Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Mythen over Karel de Grote. Deel 3.

De eerste Hollandse schrijvers.
Albert Delahaye heeft steeds aangegeven dat de eerste Nederlandse geschriften met geen woord over Nijmegen of over de karolingische palts aldaar spreken. Alpertus van Metz, de Annalen van Egmond, de Rijmkroniek van Melis Stoke, de Clerc uten Laghen Landen zwijgen in alle talen over karolingisch Nijmegen. Hoeveel indruk had Karel de Grote bij hen gemaakt? Deze eerste kronieken van Nederland beslaan de periode van de 10e tot ver in de 14e eeuw. De traditie van St. Willibrord in Nederland is in de 12e eeuw langzaam opgekomen, begint bij Melis Stoke en de latere schrijvers door te sijpelen, maar van de Nijmeegse mythe vermelden zij niets. Er mag derhalve de konklusie getrokken worden, dat tot ver in de 14e eeuw nog nooit iemand in Nederland van karolingisch Nijmegen of de Bataven had gehoord, ondanks de Vita van Einhard. De Nijmeegse kannuniken Willem van Berchen en Cornelius Aurelius (Kees van Gouda!) hebben de mythen uitgevonden. Willem leefde en schreef tussen 1450 en 1490 en het klopt tot in de puntjes, dat alle gegevens uit de ware geschiedenis van Nijmegen dit tijdstip aanwijzen als de geboorte van de mythe. Kanunnik Cornelius Aurelius leefde en schreef tussen 1460 en 1531 en wordt (ook op Wikipedia) als uitvinder van de Bataafse mythe genoemd. Hij plaatste de Bataven echter in Zuid-Holland, zijn eigen streek. De dominees vader en zoon Johannes Smetius hebben de mythen voltooid. Op hun opvattingen zijn nog steeds de Nijmeegse mythen gebaseerd, zoals blijkt uit het boek 'De Bataven, verhalen van een verdwenen volk' dat verscheen bij de tentoonstelling in Museum Het Valkhof in 2004.
En in deze geschiedenis neemt Karel de Grote nog steeds een prominente plaats in. Ten onrechte. Hij past in het rijtje Julius Caesar, Djenzig Kahn, Napoleon, Hitler, Stalin, Franco, Sadam Hoessein, Kadafi en alle dictators die de wereld heeft gekend of nog kent (Moduro, Kim Jong-Un, enz). Slechts macht en grootheidswaanzin was hen allen deel.
«vorige volgende»

De bronnen.
Einhard is als bron niet echt betrouwbaar. Hij was een hofschrijver. Opvallend is dat hij weinig tot niets weet te melden over de jeugd van Karel de Grote. Was hij daarvan niet op de hoogte of was dat niet belangrijk? Wist hij ook niet dat Karel de Grote in 742 door Bonifatius gedoopt was en in 751 tot (mede-)koning van de Franken was gezalfd. Hij vermeldt het allemaal niet!
En Notker de Stamelaar, zoals hij doorgaans genoemd wordt, is die betrouwbaar? Zijn bijnaam zegt het al. Stamelen is twijfelen, niet de juiste woorden kunnen vinden. Zijn geschrijf bevat veel twijfel en is dus weinig betrouwbaar.

In de Vitae Caroli Magni van Einhard staan veel fouten, zelfs onmogelijkheden en er is sprake van veel symboliek, wat de mythen en legenden danig heeft versterkt. Een voorbeeld: de zin bij Einhard dat "Noviomagus aan de Vahalis ligt die het eiland der Bataven in het zuiden voorbijstroomt" was voor de historici het ultieme bewijs dat het per se over Nijmegen gaat. Maar waren de toevoegingen die Einhard geeft nodig om duidelijk aan te geven om welke plaats het ging? Was dat Noviomagus dan zo onbekend dat die toevoeging noodzakelijk waren? Noviomagus wordt in deze tekst ook pas als tweede genoemd, na Ingelheim. Moest er iemand of iets overtuigd worden? Hier valt Einhard door de mand, immers het is onwaar wat hij schrijft, want van een paleis van Karel de Grote is in Nijmegen nooit iets teruggevonden. Maar was het wel Einhard die dit geschreven heeft? Of een van de latere kopiisten, toen er in Nijmegen wel een paleis stond van Frederik Barbarossa (in 1155)? Ook het in dezelfde zin genoemde Ingelheim bestond niet in de tijd van Karel de Grote. Waarom noemt Einhard het Eiland van de Bataven? Kende hij dat dan met die naam? Die opvatting stamt aantoonbaar uit de 16e eeuw. De Vitae Caroli Magni ook?

Mythen, sagen en legenden. Over Karel de Grote en zijn tijd zijn naderhand talrijke mythen, sagen en legenden ontstaan, tot zelfs een heiligverklaring aan toe.
Toch waren er ook altijd kritische schrijvers die een ander beeld schetste, zoals de Vlaming Jacob van Maerlant (ca.1235-ca.1300), onze vader der Dietse dichteren algader. In Spiegel Historiael verbeeldde hij niemand minder dan Karel de Grote als een vorst die als hij aan tafel zat graag placht te luisteren naar historiŽn, om oorlog en om wijsheid te leren. Waren de talloze vorstelijke historiŽn in Spiegel Historiael mede bedoeld om op deze wijze een (tafelende) vorst te inspireren? Want tafelen kon hij volgens de mythen, sagen en legenden. Zijn eetlust was even geweldig: de koning verorberde een kwart schaap, twee kippen, een pauw, een kraanvogel en een hele haas.

Jacob van Maerlant heeft deze voor hem nog ontzagwekkende vorst geportretteeerd, waarbij hij alle registers opengetrokken heeft. Hij begon dan wel met puinruimen, dat wil zeggen schoon schip maken met de vele legendarische verhalen over Karel de Grote die als 'chansons de geste' opgeld deden. Maerlant voerde een pennenstrijd tegen de leugendichters. Kennelijk had Van Maerlant heel wat meer redenen dan zijn Latijnse bronnen om een publiek te veronderstellen dat bij zulke quasi-geschiedenissen zwoer. Een haast onontwarbare verstrengeling van feiten en fictie. Maar wanneer de Karels epiek eenmaal is terugverwezen naar het fabelrijk waarin zij thuishoort, komt Van Maerlant toch ook niet tot een historisch-verantwoord portret van Karel de Grote. Het doet in indrukwekkendheid niet onder voor die uit de romans.

De literatuur.
Er zijn heel wat boeken geschreven over Karel de Grote, maar de meeste weinig kritisch. Er kunnen veel vraagtekens bij geplaats worden (vandaar). Ik heb er vele gelezen, in alle mij bekende talen Duits, Engels, Frans en Latijn. Naschrijverij viert ook hierin hoogtij. Karel de Grote wordt nog steeds als een heilige voorgesteld, waar zelfs enkele prijzen naar zijn vernoemd. Interessant wordt het als er bij verschillende auteurs verschillen optreden. Er zijn vele voorbeelden van verschillen aan te geven. Maar zolang de palts in Nijmegen wordt genoemd zoals in het indrukwekkende boek 'Charlemagne' van Jean Favier, blijven de oude mythen bestaan.





Terug naar het hoofdstuk over Mythen van Karel de Grote.
Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.