| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |
![]()
Saksische en Friese literatuur. Nog afgezien wat hiernaast geschreven is, bestaan er nog diverse werken die door historici nooit serieus genomen zijn, maar ook nooit serieus onderzocht zijn. Zij werden op voorspraak van enkelen bij voorbaat al afgewezen omdat zij met de inhoud geen weg wisten. Het bekndste voorbeeld is THET OERA LINDA BOK, een Fries geschrift uitde 8ste eeuw. Het werd altijd voor vals verklaard, vooral door historici die het nog nooit gelezen hadden. In zijn studie heeft Joël Vandemaele de echtheid van het Oera Linda Boek aangetoond onder het motto "Is iets vals als je er geen verklaring voor hebt?" Vandemaele weet alle hierin genoemde plaatsen te localiseren, niet in Nederlands Friesland, maar in Frisia in Frans-Vlaanderen. |
De officiële wetenschap heeft de eerste schrijvers altijd met de nek aangekeken, omdat hun primitieve dictie en onwetenschappelijke pretentie onder de maat werden geacht van een échte geschiedschrijving. De oudste Hollandse kronieken zijn dan ook nauwelijks onderzocht, noch in positieve, noch in negatieve zin, namelijk wat er wèl en wat er niet in staat. Af en toe, overigens een zeldzaamheid, worden zij erbij gehaald om de tradities te bevestigen. De eerste schrijvers over de Nederlandse geschiedenis hebben het onweerlegbaar getuigenis neergeschreven dat de na hen opgekomen tradities een en al mythe zijn. Dit had iedere historicus kunnen zien, tenminste als hij die schrijvers eens niet met de nek maar met open ogen aangekeken had.
De visie van Albert Delahaye.
Naast Stoke kan ook Jacob van Maerlant genoemd worden, een Vlaamse dichter (Brugge, ca. 1230 of 1235 tot ca. 1288 of 1300), dus feitelijk ook pas uit de dertiende eeuw. Met zijn meer dan 230.000 verzen was hij ook een van de productiefste middeleeuwse auteurs en werd dan ook de "vader der Dietse dichtren algader" genoemd. Hij schreef in de volkstaal, het Diets. Zijn belangrijkste werken komen uit Franse en Latijnse bronnen. Rond 1285 werkte Maerlant aan zijn grootste werk, de Spieghel historiael, dat de naamgever werd van het geschiedenistijdschrift in Nederland. Net als zijn andere werk, droeg hij ook dit op aan iemand van adel: de Hollandse graaf Floris V. Spieghel historiael was een grootse onderneming: het besschreef de wereldgeschiedenis die begon bij de schepping en had moeten eindigen in Maerlants eigen tijd. Maar toen Jacob ruim 90.000 verzen klaar had, werd hij ziek en moest hij de pen neerleggen. Later is het werk door anderen afgemaakt. Lees meer over Jacob van Maerlant.Frits Van Oostrom heeft over Maerlant het boek 'Maerlants Wereld' geschreven dat een heuse bestseller werd. Feitelijk kan Jacob van Maerlant de eerste 'Nederlandse' schrijver genoemd worden. Voor oudere of meer schrijvers moeten we naar Vlaanderen, zoals Willem van Rubroek die ook in de13de eeuw schreef over zijn reis naar Azië. Men zou nog de kroniek van Johannes de Beka kunnen noemen, die geschreven werd tussen ca. 1340 en 1346 of 1364. Latere handschriften lopen zelfs tot 1393 en 1456 door. Het spreekt vanzelf, dat in deze kroniek enkele mythen al uitgewerkt waren en als zekerheden worden voorgesteld. Voor ons doel is de kroniek van de Clerc te verkiezen, omdat daarin de groei van sommige tradities aardig te volgen is, maar ook omdat er enige merkwaardige dingen in staan. De Clerc schreef tussen 1349 en 1356; enige historici plaatsen het geschrift zelfs in het begin van de 15e eeuw. Zijn tekst is voor het merendeel ontleend aan Melis Stoke en Johannes de Beka; hij verwoordt deze echter op zijn eigen aantrekkelijke manier. De Clerc uten Laghen Landen. Over het allereerste begin van Holland vertelt hij, dat Antonius door Germanië en de Franken trok (dit laatste is Duitsland, zegt hij) en in Holland kwam, waar hij in het jaar 65 bij de Rijn een sterkte liet bouwen, die tot zijn gedachtenis Antonina werd genoemd. Hij en zijn nakomelingen hielden het land lang en stevig in bezit, totdat de Slaven en Wilten (dat zijn Denen, zegt hij) de stad innamen en vernielden. Dagobert overwon de Wilten, brak hun burcht Wiltenburg af en bouwde daar een nieuwe stad, die hij' 'Utrech" noemde, dat is in het Latijn Trajecturn. Binnen de stad werd de eerste kerk gebouwd ter ere van de apostel Thomas. In het jaar 662 deden de priesters er al regelmatig dienst. De Friezen kwamen tegen de koning in opstand; zij vielen Utrecht aan, vernielden daar de kerk en voerden een hevige oorlog in Holland. Enkele historici (Brongers, Van Tent, Van Es) maakten van Wiltenburg niet Utrecht, maar Vechten (zie Romeinen, Friezen, Franken' p.214)' De afkomst van de Frankische koningen ligt in Troye. Zij hadden hun paleizen meestal in Trier, Keulen, Aken, "Mens" in de Ardennen of daaromtrent in Lotharingen (hij zal met "Mens" wel Mainz bedoeld hebben, ofschoon deze plaats niet in de Ardennen ligt). Zij waren zelden in Parijs. (De Clerc geeft hierna een bijzonder aardige uitweiding over de Franken en Frankrijk, die voor ons doel van geen belang is). Pepijn de Grote was "duutsch" geboren. Zijn zoon Karel Martel was in Keulen geboren. En Karel, wiens lichaam te Aken rust, waar hij ook meestal gewoond had, moest zich vanwege de dreiging van Spanje veel in Frankrijk ophouden. De Clerc weet het heel nauwkeurig: Trier, een oude stad, werd gesticht toen Abraham 8 jaar was! Holland, over het algemeen een broekland, was "alleszins" ( = geheel en al) uit de armen van de zee en de Rijn "gesalicht" (zalig zij de Clerc, die reeds in de 14e eeuw het juiste inzicht had over het ontstaan van het alluviale Holland!). Karel Martel gaf aan de kerk van Utrecht de eerste schenking. Karel de Kale gaf Holland het eerste graafschap. Willibrord, geboren in Engeland, ging naar St.Egbert, de eerste bisschop van Northumberland en volgde hem naar Ierland. Egbert zond Wigbert naar Germanië om te prediken, maar deze kwam teleurgesteld naar Engeland terug. Daarna kwam St. Willibrord met 11 gezellen. Hij arriveerde te Utrecht, waar hij de St.Thomas-kerk herstelde. In 695 wijdde hij in Utrecht zijn eerste doopvont. In 696 droeg Pepijn hem op naar Rome toe te gaan om daar de wijding tot bisschop te ontvangen. Te Heilo bij Alkmaar zocht St. Willibrord eens water; hij opende de grond en vond er een bron, die men nog het St. Willibrordus-putje noemt. Op Walcheren vernielde hij een afgodsbeeld van Mercurius. Willibrord stierf; zijn lijk werd overgebracht naar een klooster bij Trier. Tijdens zijn leven had hij St. Aelbrecht naar Kennemerland gezonden; die is begraven te Egmond. In het jaar 856 kwamen de Denen en Noormannen met hun schepen van Noorwegen naar Holland, waar zij een groot leger heen brachten en veel vernielden. De heilige man St.Jeroen, die te "Nortdike" priester werd, sloegen zij het hoofd af. Zij vernielden ook het kasteel van Voorburg, dat voorheen van koning Aurindilius was geweest, die men in het diets "Ezeloor" noemde. In het jaar 863 gaf Karel de Kale het graafschap aan Dirk, om het te beschermen tegen de Noormannen. Hij woonde in Pladeel, dat in de Brabantse Kempen ligt. Deze graaf Dirk en zijn nakomelingen hebben de wrede Denen en Noormannen uit het roomse rijk verjaagd. In deze tijd kwamen Denen en Noormannen, wel te verstaan volk uit Noorwegen en vernielden het gehele "Walske" land, en het jaar daarna plunderden zij het land van de Ardennen (nota: bij de Clerc is Wals synoniem met Frans). Godevaert (Godfried) kwam uit Noorwegen naar de Betuwe, waar hij met veel Denen en Noormannen verslagen werd. Men kan zich ook afvragen of een Noorman Godfried (vrede van of vrees voor God) geheten heeft. Deze samenvatting spreekt voor zichzelf. Eenieder, die een beetje oplet, kan gemakkelijk waarheid en fabel scheiden. Op enkele details moet nog gewezen worden. De grote invasies van de Noormannen legt de Clerc in de Ardennen en in Frankrijk. Een enkel feit plaatst hij al in Nederland. Dorestadum raakt hij niet aan. Heeft hij hierover ergens gelezen, dan zei dit hem niets. Dit toont wellicht ook aan, dat de Clerc vóór Johannes de Beka schreef, die wel over Wijk en Duurstede spreekt. De Clerc had een goed inzicht over wat het middelpunt van het Frankische rijk was. Met nadruk vermeldt hij Aken als de meest gebruikelijke residentie van Karel de Grote; het valt op dat hij Nijmegen niet noemt. St.J eroen, die in vorige geschriften gewoon een martelaar was, is nu opeens een martelaar van de Noormannen. De abdij van Echternach kent hij niet bij naam.
Wat weten we over klassieke teksten? Over veel eeuwen kennen we geen oude geschiedenis door een gebrek aan geschriften. Niet dat die er niet geweest kunnen zijn, maar oudere werken verdwenen in de open haard als men van mening was dat de inhoud niet juist was of men die vreemde teksten toch niet kon lezen. Het is een verschijnsel dat zelfs in de 20ste eeuw nog voorkwam, wat Albert Delahaye heeft ervaren voor zijn benoeming in Nijmegen. Voor het 'ordenen' (beter kan gesproken worden over opruimen) van het oud archief in Nijmegen werden werklieden van gemeentewerken 'aan het werk gezet' die die alles rücksichtslos opstookte 'omdat niemand dit toch nog lezen kan'. Pas in de 15de eeuw verschijnen wat we nu 'de klassieken' noemen, de werken van Romeinse schrijvers die tot die tijd 'ergens' in bibliotheken lagen te verstoffen en toen 'herontdekt' werden en door de boekdrukkunst in grote oplage verspreid werden. Die Klassieken zijn aanvankelijk vooral gebruikt door de chauvinistische schrijvers, om de eigen bevolking en het eigen land van een aansprekende geschiedenis te voorzien. Neem als voorbeeld 'Germania' van Tacitus dat rücksichtslos op Duitsland werd toegepast, ook klopte het niet met de inhoud. Het is nog steeds een raadsel of deze 'klassieken' in de tijd van Karel de Grote blijkbaar onbekend waren. Hij liet immers allerlei bestaande geschriften en boeken verzamelen, maar veel 'klassieken' werden in zijn geschriften, o.a. van Einhard of Alcuinus, niet genoemd. Zo ontbreekt de Peutingerkaart in alle bibliotheken om in de 16de eeuw plots op te duiken in een oude kloosterbibliotheek. En de voorgeschiedenis ervan? Daarover wordt volop gespeculeerd, wat leidt tot allerlei fantasievolle en fabelachtige verhalen, maar zonder bewijs blijft het een mysterieus en duister product. |
| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |