De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.


De Willibrorduskerk in Waalre.
Klassieke naam Noord-Brabant (Frans-)Vlaanderen Claim Echternach terecht? Komt de plaats voor in het 'Testament van Willibrord'? Opmerking:
Waderlo Waalre Wattrelos Echternach krijgt Waarle pas in 1268 in bezit.
Ja
In 915 bevestigt Karel de Eenvoudige, koning van West-Francië, aan de abdij van Epternacum (was dit Echternach?) het bezit van een villa (=dorp, vergelijk het Franse ville) te Waderlo. Waalre lag niet in West-Francië. In hoeverre Karel de Eenvoudige daar zeggenschap zou hebben gehad, is door historici nooit aannemelijk gemaakt. Wattrelos (bij Rijsel) lag wel in West-Francië, evenals Eperlecques dat het klassieke Epternacum was.


De visie van Albert Delahaye.

De villa Waderlo moet worden opgevat als Wattrelos, een gemeente in het departement Nord, ca. 5 km. ten noord-oosten van Rijsel gelegen.
Met de rivier de Dutmala (een tendentieuze vervalsing in de richting van. de Dommel!) is de Deule bedoeld, die in andere akten van Echternach in de juiste schrijfwijze van Duplao bewaard is gebleven. Wattrelos ligt aan een arm van de Deule. De akte is uitgegeven te Bettinum, dat als Béthune moet worden opgevat en dat op korte afstand van de geschonken goederen ligt. Waedritlaum, waar St. Willibrord de kerk ter ere van O.L.Vrouw consacreerde, wordt algemeen als identiek met Waderlo opgevat. Dit is niet juist. De kerk van Wattrelos is aan St. Maclou toegewijd. Waarschijnlijk is met die naam Vaudringhem bedoeld, een dorp op korte afstand van Tournehem gelegen.

In Brabant werden de teksten op Waalre toegepast. Deze plaats geniet grote bekendheid om het oude Willibrordus-kerkje. Het oudste deel ervan wordt aan de 10e of 11e eeuw toegeschreven. Aangenomen werd dat de heilige er een houten kerkje had gebouwd, dat later door een tufstenen gebouw vervangen werd. De abdij van Echternach heeft er een domein in bezit gehad, dat zelfs het centrum is geweest voor het beheer en de administratie van haar andere goederen in Brabant.
Waderlo heeft voor de abdij een grote rol gespeeld bij het terugzoeken en zogenaamd vinden van de verloren gegane goederen van St. Willibrord, zodat het zaak is de akten heel nauwkeurig na te gaan om te zien of de indentifikatie met Waalre juist was.

In het jaar 915 verleende Karel de Eenvoudige, koning van West-Francië, aan de abdij van Epternacum, waarvan graaf Reginarius als lekenabt fungeerde, een uitbreiding van de stipendia (vaste inkomsten) der regulieren van het klooster; hij voegde er de villa Waderlo in Taxandria aan toe. Het blijkt niet uit de oorkonde, dat dit de restitutie was van een vroeger bezit, doch er staat evenmin vast dat dit niet mag worden aangenomen. De koning kon enkel beschikken over een goed in zijn eigen rijk; daar Waalre niet tot zijn rijk behoorde, is deze lokalisatie feitelijk al uitgesloten.
In de akte wordt Waderlo in één adem genoemd met Trinmitha, een schenking van Thiatbere. Deze plaats is in de verre omtrek van Waalre niet aan te wijzen. Zij wordt als Trinmithi genoemd in een akte van bisschop Hunger uit het jaar 850, waarin 15 plaatsnamen voorkomen (alle eveneens Gallo-Romaans!), die geen enkele mogelijkheid tot situering in Nederland bieden. Indien de akte authentiek is -waaraan niet getwijfeld behoeft te worden - dan heeft zij als een schenking of restitutie van een goed in Noord-Frankrijk betrekking op het bisdom van Trajectum, een onderscheid dat verschillende andere afschriften van Echternach uit het oog hebben verloren.

Tussen de jaren 1100 en 1110 diende de abdij van Echternach bij de aartsbisschop van Keulen een beklag in over de handelingen van een kloostervoogd. Als zodanig fungeerde Hendrik van Namen. De aartsbisschop schreef in zijn akte dat ” in Taxandria in de villae onder het recht van St. Clemens Willibrordus: Waderlo, Thurne, Dissena de kloostervoogd misbruiken had ingevoerd” . De opgeroepen schepenen van de plaatsen getuigden, wat voorheen de voogd op de dingdagen placht te ontvangen. Dit werd opgesomd: het blijken eetwaren te zijn en voedsel voor de paarden, dat ter plaatse gebruikt moest worden; met andere woorden: er mocht niets meegenomen worden. In de onderhorige” dorpen Thurne en Dissena kreeg de voogd maar de helft van de porties. Men mag zich afvragen wat een graaf van Namen bewogen kan hebben om voor enkele luttele en belachelijke baten de voogdij op zich te nemen over de dorpen van de abdij van Echternach in Brabant: Waalre, Deurne en Diessen, Een voogd oefende voor de kerkelijke heer of instelling, die ”het zwaard niet mocht voeren” , dat wil zeggen, geen geweld, lijfstraf of doodstraf mocht toepassen, de rechtsmacht uit.

Dat Deurne en Diessen aan Waalre onderhorig zijn geweest is zonder meer onjuist; dit is al wegens de verre afstand niet aan te nemen. De akte is gebaseerd op de stelling, dat de abdij in de drie genoemde plaatsen de heerlijkheid en de rechtsmacht bezat, en deze volkomen onjuiste beweringen is het definitieve punt om de akte als een vervalsing te verwerpen. Zij toont wel duidelijk aan, welk doel de abdij van Echternach zich had gesteld met haar pretenties in Brabant, tevens dat zij maar een deel van haar hoog gegrepen aspiraties heeft bereikt.

Dezelfde tendens en dezelfde vervalsings-techniek vinden wij terug in de pauselijke bullen, die de bezittingen en rechten van de abdij van Echternach bevestigden. Paus Alexander bevestigde in het jaar 1069 de rechten van Echternach. In de bulle staat de opmerkelijke passage: ’’Waderloe met de kerk en zijn onderhorigheden: Dissena, Durna, Bacle, Oss met hun kerken en onderhorigheden” . De tekst herinnert aan die van ca. 1110, doch is vanaf Bacle uitgebreid, waarschijnlijk tegen het einde van de 12e eeuw, toen de vlotte Theoderich het Liber Aureus samenstelde en hij meende, dat sommige plaatsen uit de oude akten in Brabant lagen. In het échte Waderlo had de abdij geen bezit meer; zij kende de juiste plaats niet eens, evenmin als de juiste plaats van de zetel van St. Willibrord. De bulle van paus Eugenius III uit het jaar 1148 zegt: ’’Waderle met zijn kerken en hun toebehoren” . In het jaar 1161 bevestigde de tegenpaus Victor IV de rechten en bezittingen van de abdij van Echternach. Nu werd het aldus geformuleerd: ’’Waderle met de kerk en zijn onderhorigheden: Dissena, Durna, Bacle, Os met hun kerken en toebehoren” . Deze vier plaatsen duiken hier voor het eerst op. De valsheid van de passages is door Theoderich zelf aangetoond; een vervalser loopt meestal toch tegen de lamp!

In de brief van de abdij van Echternach aan de keizer uit het jaar 1191 schreef de abdij rechtuit en voluit, dat zij geen enkel goed meer bezat van wat St. Willibrord eertijds in Brabant had gehad. Inmiddels had zij in 1175 al iets in Alphen afgedwongen, waarbij de bepaling was gemaakt, dat de abdij van Tongerlo haar rekognitie te Waderlo moest betalen. Opvallend is dan wel, dat Alpheim niet in de pauselijke bullen voorkomt. Daar had Echternach het bereikbare binnen! De andere plaatsen moesten wél in de bullen staan, niet omdat de abdij van Echternach er al aktuele bezittingen had, maar omdat die plaatsen werden opgeëist.

Zeer goed mogelijk is, dat de abdij al de plaatsen, kerken en goederen, tevens de Brabantse, ter bevestiging aan de paus heeft voorgelegd, wat trouwens de normale gang van zaken was; de pauselijke kanselarij kon al deze details niet weten. Het meest waarschijnlijke is echter dat Theoderich deze namen uit de oude akten heeft binnengesmokkeld in de afschriften van de pauselijke bullen, die tegen het einde van de 12e eeuw werden vervaardigd met de niet te miskennen opzet om de oude bezittingen van St. Willibrord op te sporen en terug te eisen. Maar uit de brief van 1191 blijkt eveneens, dat de abdij nog geen enkel goed in Brabant had terugverkregen.

Zelfs Alphen, waar zij inmiddels een vrij onbetekenend recht had afgedwongen, beschouwde zij niet als een oud goed van St. Willibrord, want deze plaats ontbreekt in de pauselijke bevestigingen van haar bezittingen. De werkelijkheid van een relatie tussen Echternach en Waalre begint pas in de 13e eeuw.

De echte dokumentatie van Waalre vertoont dezelfde onbevredigende allure als die van de andere Brabantse plaatsen. Er is een stuk in het archief van de abdij van Echternach bewaard gebleven, dat tussen 1242 en 1269 gedateerd wordt, waarin de tienden van Waderlo worden genoemd. In datzelfde stuk zijn de tienden van Werde vermeld. Het ligt voor de hand dat ook deze plaats tot St. Willibrord teruggevoerd moest worden. Het is gebeurd! In het testament van St. Willibrord staat ’’Wadraidoch” in de pagus van Taxandria aan de rivier de Dutmala. In het Liber Aureus van Echternach staat naast deze tekst een nota uit de 15e eeuw: ”Dit is de schenking van Werdart (= Valkenswaard) nabij Walre” . Het toont aan, hoe lichtvaardig en hoe laat de abdij van Echternach de aanwijzing van de goederen van St. Willibrord heeft gedaan. In de oude geschriften werden de namen bij elkaar gezocht, zoals die van Werde, die hoogstwaarschijnlijk in zijn juiste vorm verband hield met Werdina of Weretha, en lukraak werden uit die namen rechten gedistilleerd op plaatsen, die nog nooit van St. Willibrord hadden gehoord.

Ook in Waalre kan aannemelijk worden gemaakt, dat de abdij van Echternach er rechten van anderen verdrongen heeft. In het jaar 1276 ontstond een geschil tussen de abdij en ridder Hendrik van Waalre over de jurisdictie van de plaats. Door de oudere akten, vooral het befaamde en verdachte stuk tussen 1100 en 1110 van de aartsbisschop van Keulen, is de abdij geïnspireerd tot de opvatting, dat haar de jurisdictie van Waalre toebehoorde. Het einde van het lied was, dat de zonen van Hendrik hun rechten afstonden en dat zij beloofden ook hun moeder daartoe te zullen bewegen, die blijkbaar niet zo vlug door de knieën wilde gaan. Deze gang van zaken wijst er bepaald niet op, dat de abdij vanoudsher de jurisdictie bezat. In het jaar 1282 is tussen de abdij en ridder Dirk van Herlach en zijn zoon Arnold een vergelijk getroffen over de lagere en hogere jurisdictie van Waalre en de verdeling van de boeten.

Met betrekking tot de kerk zien wij hetzelfde, waarbij opvalt dat de abdij van Echternach geen stuk kon produceren van vóór de 13e eeuw. In het jaar 1268 ontstond een geschil tussen de abdij en de pastoor van Waalre. Het werd zo geregeld, dat beide partijen de helft van de tienden en andere inkomsten zouden genieten. In het jaar 1321 erkende ridder Gerard, heer van Heurne, dat hij het recht op enige dienstbaren in leen had gekregen van de abdij van Echternach.

Het is overal hetzelfde: er blijkt een eigenaar te zijn, die plotseling een recht van de abdij erkent. In het jaar 1326 verkocht de abdij van Echternach aan de inwoners van Waalre en Valkenswaard haar rechten tegen een jaarcijns, die bestond uit een penning voor elke ploeg en een haller voor elke ploegschaar. Dit onthult de ware ondergrond van de bemoeienis van de abdij van Echternach met de beide dorpen. Veel abdijen en kloosters hebben zich in die tijd ingezet voor de ontginningen van nieuw polderland of de cultivatie van heidegronden. Wellicht is dit de eerste inzet van de abdij van Echternach geweest en is zij naar Brabant gekomen met een geheel ander inzicht dan hier de verloren goederen van St. Willibrord terug te vinden. In Alphen is dit vrijwel zeker het geval geweest, waar de abdij nooit de determinatie van Alpheim heeft gesteld. Bij het horen van de Brabantse plaatsnamen ging Theoderich ineens een licht op! De oorkonden van de abdij van Echternach tonen immers duidelijk aan dat de abdij pas in de loop van de 13e eeuw tot het inzicht is gekomen, dat in Waalre het intrigerende Waderlo van St. Willibrord zou kunnen liggen.

Opvallend in dit hele verhaal dat Echternach NOOIT de St.Willibrorduskerk in Klein-Zundert heeft geclaimd, wat nadien de oudste St.Willibrordkerk in Nederland bleek te zijn. Was het toeval of Gods voorzienigheid dat Albert Delahaye na zijn vertrek uit Nijmegen vanwege het ontstaan van een grensoverschrijdende werksituatie, juist in Zundert zijn nieuwe thuis vond?





Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.