Klik op de afbeelding voor een vergroting.
Behalve de hier genoemd, zijn meer dat 350 citaten uit diverse studies en publicaties die de Utrechtse tradities tegenspreken. Deze zijn te vinden in de Jaarboeken van Oud-Utrecht en bij publicaties van traditionalisten.
Als Willibrord werkelijk aartsbisschop van Utrecht was, dan zijn onze voorouders gedurende 5 eeuwen bijzonder laks en onattent geweest voor de grondlegger van het christendom in noordelijk Nederland. Vóór de 13e eeuw is de naam Willibrord in Noord-Nederland onbekend.
Pas in de 14de eeuw vraagt en ontvangt Utrecht vanuit Echternach de eerste relieken van Willibrord 'omdat men er geen heeft', zoals bij het verzoek geschreven staat. Deze relieken zijn vals. Uit isotopisch onderzoek blijken deze niet uit de 8ste maar uit de 12de eeuw te stammen.
|
«vorige volgende»
Willibrord werd pas in 1940 patroon van de Nederlandse Kerkprovincie (na een kritische studie van P.C.Boeren) en niet in 1853 bij het herstel van de Bisschoppelijke Hiërarchie. Zie hierboven nr.7. In 1947 werd dit nog eens bevestigd met een standbeeld in Utrecht, waarbij Willibrord niet op een Fries volbloed paard zit, maar op een Vlaams trekpaard. We gaan daarmee de goede kant op: naar Vlaanderen. Maar Willibrord was een Benedictijn en bezat geen paard (had hij het geleend?), wat tegen de geloftes van armoe was. Voor Benedictijner monniken gold de regel van "Stabilitas loci". Dit hield de verplichting in om levenslang in het eenmaal gekozen klooster te blijven. Maar dat paard was beslist nodig geweest als Willibrord zijn missiereizen in zijn onmetelijke missiegebied van Denemarken tot Luxemburg had willen maken. Ook hier is de mythe weer sterker dan de waarheid.
Het standbeeld van Bonifatius in Dokkum kwam er pas in 1962 (onthuld door de protestantse prinses Beatrix, durfden de katholieke hoogwaardigeheidsbekleders deze onthulling niet op hun naam te hebben?). Dit beeld werd voorzien van een boek waarme hij de slagen van de overvallers zou hebben afgeweerd. Dat is in tegenspraak met de overlevering waarbij Bonifatius zelf de opdracht gaf zich niet te verzetten tegen de moordenaarshand. Ook hieruit blijkt weer dat de mythe sterker is dan de ware geschiedenis. Het boek was een Evangelieboek volgens de overlevering, maar in Fulda wordt de Ragyndrudis Codex (Codex Bonifatianus) daarvoor gehouden, wat dus geen Evangelieboek was.
In 1962 werd dit beeld van Bonifatius ook gevolgd door het standbeeld van Karel de Grote in Nijmegen, die met een grimmige blik die aangeeft dat hij op de verkeerde plaats staat.
Gaf de Belgische beelshouwer Albert Termote bij deze beelden van zijn hand, een statement af? Termote herstelde ook de 8 standbeelden op het stadhuis van Nijmegen, waarvan de helft van die personen nooit in Nijmegen geweest is, zoals Julius Caesar, Claudius Civilis en Kareltje!)
Milieu-actiegroep: Beelden in Nederland zijn net zo blind als onze leiders.
Vaak onbekend en nooit genoemd is dat Wiilbord meerdere voorgangers had bij de prediking onder de Fresones. Het blijken Frans-Vlaamse voorgangers te zijn die in Nederland nooit vereerd werden, zoals St.Eloy (bisschop van Noyon), St.Amandus (van St.Amand-les-Eaux), St.Wilfried (bisschop van Evreux), St.Remaclus van Semois en St.Egbert (abt van het Ierse klooster waar St.Willibrord monnik werd), die allen op de kalender van St.Willibrord staan en allemaal een devotie in Noord-Frankrijk hebben. Zij predikten allen al vóór St.Willibrord onder de Fresones. Geen van deze voorgangers van St.Willibrord wordt in Nederland kerkelijk gevierd. Ook hierover zwijgt de traditie angstvallig en veelzeggend in alle talen.
Bij het corrigeren van de traditionel opvattingen zijn 2 problemen van belang:
1. geloof is niet te bestrijden met feiten en
2. niet-katholieke of a-religieuze historici komen er niet gemakkelijk toe om legendeen en wonderen waarop de traditie gebaseerd is (zoals de wondere Willibrordputjes) af te kraken, vermoedelijk uit welbewuste of intuïtieve vrees, dat zij misschien als anti-klerikaal of anti-rooms uitgekreten zouden kunnen worden. Katholieke historici hebben daar minder moeite mee, omdat zij het eigen nest wel kennen. Zij waren trouwens al vanaf de 17e eeuw op hun hoede, toen de grote Franse historicus Jean Mabillon, zelf priester en Benedictijn, keihard schreef dat in de grote en brutale vervalsingen van oorkonden en historische teksten onze lieve Moederde H. Kerk helaas 'de eerste viool' had gespeeld.
Terug naar het hoofdstuk over Willibrord en Bonifatius.
|