Een goudschat gevonden in een kuil op 65 centimeter diepte op een akker in de wijk Amby ten oosten van Maastricht, gaat door voor een Keltische muntschat uit de 1e eeuw voor Christus. De schatvondst telt in totaal 109 munten en bestaat uit 39 goudstukken toegeschreven aan de Eburonen en 70 zilveren zogenaamde ’regenboogschoteltjes’ afkomstig van stammen uit het Rijngebied.
Opmerkelijk is dat in de directe omgeving van de schat geen andere sporen van bewoning zijn aangetroffen. De schat lijkt destijds begraven op een onbewoond terrein. De schat doet vermoeden dat de Eburonen en andere volksstammen uit het Rijngebied bondgenootschappelijke contacten hadden. Caesar was uit op wraak nadat de Eburonen in 54 v. Chr. onder leiding van hun koning Ambiorix anderhalf Romeins legioen in de pan hadden gehakt. Zijn oorlogen gingen door tot hij de Eburonen (volgens Caesar) volledig had uitgemoord.
Dat de muntschat Keltisch zou zijn en van de Eburonen is gebaseerd op foutieve veronderstellingen. Allereerst waren de Eburonen Germanen en geen Kelten. Julius Caesar heeft de Eburonen verslagen en uitgemoord, maar is nooit in België of in Nederland geweest. In de eerste eeuw voor Christus is er geen enkele Romein zo ver noordelijk gekomen. De Eburonen woonden dan ook niet in Zuid-Limburg, wat bevestigd wordt doordat daar geen sporen van bewoning zijn aangetroffen. Ze woonden tussen Mosa en Renus, waarmee niet de Maas en Rijn bedoeld zijn, maar de Moenus en de Schelde. De Eburonen waren de buren van de Morininiërs (met hoofdstad Terwaan) en de Menapiërs, die rond Cassel woonden (Castellum Menapiorum was hun hoofdstad) en woonden dus in Frans-Vlaanderen.