| Citaten. |
|
Het Trajectum van St.Willibrord was hetzelfde als het Romeinse Trajectum. Opgravingen op het Domplein in 1929 hebben aangetoond dat Romeins Utrecht de naam Albiobola droeg (C.W.Vollgraff). Deze vondst werd aanvankelijk heftig bestreden, later verzwegen, omdat er teveel vastzit aan die naam. Als Romeins Trajectum uit Nederland moet verdwijnen, is in feite de hele mythe in een slag opgelost. Trajectum is een gallische (Keltisch) woord en betekent "oversteekplaats". Waar die oversteekplaats in Utrecht, in het uitsterste grensgebied van het Romeinse Rijk ooit voor diende of toe geleid heeft, is in de traditionele opvattingen nooit aangetoond of aannemelijk gemaakt. Die oversteekplaats leidde immers nergens naar ofwel bestond ter plaatse ook niet. Van continuïteit in bewoning is in Utrecht geen enkele sprake. Tussen de 3e en 10e eeuw is de archeologie volkomen blanko. Zie ook de opmerking van W.A.van Es in "De Romeinen in Nederland". Vreemd en in Nederland onverklaarbaar blijft ook dat Romeinse Utrecht (in Nederland is dat Trajectum), waar een belangrijk castellum gelegen heeft, op de Peutingerkaart ontbreekt. Zie bij Peutingerkaart. Het is een volgende bevestiging dat de Peutingerkaart geen betrekking heeft op Nederland. Voor de 14e eeuw bestaat in Nederland geen enkele Willibrordtraditie. In 1301 vraagt en krijgt Utrecht vanuit Echternach de eerste relieken van de heilige, omdat, zo staat het in de oorkonde, "men er nog geen heeft". Waarom zijn niet eerder relieken gevraagd? Zeker als men wist dat Echternach in 952 relieken schonk aan Trier, in 980 aan Regensburg, in 987 aan Luxemburg, in 1031 weer aan Trier, in 1156 aan Maria-Laach en Himmerode. Ná 1031 schonk de abdij relieken aan verschillende kerken: 1047 aan Prum; 1051 aan Brunswijk; 1091 aan Hirssow; 1098 aan Prüm; 1156 aan Himmerode; 1170 weer aan Trier; in 1301 voor het eerst aan Utrecht en in 1315 nogmaals aan Trier. De betreffende relieken zijn allemaal beschreven en bevatten naast kledingstukken ook beenderen van de heilige. Het is duidelijk dat de Willibrord verering in Nederland dus pas na 1301 nieuw is ontstaan. Zo blijkt uit technisch onderzoek dat het deel van de sandaal van de heilige waarover men in Utrecht beschikt, niet uit de 8ste maar uit de 12de eeuws stamt. En dan kan deze sandaal onmogelijk van St.Willibrord zijn geweest.Deze relieken zijn dus vals. En dan WONDER boven WONDER, vinden de monikken van Echternach in 1498 "het complete en ongeschonden lichaam van de heilige terug". Er is maar één conclusie: de relieken die nu in Echternach voor St.Willibrord wordt gehouden zijn vals. Het "terugvinden" van het lichaam van de heilige in 1031 toont dat al glashelder aan. Het staat volkomen vast dat St.Willibrord niet in Echternach overleden is. Men heeft immers altijd aangenomen dat zijn lichaam naar Echternach werd overgebracht. Daarvoor voerde men de z.g. "translatio" aan die op 10 november in de kalender van St.Willibrord staat genoteerd. De aantekening van de translatio is duidelijk niet in 739 aangebracht, maar beslist een veel latere toevoeging. Wat er nadien met zijn lijk en relieken gebeurd is, geeft alle reden om die als niet-authentiek te beschouwen. De twijfel die W. Visser in 1933 opgeroepen heeft, blijkt zeer gegrond. Pas in 1940 is St.Willibrord door paus Pius XII tot patroon van de Nederlandse Kerkprovincie verheven. Waarom heeft dat tot 1940 moeten duren? Waarom gebeurde dat niet al in 1853 bij het herstel van de kerkelijke hiërarchie in Nederland? |
Dat St.Willibrord een bisschopszetel in Utrecht gehad zou hebben en zijn abdij op ruim 300 km afstand in Echternach lag, is een onbegrijpelijk raadsel, waarop geen enkele historicus ooit een plausibele verklaring heeft gegeven. Bovendien is het een ongrijmdheid dat die abdij in het bisdom Trier lag. Waarom heeft St.Willibrord zijn abdij niet dichter bij zijn het centrum van zijn bisdom gesticht? De werkelijkheid is dat hij dat wel gedaan heeft. Zijn abdij lag op enkele kilometers van zijn bisschopszetel. St.Willibrord werd door de paus Sergius aangesteld als 'apostel van de Friezen'. Het is vervolgens onverklaarbaar dat van zijn aanwezigheid in het Nederlandse Friesland nooit enig spoor in gebleken. De traditionele historici laten hem slechts prediken in Brabant en België. "In de periode van St.Willibrord zijn in Nederland boven de rivieren geen archeologische feiten die met St.Willibrord in verband kunnen worden gebracht". (Bron: W.van Es). De visie van Albert Delahaye. St.Willibrord kwam aan in Francia, zoals hij zelf letterlijk schreef en was meteen in zijn missiegebied: Frisia. Om in de 7e eeuw van Francia de plaats Katwijk te willen maken moet men toch met héél sterke bewijzen komen. En die bewijzen zijn er niet. Katwijk bestond toen niet eens. St.Willibrord kwam aan in Gravelines en was meteen in zijn missiegebied. Zijn missiegebied moet dan ook in Frans- en Belgisch-Vlaanderen gezocht worden. Het Trajectum waar hij zijn bisschopszetel was niet Utrecht, maar van het Noord-Franse Trajectum dat Tournehem-sur-la-Hem was. Het Trajectum van St.Willibrord was dezelfde plaats als Romeins Trajectum. Romeins Utrecht droeg de naam Albiobola. In Utrecht is nooit sprake geweest van een "trajectum, een oversteekplaats". Waar zou deze naartoe geleid hebben? Naar de vijand? De aangenomen veronderstelling dat St.Willibrord in Utrecht bisschop is geweest, is makkelijk te weerleggen. Zowel tekstueel als archeologisch is aangetoond dat Utrecht in de 7e en 8e eeuw niet bestond. Wat moet een missiebisschop in een streek waar geen bewoning is? Er zijn teveel teksten die niet stroken met de gangbare opvattingen. Enkele voorbeelden van ongerijmdheden in de traditionele opvattingen, die het gelijk van Delahaye aantonen, zijn:
"In naam van de Heer. Clemens Willibrordus kwam in het jaar 690 na de geboorte van Christus van overzee in Francia, en in de naam van God is hij in het jaar 695, hoewel onwáárdig, in Rome tot bisschop gewijd door de apostolische man paus Sergius. Nu is hij dan uit Gods naam in het jaar 728 vanaf de geboorte van Onze Heer Jezus Christus nog gelukkig werkzaam in de naam van God." Bron: Wilson, The Calendar of St.Willibrord, fol.39. Algemeen moet worden aangenomen dat Willibrord deze tekst zelf opstelde en eigenhandig in zijn Kalender heeft geschreven. Al schrijft hij in de derde persoon over zichzelf, toch blijkt duidelijk uit de woorden "hoewel onwaardig", die alleen van hemzelf kunnen zljn, dat hij in alle bescheidenheid over zichzelf schrijft. Als een ander dit geschreven had, zou het een grove belediging zijn geweest.
Willibrord zegt dus zelf dat hij naar Francia kwam. Wie daar in de 7e eeuw Nederland of Katwijk van wil maken, moet op z'n minst met één tekst aantonen dat Francia zich toen uitstrekte tot de Noord-Nederlandse kust. Zo'n tekst bestaat niet.De eigen getuigenis van de man in kwestie is vanzelfsprekend van het hoogste belang. Toch blijven Nederlandse historici maar vasthouden aan de traditie en zetten ze zelfs de heilige, om wie ze zich zo druk maken, neer als leugenaar. Zij weten het immers beter dan Willibrord zelf. Voorts treedt uit deze eenvoudige en sobere verklaring een evenwichtige, rustige, plichtsgetrouwe, zorgzame en gestage werker naar voren; een persoonlijkheid waarbij de wilde verhalen van grootse geloofscampagnes over afstanden van 1000 kilometer retour niet passen.
In Echternach hanteert men als landingsplaats van St.Willibrord het noord-Franse Gravelines. Dat is historisch volkomen juist. Abt Theofried van Echternach heeft zelf, getuige zijn Vita van St.Willibrord en zijn eigen verhandelingen, een bezoek gebracht aan de landingsplaats. Gravelines heeft van oudsher een sterke St.Willibrord traditie, wat mag blijken uit het beeld met reliek van St.Willibrord in de plaatselijke St.Willibrorduskerk. (Zie afbeeldingen hiernaast!). De kerk van Gravelines draagt nog steeds het patronaat van St.Willibrord, evenals de kerk van het nabijgelegen Bourbourg ook het patronaat van St.Willibrord draagt.Wat stad en haven van Gravelines betreft: aangezien het toekomstige areaal van die stad nog onbewoonbaar was, kon van een landlng aldaar geen sprake zijn; wèl echter van een stranding op een nabij liggende zandbank, doordat de boot na het (te vroege?) strijken van de zeilen op drift raakte. Dit was dan het juiste moment voor het overboord zetten van de verzwarende steen om zo het vaartuig weer vlot te krijgen en daardoor de kust te bereiken vanwaar men te voet bij de burcht van Traiectum (Tournehem) kon komen. ![]() Hiernaast: Zegel van de stad Gravelines met een afbeelding van de landing per schip van St.Willibrord. Rechtsonder -tussen "3 en 6 uur"- herkent men de naam "S Willibrord". |
In de streek van Frans-Vlaanderen bestaat een vanuit de Nederlandse traditie onverklaarbare St.Willibrord devotie. De vraag "Hoe kan de apostel van Nederland zo ver van huis zo'n grote bekendheid hebben gehad?", werpt dan ook, voor de Nederlandse traditie, de nodige geografische problemen op.
Nu is het Lezersplein niet de geëigende plaats om over historische vraagstukken te discussiëren, maar G.Nieuwdorp uit Utrecht maakt er in zijn/haar reactie een karikatuur van. Dat hierbij enkele pertinente onwaarheden verkondigd worden, maakt duidelijk dat de schrijver niet gehinderd wordt door kennis van zaken. De discussie rondom St.Willibrord en St.Bonifatius is namelijk helemaal niet begonnen ergens "op een zolder", maar in het gemeentearchief van Nijmegen, en wel met Karolingisch Nijmegen, waarvan in Nijmegen elk spoor blijkt te ontbreken. Het "gat van Nijmegen" is bij elke historicus bekend. Uiteraard wordt er weinig over gesproken, want het legt meteen de problematiek bloot.