| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |
|
"In naam van de Heer. Clemens Willibrordus kwam in het jaar 690 na de geboorte van Christus van overzee in Francia, en in de naam van God is hij in het jaar 695, hoewel onwáárdig, in Rome tot bisschop gewijd door de apostolische man paus Sergius. Nu is hij dan uit Gods naam in het jaar 728 vanaf de geboorte van Onze Heer Jezus Christus nog gelukkig werkzaam in de naam van God." Bron: Wilson, The Calendar of St.Willibrord, fol.39. Algemeen moet worden aangenomen dat Willibrord deze tekst zelf opstelde en eigenhandig in zijn Kalender heeft geschreven. Al schrijft hij in de derde persoon over zichzelf, toch blijkt duidelijk uit de woorden "hoewel onwaardig", die alleen van hemzelf kunnen zijn, dat hij in alle bescheidenheid over zichzelf schrijft. Als een ander dit geschreven had, zou het een grove belediging zijn geweest. Willibrord zegt dus zelf dat hij naar Francia kwam. Wie daar in de 7e eeuw Nederland of Katwijk van wil maken, moet op z'n minst met één tekst aantonen dat Francia zich toen uitstrekte tot de Noord-Nederlandse kust. Zo'n tekst bestaat niet en is dan ook nooit gepresenteerd. De eigen getuigenis van de man in kwestie is vanzelfsprekend van het hoogste belang. Toch blijven Nederlandse historici maar vasthouden aan de traditie en zetten ze zelfs de heilige, om wie ze zich zo druk maken, neer als leugenaar. Zij weten het immers beter dan Willibrord zelf. Voorts treedt uit deze eenvoudige en sobere verklaring een evenwichtige, rustige, plichtsgetrouwe, zorgzame en gestage werker naar voren; een persoonlijkheid waarbij de wilde verhalen van grootse geloofscampagnes over afstanden van 1000 (en vanuit Tournehem zelfs 1500) kilometer retour niet passen. Sommige historici houden de aankomst van St.Willibrord op het Zeeuwse Grevelingen. Ze erkennen daarmee dat ook zij Katwijk niet accepteren, maar tevens onbewust dat het wel Gravelines moet zijn geweest. Immers de 'Franse' naam voor Grevelingen is Gravelines Dat het zeeuwse Grevelingen in de 7e eeuw, toen de transgressies op een hoogtepunt waren, niet bestond is een zekerheid. De naam Grevelingen is ook een van vele importnamen waarmee Zeeland vol ligt. Vergelijk de namen Walcheren, Middelburg, Westkapelle, zelfs Vlissingen is een importnaam.
Overigens hanteert men in Echternach als landingsplaats van St.Willibrord het noord-Franse Gravelines. Dat is historisch volkomen juist. Gravelines heeft een sterke St.Willibrord traditie wat mag blijken uit het beeld met reliek van St.Willibrord in de plaatselijke kerk. (Zie afbeelding hiernaast)Een vliegende apostel.St.Willibrord en St.Bonifatius waren Benedictijnen. In de Nederlandse traditie worden hen eigenschappen aangewreven die in strijd zijn met hun kloostergeloften.In de traditionele opvattingen zouden St.Willibrord en St.Bonifatius in een oneindig groot missiegebied gewerkt hebben, dat zijn weerga niet gekend heeft. Dat is teveel eer voor deze eenvoudige predikers die in Noord-Frankrijk er twee zijn uit een lange rij en er in een beperkt gebied hebben gemissioneerd. Gezien de omvang van het goederenbezit van St.Willibrord, maakt de geschiedenis van hem de eerste vliegende apostel van west-Europa. Slechts de mythen hebben van St.Willibrord en St.Bonifatius reislustige missiebisschoppen gemaakt. Als Benedictijnen gold voor hen, naast de 3 hoofdregels (gehoorzaamheid, kuisheid en armoede), vooral de "Stabilitas loci", het levenslang verblijf in het eenmaal gekozen klooster. Merkwaardig is ook dat die missiereizen die St.Willibrord dan ongetwijfeld gemaakt moet hebben, in de authentieke bronnen nergens beschreven staan. Des te opmerkelijker wordt dit als bij andere bisschoppen en koningen en keizers (b.v. bij Karel de Grote) dit steeds wel gebeurde. De reizen van St.Willibrord zijn dan ook ontstaan in de fantasie van historici, op grond van verkeerd gelocaliseerde plaatsen. Uit de authentieke teksten, mits eerlijk gelezen en uitgelegd moet men dan ook constateren dat Willibrords bewegingen -bij zijn eigenlijke missionaire activiteit- een straal van 100 km nauwelijks overschreden hebben (Souastre, Oust-Marest en de 'Dani' liggen binnen dat bereik). In dit en andere opzichten is een niet gering verschil vast te stellen tussen Willibrords geaardheid en die van de 'onrustige' Bonifatius, wier 'actie-radius' trouwens ook tot het onmogelijke overdreven wordt. Er bestond tussen beiden ontegenzeggelijk een zekere mate van 'incompatibilité de caractères': de onstuimige Bonifatius vond Willibrord te lankmoedig; en Willibrord was te lankmoedig om Bonifatius te onstuimig te vinden. Niettemin wordt het vaak voorgesteld alsof Bonifatius niet alleen de opvolger maar ook de návolger van Willibrord geweest zou zijn. St.Willibrord devotie in Frans-Vlaanderen.
In de streek van Frans-Vlaanderen bestaat een vanuit de Nederlandse traditie onverklaarbare St.Willibrord devotie. De vraag "Hoe kan de apostel van Nederland zo ver van huis zo'n grote bekendheid hebben gehad?", werpt dan ook, voor de Nederlandse traditie, de nodige geografische problemen op.Vanuit de visie van Albert Delahaye is deze vraag meteen het antwoord op die problemen: "St.Willibrord was in Frans-Vlaanderen niet ver van huis. Hij was er midden in zijn missiegebied!" St. Willibrord landde te Grevelingen, dat in de 7e eeuw een eiland in het Almere was. Een plaatselijke traditie, die door een schrijver uit de 11e eeuw al zeer oud werd genoemd, bevestigt deze landing. In de streek van Frans-Vlaanderen zijn talloze relicten van een devotie aan te wijzen, zoals kerken door de aartsbisschop gesticht, veel relieken in kerken en de viering van zijn feest, maar vooral de datum van zijn sterfdag. Deze werd van 6 november verplaatst naar 7 november. De reden? Op 6 november was al de sterfdag van St.Winok vastgelegd, in Frans-Vlaanderen een alom vereerde heilige, Daarvoor moest de sterfdag van St.Willibrord wijken. Deze verplaatsing is alleen in Noord-Frankrijk te verklaren, waarmee ook precies zijn missiegebied aangegeven is. De kerken en goederen van het bisdom en van de abdij van St.Willibrord zijn alle in dezelfde streek aan te wijzen, met plaatsnamen die door regionale parallelteksten bevestigd worden in de vorm zoals zij in de oorkonden van Echternach voorkomen. De kaart laat tevens zien, dat alle raakpunten van St. Willibrord en het bisdom Trajectum rondom de zetelplaats Tournehem liggen. Voorheen plaatste men die goederen, parochies en kerken honderden kilometers uit elkaar in tien verschillende landstreken: in Holland, (merkwaardigerwijs niet in Friesland), Utrecht, Gelderland, het land van Kleef, België, Limburg, Zeeland, Antwerpen en de Kernpen, Thuringen en Luxemburg. Het heeft geen nader betoog nodig, dat dit onaanvaardbaar is voor een bescheiden missie-bisdom uit het begin van de 8e eeuw, dat bovendien reeds kort na St. Willibrord tekenen vertoonde van weinig levensvatbaarheid, of dat juist als missie-bisdom door de Paus voorbestemd was om zich te zijner tijd op te lossen in de normale hiërarchie. Een expansie van die omvang en uitgestrektheid is zelfs niet bekend uit een latere periode, toen rijke en politiek machtige bisdommen en abdijen links en rechts goederen verwierven. Gezien de omvang van het goederenbezit van St.Willibrord, maakt de geschiedenis van hem een reislustige missiebisschop, wat hij, gezien de geschreven bronnen, zeker niet geweest is. Nieuwe mythen.Steeds opnieuw steken allerlei uitvluchten de kop op om de mythe te redden. Tijdens een TV-uitzending op 6 november 1989 werd gepoogd "Willibrord in Utrecht" te redden door zijn verblijf aldaar slechts kort te houden. Blijkbaar kwam dat voort uit een opmerking van Monseigneur M.Muskens, die in een gesprek met het dagblad "De Telegraaf " (4 november 1989) onthulde dat "Willibrord de Friezen niet bekeerd heeft omdat zij niet wilden (?!?), waarna hij naar Echternach uitweek!" (en daar verder zat te kniezen om de vermaledijde Friezen zeker).Zo'n voortijdige aftocht van St.Willibrord is natuurlijk historisch volkomen naast de waarheid. Zowel de getuigenissen van St.Bonifatius, Beda en natuurlijk St.Willibrord zelf, verklaren dat hij tot in hoge leeftijd vanuit zijn te Traiectum gevestigde zetel werkzaam was. Bovendien zou het in strijd met de kloostergelofte van de Benedictijnen geweest zijn, waarbij 'Stabilitas loci' als een der voornaamste regels gold! Een Benedictijn ging niet op de vlucht! Vergelijk dat b.v. met de moord op St.Bonifatius. Op deze manier maakt Muskens (een Nederlandse bisschop) van St.Willibrord een lafaard en een slappeling en maakt hem de enige reden afhandig waarop hij tot patroon van de Nederlandse kerkprovincie kon worden verheven. Dat gebeurt er nu wanneer ondeskundige zich met de geografische historie van Nederland gaan bemoeien: blunder op blunder! Wijwaterputten.Op talloze plaatsen in Nederland treft men St.Willibrordiusputjes aan, voortgekomen uit de legende dat er dorst geleden werd. Willibrord sloeg dan met zijn staf o de grond waardoor een bron ontstond. Ziet U de relatie met de Bijbel, waar Mozes tot dezelfde actie kwam? Evenzeer zijn de wijwaterputjes van St. Bonifatius, zoals in Dokkum, klinkklare onzin. Paus Gregorius (731-741) had immers met nadruk verboden voor het dopen van heidenen tot christenen gebruik te maken van deze bronnen, juist omdat deze bij de heidenen in een geur van bijgeloof en heidense rituelen stonden, en de paus absoluut wilde voorkomen dat de heidenen de indruk kregen alsof de Kerk ook in het sacrale van bronnen geloofde. St. Bonifatius was zeer Rome-getrouw, zozeer zelfs dat hij menigmaal in conflict is geraakt met Gallische bisschoppen. En dan vindt de ROB. een wijwaterput van St. Bonifatius! Er werken blijkbaar geen katholieken bij de ROB., want deze heilige wordt even aangewreven dat hij de kerkelijke voorschriften heeft overtreden. Overigens blijkt die wijwaterput in Dokkum uit de 16de eeuw te stammen. Maar hoe weet men dat er wijwater (ofwel gewijd water) in die put zat?Lezersplein in het Algemeen Dagblad. Nu is het Lezersplein niet de geëigende plaats om over historische vraagstukken te discussiëren, maar G.Nieuwdorp uit Utrecht maakt er in zijn/haar reactie een karikatuur van. Dat hierbij enkele pertinente onwaarheden verkondigd worden, maakt duidelijk dat de schrijver niet gehinderd wordt door kennis van zaken De discussie rondom St.Willibrord en St.Bonifatius door Albert Delahaye is niet begonnen "op een zolder" (zijn huis in Zundert had niets een zolder: het was een bungalow), maar in het gemeentearchief van Nijmegen, en wel met Karolingisch Nijmegen waarvan elk spoor in Nijmegen ontbreekt. Het "gat van Nijmegen" is bij elke historicus bekend. Uiteraard wordt er weinig over gesproken, want het legt meteen de problematiek bloot. Voor Nieuwdorp zijn Willibrord en Willebrord 'vanzelfsprekend' twee verschillende personen. Aachen en Aken zijn waarschijnlijk ook twee verschillende plaatsen, net als Utret en Utrecht om bij zijn/haar stad te blijven. De schrijfwijze van een persoons- of plaatsnaam op zich zegt dus weinig, de context is meer van belang. En juist die context heeft in Nederland nooit gepast. Het begrip "déplacements historiques" is bij Nieuwdorp vermoedelijk ook niet bekend. De bewering dat de theorie van Delahaye bij beroepshistorici geen steun krijgt, is eveneens een onwaarheid. Zelfs aanvankelijk fervente tegenstanders van Delahaye, geven hem nu gewoon gelijk. Op mijn website (www.noviomagus.info) heb ik vele citaten verzameld waarin dat bevestigd wordt. Lees meer over die citaten. Dr. W.A. van Es, voormalig directeur van de ROB. in Amersfoort, schrijft zelfs: "Tussen 250 en 950 ontbreekt elke vorm van bewoning in Utrecht". St.Willibrord en zijn voorgangers en opvolgers hebben er dus nooit een bisschopszetel kunnen hebben. Immers zonder bewoners valt er niets te bekeren. Ook van een kerkje van St.Willibrord ontbreekt elk spoor! Bij opgravingen in Utrecht zijn nimmer resten uit de tijd van St.Willibrord gevonden, om een andere historicus te citeren. Er is sinds 1929 in Utrecht hard gezocht maar nooit iets gevonden uit de tijd van St.Willibrord. Dat lijkt me duidelijke taal. Lees meer over Oud-Utrecht. Ook door mevrouw Broer wordt de koppeling van Utrecht aan een bisschopszetel als onhoudbaar losgelaten. Als St.Willibrord geen bisschopszetel in Utrecht had, en dat stelde zij, valt het hele kaartenhuis van de mythen vanzelf in elkaar. Over een aantal historisch kwesties vanaf de Romeinse tijd is in Nederland altijd verwarring geweest. Wie de verwarring ontkent, kent de bronnen niet. Ten aanzien van de hele studie rondom St.Willibrord zijn er zeker nog onduidelijkheden, misschien kan Nieuwdorp die als 'deskundige' oplossen? Zoals de verklaring van de twee corpora van St.Willibrord en zelfs een derde schedel die van deze heilige bekend is. Het bronnenonderzoek van deskundigen moet als historische uitgangspunt voor de discussie dienen, en niet de schoolboekjes, de folders van de VVV's of een kerkgidsje van een kathedraal. Meer informatie over St.Willibrord vindt U hier. Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf! |
| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |