De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Onbetrouwbaar of betrouwbaar? Wie bepaald dat? De historicus die de bron niet kent?


Wat verstaat de historicus onder 'onbetrouwbaar'?
Het gaat hierbij steeds over klassieke teksten, waarbij de verklaring gegeven wordt dat de klassieke schrijver zich vergist moet hebben. Een tekst wordt dan onbetrouwbaar verklaard omdat de gegevens in die tekst niet overeenkomen met de algemeen aanvaarde opvattingen.

Als voorbeeld: Byvanck (zie daar) kan de Nederlandse traditie alleen verklaren door klassieke schrijvers onbetrouwbaar te noemen, zoals bij een tekst van Julius Caesar, waarover hij schrijft: "Caesar was niet goed op de hoogte" en geeft "een vrij verwarde passage" over de rivieren Maas en Rijn.
Of:
Strabo schreef tamelijk vaag en verward.
Of:
Tacitus geeft "een enigszins verwrongen verhaal wat niet altijd duidelijk is. Men kan zijn verhaal maar ongeveer verklaren".
Of:
Over Pomponius Mela is altijd enige verwarring bij zijn berichten.
Of:
De berichten van Plinius zijn merkwaardig en geven moeilijkheden. Er is niet altijd duidelijk wat hij met Germania bedoeld.
Of:
In de gegevens van Ptolemeus moeten allerlei fouten schuilen.
Of:
Vellius Paterculus geeft "een niet altijd duidelijk verslag".
Of:
De Peutingerkaart plaatst ons voor eigenaardige moeilijkheden. In de getallen moeten blijkbaar fouten schuilen.


Ook andere historici spreken vaak over onbetrouwbare schrijvers, zoals B.H.Stolte, D.P.Blok en W.A.van Es

Ook de auteurs van het Bronnenboek van Nijmegen hebben niet opgemerkt dat de indices van de Monumenta Germanica totaal onbetrouwbaar zijn. En juist daarop heeft het volgens zijn eigen getuigenis gewerkt en teksten foutief op Nijmegen toegepast!

En dan komt Albert Delahaye met de oplossingen en plaats hij al die 'onbetrouwbare' gegevens op de juiste plaats waar ze wèl passen en vervolgens wordt hij door deze historici onbetrouwbaar genoemd. Niet Albert Delahaye was onbetrouwbaar, maar degene die hem met valse getuigenissen bestreden.

Blijkbaar hebben de historici zichzelf nooit de vraag gesteld of hun algemeen aanvaarde opvattingen wel juist zijn.

De visie van Albert Delahaye.
Wat de historicus niet kent of hem niet uitkomt, wordt meteen onbetrouwbaar genoemd. Waarom onbetrouwbaar? Omdat de gegevens van de klassieke schrrijver niet passen in de opvatting van de betreffende historicus. Bij een zorgvuldige bestudering blijkt niet de schrijver onbetrouwbaar, maar de opvatting van de historicus. Zo werden de gegevens van Ptolemeus onbetrouwbaar genoemd, omdat ze niet pasten op de Nederland, wat de traditionele opvatting was. Toegepast in Frans-Vlaanderen blijken die gegevens zéér goed te passen en dus volkomen betrouwbaar te zijn. Ook het Oera Linda Boek was omstreden en werd ook onbetrouwbaar genoemd, omdat de historici er geen verklaring voor hadden. Toegepast in de juiste streek (ook hier weer Frans-Vlaanderen, het oude gebied van de Saksen) blijkt de inhoud ook zéér toepasselijk.

Het grootste probleem ten aanzien van de geschiedenis in het eerste Millennium, is niet het vinden van bewijzen die de traditionele geschiedenis tegenspreken, maar het bestrijden van de vooringenomenheid en verbolgenheid van de professionele historici. Bij elke twijfel die opgeroepen werd, was steeds het eerste argument "dat het niet paste in het algemeen aanvaarde beeld van onze geschiedenis". Historici van naam, zoals Vollgraff, Boeren en Coens, werden met deze dooddoener tegengesproken. De gewenste discussie ging men steeds angstvallig uit de weg.
Teksten die niet in het traditionele plaatje pasten werden zonder verdere toelichting "onbetrouwbaar" verklaard. Bronnen die de traditie tegenspraken werden verzwegen. Niet de klassieke teksten zijn onbetrouwbaar, maar de historici die deze als onbetrouwbaar verwerpen.

Essentieel voor historisch onderzoek is, dat wanneer blijkt dat een bewering verschillende eeuwen na het feit ligt waarover het gaat, men haar meteen als hoogst onbetrouwbaar moet beoordelen. Veel zogenaamde zekerheden in de geschiedenis van Nederland zijn eeuwen, soms pas elf eeuwen, na de feiten geponeerd en reeds op deze grond moet men ze verwerpen, tenminste indien men voor historicus wil doorgaan en boven het niveau van klakkeloze naprater van middeleeuwse onbevoegden wil staan. Ik ken geen enkele Nederlandse publicatie, waarin deze vraag aan de orde is gesteld.


Onbekend maakt onbemind.
Wat niet weet, wat niet deert.



Wat weten we uit de klassieke teksten?

DE “ONBETROUWBARE” PTOLEMEUS
Claudius Ptolemeus, grieks astronoom, geograaf, wiskundige en zelfs muziektheoreticus, leefde tussen 87 en 150 na Chr. in Alexandria. Hij schreef verschillende werken, waaronder zijn “Geographia” of “ Cosmographia” het bekendste is geworden,dat tot in de 16e eeuw het handboek is gebleven voor de aardrijkskundigen en de kartografen.
In dit werk heeft hij een lijst samengesteld van ca. 350 plaatsen in het romeinse rijk, aangevuld met de lengte en breedtegraden. Ten opzichte van Ptolemeus heeft de akademische wereld (niet alleen de nederlandse, daar het misprijzen algemeen is) een van haar ergste grofheden gepleegd door hem voor “ onbetrouwbaar” te verklaren, en wel omdat hij op het punt van de historische geografie van westelijk Europa mededelingen had gedaan, die in flagrante strijd staan met de gangbare opvattingen.
Daardoor ontstond de farce, dat de moderne klassici en historici het beter meenden te weten dan de geleerde astronoom en geograaf uit de eerste eeuw. Jazeker! Wanneer men zich eenmaal een zo fundamentele fout als die van Albis, Amisia en Wisurgis eigen heeft gemaakt, die aan de oorsprong van alle mythen ligt en daarvan de hoofdoorzaak was, en men zich niet afvraagt hoe een schrijver uit de eerste eeuw een diametraal tegenovergestelde mening kon hebben, blijft er niets anders over dan die schrijver voor onbetrouwbaar te verklaren.

Terloops mag opgemerkt worden, dat ik niets nieuws of ongehoords heb uitgevonden of ontdekt; ik heb slechts Ptolemeus gevolgd, die al in de eerste eeuw de mythen van Nederland weerlegd heeft, lang voordat zij geboren werden. Immers, hij plaatst de Bataven met duidelijke woorden en graden ! in het noorden van Frankrijk.
Voor hun radikale verwerping van Ptolemeus hadden de historici de wind mee. Hij had immers ook een astronomie ontwikkeld, bekend als het “Stelsel van Ptolemeus” , dat gebaseerd was op een stilstaande aarde, die voor hem het centrum vormde van het geheld zonnestelsel. Dit stelsel heeft eeuwenlang de wetenschap van de astronomie beheerst totdat door Copernicus in de 16e eeuw en Galilei' in de 17e eeuw werd aangetoond dat het onjuist is. De nieuwe inzichten gingen er overigens niet in als gesneden koek; zij werden pas aanvaard toen men algemeen was gaan inzien dat het dreigen met de brandstapel een misplaatste grap was geweest.

In de vergissing van Ptolemeus met betrekking tot het aarde- en zonnestelsel vond men een gerede aanleiding om zijn mededelingen over de geografie van Gallie en Germanie ook te verwerpen, omdat zich hierover inmiddels opvattingen hadden gevormd, die door hem ten stelligste worden tegengesproken.
Wanneer Ptolemeus zich dan met de zon vergiste, dan wil dit nog helemaal niet zeggen dat hij zich ook met de aarde vergiste. Men had zijn astronomie en zijn geografie beter uit elkaar moeten houden in plaats van alles maar op een hoop te vegen.

Men heeft de man nog een tweede onrecht aangedaan.
Zonder te begrijpen wat hij bedoelde, en zonder zich te verdiepen in de vraag hoe zijn systeem in elkaar zat (hij was immers onbetrouwbaar! Waarom zou men dan nog moeite doen om hem te begrijpen?) zette men zich soms aan de rekonstruktie van onderdelen van zijn gegevens. In plaats van zich strikt te houden aan de woorden van de schrijver, werden die rekonstrukties vermengd met eigen opvattingen, met kleine en grote zogenaamde korrekties, waardoor een verwrongen beeld ontstond en gemakkelijk kon worden aangetoond dat Ptolemeus zotte mededelingen had gedaan. Ten onzent is de rekonstruktie van Byvanck (Nederland in den Romeinschen tijd, 1943, biz. 211) daarvan het beste voorbeeld. Deze schrijver heeft op de eerste plaats het grondprincipe van Ptolemeus niet opgemerkt, de west-orientatie, evenmin overigens als hij dit bemerkt heeft bij andere schrijvers, ofschoon het ontelbare malen te signaleren is. Op de tweede plaats voegt hij met Rijn, Eems en Wezer eigen doch onjuiste opvattingen toe, en dan krijgt men een landkaart, die inderdaad nergens meer op lijkt. Wanneer men zo met Ptolemeus omspringt, is “men” onbetrouwbaar, en niet de oorspronkelijke schrijver.

Conclusies.
Verre van onbetrouwbaar te zijn, heeft Ptolemeus mededelingen gedaan die door de andere klassieke schrijvers als volkomen juist worden bevestigd. Zijn teksten leiden op verschillende punten tot een beter inzicht over Germania Inferior en Germania Superior. Tot in detail bevestigt hij het beeld dat Tacitus over Germania geeft; hij voegt daar zelfs een aantal stammen en plaatsen aan toe die Tacitus niet noemt en steunt hem derhalve met ca. 25 nieuwe punten.

Door zijn nauwkeurige beschrijvingen, ten overvloede gedekt door geografische plaatsbepalingen, situeert hij in het noorden van Frankrijk:
  • de Monden van de Renus (Schelde),
  • de twee hoofdsteden van de Bataven en het Flevum, enfin de gehele materie die het hoofdbestanddeel van zowel de Nederlandse als de Europese historische geografie vormt.

    Tenslotte blijkt bij hem, evenals bij Tacitus en de andere romeinse schrijvers, dat hij niets boven Keulen vermeldt. Dat gebied, waar in zijn tijd de Romeinen aan het pionieren waren, werd niet bij Germania Inferior of Germania Superior, zelfs niet bij het rijk gerekend, want alle schrijvers zwijgen erover. Dit valt bijzonder op bij Ptolemeus, die de indruk geeft volledig te willen zijn.

    Vanzelfsprekend heeft hij niet alle romeinse plaatsen genoemd, doch wel alle streken en onderdelen van de provincies. Nederland is nergens te bekennen. Men moet natuurlijk niet met de lugubere grap aankomen, dat Ptolemeus met Tecelia Texel bedoeld zou hebben, een eiland dat pas 10 eeuwen na hem ontstond!

    Ofschoon de Peutinger-kaart uit de 4e eeuw is, bevestigt Ptolemeus haar in de eerste eeuw al bij voorbaat, en geeft tevens aan hoe zij opgevat moet worden, namelijk dat de Patavia onmiddellijk grenst aan een Franse streek en dat het land van de Bataven aan alle kanten wordt omringd door Franse stammen, wat hij zelfs woordelijk zegt.

    Zo omspannen de twee bronnen de gehele periode van de Romeinse occupatie van westelijk Europa; beide bewijzen dat er tussen de eerste en de vierde eeuw geen sprake van kan zijn in Nederland ook maar iets van de Bataven neer te zetten. De Romeinse vondsten van Nederland moeten op hun eigen waarde beoordeeld worden, met weglating van de fabels. Op de eerste plaats moeten de namen van de Peutingerkaart vergeten worden, te beginnen met die van Noviomagus voor Nijmegen, want die namen hebben er nooit bestaan.

    Het allervoornaamste van Ptolemeus is echter, dat de juiste rekonstruktie van zijn gegevens in een oogopslag laat zien dat de Albis, de Amisia en de Wisurgis inderdaad in het noord-westen van Frankrijk gesitueerd moeten worden. De “Tropea Drusi”, de plaats van het Teutoburgerwoud, zet hij eveneens in het noorden van Frankrijk neer, waardoor de Duitse mythe voorgoed naar het rijk der fabelen is verwezen. Tengevolge van de onverbrekelijke band tussen deze rivieren en Saxonia is het beeld totaal vals, dat men zich tot de 10e eeuw over Saksen, Friezen en aanverwante stammen had gevormd. De Duitse en Nederlandse bibliotheken puilen uit van kletspraat. Het wordt de hoogste tijd dat het etiket “ onbetrouwbaar” van Ptolemeus wordt afgenomen en dat dit geplakt wordt op publikaties, die niet eens zo’n klare en gemakkelijk te ontdekken zaak als de west-orientatie van de klassieke schrijvers wisten op te merken, die in veel opzichten de sleutel tot de mythen is. Het gaat natuurlijk helemaal niet aan een schrijver uit de eerste eeuw voor onbetrouwbaar te verklaren, wanneer men zijn teksten niet eens begrepen heeft.





    Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

  • Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.