Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Mythen over Karel de Grote. Deel 5.

De hoogsteigen identiteit van Europa blijkt een vergissing te zijn, een leugen zelfs. Het is een compleet bedrog en niet gebaseerd op feiten.

En daarvoor wordt de dictator Karel de Grote voorgesteld als de stichter ervan. Er is in Aken zelfs een prijs naar deze dictator genoemd: een prijs voor verdiensten ter bevordering van de Europese eenwording. Van eenwording is nog lang geen sprake en die zal er ook nooit komen. Daarvoor zijn de culturele verschillen tussen landen te groot. Vader van Europa? Dan kun je Napoleon of Hitler ook wel zo noemen. Begrijpelijk dat Groot-Brittannië er niet bij wil horen. Het lukte naast Karel de Grote, ook Napoleon en Hitler niet Engeland te veroveren en het bij Europa te betrekken.

En Nijmegen kon uiteraard niet achterblijven met haar Karel de Groteprijs. Nijmegen aapte wel meer na van Aken, tot en met het stadhuis dat op dat van Aken moest lijken.

Men ontkwam vaak niet aan vormen van 'hinein-interpretieren', een gevaar overigens inherent aan elk historisch onderzoek. De beeldvorming waaraan de heersers gestalte van Karel ook onderhevig was geweest, miste haar uitwerking niet op de historische analyses van zijn persoon. Deze had dan ook over het algemeen een sterk beeldbevestigend karakter. Karel komt eruit naar voren als heerser van mythische, zelfs kosmische proporties en visionair leider van zijn volk, wiens heerschappij door de goddelijke voorzienigheid was bepaald. Het beeld van Karel als absoluut heerser wordt door de historici niet alleen bevestigd maar zelfs nog aangescherpt. In die verheerlijking ging ook zijn rijk mee dat dezelfde mythische proporties bereikte. Het is hetzelfde beeld dat tegenwooridge volkeren voorgeschoteld krijgen van hun despotische leiden, zoals Kim Yong-Un in Noord-Korea en Poetin in Rusland.

«vorige volgende»

De identiteit van Europa blijkt een leugen te zijn.

Het historisch realisme is een historische illusie geworden, een complete des-illusie. De uitbeeldingen waren niet erg realistisch, men deinsde er niet voor terug de geschiedenis zo hier en daar zelfs wat aan te passen of bij te schaven. Men had geen oog voor de negatieve kanten van die geschiedenis wat recent historisch onderzoek wel heeft aangetoond en nu leidt tot het herschrijven van de Canon van de geschiedenis.

Als men de geest van de historische gebeurtenis wist te treffen, hoefde men het met de letter niet zo nauw te nemen, was te lang de gedachte. Er ontstond een historisch beeld waarbij niet de historisch werkelijkheid werd getoond, maar een idealisatie ervan. Ook in de schilderkunst (Rembrandts Eed van de Bataven) en de literatuur (Vondels 'De Batavische Gebroeders') had dit verschijnsel zijn invloed. Vooral in de 17e eeuw ontstonden veel mythen. De historicus wilde of kon niet aantonen dat het geschetste beeld vals was. Zolang het beeld maar aannemelijk en overtuigend overkwam, mits geen storende fouten bevatte, was men tevreden. Politieke voorkeuren speelden een rol bij het bepalen van die gewenste geschiedenis, vaak als uiting van het verzet tegen een overheersende grootmacht. Het verbeelden werd een noodzaak om onmogelijke geschiedenis te verklaren.

Let wel, alle Europese verbindingen, over de religieuze, politieke, economische en taalgrenzen heen, kunnen op een dubieuze manier worden uitgelegd. De Vikingen worden, althans door sommige Franse geleerden (en door Luit van der Tuuk), als de eerste Europeanen beschouwd, lieden die niet alleen koppen insloegen, maar ook culturele scheidslijnen doorbraken en zo werden tot de ontstaansmythe van ons neoliberale Europa. In deze versie van de geschiedenis wordt Karel de Grote - autocratisch, imperiaal, een tycoon van de slavenhandel en meedogenloos agressief tegenover zijn buren - een soort patroonheilige van een betrekkelijk vreedzame douane-unie, omdat hij tenminste probeerde om zowel over het Noorden als over het Zuiden te heersen. De vrije uitwisseling van ideeën tussen individuen, de gedeelde cultuur van de Europeanen, wordt door de tovenarij van subsidies een soort infrastructuur voor gecentraliseerde instituties, die geen acht slaan op de bestaande vrije uitwisseling van ideeën tussen individuen die juist niets van instituten moeten hebben. De Britten willen er niet voor niets van af. Die Britten hebben altijd een probleem gehad met van overheersing door het vasteland, van Romeinen en Napoleon tot en met WO2 en nu door de Europese Unie van 'Brussel'.

De sporen vertellen samen een verhaal dat bijna verloren was gegaan, zoals wel vaker gebeurt met de verhalen van verliezers. De oude Friezen waren overtuigde heidenen, en toen ze de hersenen van passerende heiligen niet langer insloegen en het christendom accepteerden, werden ze niet geacht hun heidense verleden in ere te houden. Ze waren onderdanen van het Frankische rijk dat Karel de Grote aan het opbouwen was en zo werd St.Willibrord ook apostel van Friesland. Hun trots en eigen identiteit was bekend en heeft hen soms tot moorddadige aanvallen tegen de imperiale machten had aangezet. Bonifatius en zijn gezellen hebben dat mogen ervaren. Het gaat hierbij wel om de Friezen in het oude Frisia dat in Vlaanderen lag. Die vrije mentaliteit hebben de huidige Friezen in Friesland wel behouden, met als ultieme uiting hun eigen taal en gebruiken. De 'Blokkeerfriezen' zijn daarvan een uiting gebleken.

Het bedrog werkte.
De universiteiten leggen nu een even fraaie als leugenachtige voorgeschiedenis op tafel, waarin rollen zijn weggelegd voor Karel de Grote, het middelpunt van de macht in Europa; hij was geleerde, geestelijke en adviseur, volgens Einhards Vita. Dat hij niet kon lezen is een mythe, het gevolg van verkeerd vertalen van enkele Latijnse woorden, wat ook een gevolg is van missers van historici.

Het beeld dat men zich in de loop der jaren heeft gevormd van Karel de Grote, laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Historici herkenden in hem de stichter van een van de eerste gecentraliseerde, 'moderne' staten van Europa en zij beschouwden zijn heerschappij als een vooraankondiging van de absolutistische machtsopvatting en machtsuitoefening, zoals die in de daaropvolgende eeuwen in Europa tot ontwikkeling zouden komen. Argumenten voor deze visie werden gevonden in de bestuurlijke organisatie van de staat, de wetgeving en bureaucratie, in de militair-strategische infrastructuur en in publieke werken, zoals de diverse paltsen, zoals in Nijmegen, Ingelheim en Aken waar de nodige vraagtekens bij te zetten zijn. Die paltsen uit de 8ste eeuw blijken er onvindbaar.
Kreeg Karel zijn historische betekenis aanvankelijk in het licht van wat er na hem is gekomen, pas sinds betrekkelijk korte tijd begint dit beeld echter te veranderen en krijgt men meer oog voor de ware kijk op zijn geschiedenis, al zal het ook in deze zaak nog wel een aantal decennia duren voordat het overal aanvaard zal zijn. In Aken en Nijmegen zullen ze de Karelsprijs niet zo maar willen afschaffen. Toerisme heeft wel vaker de ware geschiedenis gefrusteerd.

Het is belangrijk het historisch beeld van deze grote vorst te nuanceren en enkele correcties aan te brengen zoals ook met zijn rijk deels al gebeurd is. De overdreven proporties en verheerlijking moeten herzien worden. In wezen was Karel de Grote niets meer of minder dan de Djenzig Kahn van de westerse wereld, de Kadaffi van de 8e eeuw, al was zijn rijk vele malen kleiner dan in de historiche atlassen wordt afgebeeld. Dat blijkt wel uit de geografische gegevens uit de Annales Regni Francorum.

Het perspectief vanwaaruit Karel doorgaans is bestudeerd, komt het duidelijkst naar voren in de analyse die verschillende historici van hem geven. In essentie komt deze analyse erop neer dat Karel zich liet verheerlijken als de hero´sche stichter van de nieuwe rijk, een hernieuwd Romeinse Rijk. De apotheose werd bereikt met de keizerskroon hem opgezet in dat oude Rome door de hoogste machthebber van het nieuwe wereldrijk, de paus van Rome. Zo werd hij de absolute heerser, de nieuwe Augustus als stichter van het nieuwe West-Romeinse Rijk. In de rol van behoeder van de Christelijke waarden (die hij zelf doorlopend schond) liet Karel zichzelf zogenaamd niet vergoddelijken (hij weigerde zogenaamd de keizerskroon) maar gebruikt die decoratie wel om zijn regime een historisch perspectief te geven en zijn misstanden te legitimeren.

Terug naar het hoofdstuk over Mythen van Karel de Grote.
Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.