel feitelijk bewijs! Stolte noemde Tacitus in een artikel in Numaga eens een "onhebbelijke taalbederver" en "een snob, die schreef voor snobs." Kwam dit voort uit het niet begrijpen van Tacitus? Of dacht Stolte het Latijn beter te kennen dan Tacitus zelf? Zo verweet Stolte ook Albert Delahaye eens, dat hij geen Latijn kende en dat hij keer op keer het Latijn verkeerd vertaalde. Als je Tacitus een "taalbederver" noemt, begrijp je de visie van Delahaye op de werken van Tacitus waarschijnlijk net zo min. Stolte vergeet, en dat zou hij als classicus toch moeten weten, dat vertalen interpreteren is. Wie zegt dat zijn vetalingen juist zijn? Over vertalingen worden eindeloze discussies gevoerd! ![]() B.H. Stolte. Gelukkig, zo betoogde Stolte, we kunnen weer gerust zijn. We kunnen trots blijven op de roemrijke Bataven uit onze geschiedenis. Zij hébben in de Betuwe gewoond! Hoe anders klonk dat in de TV.serie "Verleden van Nederland" in 2008 uit de mond van Charles Groenhuijsen: "En de Bataven? Onze voorouders zijn het zeker niet". ![]() Nijmegen is tóch Noviomagum. Nijmegen blijft dus Noviomagum, de hoofdstad der Bataven. Dit feit is niet weg te praten en zeker niet op de slordige en onwetenschappelijke manier van de heer Delahaye. Dat de redactie van A.& O. de heer Delahaye ruimte bood voor een weerwoord en hij dat geweigerd zou hebben, is een pertinente leugen. Voor het verschijnen heeft Delahaye de betreffende brochure niets eens gezien. Na contact opgenomen te hebben met de redactie na het verschijnen van deze brochure, bleek er gewoon sprake te zijn van bewuste kwaadwilligheid. De redactie wilde blijkbaar kost wat kost de historische traditie redden. Met enkele leugens meer zal ook hiervan geen sprake zijn. De historische traditie is niet meer te redden, zelfs niet met leugens, waarop zij al te lang gestoeld is geweest. In 1938 publiceerde Stolte een verhandeling over de Romeinse wegen in het land der Bataven en de Tabula Peutingeriana, om een aantal bij zijn opponenten voorkomende misvattingen te weerleggen. Stolte was er toen overigens van overtuigd, dat veel, al te veel, nog hypothese was. De eenduidigheid in de historische geografie bleek er toen ook al niet te zijn, net zo min als die er tegenwoordig is. |
Prof. dr. B.H.Stolte noemde het boek "Het mysterie van de Keizer Karelstad" van Delahaye uit 1958 slordig en onwetenschappelijk. Dat er wat onvolkomenheden in zaten heeft ook Delahaye later niet ontkend. Niet vergeten mag worden dat hij toen aan het begin van zijn omvangrijke studie stond en onmogelijk alle details al bestudeerd kon hebben. Stolte doorzag alle consequenties al en viel Delahaye slechts aan op zaken die hij nog niet of nog niet volledig had uitgewerkt. Zijn boek uit 1965 heeft dit gemis ruimschoots goedgemaakt. Maar op de kern van de vraag, namelijk de verwarring die er tussen Noyon en Nijmegen, een mysterie bestond, heeft Delahaye nooit enige weerlegging gekregen. Het werd gewoon ontkend. Prof. Dr. B.H. Stolte heeft eens terecht opgemerkt, dat Delahaye de lengte- en breedtegraden van Ptolemeus onderling verwisseld had, wat hij uiteraard lanceerde als een dodelijk argument en waarvoor hij klaarblijkelijk een open doekje van het publiek verwachtte, zó triomfantelijk werd het eruit gegooid. Het is duidelijk dat Ptolemeus, evenals veel andere klassieke schrijvers, de west-oriëntatie hanteerde. Wat in feite ons westen is, noemt hij noord. Men behoeft van deze west-oriëntatie niet op te kijken, daar de meeste schrijvers vanaf de klassieken tot ver ná de middeleeuwen de westoriëntatie hebben aangehouden. Een markant Nederlands voorbeeld vormen de Ooster- en de Westerschelde, die in werkelijkheid Noord- en Zuiderschelde hadden moeten heten. Bij Ptolemeus was dit al heel gemakkelijk te zien bij zijn Rijnmond-oost en zijn Rijnmond-west, die door iedereen, zelfs door Stolte, als noord en zuid worden opgevat, al heeft men zich grondig vergist in de juiste plaats van deze "Monden van de Renus" . Het is nog duidelijker te zien bij de Franse steden, bijvoorbeeld Parijs en Boulogne, die in de rekonstruktie van Delahaye juist ten opzichte van elkander zijn komen te liggen. Het is derhalve zonneklaar, dat men de kaart van Ptolemeus een kwartslag moet draaien om een voorstelling te krijgen overeenkomstig onze gebruikelijke noord-oriëntatie. Stolte heeft voor de zoveelste keer zijn eigen ruiten ingegooid. Ergerlijk is dat hij Delahaye een kapitale fout aanwrijft die hij zelf begaat. Hij levert daarmede het onweerlegbaar bewijs -waarvoor we hem zeer dankbaar zijn - dat de klassici de west-oriëntatie bij de oude schrijvers nooit hebben opgemerkt, wat gevoegd bij de even fundamentele misvatting over de "Monden van de Renus" zulke zware fouten zijn, dat zij rustig opnieuw kunnen beginnen met het bestuderen en interpreteren van de klassieke teksten. Stolte heeft het meest van alle opponenten het onderzoek van Delahaye gefrustreerd onder het mom van wetenschappelijke bezorgdheid, maar naar waarheid uit persoonlijke geraaktheid om zijn proefschrift over de Geograaf van Ravenna, dat de oude foutieve opvattingen volgt en derhalve fundamenteel fout is. Hij blijve op zijn eigen vakgebied, waar een even grote massa misvattingen op te ruimen is als bij de historische mythen van Nederland, en houde zich verre van historie en naamkunde, waar hij de ene na de andere enorme fout verkondigt, zoals de bloedige onzin, dat de vorm Numaga persé Nijmegen aanduidt, omdat deze Germaanse naam onmogelijk in het Romaanse taalgebied kan liggen! Terwijl Delahaye voor zijn interpretatie van de Peutinger-kaart de hoogste lof kreeg van Franse deskundigen, roept hij uit: "Hij heeft maar wat plaatsen genomen, die toevallig met dezelfde letter beginnen"! In de Nederlandse determinaties van de kaart is "toevallig" geen enkele letter gelijk. Die laten zich het beste typeren door de tot lachen uitnodigende nevenschikking Nigropullo - Zwammerdam, waarbij nauwelijks op de twee dubbele bodems gewezen behoeft te worden. B.H.Stolte heeft in al zijn verwerpingen over het werk van Delahaye nooit de Cosmographia van de Anonymus Ravennas, de z.g. Geograaf van Ravenna, aangehaald, waarover hij nochtans alles zou moeten weten. En dat is opvallend en veelzeggend. Hij is er in 1949 immers op gepromoveerd tot doctor in de letteren en wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Nijmegen is tóch Noviomagum. Van de hand van Stolte is katern 724 van de AO reeks van 29 aug.1958 "Nijmegen is tóch Noviomagum". Hierin doet Stolte een poging de bewijzen die Delahaye aanvoert in zijn boek "Het mysterie van de Keizer Karelstad" uit 1958 te weerleggen. We gaan zijn redenering en weerleggingen een voor een na. Het geeft tevens een mooi beeld van de stand van de wetenschap op dat moment en de feiten die men hanteerde om aan te tonen dat Nijmegen wel degelijk het Romeinse en Karolingische Noviomagus was. Allereerst gaat Stolte voornamelijk in op de vorm en het gebruik van de Peutingerkaart. Dit betoog geeft geen enkel bewijs ten gunste van Nederland, noch van Nijmegen. De vorm van de kaart is erg vertekend. De lengte van de kaart bedraaft zo'n 7 meter, de hoogte slechts 40 cm. Opgerold was dit een gebruikelijk reiskaart bij de Romeinen. Het kan niet anders dat het hele Romeinse Rijk er erg vertekend op staat. Het is wel opvallend dat de Betuwe het enige niet vertekende stuk op de Peutingerkaart zou zijn en de juiste geografische verhoudingen heeft: smal en langerekt, van Nijmegen tot de Noordzeekust. Hieronder worden de zogenaamde "bewijzen" van Stolte een voor een besproken.
Blijkens de parallel tussen Ptolemeus, de Peutinger-kaart en de Ravennas wordt de toepassing van de kaart op een en dezelfde streek van de 1e tot de 7e eeuw bevestigd, wat voor Nederland volstrekt onmogelijk is. Dit is het definitieve derde punt, met dank aan de anonieme Geograaf van Ravenna. Tegenstanders van de opvattingen van Delahaye wekken graag de indruk dat ze als onpartijdige en objektieve critici uit wetenschappelijke bezorgdheid spreken. Het publiek moet eindelijk de ware reden van hun verbolgenheid kennen, zodat het des te beter kan oordelen over de onbetamelijke uitvallen, die in sommige gevallen het normale fatsoen geweld aandoen, en in wetenschappelijk opzicht ver beneden peil zijn, zoals de befaamde blunder over de Germaanse naam Niumaga en de even enorme misvatting over de lengte- en breedtegraden van Ptolemeus. Stolte, een van die felste "tegenstanders" van de visie van Albert Delahaye, heeft in 1948 een proefschrift geschreven over de Geograaf van Ravenna, dat de toen geldende opvattingen volgt en daarom helaas grondig fout is. We willen niet zijn hierop verkregen doctorstitel ter diskussie stellen, maar wel erop wijzen dat de man zó persoonlijk bij de kwestie betrokken is, dat hij uit hoofde van menselijke en wetenschappelijke ethiek het oordeel erover aan anderen had moeten overlaten. Dat Stolte nooit naar voren is gekomen met een argument uit de Ravennas, die hij bij wijze van spreken van buiten moet hebben gekend, hebben de insiders al lang zéér vreemd gevonden. Het toont alleen aan dat Stolte die beslist niet ter tafel wil hebben, want dan wordt openbaar wat hij zo angstvallig verborgen wil houden. Het tragische van het geval is, dat hij van alle na-oorlogse gedoctoreerden juist door de keus van zijn proefschrift het dichtst bij het ontdekken van de waarheid is geweest. Kijk ook bij B.H. Stolte in het hoofdstuk "Ongelooflijk". |