De Hoofdmeesters van de R.K.Jongensscholen van 1825 tot 1933.
Op het adres aan de Breedestraat (Breestraat) waren meerdere scholen gevestigd: de Armenschool, de Tusschenschool, de Burgerschool (de Vincentius Jongensschool), de Normaalschool en de Avondschool. Alleen de Armenschool heeft al die jaren continue bestaan. Soms waren er meerdere hoofden benoemd (zie tekst na Martinus van Lingen). Een van de hoofden was tevens Directeur van de Normaalschool (opleidingsschool tot kweekeling met acte). Tussen 1869 en 1885 nam de Parochiale St.Aloysiusschool aan De Kamp de plaats in van de R.K.Burgerschool aan de Breestraat, die toen (tijdelijk) was opgeheven. Hoofden van deze parochiale school waren J.C.Bitter en P.H.Krekelberg.
In 1933 verliet de laatste Lagere school de Breestraat en werd "verplaatst" naar het Dupontplein.
Tussen 1923 en 1988 heeft de St.Joseph U.L.O.school, later Kardinaal de Jong MAVO, hetzelfde pand gebruikt als "tijdelijke" huisvesting. In 1988 verhuisde deze Mavo naar de Parelhoenstraat.
In het 108 jarig bestaan heeft de R.C.Armenschool de volgende hoofdmeesters gehad: (de aanstelling liep niet steeds parallel aan het schooljaar, dat in april of september begon!)
1. Jan van Dam: 1 maart 1825 - 30 mei 1825 (3 maanden):
afkomstig uit Utrecht heeft hij enkele maanden de provisionele waarneming gedaan, waarna hij tot groot genoegen van hemzelf kon terugkeren in zijn oude betrekking in Utrecht. Het onderwijs aan de Armenschool was hem zwaar gevallen.
2. Joannes de Geest: 30 mei 1825 - 1842 (17 jaar):
afkomstig uit Utrecht. Met de aanstelling van Joh. de Geest (zijn handtekening uit 1850) moest, behalve de Plaatselijke Schoolkommissie, ook de minister instemmen. Na verkregen authorisatie werd hij vast benoemd per 13 Juli. Daarvoor nam hij provisioneel waar. De benoeming werd als volgt aan de plaatselijke Schoolkommissie bericht:
"De Directie der R.C.Armenschool alhier, heeft de eer Uw Edele te melden dat zij ingevolge Uw Edele missie van den 9e dezer, betrokken de authorisatie van wege Zijne Excellentie den Minister, tot het aanstellen van Joannes de Geest als onderwijzer op hare school, op den 13e dezer voornoemde Joannes de Geest als vasten onderwijzer op hare school heeft aangesteld, en dat voornoemden onderwijzer op dienzelfde dag als zoodanig is in functie getreden.
De Directie der R.C.Armenschool, was getekend S.J.de Jong, secrets."
3. Joh. A. van de Velde: 1842 - 1853 (11 jaar):
4. Wilhelmus Groenhuizen : 1853 - 1877 (26 jaar):
sinds 1835 was hij werkzaam aan de Armenschool als hulponderwijzer. In 1877 had hij een diensttijd van 42 jaar, waarvan 37 aan dezelfde school. Zijn diensttijd in Amersfoort kende een onderbreking van 5 jaar, toen hij in Amsterdam benoemd was (van 1848 tot 1853)!
5. G.J.Ribberink: 1877 - 1887 (10 jaar):
6. D. de Groot: 1887 en 1888 (2 jaar):
7. Martinus van Lingen: 1888 - 1914 (26 jaar):
In de archiefstukken uit de periode 1890-1915 komen we de volgende namen tegen: Teunis Watervis, W.A.Sluiter, H.v.d.Meer en H.J.Martens, die ook genoemd worden als hoofd der school. Waarschijnlijk zijn zij slechts in naam hoofd van de Armen- of Tusschenschool geweest, omdat de Inspectie een aantal malen aandrong op splitsing van de Armenschool, de Tusschenschool en de Burgerschool, die toen naast elkaar in hetzelfde gebouw bestonden. De inspectie wenste dat aan elke afzonderlijke school een aparte hoofdmeester benoemd was. In feite gebeurde dat in de praktijk niet. In enkele brieven is daarvan wel sprake, b.v. bij de opgave der leerlingen aan het bestuur. In de 'Jaaropgave voor Rijkssubsidie' is van deze splitsing in elk geval niets terug te vinden.
8. H.J.Martens: 1915 - 1922 (7 jaar): was tegelijk hoofd van de Armenschool en van de Tusschenschool, die tot 1920 aan de Breestraat bestaan heeft en toen verplaatst werd naar de Schimmelpenninckkade (St.Jorisschool), waar een A-school aan de Schimmelpenninckkade en een B-school (ook wel klompenschool genoemd) aan de Schimmelpenninckstraat ontstond.
9. Arnold Thannhauser: 1922 - 1933 (11 jaar):
was de laatste hoofdmeester van de Armenschool aan de Breestraat. Afkomstig uit Rotterdam. Hij was voor zijn benoeming in Amersfoort hoofdmeester in Barneveld.
Per 1 september 1933 werd hij de eerste hoofmeester van de Aloysiusschool; de lagere jongensschool aan de Breestraat werd toen opgeheven.
In 1922 werd hij in de voordracht van 3 kandidaten door de schoolopziener als volgt aanbevolen bij het bestuur: "Omdat het een Armenschool is verdient de heer Thannhauser mijn voorkeur. Als man van levenservaring zal hij eenvoudig en taktisch de kinderen leiden. Dat zal de heer Ravensloot wellicht ook doen, doch die is te druk bezet met zijn boekhoudcursussen. De heer Smolders is, geloof ik, beter voor ene burgersschool. De heer Thannhauser zal wellicht altijd in Amersfoort blijven, terwijl bij de andere Heeren met de tijd wel hoger op zullen gaan. Dus ik ben voor Thannhauser al zijn alle drie goed katholiek."
De heer Thannhauser is inderdaad gebleven. Na zijn benoeming aan de Aloysiusschool in 1933 bleef hij er tot zijn pensioen in december 1945. Per 1 febr.1946 werd hij opgevolgd door Floris Andringa (10), die er in 1971 ook zijn pensioen haalde. De heer Wil Zimberlin (11)(benoemd in 1972) ging in 1987 met de VUT en werd toen opgevolgd door de 4e hoofdmeester, Guido Delahaye (12), die aardig op weg is deze traditie te handhaven.
In de bijna 180 jaar waarbij sprake is van een historische continuïteit van de Armenschool en zijn opvolger de St.Aloysiusschool zijn er slechts 12 hoofdmeester geweest.