| Terug naar de lijst |
|
Modern onderzoek plaatst de Bataafse mythe op een flinke portie drijfzand. Historisch klopte van die ideeën niets, of heel weinig, maar ze vervulden een behoefte en gingen erin als koek. Leiden doopte zich fantasierijk om tot Lugdunum Batavorum (Lyon van de Bataven), de hoofdstad van de Oost-Indische kolonies kreeg de naam Batavia, Nederland werd tijdens de Franse Revolutie tot Bataafse Republiek uitgeroepen. Al gelooft tegenwoordig niemand nog in de mythe van de Bataafse voorvaderen, toch blijven er restanten van aanwezig. (Bron: H.Clerinx). De Bataven woonden in hetzelfde gebied, want zij worden door klassieke schrijvers (Tacitus, Plinius) afstammelingen van de Chatti (Katsberg) en de gelijken van de Mattiaci (Watten) genoemd. In Nijmegen is nooit iets gevonden van het zogenaamde Oppidum Batavorum, nog in Leiden van Lugdunum Batavorum, de twee hoofdsteden van de Bataven. Van Es (o.c. p.30) plaats de hoofdstad Lugdunum van de Bataven in het land van de Cananefaten. Hiermee wordt onweerlegbaar aangetoond dat de Nederlandse interpretaties fout zijn. Welk volk bouwt immers zijn eigen hoofdstad in het buitenland? ![]() Drusus heeft door het gebied van de Bataven een kanaal laten aanleggen, waardoor een veiliger vaarweg ontstond van de Renus en een dam laten bouwen om een betere verdeling te maken van het water dat door de Renus wordt aangevoerd. (Byvanck, o.c. p.203). Deze constatering van Byvanck weerspreekt de traditionele visie in Nederland, die het kanaal van Drusus namelijk NIET in de Betuwe plaatst, maar aan de Utrechtse Vecht of aan de Gelderse IJssel (Er zijn dus twee locaties voor, ofwel men weet het niet). ![]() Nederland in de Romeinse tijd. De Bataven waren (al vanouds zoals Tacitus schrijft) bondgenoten van de Romeinen. Toch blijkt uit de Germaanse vondsten langs de Rijn die wij als Bataafs kenmerken juiste geen hoger beschavingspeil en juist geen sterke Romeinse invloed. (Bron: J.Romein). Het is dan ook duidelijk dat de Bataven niet in de Nederlandse Betuwe woonden. Daar blijkt geen enkele archeologische aanwijzing voor te bestaan. In de ogen van de Romeinen waren de Germaanse volkeren de barbaren. Hoewel de Romeinen met deze naam slechts de bebaarde vreemdelingen aanduidden, kreeg het later de betekenis van onbeschaafdheid, zonder enig normbesef. Wie waren nu de echte barbaren? De Romeinen hadden als gewoonte om gevangen genomen vijanden tijdens 'prachtige' spelen door wilde beesten te laten verscheuren. Toch spreekt men over de Germanen als 'barbaren'. |
"Slecht nieuws voor de ware liefhebbers van de Bataven, wij stammen niet van ze af! Bij de grote volksverhuizing en de neergang van het Romeinse Rijk verdwijnen de Bataven eenvoudig uit beeld. Niemand weet precies waarheen. Ze kunnen dus onmogelijk onze voorouders zijn". "En dan nog even die dappere Friezen. Sorry hoor, maar die dappere Friezen van toen, hebben niks te maken met de Friezen van vandaag. Ook de Friezen trekken dus weg. En de lege delta die achterblijft zal langzaam weer bevolkt worden door nieuwe groepen mensen. En zij zijn wel onze voorouders". Aldus Charles Groenhuijsen in de TV-serie "Verleden van Nederland". Hier wordt dus een "sterke traditie sinds de Romeinen" zoals Hugenholtz dat eens noemde, op eenvoudige wijze weerlegd. Hoewel deze opmerkingen van Charles Groenhuijsen nieuwe gezichtspunten lijken op te roepen, blijven de uitgangspunten traditioneel en dus onjuist. De Bataven en Friezen zijn na de Romeinse tijd niet uit de Betuwe en Friesland weggegaan, eenvoudig omdat ze er nooit gewoond hebben. Beide volkeren woonden in Frans- en Belgisch Vlaanderen, langs de kust van het Nauw van Calais. En onze Friezen? Die stammen af van de Friezen uit Frisia dat in Vlaanderen lag (zie bij Deplacements historiques). Het volk der Bataven had hun thuisland in de op de Peutingerkaart afgebeelde Patavia. De traditionele historici identificeren die Patavia met de Nederlandse Betuwe, ook al wordt van de ruim 500 plaatsen genoemd in de Patavia (Batua) er geen enkele teruggevonden in de Nederlandse Betuwe. Zie voor de Nederlandse traditionele identificatie: Van Es en de Peutingerkaart. Waar de Bataven gewoond hebben en waar ze gebleven zijn, is een archeologisch raadsel. Er is in Nederland nooit iets van teruggevonden.
Wat moeten wij ons voorstellen bij het "Eiland van de Bataven"? Was het werkelijk een eiland? Was dit eiland het enige grondgebied van de Bataven of bezaten de Bataven nog andere gebieden naast dat eiland? Zeker is dat het Eiland van de Bataven geen betrekking kan hebben op de Betuwe. Allereerst is de Betuwe geen eiland te noemen. Als de rivieren Rijn en Waal breder zouden zijn geweest om optisch van een eiland te kunnen spreken, dan zou de waterstand hoger zijn geweest en was er van een Betuwe helemaal geen sprake geweest. De Betuwe ligt lager dan de stroomruggen en zou dan volledig blank hebben gestaan. ![]() Bekijken we de kust langs het Kanaal en met name in de tijd van de transgressies, dan zien we dat in de kuststreek (het Almere) boven Watten en Cassel (Kassel) meerdere eilanden hebben bestaan. Behalve de Bataven woonden ook de Friezen er op een eiland. Zou een van deze eilanden het "eiland van de Bataven" geweest zijn, het eiland waarvan Julius Caesar overstak naar Engeland? (Afbeelding uit : Ir. Joh. van Veen). Reeds ver vóór onze jaartelling tot ver in de 4e eeuw dienden vele cohorten Bataven in de Romeinse legers. Hun grafschriften zijn over het hele Romeinse Rijk teruggevonden. In het jaar 28, toen de Romeinen nog niet eens in Nederland waren geweest, worden liefst acht cohorten Bataven genoemd (Byvanck, o.c. p.204). Dat zij zich vrijwillig vanuit de Betuwe zouden hebben aangesloten bij de Romeinse legers is een van grootste absurditeiten van de traditionele geschiedenis over Romeins Nederland geweest. Waar deze Bataven gewoond hebben is een volgende nog steeds onbeantwoorde vraag. Een volk dat acht en meer cohorten militairen kon leveren, zou in een smalle strook in het midden van ons land gewoond hebben, zonder een spoor van bewoning te hebben achtergelaten. Van bewoning door een omvangrijk volk in de Betuwe en zelfs ver daarbuiten, is archeologisch nooit iets gebleken. Ook in later tijd waren de Bataven sterk vertegenwoordigd in de Romeinse legers. Een zeer bijzondere plaats hadden de Bataven in de persoonlijke lijfwacht van de keizers uit de eerste eeuw. Toen de Romeinen na 250 na Chr. Nederland allang verlaten hadden, waren er nog steeds Bataafse legeronderdelen. Waar de Bataven uiteindelijk gebleven zijn, is de volgende onopgeloste vraag in archeologisch en historisch Nederland.
Gaat men op zoek naar de Bataven met de geschreven bronnen in de hand, dan vindt men ze (tenminste hun afstammelingen) terug in hun authentieke streek: noordwest Frankrijk. Niet alleen in namen van plaatsen (Béthune en Watten), maar ook in karaktertrekken van de bevolking. "Hun voorouders", zo vermeldt 'Le Guide Vert van Michelin' de bevolking van Béthune, "waren halve wilden. Teruggetrokken in de bossen leefden ze van de jacht. Het is beter ze niet uit te dagen: hun knotsen missen nooit. Op het stadswapen staan nog steeds twee stevige bebaarde kerels met hun knuppels afgebeeld, die de eerste primitieve bewoners symboliseren" [zie afbeelding hiernaast]. Les gens de Béthune. Leurs ancêtres étaient à moitié sauvages. Retirés en forêt, ils vivaient de la chasse. Mieux valait ne pas les provoquer : leurs massues ne les quittaient jamais. Les deux gaillards barbus et armés de leur gourdin qui figurent sur les armes de la ville symbolisent cet état primitif des premiers occupants. Bron: Ville de Béthune. Overigens heeft Kortrijk eenzelfde stadswapen, wat volledig past in de visie van Delahaye: in deze streken moet het "Eiland der Bataven" uit de Romeinse tijd gezocht worden. Let er wel op dat het "Eiland van de Bataven" dat Einhard in de Karolingische tijd beschreef niet over hetzelfde "eiland" hoeft te gaan. Einhard beschreef de situatie rondom Noyon, waar groepen Bataven ondertussen als "laeti" naartoe "gedeporteerd" waren (en niet vanuit Nederland of Nijmegen!). ca. 1100. De kroniek van Watten over de Bataven. De kroniek van Watten geeft een duidelijk en overtuigend bewijs dat de Bataven in Noord-Frankrijk woonden en niet in Nederland. Vul dit aan met gegevens over de Romeinse Renus (zie aldaar) en de hele puzzel van de historisch geografische mystificaties is in één slag opgelost. De kroniek van Watten is geschreven ruim 4 eeuwen voordat men in Nederland ooit ook maar iets over Bataven heeft vernomen. "Ik denk dat de oude Bataven zich vermengd hebben (of verward zijn) met de bewoners van Watten, want wij bezetten nu hun plaats, wij hebben herbouwd wat verwoest was, en wij dragen zelfs hun naam, al is die in een paar lettertjes veranderd, maar wij bezitten hem volgens erfrecht... Dat Guatinas of Guatinum (Watten) eens een oude stad van de Menapii (Cassel) was, is in het geheel niet onbekend aan hen die iets van de geschiedenis van deze streek en haar omgeving weten. Zij worden door de kenners van de historie ook Bataven genoemd, al weet ik niet hoe dit gekomen is. Immers, Orosius spreekt al over hen, wanneer hij in zijn annalen deze streken en de plaats van de diverse eilanden beschrijft". (Hierna citeert de schrijver de tekst van Orosius (ca.417), die als volgt luidt: "Het eiland Engeland strekt zich in de Oceaan in de lengte naar het noorden uit. In het zuiden ligt het tegenover Gallië. Voor hen die oversteken verschijnt als eerste en dichtbij zijnde kust de stad, die Rutupi Portus (Richborough) wordt genoemd. Vandaar heeft men het zicht op de Menapii (Cassel) en de Batavi, niet ver van de Morini (Terwaan ) die meer naar het zuiden wonen". (Bron: Orosius, Historiae I, 2, 76). Hierna vervolgt de kroniek met: "Vandaar, dat wij weten dat Rutupi Portus (Richborough) zich bevindt in het zuiden van het genoemde eiland (Engeland), en de Menapii (Cassel) en de Batavi (Béthune) ten noorden van de Morini (Terwaan) wonen langs dezelfde zee, en zij die op beide kusten verblijven het zicht hebben op de tegenovergestelde kust, bestaat er geen twijfel dat de vroegere inwoners van Watten door de schrijvers Bataven zijn genoemd. Zij worden door de schrijvers beschreven als een volk, dat zich door een zekere wildheid van de andere volken onderscheidt, doch dat moeten wij beschouwen als voortgekomen te zijn uit hun verzet tegen de Romeinen." Bron: Chronica Monasterii Guatinensis, MGS, Xry, p. 163; HdF, XI, p. 104. De herinnering aan de Bataven was ca. 1100 nog levendig in het noorden van Frankrijk, al moet de schrijver teruggrijpen op een bron uit de 5e eeuw. Het behoeft nauwelijks gezegd te worden, dat een soortgelijke getuigenis van een Bataven-traditie in Nederland niet bestaat, waar pas in de 16e eeuw voor het eerste over de Bataven is geschreven. In de "Histoire de la Picardie" wordt het volgende vermeld. "Na een heftige veldslag heroverde Constantius Chlorus in 287 de stad Amiens en vestigde een basis van leger en zeemacht langs de kust van Het Kanaal. Vervolgens voerde hij een aanval uit op de kusten van de Bataves en de Frisonnes tegen Germaanse troepen die er door Caurasius, de aanvoerden van de Menapiërs, verzameld waren."(Bron: Panegyricus Constatino Caesari, 3). Wat doet een Romeinse keizer in 287 in de Betuwe en in Friesland? In die tijd hadden de Romeinen ons land reeds verlaten. De Betuwe en Friesland zijn ook niet te combineren met de stad Amiens en een basis langs de Kanaalkust, nog minder met de Menapiërs? Ook hier blijkt weer overduidelijk dat het over Frans-Vlaanderen gaat. |
De opstand van de Bataven.