De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.

De Caesar Route.



Het portret van Julius Caesar, gemaakt door deskundigen op basis van zeker aan Caesar toegeschreven beelden.

Blikbaar heeft Marja d'Hollosy op aanwijzingen van Tom Buijtendorp het haar van Caesar in de schedel opgenomen, waardoor Caesar een erg dikke kop kreeg. Ook loenst Caesar op het beeld van Hollosy. Dat zijn dus eigen interpretaties, aangezien in de geschreven bronnen nergens lichamelijke afwijkingen van Caesar worden vermeld, wat onder de Romeinse schrijvers niet onvermeld gebleven zou zijn.
Maar geen nood: Buijtendorp noemt dit portret 'niet de nieuwe waarheid'.

Het andere beeld van Caesar dat in dit boek in hoofdstuk 1 beschreven wordt, zou dan ook meer over zijn rol als veldheer dan over zijn portret moeten gaan. Dat komt dan wel meer aan bod in de volgende hoofdstukken, waar zijn rol als dictator en veldheer wordt belicht. Momenteel is wel bekend dat Caesar en nietsontziende volkerenmoordenaar was.






De Fundamentele verwarring bestaat uit de vraag of Noviomagus uit de klassieke teksten Nijmegen is of Noyon. Het kernpunt waar alles mee begon en waar alles om draait is deze hier genoemde fundamentele verwarring. Deze kwestie ligt aan de grondslag van talloze andere opvattingen, zoals de verwarring rond Trajectum: was het Utrecht of was het Tournehem en Dockynchirica, was dat Dokkum of Duinkerke? Immers als Nijmegen fout is, is Utrecht ook niet de bisschopszetel van Willibrord en werd Bonifatius niet in Dokkum vermoord en dan was de Betuwe ook niet het land van de Bataven. Dat gebeurde allemaal in Noord-Frankrijk!


Het Hercynisch woud.
De woorden van Caesar laten er niet de minste twijfel over bestaan dat het Hercynische Woud in het noordwesten van Frankrijk begon - er wordt nota bene Atrecht (is Arras) genoemd! - en dat het uitliep van de omgeving van Boulogne tot het gebied van de Marne, en vandaar verder naar het oosten (tot Trier en verder?). Het is hetzelfde woud dat later wordt aangeduid met de namen Carbonarisch en/of Ardenner-Woud, maar ook Argonarisch woud (zie tekst uit de Vita van St.Lambertus hieronder). Deze benamingen kregen door omstandigheden, die in niet onbelangrijke mate door de historische mythen werden beïnvloed, een veel te oostelijk accent, alsof de namen Carbonarisch en Ardennen alleen voor het oosten van België zouden gelden. Carbonarisch bijvoorbeeld houdt geen enkele toespeling in op een gebied met steenkool of ijzererts, wat nog benadrukt scheen door de populaire vertaling van Carbonarisch door Kolenwoud. Dit betekent gewoon, dat het woud algemeen gebruikt werd voor het produceren van houtskool. De naam Ardennen, die letterlijk "harde rots" betekent, is even breed achtergebleven in België, Luxemburg, de Elzas, en ver in Frankrijk, waar verschillende streken nu nog Ardennen heten.

In de vita van Lambertus wordt het Kolenwoud ook genoemd:
Want Austria wordt dat deel van het rijk der Franken genoemd, dat zich vanaf Bourgondie tot aan de zee van de Fresones (Vlaanderen) uitstrekt, en van de ene kant door de Renus (Schelde), van de andere kant door het Kolenwoud of Argonarisch Woud wordt afgesloten. Bron: Vita Landiberti (oudste versie), MGS, VI, p. 411.

De zee van de Fresones gaat duidelijk niet over de Waddenzee, maar over het Kanaal. Immers tot daar reikte het rijk van de Franken dat Austria heette. Friesland hoorde beslist niet bij Austria.
Dit boek van Tom Buijtendorp is een vervolg op eerdere boeken van hem, waarin hij maar blijft volhouden dat Julius Caesar ooit in de Lage Landen vertoefde. De Lage Landen is bij Buijtendorp de Benelux en het aangrenzende Duits gebied, wat een vage omschrijving is. Hoeveel aangrenzend Duits gebied en hoever landinwaarts? Dus niet Noord-Frankrijk waar juist het hoofdverblijf van Caesar was (Amiens) en ook niet Saarland en Baden-Wurttemberg, maar wel Nieder-Saksen? Opmerkelijk is dat dit boek als titel "De Caesar Route" draagt en niet "De Route van Caesar', taalkundig een andere betekenis.

Het verhaal van Buijtendorp over 'De Caesar Route' is al net zo onjuist als de op zijn aanwijzingen gemaakte visualisatie van Caesar (zie afbeelding hiernaast). Vergelijk dat eens met het portret door deskundigen gemaakt op grond van zekere beelden van Caesar (zie hiernaast in de linker kolom).
Buijtendorp erkent ook wel dat dit portret evenmin de nieuwe waarheid is, maar dit portret vormt wel het uithangbord van de expositie in Amsterdam en siert de voorkant van Archeologie Magazine nr.5 uit 2023. Het wordt er dus op alle mogelijke manieren ingewreven als nieuwe waarheid, zoals in historisch Nederland meer gebruikelijk is, zoals met de bevindingen van Nico Roymans is gebeurd.
Teveel van wat Buijtendorp schrijft is gebaseerd op suggesties, aannamen vermoedens en onduidelijke 'aanwijzingen', wat Jona Lendering bevestigt in "Caesar in Noord-Gallië" op 'Mainzerbeobachter.com'. Maar ook Lendring heeft een onjuist beeld van Gallië. In zijn verhaal noemt hij zeer juist de Marne en de Aisne, de plaats Amiens en de Nerviërs in de Scheldevallei. Onjuist is zijn opmerking over de Vlaamse archeoloog Hugo Thoen die beweerd zou hebben dat Caesar nooit in Noord-Gallië was geweest. Caesar is wel degelijk in Noord-Gallië geweest, maar niet in België. En juist dàt beweerde prof.Thoen. Het huidige België hoorde niet bij het Gallië van Caesar. Ook hier is de opvatting van Lendering (en anderen) gebaseerd op de indeling van Gallia door Caesar en het misverstaan van zijn renus. De Renus van Caesar was de Schelde!

De visie van Albert Delahaye en andere historici.
Julius Caesar is met zijn legioenen nooit in Nederland geweest, zelfs niet eens in België. Hij kwam niet ten noorden van de taalgrens en werd gestuit door het ondoordringbare Carbonarisch Woud, het Kolenwoud, zoals hij zelf schrijft. Dat hij Nijmegen gesticht zou hebben is een mythe uit de 15de eeuw, die gelukkig al lang is losgelaten, al duikt deze fabel zo nu en dan toch weer op, zelfs in 'wetenschappelijk' uitgegeven publicaties. Caesar is niet verder noordelijk geweest dan Portus Itius (Boulogne), de Morini (Terwaan), de Menapiërs (Cassel), de Sugambri (Cambrin), de Atrebates (Atrecht/Arras), de Nervii (Bavay) en de Treveri (Trier?). De noordlijn van Caesar wordt bevestigd door de geografische gegevens van andere schrijvers, zoals Strabo, Plinius, Ptolemeus en Tacitus. Caesar is nooit in Duitsland geweest, om maar helemaal te zwijgen over Nederland. Men moet bij Caesar en al deze schrijvers wel lezen wat zij zelf geschreven hebben en niet wat de fabeldichter vanaf de 16de eeuw ervan gemaakt hebben. De Renus is overtuigend de Schelde. Neemt men voor de Renus de Rijn zoals de traditionele opvatting is, dan zijn veel geografische details niet te plaatsen. Lees meer over de Renus.

Een algemene vraag is steeds geweest van waaruit Julius Caesar overstak naar Brittannia. Dat was vanuit Portus Itius, maar waar lag dat? En was die 'haven' groot genoeg om ruim 800 schepen te herbergen? Reeds in 1964 wees Albert Delahaye op de Slack.
In Vraagstukken hoofdstuk 2 lezen we daar het volgende over: "Op de Peutingerkaart ligt de plaats Lugdunum kort bij de kust. In de Romeinse periode lag Leulinghen aan de brede baai van de Slack, die zich met verschillende armen ver landinwaarts uitstrekte. De monding van de Slack was vroeger veel omvangrijker. De rivier strekte zich uit van Ambléteuse in het noorden tot Pointe-aux-Oies in het zuiden en vormde een brede baai met veel inhammen. De zeearm drong door tot bij Marquise. Langzaam aan is hij verzand en uiteindelijk afgesloten door een duinenrij. Het moeras, hierna ontstaan, werd later door de kanalisatie van de Slack, die er zich een bed had weten te behouden, verder drooggelegd. De kust van Frankrijk heeft ter plaatse en elders ingrijpende veranderingen ondergaan, die voor verschillende onderdelen van de historische interpretaties, welke ons bezighouden, van het grootste belang zijn. Van de tekenaar der P.K. moet men geen geografische kaart verwachten, die de oude kust met enige nauwkeurigheid afbeeldt. Hij tekent Lugdunum vlak bij de kust; door de Slack lag Leulinghen inderdaad aan de zee. De taalkundige evolutie van Leulinghen uit Lugdunum is geheel aannemelijk, al is zij niet met parallel-teksten afdoende te bewijzen."

In Zannekin 45 (2023) wordt dit eeuwenoude raadsel opgelost door Wido Bourel, met een verwijzing naar het boek van Ghislain Beeuwsaert. Bourel komt tot dezelfde conclusie als Albert Delahaye. Met een verwijzing naar de bronnen plaats hij Portus Itius aan de Slack.

Wat zeggen de bronnen?
Het gaat met Portus Itius en de inval van de Romeinen in Groot-Brittannië, aldus Ghislain Beeuwsaert, over de vroegste geschiedenis van onze streken waarover wij een beetje gedocumenteerd zijn. Geweten is dat Portus Itius zich bevond in de streek van Bonen (Boulognesur-Mer) en dat het oorspronkelijk een haven van de Morini was. Caesar meldt dat Portus Itius op 30 mijl - dat is 44 km - van de Engelse kust lag. Strabo spreekt over 57 km. Van hieruit maakten de Romeinen zich klaar voor de invasie van Groot-Brittannië. Voor de eerste expeditie in 55 was er sprake van 80 schepen en 10200 manschappen. Een jaar later moest men plaats weten te vinden voor een reuze vloot van 800 schepen en 25 000 manschappen.

Het is onmogelijk dat een vloot van zulke omvang in één haven terechtkon. Dit kon enkel in een baai of golf. Mogelijk ging het om twee verschillende plaatsen in de omgeving van Bonen.

Eeuwige controverse.
Sinds de middeleeuwen, maar voornamelijk in de negentiende eeuw, is het thema Portus Itius onderwerp voor vele theorieën en fantasieën. Ik noem hier slechts de belangrijkste, maar er zijn er nog meer:
  • Kales (Calais): dikwijls als hypothese genoemd, onder meer door de cartograaf Abraham Ortelius (1527-1598) en de Duitse generaal Von Göler, een negentiende-eeuwse Caesarkenner. Maar de haven van Kales bestaat maar sinds de twaalfde eeuwen kan onmogelijk gediend hebben in de Romeinse tijd.
  • Ambleteuse: de plaats Ambleteuse, westelijk van Kaap Zwartenes (Cap Gris Nez) gesitueerd, alhoewel veel te klein voor 800 schepen, werd wel eens als Portus Itius aanzien. Onder meer de Duitse historicus en Nobelprijswinnaar voor literatuur Theodor Mommsen (1817-1903) was deze stelling toegedaan. Maar niemand weet hoe hij eraan kwam.
  • Witzand (Wissant): na Bonen is het plaatsje Witzand de meest genoemde locatie. Bekende voorstanders waren de Franse historicus en filoloog Camille [ullian (1859-1933) en ook plaatselijke historici als J.F. Henry en M. Courtois. Dat was ook de hypothese van ... Napoleon, die schreef: 'Het is waarschijnlijk dat de haven van waaruit het gros van het leger moest vertrekken de haven van Witzand was, en de andere haven voorzien om de Cavalerie in te schepen, Bonen was.' Bonen (Boulogne-sur-Mer), het Gesoriacum van de Kelten en het Bononia van de Romeinen: met de havenstad Bonen komen we al iets dichter bij de waarheid. Maar de vraag bleef meer dan ooit bestaande: waar precies in Bonen?
  • De monding van de rivier Liane was de meest geformuleerde hypothese maar dit botst met het feit dat het estuarium niet breed genoeg is om zoveel oorlogsschepen te ontvangen. Nog een vaststelling: men treft er zo goed als geen sporen van Gallische bewoning. Al evenmin heeft men er de aanwezigheid van een Romeins kamp kunnen aantonen.

    Eeuwenoud raadsel opgelost
    Een twintigtal jaar geleden onderzocht Dr. Ghislain P. Beeuwsaert nauwkeurig de vallei van het riviertje de Slack, op twaalf kilometer ten noorden van Bonen. Hij had, na jaren studies en opzoekingen ter plaatse, goede redenen om aan te nemen dat de havenplaats Bazingem (Bazinghen) het antieke Portus Itius van de Romeinen was. Dr. Beeuwsaert toetste de ligging van Bazingem aan de beschrijving van Caesar die vertelde wat hij vanaf het kamp zag, en ook de afstand tussen de binnenhaven en de buitenhaven van Portus Itius. De Slack - let op de Vlaamse naam - is nu gekanaliseerd, maar geologische boringen bewijzen dat het in de tijd van Caesar een zeearm vormde. De baai ging vijf km diep het land in zoals blijkt uit bodemonderzoek uitgevoerd door de universiteit Gent. De analyse van de sedimenten bevestigt dat de baai onder invloed van getijdenbewegingen stond en schepen met een diepgang van 1,5 meter toeliet. Enkel hier was er voldoende plaats om 800 schepen te bouwen in een veilige omgeving. Het legerkamp was, aldus Caesar, een mijl in het vierkant. Ook dat stemt overeen met de locatie van Bazinghen. De omtrekken van het kamp kon men nog duidelijk traceren met de hulp van infraroodluchtfotografie.

    Besluit: de afstand tussen Bazinghen en Dover bedraagt 30 mijl of 44,3 km. Dat is precies de afstand die Caesar meldde tussen Portus Itius en de kust van Brittannië.

    Voorbeelden van die 'wetenschappelijke' publicaties zijn het "Verhaal van Gelderland" (met de nodige twijfel zie o.a. p.134-137) en meerdere publicaties van Nico Romans zoals 'Caesar en zijn massamoord in het Nederlandse rivierengebied', die Caesar zelfs in Kessel laat optreden. Lees er meer over bij Caesar in Nederland?


    Wat was bij Julius Caesar Gallia?
    Volgens eigen beschrijving bestond Gallia uit drie delen: één daarvan wordt bewoond door de Belgen, een ander door de Aquitaniërs en het derde deel door mensen die in hun eigen taal Kelten en in onze taal Galliërs genoemd worden. Deze drie volkeren verschillen alle drie onderling op het punt van taal, instellingen en wetten. De Galliërs worden door de Gerunna (Garonne) van de Aquitaniërs en door de Matrone (Marne) en Sequana (Seine) van de Belgen gescheiden".

    En dan begint de discussie over wat latere historici ervan gemaakt hebben. De Belgen werden te gemakkelijk in het huidige België geplaatst, wat in tegenspraak is met de klassieke teksten. België dankt zijn naam dan wel aan de Belgen, maar het klassieke Belgica lag geheel in Noord-Frankrijk. Ten noorden daarvan (ten noorden van de taalgrens!) lag immers nog Germania (Inferior). Vergelijkbaar is de naam Denemarken dat als mark van de Dania beschouwd werd, terwijl de Mark van Dania Normandië was.
    Wat verstaat Buijtendorp onder 'De Lage Landen'?
    Dat is steeds de vraag bij Buijtendorp, waarop in zijn boeken geen duidelijk antwoord te vinden is. Soms is verstaat hij er het Nederlandse rivierengebied onder, soms ook Limburg en de Ardennen, maar ook de Vogezen en de Eiffel worden door Buijtendorp bij de Lage Landen gerekend. Als je de Lage Landen maar groot genoeg maakt, past het verhaal altijd wel een beetje. Zo plaatste Buijtendorp een legerkamp van Caesar op het plateau van Caestert (bij Maastricht), wat onder andere door Robert Nouwen dan weerlegd werd. Opvallend is overigens dat Buijtendorp nooit Frans-Vlaanderen bij de Lage Landen rekent, terwijl dat gebied geheel overeenkomt met laag Nederland. De route die Caesar afgelegd zou hebben, zie het kaartje hieronder, ligt in het geheel niet in 'De Lage Landen', maar juist in hoog Duitsland, hoog België en Frankrijk. Volgens dit kaartje vermijdt Caesar juist het lage land (zie de topografische kaart van België), wat begrijpelijk is vanwege de transgressies. Maar Caesar kwam niet ten noorden van de Ardennen, maar bleef juist steeds ten zuiden ervan.



    Wat weten we nu werkelijk uit de klassieke teksten?

    Het is opvallend dat Buijtendorp Caesar met zijn legioenen uit Neuwied laat vertrekken om in Boulogne de oversteek naar Brittannia voor te bereiden. Echter de geschreven bronnen vermeden dat Caesar in Amiens verbleef voordat hij naar Brittannia overstak. Nu tekent Buijtendorp Amiens wel op zijn kaartje (zie hieronder) wel, maar vermeldt dit gegeven niet specifiek.
    Buijtendorp komt blijkbaar tot zijn conclusie omdat in Neuwied een kamp werd gevonden dat aan Caesar wordt toegeschreven. Hoe zeker dit is moet 'nader onderzoek' nog uitwijzen. Maar tussen Neuwied en Boulogne zijn in het Belgische deel van deze route nergens kampen van Caesar gevonden. Liep Caesar met zijn (8?) legioenen die ruim 500 km dan in één dag, zonder tussendoor ergens kampen op te slaan? Dat zou Buijtendorp dan eens moeten aantonen. Het kamp dat hij eerder te Caestert plaatste is een achterhaalde opvatting gebleken.


    Dit kaartje toont het stroomgebied van de Schelde (blauw) en de Maas (geel). Bij Albert Delahaye was de Schelde de Renus. In het gebied tussen Schelde en Maas woonden de Nerviërs en de Atuaken die in het verhaal van Caesar en de Romeinen steeds een centrale rol vervullen. De Eburonen die volgens de klassieke teksten tussen Renus en Mosa woonden, blijken op dit kaartje juist niet tussen Rijn en Maas geplaatst te zijn. De Eburonen worden op dit kaartje geheel juist geplaatst (al verbleven zij verder naar het zuiden!), waarmee bevestigd wordt dat de Renus niet de Rijn was, maar juist de Schelde. Wat wel juist wordt aangegeven is de plaats Amiens (van de Ambiani), waar het centrale kamp van Caesar gevestigd was, van waaruit hij naar Brittannia trok. Zo toont een onjuist kaartje toch enkele opvallende details die geheel juist blijken te zijn.

    De route die Caesar afgelegd zou hebben (de rode streepjeslijn) was in zijn tijd niet mogelijk. Hoe kwam Caesar in Duitsland? De Romeinse weg tussen Keulen en Maastricht bestond nog lang niet. Waar stak hij de Maas over? Waar de Schelde? Bruggen uit zijn tijd zijn er nooit gevonden! Het groengekleurde deel (de Ardennen?) reikten veel verder naar het westen dan hier aangegeven. Uit het Ardennen-offensief uit W.O.2 is wel gebleken hoe groot die hindernis was. Dat was in de tijd van Caesar niet minder. Caesar heeft de Ardennen (het Hercynisch Woud) altijd gemeden. Daar was geen doorkomen aan, bovendien kon men zich in zo'n dicht woud niet verdedigen tegen onverwachte aanvallen van Germaanse stammen, wat in de klassieke teksten ook vaak beschreven is.
    Er zijn meer vragen te stellen over het verhaal van Buijtendorp.


    Ook hier is het weer jammer dat op grond van halve en hele waarheden geschiedenis wordt geschreven. Het ergste is dat door de onnavolgbare 'naschrijverij' in de historische literatuur deze opvattingen worden overgenomen in elk vervolgverhaal dat hierop gebaseerd is.




  • Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

    Terug naar de beginpagina.
    Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
    Naar het overzicht in het kort.