Dendrochronologie.
De dendrochronologie is een methode om hout te dateren door de jaarlijkse groeiringen van bepaalde bomen te onderzoeken. Deze methode bepaalt in welke periode de boom werd geveld. Bij de datering van hout met deze methode moet echter ook de geografische oorsprong ervan bepaald zijn.
De periode tussen 400 en 1000 blijkt in de vele onderzoeken minder goed vertegenwoordigd te zijn. Het natuurlijke materiaal
beperkt zich tot de periode 400-570 n.Chr., hetgeen betekent dat de Nederlandse kalender van inheems eikenhout hier haar chronologische eindpunt bereikt. Voor het dateren van in Nederland gegroeid (inheems) eikenhout is er in de periode 570-1000 n.Chr. dus sprake van een kennislacune.
Daarbij komt dat de dataset niet landsdekkend is; Noord-Nederland en Zeeland zijn sterk ondervertegenwoordigd.
(Bron: Esther Jansma -ROB/Nederlands Centrum voor Dendrochronologie RING).
Betrouwbaar dateren?
Dendrochronologisch onderzoek zou bestaande historische opvattingen kunnen weerleggen. De opeenvolging van de jaarringen vormt een 'streepjescode' die momenteel teruggaat tot aan de ijstijd en die voor het eerste millennium n.Chr. volledig is. Bij de hypotheses met betrekking tot de chronologie van het eerste millenniumm is de vraag naar ononderbroken en eenduidige jaarringen van 2000 jaar van groot belang. Hierbij is wel de nodige voorzichtigheid gewenst: in bepaalde situaties kan een boom een afwijkend ringpatroon vertonen. Dit kan bijvoorbeeld door de bodemgesteldheid of de vochtigheid komen.
Bij archeologische opgravingen worden vaak stukken hout aangetroffen. Indien deze stukken hout voldoende ringen (meer dan 60) hebben kunnen deze met behulp van dendrochronologie gedateerd worden. Hierdoor is het mogelijk om de kap van bomen voor de bouw van bijvoorbeeld een beschoeiing, waterput of gebouw tot op het jaar(seizoen) nauwkeurig te dateren. Ondanks de voorschrijding van de techniek is een monster met minder dan tien ringen NIET te dateren!
De natuurwetenschappelijke methode van dateren door dendrochronologisch onderzoek zijn vanuit het oogpunt van absolute datering aan discussie onderhevig. Daarbij spelen de volgende aandachtspunten een rol:
Er is slechts een zeer kleine groep experts mee bezig, die kwasi-wetenschappelijk en een beetje arrogant beweert dat anderen er dus geen verstand van hebben. Maar kan niet iedereen jaarringen tellen? En weet niet iedereen dat een boom een afwijkend ringpatroon kan hebben en dat een jaarring ook nooit absoluut rond is? Het uit een stuk hout genomen "monster" kan dus net een afwijkend patroon vertonen.
De hierboven genoemde "kennislacune" waar te weinig vergelijkend materiaal is om tot een betrouwbare datering te komen.
Er wordt te weinig ingegaan op de kritiek op het absolute van de dendrochronologie. Er wordt te weinig rekening wordt gehouden met de geografische herkomstplaats die vaak onbekend is, de bodemgesteldheid of klimaatverschillen daar. Het hout uit de Romeinse tijd in Nederland wijst op een omvangrijke houthandel en blijkt massaal van elders te komen. Als het geografische herkomstgebied niet exact bekend is zijn de onderzoeksresultaten dus niet absoluut maar onzeker en aan discussie onderhevig.
Met dendrochronologisch onderzoek kan het jaar(seizoen) van de kap van de boom vastgesteld worden. Maar het jaar van kappen hoeft niet gelijk te zijn aan het jaar van gebruik. En juist daarmee gaat de archeologie te vaak in de fout. Er wordt te weinig en soms zelfs geen rekening gehouden met de periode van opslag, verwerking, vervoer en hergebruik van het hout. Veel hergebruikt hout gebouwen is vele malen ouder dan het gebouw zelf? Hergebruik komt veel voor in boerderijen, stallen en bij primitieve volkeren. In Wijk bij Duurstede worden wijnvaten dendrochronologisch gedateerd zonder rekening te houden met de periode tussen kap en het (her-)gebruik van deze wijnvaten als waterput. Daar kan zo maar 100 jaar verschil in zitten.