
De kapstok van de 'vaderlandse' geschiedenis staat in los zand.
Klik op de tekst voor een vergroting.
Het FUNDAMENT van alle verwarring is het Karolingisch Paleis van Karel de Grote in Nijmegen.
Dat paleis blijkt gebouwd op los zand, op nooit bewezen losse beweringen.
Op dat losse zand zijn alle volgende mythen gebouwd.
Immers als Nijmegen fout is, was de Betuwe ook niet het land van de Bataven; was Utrecht niet de bisschopszetel van Willibrord, werd Bonifatius niet in Dokkum vermoord en hebben de Noormannen nooit in Nederland geplunderd.
Dan stort het hele kaartenhuis van de Nederlandse mythen in elkaar.
Bonifatius, Willibrord, Karel de Grote en de Noormannen zijn voor Nederland volkomen legendarisch.
|
|
De Kapstok waar de hele geschiedenis van Nederland in het eerste millennium aan opgehangen is, staat in los zand.
Wie de geschiedenis bestudeert ontdekt al snel het verschijnsel "naschrijverij" wat elke litaruurlijst bij historische uitgaven al aantoont. Men schrijft elkaar onnavolgbaar klakkeloos na. Onder gelijkgestemden is het niet moeilijk om je gelijk te vinden. Maar wat blijkt? In de 'vaderlandse' geschiedenis is elke nieuwe mythe op een vorige mythe gebaseerd en alles begon met het verkeerd lezen en begrijpen van de eerste Nederlandse schrijvers, zoals Melis Stoke. Had men hem nu maar eens gevolgd, dan waren de mythen van Dorestad, van Willibrord en anderen nooit ontstaan. Melis Stoke noemt meer dan 25 plaatsen die nog nooit gelokaliseerd en geïdentificeerd zijn in Nederland. Daar ligt een onontgonnen uitdaging voor de Nederlandse historici, die toch liever de oude opvattingen van Duitse historici naschreven.
De visie van Albert Delahaye.
De streek- en plaatsnamen zijn per definitie de kapstokken waar de historische kledij aan opgehangen is. Die historische kledij bepaalt vanzelfsprekend de plaats van de geschiedenis. De bronnen zijn daarover wel duidelijk, al werden die op Nederland toegepast, terwijl de plaatsen in die bronnen genoemd allemaal in Frans Vlaanderen liggen. In zijn onbevangenheid heeft Albert Delahaye altijd gemeend, dat de plaatsnamen de kapstokken zijn van de beschrijvende geschiedenis en zeker van de historische geografie. Voortdurend werd hij beschuldigd van de steeds terugkerende valse aantijging, dat hij zoveel zou overslaan. Inderdaad slaat Delahaye veel over, maar vooral de massa mythen, die soms nog te onnozel zijn om ze apart te weerleggen. Die worden met de grotere mythen vanzelf opgeruimd. Als het paleis van Karel de Grote in Noviomagus weer terugkeert naar Noyon, gaan alle aangenomen opvattingen die daaraan zijn opgehangen vanzelf mee naar Frankrijk.
Maar wie Delahaye beschuldigt van 'overslaan' moet eens uitleggen waarom er door historici in Nederland wel 90% en meer van de teksten overgeslagen wordt, zoals het Bronnenboek van Nijmegen wel aantoont. Wie met een boemerang werpt moet niet verbaasd zijn dat die zich tegen je keert.
Ik weet niet hoe men het noemen moet dat Blok de mooie Romaanse en Franse naam Attingahem voor zijn woonplaats Nederhorst den Berg opeist. Dat is pettologie (er een beetje met de pet naar gooien), daar hij in heel Nederland geen plaats vond die er ook maar een beetje op lijkt, hing hij deze pet maar thuis aan de kapstok.
De eerste Nederlandse schrijvers spreken met geen woord over Nijmegen of over de Karolingische palts aldaar. Alpertus van Metz, de Annalen van Egmond, de Rijmkroniek van Melis Stoke, de Clerc uten Laghen Landen zwijgen in alle talen over Karolingisch Nijmegen evenals over Dorestadum. Alpertus van Metz vermeldt wel het concilie van Noviomagus van 1018, waarmede hij vanzelfsprekend Noyon bedoelde dat daar plaats vond. Deze eerste kronieken van Nederland beslaan de periode van de 10e tot ver in de 14e eeuw. De traditie van St. Willibrord, in Nederland begini in de 12e eeuw langzaam op te komen en begint bij Melis Stoke en de latere schrijvers door te sijpelen, maar van de Nijmeegse mythe hebben zij nog geen syllabe. Er mag derhalve de konklusie getrokken worden, dat tot ver in de 14e eeuw nog nooit iemand in Nederland van Karolingisch Nijmegen had gehoord. Uit de teksten van Noyon en het Bronnenboek van Nijmegen is aan te tonen dat de Nijmeegse kannunik Willem van Berchen de mythe heeft uitgevonden. Hij leefde en schreef tussen 1450 en 1490 en het klopt tot in de puntjes, dat alle gegevens uit de ware geschiedenis van Nijmegen dit tijdstip aanwijzen als de geboorte van de grootste mythe in Nederland. Deze mythe wordt zelfs door moderne historici nog steeds gevolgd, al bestaat er geen enkele archeologisch, noch tekstueel bewijs voor. Het was en is nog steeds het beginpunt van de FUNDAMENTELE VERWARRING (zie in de linker kolom).

Klik op deze tekst voor een kaart van Guines en omgeving als voorbeeld voor het aantal plaatsnamen in dat gebied rond Tournehem.
Plaatsnamen zijn de kapstokken van de historische feiten. Honderden plaatsen en goederen van Willibrord en Epternacum, genoemd in oorkonden, zijn in Nederland onvindbaar.
We komen hier op het centrale punt in de studie van Albert Delahaye: de “deplacements historiques”. Voor de juiste plaats bestaan de volgende aanwijzingen en bewijzen.
De twee 'meest deskundige' etymologen, schrijven bij liefst 1354 plaatsen «ligging onbekend».
Prof.dr.D.P.Blok schrijft in zijn Lexicon bij 843 plaatsen «ligging onbekend». Als je alles leest wat Blok schrijft (bijv. in zijn boek ‘De Franken in Nederland’), geeft hij Delahaye naast die 843 nog eens 550 keer gelijk. Bij elkaar krijgt Delahaye 1393 keer gelijk!
De Vlaamse ‘meest deskundig’ etymologist prof.dr.M.Gysseling verweet Albert Delahaye: 'geen enkele van zijn identificaties is juist'. Dat zegt dus iemand die bij 511 plaatsen «ligging onbekend» schrijft en van de Patabus op de Peutingerkaart de Maas maakt, om maar één van de vele onjuistheden in zijn Toponymisch Woordenboek te noemen.
Bij aantallen tot wel 96% «onbekend›› dient een toponymist zich serieus af te vragen of hij wel in de juiste streek aan het zoeken is. Lees meer over plaatsnamen
Onvindbaar!
Meer dan 1600 plaatsnamen uit de klassieke historische bronnen zijn onvindbaar in Nederland, Duitsland of Luxemburg.
In (Frans-)Vlaanderen en Frankrijk liggen ze allemaal!
- 362 namen van het bisdom Trajectum zijn onvindbaar in Utrecht;
- 214 namen van de abdij Aefternacum zijn onvindbaar bij Echternach (Lux);
- 206 namen van de abdij Werethina zijn onvindbaar bij Werden (D);
- 305 namen van de Fresones zijn onvindbaar in Friesland of Schleswig-Holstein (D);
- 550 namen van de Batua en Taxandria zijn onvindbaar in de Betuwe of in Brabant;
- de Romeinse namen van Germania zijn onvindbaar in Duitsland.
|