| Naar het Trajectum van St.Willibrord | Naar Karel de Grote. |
|
Aan de oorkonde van het jaar 777 is de complete geschiedenis van de vroege Middeleeuwen in Nederland aan opgehangen. Men heeft deze oorkonde beschouwd als de eerste aanwezigheid van Karel de Grote in Nijmegen en in Nederland. Alle middeleeuwse determinaties zijn van deze ene oorkonde afgeleid. De plaatsen Niumaga, Trajectum, Dorestad, Lisiduna en de rivieren Renus, Lockia en Hem, de gouw Flethite en de vier bossen werden op Nederland van toepassing geacht. In Nederland zou het bij deze schenking gaan om een gebied van ruim 600 km², terwijl het in Frankrijk om een gebied met een straal van nog geen 5 km. (±20 km²) gaat. En dat blijft nog een vraag wat de kerk van Utrecht aan een moerasgebied (op ruim 30 km. afstand) heeft? Karel de Grote zal toch geen waardeloze grond aan Utrecht geschonken hebben? Het zou een belediging zijn geweest. "Custos" Albricus, de in de oorkonde van 777 genoemde "custos" (beheerder) van de kerk van Trajectum wordt ook in enkele andere oorkonden nog genoemd. In 776 wordt Albricus genoemd als bisschop van Colonia (is Coulogne bij Calais en niet Keulen - wat blijkt uit parallelle teksten) en wijdt hij Liudger tot priester en prediker te Ostracha (bij Arras en niet Oostergo in Friesland). In 780 komt Alcuinus, de biograaf van Karel de Grote bij Albricus te Trajectum op bezoek. Alcuinus is op reis van Engeland naar Colonia. Na zijn aankomst in Colonia, arriveerde hij tegen de avond bij Albricus te Trajectum. In Nederland heeft deze tekst nooit gepast en wordt daarom steeds verzwegen. Tussen 783-793 overlijdt Albricus. Liudger sticht een klooster te Werethina (is Weretha en niet Werden). Het is niet aannemelijk te maken dat deze bisschop Albricus, zowel te Utrecht als in Keulen werkzaam zou zijn geweest. Eveneens past de reis van Alcuinus in het geheel niet in de Nederlandse situatie en is deze reis zelfs geheel buiten elke rede. Vanuit Engeland en aankomst te Keulen, ben je onmogelijk 's avonds alweer terug in Utrecht. De plaatsen: Niumaga=Noyon Trajectum = Tournehem Dorestad=Audruicq Lisiduna=Licques Ubkirica=Nortkerque De 4 bossen: Hengestschote=Ecottes Fornhese=West-Yeuse Mocoroht=Mottehault Widoc=Wissocq De rivieren: Renus=Schelde Lockia=Le Loquin Hem=Hem De gouw Flehite is het Fle in Frans-Vlaanderen Opvallend detail ten nadele van de "Nederlandse" interpretatie is dat er sprake is van een eiland, gelegen tussen de rivieren de Renus en Lockia. Welk eiland daar tussen ligt, blijft in Nederland een vraag! In de tijd dat de Nederlandse Rijn nog de oude bedding van de Kromme Rijn volgde, bestond de Lek niet eens! Is de naamswijziging van Rijn in Lek dan toch het gevolg van de transgressies? Een nieuwe naam voor een nieuw stuk rivier nadat de zee zich teruggetrokken had? Hetzelfde zie je bij Maas - Bergse Maas - Amer - Hollands Diep, en bij Rijn - Waal - Merwede. |
De Nederlandse traditionele opvatting. Er bestaat een afschrift van een oorkonde uitgegeven te Niumaga (Actum Niumaga palacio publico) , waarin Karel de Grote in het jaar 777 schenkingen deed aan de kerk van St.-Willibrord; de heilige zelf was toen al overleden. De passage, waar het op aankomt, luidt in vertaling: Klik hier voor de oorspronkelijke Latijnse tekst. ".......aan de basiliek van St.-Martinus, die gebouwd is in Vetus Trajectum, ten zuiden van (subter) Dorestate, waar de priester Albricus costus is, de villa Lisiduna, gelegen in de gouw Flethite, aan de rivier de Hem, met inbegrip van de bijbehorende gronden en landerijen, horigen, huizen, gebouwen, bossen, velden, graslanden, weiden, wateren en waterlopen, dit alles uit het gebied van graaf Vuiggerus dat hij in leen haden de bossen, genaamd Hengestschote, Fornhese, Mocoroht, Widoc, gelegen aan beide zijden van de Hem. Ook de kerk, gebouwd onder Dorestad, die Ubkirica heet, en ook de oever van de Lockia en het eiland in het oosten tussen de Renus en de Lockia..." De twee namen Vetus Trajectum en Dorestad plaatste men in Nederland, namelijk te Utrecht en te Wijk bij Duurstede. Lisiduna zou Leusden zijn, de Renus de Rijn, de Lockia de Lek en de Hem(us) wordt voor de Eem gehouden, al ligt Leusden helemaal niet aan deze rivier. Met geen enkele bron is ooit aangetoond dat Leusden ooit zo geheten heeft, of dat Leusden wel bestond in de 8e eeuw. De determinatie van Lisiduna met Leusden is ontstaan op fonetische grondslag. Immers 4 letters komen overeen. Bovendien is de locatie Leusden als zeker opgevat, voordat er ooit archeologisch onderzoek is gedaan. Bij de opgravingen in 1983/84 heeft de archeologie dan ook bevooroordeeld vondsten gedateerd als zijnde 8e eeuws. Op grond van enkele scherven en grondverkleuringen kwam men tot de bevestiging van wat reeds lang als een zekerheid werd aangenomen.De andere namen hebben in Nederland nooit bestaan, behalve in de fantasie van sommige historici, die de oorkonde opvatten als een schenking aan de kerk van Utrecht. Waar lagen de genoemde bossen? Waar lag Ubkirica? Waar het eiland tussen Renus en Lockia? Bestond de Lek wel in 777? Volgens meerdere gegevens is aantoonbaar dat de Lek pas is ontstaan na de 10e eeuw. En was Dorestad wel Wijk bij Duurstede? Zie aldaar. In Nederland hanteert men de volgende argumenten als legitimatie dat de oorkonde uit 777 wel degelijk over Nederland gaat.
Het is duidelijk dat de legitimatie om deze oorkonde op Nederland toe te passen volkomen op fantasie is gebaseerd. Er blijft niets van over dan wat giswerk, verblind als men was door het het nabijheidsbeginsel en de vermeende aanwezigheid van Karel de Grote in Nijmegen. De visie van Albert Delahaye. Met deze oorkonde hebben de Nederlandse historici een driedubbele vervalsing gepleegd, ten eerste door eruit te lezen dat Dorestadum aan de splitsing van Lockia en Renus lag, wat in de oorkonde helemaal niet staat, ten tweede door te beweren dat de Lockia de Lek was, om zo het bewijs te leveren dat het oude Dorestadum aan de Lek gelegen was. Maar volgens de gangbare gegevens over het oude Wijk bij Duurstede lag dat aan de Oude Rijn. (zie de opgravingsverslagen!) Bovendien staat in de oorkonde duidelijk dat Trajectum ten zuiden van Dorestad lag. In Nederland is dat met Utrecht en Wijk bij Duurstede precies andersom. Klik op de kaart voor een vergroting. De plaatsnamen zijn duidelijk Gallo-Romaans, die alleen al uit zuiver taalkundig oogpunt niet in Nederland kunnen hebben voorgekomen. De twee rivieren, de Hem en de Lockia, zijn als aardrijkskundige aanduidingen nog belangrijker dan plaatsnamen. De Hem draagt nog dezelfde naam. De Lockia heet tegenwoordig Le Loquin. Het zijn bovendien unieke namen, waarvan men elders geen doublures vindt. De gouw Flehite is de streek van het Flevum of Almere, die in andere, vrijwel eigentijdse teksten Fle wordt genoemd. Ook dit Almere was niet de Zuiderzee maar bevond zich in de authentieke streek in Noord-west Frankrijk.Archeologisch onderzoek in Oud-Leusden, de plaats die men voor Lisiduna gehouden heeft, toonde overigens aan dat de oudste sporen uit de 11e/12e eeuw dateren. Van enige bewoning in dat gebied heeft men geen spoor gevonden. Ook landerijen, velden, graslanden, weiden, wateren en waterlopen zijn er in de 8e eeuw niet geweest, aangezien het gebied Eemland pas vanaf de 11e eeuw ontgonnen is. Een volgend in Nederland onopgelost probleem is het graafschap van de genoemde Vuiggerus (Wiggerus - Wigger). Waar heeft dat gelegen? Over deze Wiggerus is verder niets bekend. Nu wordt in de oorkonde van 855 ook een graaf Wigger genoemd, maar zijn bezittingen lagen niet in de gouw Flethite, maar in Hamalant. Het is dus, afgezien van het verschil van 78 jaar, niet dezelfde Wiggerus. In Nederland is verder niets bekend over deze graaf, laat staan over een graafschap. De eerste vermeldingen van graven in Nederland dateren uit de 12e eeuw, dus ruim 4 eeuwen later en dat waren graven afkomstig uit Vlaanderen. Zie bij het graafschap Holland. Inderdaad, kan men van verbazing achterover slaan bij deze merkwaardige doublures, maar dan moet de kritische zin we heel scherp gezet worden. Lek kan niet van Lockia zijn afgeleid. Het is bijna overbodig eraan toe te voegen dat het woord Lockia in geen enkele Nederlandse bron voorkomt. Nu door middel van de namen van de landstreek en de rivieren de juiste streek teruggevonden is, leveren de plaatsnamen niet veel moeilijkheden meer op. Lisiduna moet worden opgevat als Licques, op ongeveer tien kilometer van Tournehem gelegen. De plaats is als Liscae of Liske bekend in oude teksten. Zij bevindt zich op een hoge, afgeplatte heuvel en is omgeven door diepe dalen, die in de tijd van de oorkonde gedeeltelijk met water waren gevuld. Op korte afstand bevond zich het Almere, waarin de Hem uitmondde. Deze zeebaai was tussen de 3e en de 8e eeuw opnieuw tot vrij grote hoogte door het water ingenomen, waaruit volgt dat het niveau van de rivieren eveneens hoger was dan nu. De naam Lisiduna (duna is een Keltisch woord dat "versterkte hoogte" betekent) was derhalve geheel toepasselijk. De plaats verloor het achtervoegsel toen het omringende land droog viel. De vier bossen, aan de kerk van St.-Willibrord gegeven, worden aangeduid met plaatsnamen.
De vier plaatsen bevinden zich inderdaad aan de beide zijden van de Hem, precies zoals in de oorkonde staat. Wissocq ligt aan de Lockia. De rivier vormt ter plaatse zoveel eilanden, dat het niet mogelijk is het in de oorkonde bedoelde aan te wijzen; in elk geval wordt ook aan dit detail ult de oorkonde door de situatie ter plaatse voldaan. ,,Tussen de Renus en de Lockia" levert geen moeilijkheden op, daar de Hem in oude teksten soms Rhim, Rhem en zelfs Rhin wordt genoemd. Daar het echter niet zo voor de hand ligt dat in een tekst twee namen voor eenzelfde zaak gebruikt worden, kan ook aangenomen worden dat "Renus" een latele interpolatie is, toegevoegd toen in Nederland het afschrift van de oorkonde werd gemaakt. Overigens is het verbazingwekkend dat de Nederlandse kopiïst die vreemde namen zo puur heeft overgebracht.
1. het bos van Tournehem; 2. enige kompleksen, waaronder het bos van Licques; 3. dat van Eperlecques en Ruminghen; 4. dat van Zutkerque. Het is niet zeker, dat dit de bossen uit de oorkonde van 777 waren, al moet men erop bedacht zijn dat bijvoorbeeld het bos van Licques zich op een andere plaats bevond dan het dorp van deze naam, zoals ook het bos van Tournehem zich op enige afstand van de stad bevindt. Ook in de benamingen van de bossen kunnen zich veranderingen hebben voorgedaan. Een keur van Tournehem uit de 15e eeuw spreekt van de vier bossen en van het aandeel dat de burgers erin hadden. Het was hun verboden hun deel te verkopen op straffe van een boete en verlies van hun hout voor dat jaar. De vier bossen zijn in 1827 bij het domein van de staat gevoegd. Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf! |