Naar de beginpagina.

De Varusslag in 9 n.Chr.

De Varusslag was de veldslag in het jaar 9 na Chr. tussen de Germanen en de Romeinen, waarbij het leger van Varus, dat bestond uit 3 legioenen (is 18.000 man), totaal werd vernietigd. Varus en veel andere Romeinen pleegden zelfmoord door zich op hun zwaard te werpen. Andere Romeinen werden gevangen genomen en enkelen werden pas 40 jaar later uit hun slavernij bevrijd.

De slag vond plaats in of bij het "Teutoburgiensis Saltus". Dat het hier om het Duitse Teutoburgerwoud zou gaan is een veronderstelling, gestoeld op bekende locatiefouten.
Grote delen van Germanië zijn door Romeinse troepen bezet. Op hun terugmars naar hun winterplaats worden Publius Quinctilius Varus en zijn leger in een hinderlaag gelokt. De bedenker van deze samenzwering is de Cherusk Arminius. In drie dagen worden het 17e, 18e en 19e legioen door de Germanen afgeslacht. De tragische nederlaag gaat als »Varusslag« de geschiedenis in.
De Varusslag wordt traditioneel in Duitsland geplaatst, dat immers "Germania" was. Maar Albert Delahaye heeft aangetoond dat Germania Frans-Vlaanderen was en dan komt ook de traditionele plaats van de Varusslag op losse schroeven te staan.

In Duitsland is de plaats van deze grote veldslag nog steeds niet met zekerheid gevonden. Elke genoemde locatie, en dat zijn er inmiddels meer dan 700 (!!!!), kan men met goede argumenten betwijfelen.
De plaats van de Varusslag te Kalkriese wordt tot heden "bewezen" met de vondst van munten, Romeinse artefacten, zoals de gedenksteen van Marcus Caelius (zie hieronder) en menselijke en dierlijke overblijfselen. Maar deze vondsten bewijzen niet dat het hier om de Varusslag gaat. Hier kan elke slag geleverd zijn. De locatie Kalkriese voldoet in elk geval niet aan wat er vanuit de schriftelijke bronnen over bekend is. Waar zijn hier de onmetelijke en ondoordringbare moerassen? Waar is hier de (zee-)kust dichtbij?



Grafsteen van Marcus Caelius, gedood tijdens de slag van Varus. De inscriptie luidt:
M(arco) CAELIO T(iti) F(ilio) LEM(onia) BONN(onia) (I) O(rdini) LEG(ionis) X II X ANN(orum) L III S CECIDIT BELLO VARIANO OSSA INFERRE LICEBIT P(ublius) CAELIUS T(iti) F(ilius) LEM(onia) FRATER FECIT.

Vertaling:
Voor Marcus Caelius, zoon van Titus, uit Boulogna in het district Lemmonia, Aanvoerder van het 18e legioen; hij stierf in de ouderdom van 53 jaar tijdens de oorlog van Varus. De beenderen (van de vrijgegevenen) mogen hier ook worden begraven. Publius Caelius, zoon van Titus, van het district Lemmonia heeft deze grafsteen opgericht.)

Deze gedenksteen die bewaard wordt in het museum te Bonn, wordt gezien als een doorslaggevend bewijs dat de Varusslag in Duitsland heeft plaats gevonden. De steen werd gevonden tussen Xanten en Birten, op de Fürstenberg en is gemaakt van limestone (een kalkgesteente) afkomstig uit de Lorraine in noordoost Frankrijk. Hij is 1.37m hoog en 1.08 m breed. De enige zekere vermelding op deze steen is de plaats Boulogne en die ligt, inderdaad, in Frans-Vlaanderen.
En welk bewijs geeft de vindplaats? Geen enkele ten gunste van Kalkriese, want dan had die steen immers daar gevonden moeten worden. De gedenksteen kan overal opgericht zijn door Publius Caelius, de broer van Marcus, onafhankelijk van de plaats van de veldslag.

Ook de Nederlandse historici hebben de plaats van de Varusslag altijd betwist. Geen enkele tot nog toe gehanteerde locatie is een zekerheid. Steeds is de conclusie dat men kan veronderstellen dat de slag elders heeft plaatsgevonden.


Keizer Gaius Caesar "Caligula".



Een Romeinse vuurtoren zoals bij Boulogne stond. Deze staat aan de overkant van Het Kanaal bij Dover.


De inwoners van Varsseveld hebben jarenlang in de veronderstelling geleefd, dat de veldslag zich in hun woonplaats had voltrokken. Een groot gedenkteken diende om de herinnering levendig te houden. De Historische Kring Varsseveld was er in 1984 al niet blij mee dat een gedenkteken werd geplaatst. In Varsseveld is immers nooit enig bewijs gevonden voor die veldslag. Het verhaal dat die veldslag in de Achterhoek zou hebben plaatsgevonden werd in de jaren 30 van de vorige eeuw in de wereld gebracht door een oud-marinier uit Apeldoorn (de vakman, ofwel hoe komen historische tradities tot stand). De altijd bestaan hebbende twijfel en gereserveerdheid blijkt nu terecht
700 locaties, maar nog steeds niet gevonden.
In Duitsland is men sinds de 16e eeuw op zoek naar de juiste locatie van de Varusslag, de grootste en vernietigende veldslag tussen de Romeinen en de Germanen. Omdat men het Germania van Tacitus altijd als Duitsland beschouwde, heeft men daar altijd gezocht naar de plaats van de Varusslag. Tevergeefs. Ondanks alle pogingen en argumenten heeft men de juiste locatie er nooit gevonden.
Tegenwoordig houdt men het in het algemeen op de locatie Kalkriese bij Osnabrück. Maar deze locatie voldoet geenszins aan alle details in de verschillende klassieke teksten genoemd. Hier zijn geen moerassen en het ligt ook niet in de nabijheid van de kust. Ook in Duitsland zelf heeft de archeologie grote twijfels bij deze locatie. Er is wel iets van een treffen van Romeinen gevonden, maar niet van een omvang die voldoet aan de beschrijvingen in de teksten. Er zijn immers 3 legioenen in de pan gehakt. En dan kan men niet aankomen met een handjevol relicten.

De visie van Albert Delahaye.
De Varusslag heeft zich in Germania voorgedaan, maar in het Germania van Tacitus en dat was Frans-Vlaanderen. Alle details uit de teksten die hierover handelen, en die nooit in Duitsland hebben gepast, passen wel in Frans-Vlaanderen. De nabijheid van de Oceaan met een waddenkust waarin ook rotsen voorkomen, de grote moerassen, de berghellingen en de vlakten, die in de verschillende teksten worden genoemd, passen feilloos in het Frans-Vlaamse landschap.
Tacitus schrijft dat Germanicus vanuit Vetera, van waaruit de tocht ondernomen werd, via de Oceaan en de Amisia met zijn vloot het slagveld van Varus bereikte. In de traditionele opvatting zou dat een tocht van zo'n 600 km door de Rijn, over de Noordzee en de Eems betekend hebben en dan nog een dikke 100 km over land (de rode lijn op het kaartje hieronder), terwijl hij vanuit Vetera (in de traditie Xanten) op relatief eenvoudige en in korte tijd het gebied nabij Osnabrück bereiken kon (de gele lijn). De traditie houdt er dus een zeer onlogische, zelfs een onmogelijke route op na.
Conclusie: de plaats van de Varusslag lag niet in midden-Duitsland.



De eerste veldtocht van Germanicus in 15 n.Chr.


OP ZOEK NAAR VERDWENEN SLAGVELDEN
"Tegenwoordig telt men ongeveer dertig slagvelden van Varus, elk ervan is voortreffelijk onderzocht en bewezen! De meeste ervan liggen tussen Eems en Weser".
"Ook de veldslagen van Germanicus hebben de wetenschap een hele reeks harde noten te kraken gegeven".
"Ook de zoektocht naar het slagveld van Idistaviso en de muur van Angrivariërs is tot heden niet afgesloten".
"Nog erger staat het er voor met het Aliso-probleem. Drusus liet een vesting bouwen bij de samenvloeiing van de Lupias en de Elison. voor de Lupias komt alleen de Lippe in aanmerking. Maar naar de Elison heeft men vergeefs gezocht.
Over de vermoedelijke locatie lezen we: "Er is niets bewezen, misschien is er zelfs niets bewijsbaar, maar toch wel 'waarschijnlijk', 'heel waarschijnlijk', enzovoorts, maar dat betekent op geen stukken na bewezen!" (Bron: R.Pörtner)

De talrijke gissingen van de plaats van de verschillende slagvelden komen voort uit het misverstaan van de klassieke schrijvers, zoals Tacitus. In de traditionele veronderstellingen zijn de "gevolgde routes" onlogisch (zie als voorbeeld de tocht van Germanicus zoals de traditie zich die voorstelt), de plaats van de slagvelden in Noord-Nederland en ver in Duitsland zijn in de jaren voordat er één Romein in die gebieden is geweest niet mogelijk, maar ook archeologisch ontbreken de noodzakelijke gegevens. Vergelijk de veldtocht van Drusus naar Noord-Duitsland in 12 vóór Chr., terwijl er nog geen Romein in midden Duitsland geweest was. Trier b.v. is als een nieuwe plaats pas gesticht in 3 v.Chr. (Pörtner, o.c., blz.215)
  • In de Kalkrieser-Niewedder Senke heeft blijkbaar een gevecht plaats gevonden, waarbij Romeinse troepen zware verliezen hebben geleden. Op goede gronden beschouwen veel onderzoekers de Kalkriese als de plaats van de Varusslag. Toch passen veel klassieke gegevens over deze slag uit het jaar 9 n.Chr. niet bij de vondsten in Kalkriese, zodat het ter discussie staat of hier niet de gevolgen van een gebeurtenis uit de zomer van 15 n.Chr. zijn te vinden, toen Aulus Caecina met vier legioenen op de terugtocht van de Weser bij de "Pontes Longi" in de hinderlaag van Arminius liep. (Bron: A.Thiel)
    Op de plaats die men voor de Varusslag in gedachte heeft, wordt deze slag uit archeologisch onderzoek niet bevestigd. Er kan net zo goed een andere slag hebben plaats gevonden, bijv. die van Arminius tegen Caecina uit 15 n.Chr. Of een slag die niet vermeld wordt in de ons bekende Romeinse literatuur. Immers de Varusslag vond in Noord-west Frankrijk plaats, want daar lag de Wisurgis. De Wisurgis was de Wimereux.

  • In het recente verleden, en in feite ook nu nog, waren verschillende personen van mening dat de beruchte nederlaag van de Romeinse legeraanvoerder Varus in het jaar 9 na Christus niet in het Teutoburgerwoud had plaatsgevonden maar bij Varsseveld (Varusveld). Ondanks het feit dat daarvoor nog nooit een archeologisch bewijs is aangetroffen en het Romeinse aardewerk in het museum van elders afkomstig is (vermoedelijk Xanten) is deze theorie tot op heden in zwang gebleven. (Bron: R.Borman)
    Deze constatering staat model voor veel stukjes van onze "traditie". Ook al wordt aangetoond dat een uitgangspunt verkeerd is, dan nog blijft men de daarvan afgeleide zaken als vaststaande feiten hanteren. Zo staat volkomen vast dat Julius Caesar nooit in Nederland is geweest. Toch blijft men het Eiland der Bataven, dat Caesar uit eigen waarneming beschrijft, in Nederland plaatsen. Het blijkt moeilijker een mythe te bestrijden dan een voldongen feit.

  • Archeologische sporen van een Romeinse aanwezigheid ontbreken in de daarop volgende jaren tot nog toe. (Bron: A.Thiel)
    Archeoloog Andreas Thiel stelt op blz. 17 dan ook de terechte vraag "Germanien ohne Germanen?" De "daarop volgende jaren" zijn de jaren onder Tiberius (14-37 n.Chr). Er wordt over de veldtocht van Germanicus tegen de Marsen gesproken, over de strijd tegen de Brukteren tussen Eems en Lippe en de strijd tegen de Cherusken. Dit bleef verder zonder gevolgen. Er is niets van teruggevonden in Duitsland. In de volgende tweehonderd jaar, schrijft Thiel, is geen enkele Germaanse inval in Gallië bekend.

  • De gevonden Romeinse munten met het opschrift VAR, op grond waarvan men de veldslag van Varus tegenwoordig te Kalkriese plaatst, vormen geen enkel hard bewijs. Dezelfde munten zijn ook gevonden in Africa en Syrië. En van het opschrift VAR is nooit aangetoond dat het om de veldheer VARUS zou gaan. Munten met het opschrift VAR zijn ook bekend uit 14 n.Chr., waarbij het beslist nooit om Varus zal kunnen gaan, die toen immers al 5 jaar overleden was. (Bron: R.Martini)
    Munten vormen geen enkel bewijs omtrent de eigenaar of de omstandigheid waaronder ze op een bepaalde plaats terecht gekomen zijn. Dan is er meer nodig. Ook andere artefacten geven geen enkel hard bewijs dat het om de Varusslag zou gaan. Het blijft bij vermoedens, meningen en aannames, geheel gebasserd op het aangenomen "feit" dat Duitsland Germania was, de Amisia de Eems was, de Lipia de Lippe en de Renus de Rijn.

  • A.W. Byvanck, Nederlands meest bepalende historicus op het gebied van Romeins Nederland, schrijft over de Varusslag het volgende: "De plaats, waar de Germanen deze grote nederlaag aan de Romeinen hebben toegebracht, is nog steeds niet met zekerheid bekend. Men kan zelfs geen poging doen om de route, die het leger gedurende de dagen van den strijd heeft afgelegd, terug te vinden, daar men niet weet, waar het zomerkamp van Varus aan de Wezer heeft gelegen, en evenmin, in welke richting hij door de Germanen is weggelokt. Het woudgebergte, waar de laatste slag heeft plaats gehad, wordt in het door Tacitus medegedeelde bericht als "Saltus Teutoburgiensis" betiteld. Sedert Melanchthon in de 16de eeuw het gevecht in het "Lippische Wald', meende te kunnen localiseren, wordt dit gebergte het Teutoburger Woud genoemd. Maar er zijn daar geen moerassen, die in het bericht over den strijd worden vermeld. Om die reden denkt men thans wel aan het "Wiehengebirge" bij Osnabrück of aan een streek aan den middenloop van de Lippe tussen Lippstadt en Hamm. Maar men kan met evenveel recht veronderstellen, dat de slag elders in het noorden van Westfalen, zelfs vrij dicht bij de Nederlandse grens heeft plaats gehad." (Bron: A.W.Byvanck, o.c. p.115)
    Men kan dus met evenveel recht veronderstellen dat de slag helemaal niet in Duitsland heeft plaats gevonden. De beschrijving die Tacitus hier geeft biedt geen oplossing. Die vindt men wel bij de beschrijving van de veldtochten van Germanicus in 15 n. Chr. die dan het slagveld van Varus bezoekt. Deze veldtochten hebben zich beslist niet ver in Duitsland voorgedaan, maar aan de kust van Frans-Vlaanderen. Zie hierna.

    De veldtochten van Germanicus.
  • In het jaar 15 n.Chr. heeft Germanicus het slagveld van Arminius en Varus laten opruimen en er een grafheuvel opgericht. Daarna marcheerde hij terug naar de Amisia. Daar beval hij zijn ruiterij om zich langs het strand van de Oceaan naar de monden van de Rhenus te begeven. Volgens geschiedkundigen en archeologen moeten wij ons dus voorstellen dat de ruiters zich eerst zo'n 200 kilometer vanaf het slagveld bij Kalkreise naar de monding van de Eems begaven en dat ze daarna, nog eens 500 kilometer langs de Groningse, Friese en Hollandse kust aflegden, dwars door wadden, venen, zee-inhammen en riviermondingen.
    Waren ze rechtstreeks en dwars door Nederland naar de monding van de Rijn gegaan, dan zou dat nog niet de helft van die afstand zijn geweest, door veel toegankelijker en bekend (volgens de traditie!) terrein, en eventueel hadden ze een groot deel van die route per schip (over de Rijn) kunnen afleggen. Uit dit soort ongerijmdheden mag blijken dat Tacitus het helemaal niet had over de Rijn en de Eems, maar over Renus en Amisia. Waar die gevonden moeten worden is, sinds ze door Albert Delahaye zijn aangewezen, wel duidelijk: in Noordwest-Frankrijk! Overigens is van het door Germanicus aangelegde massagraf, dat de resten van tienduizenden lichamen moet hebben bevat, nooit iets teruggevonden in Duitsland.
  • Voor zijn 3e veldtocht in Germania (in 16 n.Chr.) liet Germanicus een vloot gereed maken, omdat een aanval op de Cherusci vanaf de zee beter zou slagen. Het Eiland van de Bataven was aangewezen als verzamelpunt voor de bevoorrading. In afwachting van de vloot liet Germanicus een inval doen bij de Chatti. De Germanen weigerden slag te leveren en vluchtten weg na het grafteken van Varus en een oud altaar, aan Drusus gewijd, vernield te hebben. Bij aankomst van de vloot verdeelde Germanicus de schepen onder zijn legioenen. Hij begaf zich naar het kanaal dat de naam van Drusus draagt. De vloot legde aan op de rechteroever van de Amisia. Toen de cavalerie en de legioen in goede orde de schepen verlaten hadden, werd de achterhoede van de Bataven overvallen in de verrassing van de vloed en velen verdronken. Germanicus richtte bij de rivier een kamp op en werd in de rug aangevallen door de Angrivarii welke aanval werd afgeslagen. Na de Wisurgis overgestoken te zijn vernam Germanicus dat Arminius met de Cherusci gereed stonden in een bos, toegewijd aan Hercules. In de slag die volgde tussen de Wisurgis en de heuvels werden de Cherusci verslagen. Arminius wist met hulp van de Chauci te ontkomen. De vloot die nog altijd bij de Amisia lag kreeg opdracht naar de Oceaan te varen. Door een zwaar onweer met hagel en storm ontwikkelde zich een ramp. De storm voerde de schepen terug naar zee en wierp ze op de verschillende eilanden, waar rotsen of wadden als vijanden op de loer lagen. De galei van Germanicus kwam aan land in het gebied van de Chauci en dagen zwierf hij over de rotsen en landtongen, zichzelf beschuldigend van deze catastrofe. (Bron: Tacitus: Annales, II, 5-26).

    Plaats je dit hele verhaal op de traditionele locaties in Nederland (Betuwe, Friesland, Eems) en Duitsland (Wezer, Hessen, Thüringen, Sachsen en Niedersachsen), dan is het inderdaad "een warrig verhaal", zoals Byvanck het ooit kwalificeerde. En Byvanck had inderdaad gelijk: in de traditionele opvatting is het inderdaad een warrig en geheel onlogisch, ja zelfs onmogelijk verhaal.
    Zo kun je de volgende vragen stellen over de traditie:
  • Waar aan de Nederlandse waddenkust treft men rotsen aan waar schepen van de vloot van Germanicus op te pletter sloegen?
  • Waar kan de vloed voor een verrassing hebben gezorgd? In de Waddenzee, waar het verschil tussen eb en vloed nog geen 2 meter bedraagt? Of aan de kust van Frans-Vlaanderen waar het verschil tussen eb en vloed tot 12 meter kan bedragen?
  • Hoe zou Germanicus, in afwachting van zijn vloot, even een inval bij de Chatti in midden-Duitsland hebben kunnen doen? Het gaat hier wel om een afstand van ruim 350 km enkele reis en hemelsbreed. Neen, de Chatti woonden vlak bij de plaats waar de vloot van Germanicus werd klaargemaakt en dat was in Frans-Vlaanderen, vermoedelijk bij Boulogne, waar immers alle Romeinse vloten werden gestationeerd.
    Plaats je dit verhaal aan de kust van Frans Vlaanderen, dan klopt elk detail, is het een logisch verhaal met reële afstanden en past het ook bij de eerdere veldtochten van Julius Caesar, Drusus, Tiberius en Germanicus zelf die in hetzelfde gebied plaats vonden.
    Let er op dat in 16 na. Chr. nog geen enkele Romein in Nederland was doorgedrongen en dat er toen al wel Bataven in het Romeinse leger dienden. Vanuit de Betuwe zijn die beslist niet vrijwillig dienst komen nemen.

    Over de krijgstochten die Germanicus in de jaren 14 tot 16 in Germanie heeft ondernomen bezitten we een vrij uitvoerig verslag van Tacitus, maar zijn geschiedverhaal geeft een enigszins gewrongen indruk (Byvanck, o.c. p.121). Men kan zijn verhaal nooit zonder meer navertellen. Steeds dient men een poging te doen om het aan te vullen (Byvanck, o.c. p.122). Het verhaal van Tacitus komt verre van overeen met de traditie. Niet het verhaal van Tacitus is gewrongen, maar de traditie.

    Over het verslag van het bezoek van Germanicus aan het terrein waar de Varusslag heeft plaatsgevonden, schrijft Byvanck: Ongelukkigerwijze, zijn de mededelingen van Tacitus niet uitvoerig genoeg om den tocht van Germanicus van de Eems naar het slagveld te reconstrueeren (Byvanck, o.c. p.127). Ook hier is wat Tacitus schrijft niet zomaar in te passen in de traditie.

    Van de Eems is Germanicus naar de Wezer getrokken zonder te worden lastig gevallen door de Germanen. Het verhaal bij Tacitus, die zijn bron blijkbaar zeer verkort weergeeft, is in dit geval niet geheel duidelijk (Byvanck, o.c. p.133). Ook nu is het verhaal van Tacitus wel duidelijk, maar in de traditionele opvattingen past het niet.

    Een volgend fragment waarbij de traditie niet overeenkomt met de geschreven bronnen.
    Keizer Gaius Caesar (ook wel Caligula genoemd) onderneemt in 39 n.Chr. een expeditie over den Rijn naar Brittannië. Gallië en Germanië, waar zijn grootvader Drusus en zijn vader Germanicus gevochten hadden, trokken hem aan. Hij trok het gebied van de Chatten binnen en behaalde daar ook wel enig succes. In aansluiting bij deze tocht heeft Gaius aan een expeditie tegen Brittannië gedacht. De gebeurtenis, waarover ons geen nadere bijzonderheden bekend zijn, kan ook aan het Kanaal hebben plaats gehad. Van den tocht naar Britannië is niets gekomen. De keizer heeft de soldaten schelpen laten verzamelen aan het strand als buit op den oceaan. Als enig resultaat toonde men later een groot monument, dat Gaius had laten oprichten bij de voorbereiding van de expeditie als teken van een overwinning op de zee en dat later als vuurtoren dienst deed. Men zoekt het in de buurt van Boulogne-sur-Mer of bij Katwijk (aldus Byvanck, o.c. p.145).

    Bij Boulogne-sur-Mer is nog steeds een vuurtoren bekend onder de naam "Phare de Caligula" of "Tour d'Ordre". Deze vuurtoren heeft er 14 eeuwen gestaan. Klik op Phare de Caligula voor de verwijzingen.
    Het staat dus vast dat de bedoelde tekst over Boulogne-sur-Mer handelt en allerminst over Katwijk, waar nooit een spoor van een Romeinse vuurtoren uit 39 n.Chr. gevonden is. Overigens kwamen de Romeinen pas in 47 n.Chr. voor het eerst in de omgeving van Katwijk terecht. Trek de enig juiste conclusie uit deze vaststelling. Alle parallelle teksten gaan niet over Nederland en de Romeinse traditie van Nederland valt als een kaartenhuis in elkaar!


  • De belangrijkste opmerking bij Byvanck vindt men op pagina 193. Daar lezen we:
    Het is intussen wel zeer merkwaardig dat de Romeinse heerschappij en de langdurige oorlogen zo uiterst weinig sporen in het eigenlijke Germanië hebben achtergelaten. Voor de beschaving van het land schijnen de jaren van Drusus tot Germanicus welhaast zonder betekenis te zijn geweest.
    Deze ene opmerking weerlegt de hele traditionele geschiedenis in één klap. Immers als er geen sporen van Romeinse legers zijn gevonden is de vraag en de conclusies zeer gerechtvaardigd of ze er dan wel ooit geweest zijn. Dat is toch duidelijke taal, die blijkbaar niemand aan het denken heeft gezet, verblind als men was door de identificatie van Renus met de Rijn. Inderdaad zéér werkwaardig!

    Er is slechts één conclusie mogelijk: de Varusslag heeft, net als de tochten van Drusus en Germanicus, plaats gevonden in Frans-Vlaanderen!


    Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf!