Het bestaan van terpen o.a. in Friesland en het ontbreken van bedijkingen is een aanwijzing dat er een sterk centraal gezag ontbrak. Alleen op plaatsen waar een sterk centraal gezag aanweizig was, was een van boven opgelegde samenwerking mogelijk die vereist was bij bedijkingen. Tot ver in de Mideleeuwen bleven de hoeven economische onafhankelijke eenheden. Waar een krachtig centraal gezag ontbrak was er geen samenwerking die geboden was in de strijd tegen het water. In Friesland ontbrak dat sterke centraal gezag zeker tot in de 11e eeuw. Tot in de 12e en 13 e eeuw werd nog voor een nieuwe hoeve, een niewe kerk of nieuw klooster een nieuwe terp opgeworpen. Alle opvattingen over "Frieze Edelen" en "het Frieze geslacht" vinden geen bevestiging in de dijkenbouw en de gezamenlijke strijd tegen de gemeenschappelijke vijand: het water.