Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.

Mythen rondom St.Willibrord in Utrecht en St.Bonifatius in Dokkum. Deel 16.

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

De klassieke teksten vormen het sterkste bewijs van het gelijk van Albert Delahaye. Het is opvallend dat historici vaak wel jaartallen en gebeurtenissen noemen, maar nooit de betreffende klassieke tekst geven. Uitzonderingen daar gelaten waarbij men wel een gedeelte van de tekst geeft, maar dan geen 'vertaling' of bepaalde details weglaat omdat die niet passen in de aangenomen geschiedenis. Hier zal de schrijver zich vergist hebben is dan de verklaring. Niet de klassieke schrijver heeft zich vergist, maar de historici die de tekst op de onjuiste locatie willen toepassen vergissen zich. Als beste voorbeeld kunnen we het Bronnenboek van Nijmegen geven.

Opgemerkt moet ook worden dat van geen enkele klassieke tekst (Grieks of Latijn) uit het eerste millennium, we over het origineel beschikken. Het zijn steeds afschriften (kopieën) uit veel latere tijd. Daarbij doen zich de volgende problemen voor ten aanzien van juiste lezing en vertaling voor en vooral de toepassing van met name de plaatsnamen. Een plaatsnaam op zich zegt niet zoveel, het gaat dan om de kontekst die bepalend voor de locatie is. Noviomagus dat via de Seine en Oise door de Noormannen bereikt werd, kan dus nooit Nijmegen geweest zijn. Dat was dan onmiskenbaar Noyon.
Het klooster Werethina van St.Ludger lag 'aan zee'. De teksten over dit klooster gaan dan ook niet over Werden dat immers niet aan zee ligt. Historici verklaren dan dat het klooster van Ludger Münster was. Ligt Münster dan wel aan zee? Welke etymologisch verband er tussen Werden en Münster bestaat, wordt dan ook nooit vermeld!

Het is juist bij toponymie interessant wanneer historici het niet eens zijn met elkaar. Zo maakt Blok van Werina Nederhorst den Berg (zijn eigen woonplaats: "als je toch wat plaatsnamen aan het uitdelen bent, kun je de eigen woonplaatst toch niet overslaan?" merkte Delahaye eens op). Henderikx plaats bij Nederhorst den Berg een vraagteken, Cees Dekker maakt er 'misschien' Loenen van en noemt Attingahem als Nederhorst den Berg? (ook met vraagteken), terwijl Henderikx van Atingahem Breukelen? of Zwesen? maakt (beide met vraagteken). Blok twijfel bij Attingahem tussen Nederhorst den Berg en Loenen. Dit voorbeeld is met vele andere aan te vullen.
Volgens Delahaye is Attingahem Autingues bij Guînes en was Werina de thans (vanwege de transgressies?) verdwenen plaats Weringhem bij Boulogne-sur-Mer.
«vorige volgende»

Wulfram en de mislukte doop van Radboud (Achttiende eeuwse gravure van L.F. du Bourg en J. Fokkema). Wat zocht de Friese hertog Radboud in het Franse Sens ? Of anders, waar was de getoonde kerk in Friesland te vinden? (Medemblik?) Hoe is het te verklaren dat geen enkele Nederlandse kerk het patronaat van de zo belangrijke Friezenbekeerder Wulfram kreeg?

Wat doen Willibrord de "Apostel van Friesland" en Bonifatius de "Apostel van Duitsland" daar zo ver in Frankrijk? Of waren ze in hun eigen bisdom? Wat doet Wulfram van Sens daar helemaal in Medemblik om Radboud te dopen? Kon dat niet door de bisschop van Utrecht gedaan worden? In het Verhaal van Nederland werd dit ook gedaan door Willibrord (sic)!

Over die onmogelijke reizen zijn ook nooit vragen gesteld? Al die verre reizen zijn ook in tegenspraak met de 'stabilitas loci' en worden in de teksten ook nergens genoemd. De afstand van Utrecht naar Soissons is 400 km (over tegenwoordige moderne wegen). Dat is ruim 80 uur lopen. Te paard nog altijd enkele dagen! Van Sens naar Medemblik is 680 km, ofwel te voet ruim 132 uur. Daarover is nooit overwogen of dit wel mogelijk was in de 8ste eeuw, toen Laag-Nederland nog een groot moerasgebied was?
Willibrord en Bonifatius waren predikers die onder het gezag van de Franken resideerden. Zij werden door de Friezen gezien als vertegenwoordigers van de Franken, vandaar dat het prediken niet lukte en Bonifatius en zijn gezellen zich in hun gebied begaven en vermoord werden toen de gelegenheid zich voordeed.

In de tekst over Karel Martel hierboven wordt Eliste in Batua genoemd. Gaat het over Elst in de Betuwe? Maar Elst heeft nooit een Salvatorkerk gehad. Lees meer over Elst waarbij het Marithaim in Elst (het was dezelfde plaats) altijd onverklaarbaar is gebleven. Prof.D.P.Blok verklaart de kopie uit 1050 waarin Eliste genoemd wordt voor een falsum. Hij is het niet eens met O.Opperman en verwijst naar de gelijkgestemde dr.Brandt. Je verwijst natuurlijk niet naar iemand die het niet met je eens is, om je gelijk te halen. Blok vindt de bezwaren van Opperman 'niet overtuigend'. Van Marithaime maakt Blok Merm op 2km. van Elst, terwijl in de oorkonde staat dat het een andere naam voor dezelfde plaats is. Van een etymologie van het Romaanse Marithaim naar het Germaanse Merm wordt dan ook geen verklaring gegeven. Een ander voorbeeld: zijn Noviomagus en Numaga twee plaatsen of zijn het twee verschillende namen voor de dezelfde plaats? Van dit soort voorbeelden zijn legio voorbeelden te geven. Het is juist de studie over de plaatsnamen die het grote gelijk van Albert Delahaye aantoont. In de boeken van Albert Delahaye lees je hier alles over.
Dr.M.Gysseling geeft als verklaring van Heliste de plaats van een "heidens heilligdom" van de Batavi. Er zijn immers resten van een 'Romeinse' (?) tempel gevonden. Dat de Batavi in de Betuwe woonden wordt door anderen dan weer tegengesproken. Voor Marithaim sluit Gysseling zich aan bij de opvating van Blok dat het Merm was. Of beter, andersom, Blok verwijst immers naar Gysseling voor zijn opvatting. Dat beiden naar elkaar verwijzen is ook niet vreemd, aangezien beiden zich op een opvatting van Koch/Künzel (zie Koch-Künzel, OBHZ) baseren. De onmiskenbare naschrijverij kan niet beter en niet genoeg benadrukt worden.


Terug naar het hoofdstuk over Willibrord en Bonifatius.
Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.