| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |
![]() 1521: eerste gedrukte uitgave van de Vita Karoli Magni. Einhard (Eginhard) wordt in de historische literatuur ook wel de secretaris en persoonlijke vriend van Charlemagne genoemd. Daaraan mag sterk getwijfeld worden aangezien hij enkele essentiële zaken van Karel de Grote toch niet weet. De 'Vita Karoli Magni' schreef hij overigens ook pas zo'n 20 jaar na het overlijden van Charlemagne. Over de levensbeschrijving van Einhard, zoals die is overgeleverd, zijn de nodige vragen te stellen met name over de authenticiteit van deze vita. De eerste voor de hand liggende vraag is "Waarom zo lang gewacht voor het schrijven van een Vita van een persoon die hij zo bewonderde?" "En waarom zo'n beperkt verhaal als hij zegt zoveel van hem te weten?" Voor iemand die Charlemagne waarschijnlijk nog persoonlijk gekend heeft, in elk geval in zijn tijd geleefd heeft, staan er ook teveel onjuistheden en zelfs fouten in dit boekje. Dat was ook de reden waarom men lange tijd aan de echtheid van deze "Vita' getwijfeld heeft. M.Halphen vindt het ook niet aannemelijk dat Einhard een vertrouweling van Charlemagne geweest zou zijn (zie: Études Critiques sur l'Histoire de Charlemagne. Paris 1928, p.75 ). Dan zou hij zeker een aantal zaken hebben geweten die hij nu niet noemt of waar hij zich iets over afvraagt. De 'Vita Karoli Magni' is vermoedelijk geschreven tussen 830 en 836 aan het hof van Lodewijk de Vrome, de zoon en opvolger van Charlemagne. Deze is verloren gegaan. De versie waar men nu over beschikt komt uit de 12de of zelfs pas uit de 13de eeuw en is dus een kopie. Deze is zeker aangepast, immers er staan zaken in die Einhard in zijn tijd nog niet kon weten, zoals gegevens van Tacitus over de Bataven. Het werk van Tacitus is overigens pas in de 15de eeuw teruggevonden. Tacitus is de enige die 'het eiland der Bataven' noemt. Na de Romeinen verdwijnen de Bataven uit de schriftelijke bronnen tot 'het eiland der Bataven' weer opduikt bij Einhard. In de tussentijd heeft niemand daar over geschreven of het als zodanig genoemd. Het is overduidelijk dat Einhard met de persoonsverheerlijking van Charlemagne het algemene gevoel van die tijd beschrijft. Charlemagne was toen ruim 20 jaar dood en men verlangde duidelijk terug naar de tijd van het machtige Karolingische Rijk met de krachtige vorst Charlemagne. Dat werd zeker versterkt aangezien zijn zoon en opvolger Lodewijk de Vrome het rijk danig heeft laten verloederen. Na die tijd viel het rijk al spoedig in drie delen uiteen, welke verdeling al sinds 806 in het verschiet lag, toen Charlemagne zijn rijk al onder zijn 3 zoons verdeelde. Die verdeling ging in 814 niet door, aangezien 2 zoons al overleden waren. Omdat er tot wel 80 kopieën bestaan, meestal geklassificeerd in 'classe' A1 en A2, B1 en B2 en C, blijkt het al om overgeschreven exemplaren te gaan. Opmerkelijk is overigens dat deze kopieën van elkaar verschillen, wat voor de kritische onderzoeker interessante perspectieven opent. Vaak betreft het slechts namen die verschillend geschreven worden, maar ook andere zaken zijn niet altijd gelijk. Hieruit blijkt dat de verschillende kopieën aangepast zijn aan de tijd. De originele handschriften zijn echter verdwenen. Men weet dus niet meer wat er in het authentieke handschrift van Einhard heeft gestaan, wat is weggelaten en wat is toegevoegd. Van enkele zaken kunnen we dat overigens exact vaststellen (zie hiernaast). Het oudste gedrukte exemplaar stamt uit 1521 en toen hadden verschillende mythen zich al in alle omvang verspreid in de historische literatuur. De waarde van de getuigenis van Einhard moet men flink relativeren. Het is wel duidelijk dat Einhard van enkele Romeinse geschriften (o.a. Suetonius wordt als bron genoemd) gebruik heeft gemaakt, waarvan hij de tekst soms letterlijk overgeschreven heeft. Hoe betrouwbaar is die tekst dan? Te vaak blijkt dat hij ook slordig en lichtvaardig met zijn bronnen is omgegaan, slechts om Charlemagne nog grootser te maken dan de Romeinse keizers Caesar en Augustus. Ook de vele verwijzingen naar Bijbelse gebeurtenissen wijzen hierop. Niet vergeten mag worden dat hij een 'hofschrijver' was, die schreef in opdracht van zijn broodheer (Lodewijk de Vrome, de zoon van Charlemagne). Einhard noemt zo vaak die alom geëerde grootsheid van Charlemagne dat het overdrevene er vanaf druipt. Maar zijn misstanden noemt hij nauwelijks of praat die goed onder het mom van de kerstening van het ware geloof. Menig maal doet Einhard de historische waarheid geweld aan door zaken te vernoemen die hij beslist niet geweten kan hebben, omdat die pas nadien ontstaan zijn (zie voorbeelden hierna en hiernaast). De vraag is dan ook gerechtvaardigd of deze 'Vita' wel door Einhard zelf geschreven is of slechts aan hem toegeschreven werd om het vertrouwen van de lezer te wekken dat een tijdgenoot van Charlemagne over hem schrijft. Wellicht in oorsprong wel, maar deze vita is nadien zeker aangepast, zoals dat van meer teksten bekend is. Er wordt ook al langer getwijfeld aan de juistheid van deze levensbeschrijving. Zie o.a. wat F.L.Ganshof daarover schreef. Zo zou Einhard waarvan we mogen aannemen dat hij rond 776 geboren is (hij vermeldt immers zelf dat hij in 836 zestig jaar was) in 788 liefst 6 charters geschreven hebben. Hij was toen 12 jaar! Dat gelooft toch niemand? Het is overigens ook bekend dat de indeling in hoofdstukken niet van Einhard zelf is, maar van de abt Walahfried van Reichenau en van na 840 is. Dat was dus al de eerste modificatie van de tekst van Einhard. Hoeveel er in de meer dan 80 handschriften nadien is aangepast is moeilijker aan te tonen. Dat het aanpassen gebeurde kan men wel als een zekerheid beschouwen. Het was de gewone gang van zaken in de Middeleeuwen. Die historische waarheid geldt ook voor Einhard zelf. Einhard zou in het bezit geweest zijn van de abdij van St.Servaas in Maastricht. Maar in zijn tijd stond St.Servaas nog steeds te boek als bisschop van Tongeren. Pas in de 10e eeuw wordt hij voor het eerst als bisschop van Maastricht genoemd door Heriger, monnik en later abt van de abdij Lobbes. En zo zijn er wel meer onvolkomenheden aan te tonen in de Vita Karoli Magni van Einhard (zie hiernaast), waarvan we nu weten dat hij dat toen (in begin 9e eeuw) niet geweten kon hebben en waaruit dus ondubbelzinnig is vast te stellen dat de teksten van latere tijd of gemodificeerd zijn. De teksten bieden voor historisch geografische gegevens derhalve geen houvast en dus zijn we aangewezen op andere teksten en de archeologie. En die zijn wat Nijmegen betreft wel duidelijk. Uit de tijd van Charlemagne heeft men er niets gevonden. Door de levensbeschrijving van Einhard werd Charlemagne ten onrechte op een voetstuk geplaatst. Zijn 'Vita Karoli Magni' getuigt niet van een objectieve levensbeschrijving. ![]() ![]() Einhard maakt in zijn 'Vita Karoli Magni' denigrerende opmerkingen over jaloezie, gierigheid en laksheid van de Merovingische vorsten. Het was slechts bedoeld om Karel de Grote op te hemelen en te kunnen verheerlijken als deskundig en getrouw vorst. De waarheid is dat Karel de Grote geen haar beter was dan Clovis of Chlotarius aan wie hij overigens zijn rijk te danken had.
|
De "Vita Karoli Magni"geschreven door Eginhard (bij ons Einhard genoemd) is voor de Nijmeegse traditie altijd beschouwd als historisch goud, maar kent enkele problemen. De zinsnede "Iuxta villam cui vocabulum Ingilenheim, alterum Noviomagi super Vahalem fluvium, qui Batavorum insulam a parte meridiana praeterfluit" werd altijd als het ultieme bewijs beschouwd van de aanwezigheid van een Paleis van Karel de Grote in Nijmegen en daarmee met de Karolingische waarheid voor Nijmegen. Traditionele vertaling: (Karel liet nieuwe paleizen bouwen) "zowel de villa die Ingelheim heet, alsook te Nijmegen aan de rivier de Waal die het eiland van de Bataven in het zuiden voorbij stroomt". Het bericht, altijd ontleend aan Einhard, komt in tal van andere kronieken voor. Er mag gewezen worden op de duitser Ekkehard, die de tekst overnam tot en met de Vahalis, en de rest wegliet omdat dit hem totaal vreemd of onaannemelijk was. Deze tekst is sinds de 15e eeuw, beslist niet eerder, op Nijmegen toegepast door de Nijmeegse fantast Willem van Berchen. In deze zin worden 3 elementen genoemd: Noviomagus, het Eiland van de Bataven en de Vahalis. Toen eenmaal het eiland van de Bataven als de Betuwe en de Vahalis als Waal was opgevat, werd met Noviomagi toch duidelijk Nijmegen bedoeld? In die plaats liet Charlemagne dan ook een nieuw paleis bouwen. Er zijnbewijzen te over, dat Einhard niet over Nijmegen schreef: 1. Tot en met 770 betekent Noviomagus altijd Noyon. We bestaan geen teksten waar de interpretatie Nijmegen zelfs in overweging genomen zou kunnen worden, wat het Bronnenbok van Nijmegen ook bevestigd. De gangbare rekonstruktie bevat derhalve de absurditeit dat Karel de Grote enkele jaren na zijn kroning te Noviomagus - Noyon, een tweede Noviomagus ver buiten zijn rijk stichtte, hij zijn kroningsstad en zetel Noyon verliet en als affront voor de Frankische edelen en bisschoppen aan die nieuwe plaats de naam Noviomagus gaf. Want voor hij er de palts kon bouwen, moest hij immers eerst een plaats stichten en die een naam geven, want Einhard zegt duidelijk dat de plaats al bestond. De archeologie heeft afdoende bewezen, dat in Nijmegen ca. 770 geen plaats en geen palts heeft bestaan, al willen de nieuwste fantasten er zelfs een merovingisch handelscentrum van maken. 2. Indien het nieuwe paleis werkelijk te Nijmegen lag, dan was dit een totaal nieuwe fase in het normale resideren van de Karolingers; dan zou dit ook een bepaalde reden hebben gehad, die helaas voor Nijmegen, nergens genoemd wordt. En dan zou Karel de Grote er slechts drie (3!) keer geweest zijn? Dat bliven ze in Nijmegen maar steeds volhouden, maar bewijzen blijven uit. 3. De Vahalis was de Oise; zie de index op deze naam en kontroleer dan de teksten die vanaf de Romeinse periode tot in de 10e eeuw de Oise ook als Vahalis aanduiden. De waternaam Vaha- kan ook betrekking hebben op Bacha-beek, zoals bij Bacha-lys. 4. De naam Waal, die helemaal niet van Vahalis is afgeleid, maar van “weel” (doorbraak), komt ca. 1009 voor het eerst in geschriften voor, een bewijs te meer dat het een nieuwe naam was, die niets uitstaande heeft met Vahalis. 5. Het Eiland van de Bataven of de Batua lag in Frankrijk. Er zijn ca. 180 teksten die dit bewijzen (zie de lijst met de plaatsnamen in de Batua), zowel bij de klassieke schrijvers als later. 6. Tussen de 3e en de 10e eeuw, toen de Betuwe onbewoond was (zij lag onder water; wie dit niet aanneemt, wordt door de archeologie wel verplicht om te erkennen dat zij niet bewoond was), blijft de Batua als een belangrijk landschap voorkomen. Het was de streek van Béthune tot aan de kust; het naamkundig relikt van Béthune is duidelijk. 7. De nieuwe naam van de Nederlandse Betuwe (goede aarde, vruchtbare grond), tegelijkertijd en als pendant ontstaan met de Veluwe (vale, slechte grond), komt in de noordelijke bronnen voor het eerst in 1015 voor. 8. Tenslotte heeft Einhard ook de west-orientatie gehanteerd zoals vrijwel alle klassieke en vroeg-middeleeuwse schrijvers. In de eerstvolgende alinea na de geciteerde passage staan hiervoor twee bewijzen. Hij schreef zuiden doch bedoelde oosten, zodat op grond hiervan de tekst niet thuis hoort bij de Betuwe doch te Noyon, waar de beschrijving van Einhard perfekt klopt. Eigenlijk is de karolingische kwestie van Nijmegen met deze acht punten afgedaan, daar in alle teksten nergens een detail verschijnt waarbij men opeens aan Nijmegen zou kunnen gaan denken. Er is echter een groot probleem in Nijmegen. Van dat Paleis is in Nijmegen archeologisch nog nooit enig spoor gevonden. In Nijmegen zou het er ruim 300 jaar gestaan moet hebben. Maar ook het Paleis in Aken en dat in Ingelheim leveren een probleem op. Van de oudste resten is archeologisch vastgesteld dat deze niet uit de 8ste eeuw dateren, maar uit de 13de eeuw (voor Aken) en de 10de eeuw voor Ingelheim. De vraag is ook of we Einhard wel op zijn woorden kunnen geloven, of, is dit wel door Einhard geschreven? En wanneer is die Vita Caroli Magni geschreven? Ten aanzien van de 'Vita Caroli Magni' bestaan veel onopgeloste vragen: (zie ook in de linker kolom het artikel van Ruud van Veen).
Het echte leven van Karel de Grote zoals beschreven door Einhard is nog steeds een raadsel en zit vol onopgeloste vragen. Is de Vita Caroli Magni een betrouwbaar verhaal, of is het een van vele overgeleverde en gemanipuleerde geschriften zoals in de hele geschreven geschiedenis voorkomen. Als we van een geschiedkundige bron niet precies weten hoe oud ze is, of ze ongeschonden is overgeleverd, wie haar geschreven heeft, of er afwijkende versies zijn en waar de verschillen dan in zitten. Vergelijk daarmee de Annaen van Egmond met het Cartularium van Egmond, waar Albert Delahaye een uitvoerge studie naar heeft gedaan en hij opvallende verschillen opmerkte. Is het geschrift dat voor ons ligt een originele versie (en hoe weten we dat) of is het één van de kopieën die in de loop der tijd door veschillende handen zijn geschreven? Met een handgeschreven document kan in de loop der eeuwen van alles gebeurd zijn. Het kan "gecorrigeerd" zijn, het kan in een kopieerslag zijn aangepast, dingen weggelaten, dingen toegevoegd, alles met volstrekt goede bedoelingen, of met de bedoeling om de betekenis van het document opzettelijk te veranderen. Valsheid in geschrifte kwam in de Middeleeuwen alarmerend vaak voor. Zeker in geschriften (oorkonden) waarin het om bepaalde rechten of om bezit ging, moet de onderzoeker dubbel alert zijn. De documentatie van de abdij van Echernach bewijst dit al. Er hoefde zelfs geen verlangen naar materieel gewin in het spel te zijn. Chauvinsme kon genoeg zijn. De menselijke ondeugden zijn van alle tijden. Documenten die onbereikbaar zijn opgeborgen zijn bij voorbaat al verdacht. Wat valt er te verbergen? Vergelijkbaar zijn de laatste woorden van Willem van Oranje "mijn god heb medelijden met mij en met dit arme volk". Die staan dan wel in het officiële 'Verhael vande moort', geschreven door Willems hofprediker en raadsman Pierre Loyseleur de Villers, maar we weten momenteel dat Willem op slag dood was en deze woorden dus nooit uitgesproken heeft. Hem werden deze woorden 'in de mond gelegd' uit chauvinistisch oogpunt. Gaat dat ook op voor die paleizen van Karel de Grote? Welke grootheid van Karel de Grote moest hiermee aangetoond worden? Dat ze niet gebouwd zijn, staat momenteel wel vast. De woorden van Einhard die schreef dat 'Karel begon met de bouw', zijn dus een farce. In Nijmegen is van een paleis in elk geval nooit iets gebleken. Maar ook in Aken en in Ingleheim is dat Karolingisch Paleis archeologisch nooit aangetoond, ondanks wat de historici en de plaatselijke VVV en Musea ons willen doen geloven. De bekende relicten en museale voorwerpen, stammen allemaal uit vele eeuwen ná Karel de Grote. Zie het voorbeeld van de beroemde buste van Karel die uit de 14de eeuw stamt. Lees er meer over bij Aken. Het komt er op neer dat wat Einhard geschreven heeft, net als andere delen in deze Vita, volkomen onbetrouwbaar is. Daar kun je geen geschiedenis op baseren!
Het tweede element uit de tekst van Einhard is het eiland van de Bataven (de Batua), in Nederland altijd opgevat als de Betuwe. De codex van Lorsch noemt op het jaar 814 een eiland, gelegen tussen de rivier de Wal en Gannita. Deze bron werd uiteraard op de Nederlandse Betuwe toegepast, omdat zowel de Batua, als Gannita (Gendt) en de Wal zeer duidelijk op Nederland zouden wijzen. Echter, alle plaatsnamen in diezelfde codex van Lorsch zijn in de Betuwe onvindbaar. De Batua blijkt een landstreek in Frankrijk te zijn, waar al die plaatsen wel aangewezen konden worden. Einhard schrijft dat de Karolingische residentie bij de rivier de Vahalis ligt, welke rivier als Vahalis, Valum en Guala in de bronnen voorkomt. Deze namen wijzen niet op de Nederlandse Waal, doch op de Franse Gouelle. Het Noviomagus uit de tekst van Einhard kan derhalve ook hierom niet Nijmegen zijn, maar was het Noyon dat aan de Guelle ligt. De Wal uit de tekst van Lorsch kan dan ook niet de Nederlandse Waal zijn geweest. Lees alles over de Waal. Noviomagi(us) wordt door Einhard in het begin van de Vita Karoli Magni twee keer genoemd: Immers, zeggen historici, Einhard maakt onderscheid tussen de twee Noviomagi door bij de tweede te vermelden dat het aan de Waal en bij het Eiland van de Bataven lag. En precies dat is nu het probleem. Die vermelding over Noviomagus aan de Waal komt verder nergens meer voor. Het is steeds gewoon Noviomagi(us). Waarom dan die ene keer er dat zo nadrukkelijk bij vermelden dat het Noviomagus aan de Waal bedoeld is? Was dit Noviomagus dan zo onbekend dat een nadere toelichting noodzakelijk was? Bijkomende problemen zijn: 1. is de vertaling van Vahalem met Waal wel juist? Lees meer over de Waal. 2. Was het Eiland van de Bataven wel de Betuwe? Lees meer over de Bataven. Als de historici gelijk zouden hebben, dan had dat Karel de Grote twee paleizen Noviomagus: één in Frankrijk en één in Nederland. Zou Einhard om verwarring te voorkomen dan bij dat Paleis in Nederland opzettelijk vermeld hebben dat het aan de Waal lag? Maar waarom doet hij dat niet bij de overige vermeldingen van Noviomagus? Waarom wordt daar nergens meer onderscheid gemaakt tussen beide Noviomagi? Dat was zeker nodig geweest om verwarring te voorkomen in welk Noviomagus Karel de Grote dan verbleef. En juist die verwarring heeft voor alle misverstand gezorgd. Het Franse paleis werd met het misverstaan van de teksten in Nijmegen gedacht. Immers de schoolboekje vermelddem dat paleis, dus dat was toch alom bekend, zoals F.Hugenholtz ooit argumenteerde? Het heeft dan ook veel belang om bij de veldtochten en/of reizen van Karel de Grote dan te vermelden over welk Noviomagus het dat gaat. En dat doet Einhard nergens en in de Annalles Regni Francorum wordt het ook nergens vermeld over welk Noviomagus het gaat. En dat nu is het volgende probleem. Vertrok hij uit Nijmegen of uit Noyon als hij aan de kust de Noormannen bestreed? Kwam hij aan in Nijmegen of in Noyon aan, toen hij uit Aquitanië terugkeerde in het Frankische Rijk. Hoorde Nijmegen bij het Frankische Rijk of lag Nijmegen in Francia toen de Noormannen plunderden in Amiens, Abbaville en Parijs? En er zijn meerdere zaken in het Vita Karoli Magni die onjuist, dus onbetrouwbaar zijn, zoals hierna zal blijken. Deze zin is zo goed als zeker een interpolatie van een latere kopiïst, toen de mythe alom had postgevat, dus van na de 15e eeuw. Dat is ook de enige verklaarbare reden waarom de kopiïst er deze toevoeging heeft bijgezet.Immers hij wist terdege dat Karel de Grote in Noviogus, zijnde Noyon gekroond was. Dat nieuwe paleis in Noviomagus werd opgevat als Nijmegen, waar toen de burcht van Frederik Barbarossa en de Karolingische kapel stonden. Het was ook precies in de 15de eeuw dat de Nijmeegse Kanunnik Willem van Berchen (in 1480) voor het eerst iets schreef over de aanwezigheid van Karel de Grote in Nijmegen. Ook zijn verhaal zit vol onjuistheden en mythes en is volstrekt onbetrouwbaar, maar dat wist toen (en nu nog!) ook niemand. Toch wordt zijn verhaal in Nijmegen nog steeds gevolgd als ultieme waarheid, al ontbreekt het in het Bronnenboek van Nijmegen. Heeft men het nu ook eindelijk begrepen in Nijmegen? Waarom is deze tekst van Einhard onjuist? In de Vita Karoli Magni wordt vermeld dat Karel de Grote nieuwe paleizen liet bouwen, één in Nijmegen en één in Ingelheim. In Nijmegen heeft men deze tekst altijd opgevat als het ultieme bewijs dat het nieuwe Paleis in het jaar 777 voltooid was en dat het in Nijmegen stond. Lees meer over het jaar 777. Echter in de Annales Regni Francorum (ARF) wordt in het jaar 774, dus 3 jaar eerder, al vermeld dat Karel de Grote een plaats bereikt die Ingilinhaim wordt genoemd (afschrift A1 schrijft Ingelheim; B2 hengilinheim; B4 ingilinahim; B5 Ingelingam; C3 ingelhaim en D3 ingilinheim) en hij er de Saksen bestreed. Met rijke buit keerde Koning Karel weer terug naar het Frankische Rijk. Uit andere teksten blijkt dat het Frankische Rijk ook Francia wordt genoemd. We kunnen hieruit al meerdere conclusies trekken of vragen stellen: 1. Karel bereikt de plaats Ingelheim. Het woord bereiken ('pervenisset') houdt in dat er een lange reis aan vooraf gegaan is. Ingelheim werd na een lange reis bereikt en lag ook buiten het Frankische Rijk. Anders kan er ook geen sprake zijn van terugkeren naar het Frankische Rijk. 2. Stond er toen al buiten het Frankische Rijk een Paleis in Ingelheim, immers waar verbleef Karel de Grote met zijn gevolg onderweg? Legerde Karel de Grote in een tent in het bos? Verblijven heeft (volgens Van Dale) betrekking op een woongelegenheid. Was het Paleis in Ingelheim al voltooid? Dan liet Karel het niet pas in 777 bouwen. 3. Woonden de Saksen dan bij Ingelheim in Rijnland-Palts (zuid-westen van Duitsland) aan de Rijn? Of kwamen zij vanuit Noord- of Oost-Duitsland naar het zuiden of westen (het is maar in welk gebied de historici de Saksen traditioneel plaatsen) om tegen de Franken te strijden? 4. Waar haalden de Franken dan die rijke buit vandaan? Droegen de Saksen die rijke buit bij zich? Of werd die rijke buit geroofd uit hun huizen, toen de Saksen verslagen waren? 5. Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er in Ingelheim wel resten van een groot gebouw zijn aangetroffen, maar die stammen uit de 10de eeuw en dus niet uit de 8ste eeuw. Het is wel duidelijk dat deze tekst, indien juist gelezen, vele vragen oproept die de traditionele geschiedenis sowieso al weerspreken. Nog enkel opvallende zaken. Zo is het opvallend dat dit belangrijke Noviomagus van Karel de Grote in de tekst van Einhard nadere toelichtingen nodig blijkt te hebben. Er wordt specifiek bij vermeld dat het aan de Vahalis lag, die het eiland van de Bataven in het zuiden voorbijstroomt. Was dit Paleis dan zo onbekend? Of wilde de kopiist met deze toelichting iets bevestigen? Van de Bataven had men in de tijd van Karel de Grote geen enkele notie. Die naam verdween in de 4e eeuw! Van de Peutingerkaart kon men het ook niet weten, want die werd pas eind 15e eeuw 'teruggevonden', maar daar staan de Bataven ook niet op, slechts de Patavia. Op de Peutingerkaart blijkt dit Noviomagus overigens aan de verkeerde kant van de Vahalis te liggen. Een opmerkelijke fout. De vermelding van de Bataven in de Betuwe is een opvatting die pas in 1533 voor het eerst genoemd wordt door Gerard Geldenhauer. Tevoren plaatste Cornelis Aurelius de Bataven in Zuid-Holland. Ook dit detail geeft aan dat de tekst van Einhard geïnterpoleerd is in de 16de eeuw. En waarom wordt dat zo belangrijke Paleis Noviomagus als tweede genoemd na Ingelheim? Was het toch niet zo belangrijk of bekend vanwege de toevoegingen? Maar nog belangrijker en tevens het grootste probleem: van dat Paleis is in Nijmegen is geen enkel archeologisch bewijs gevonden. Het Paleis dat omschreven wordt als groots en belangrijk en van een ongekende pracht en praal, heeft er dan bijna 3 eeuwen gestaan, maar er is geen steen van teruggevonden, nog geen scherf! Het heeft er dan ook NOOIT gestaan. Ook de palts van Ingelheim die in dezelfde zin wordt genoemd, bestond in de tijd van Karel de Grote niet. De oudste archeologische vondsten zijn van na het jaar 900. En Ingelheim? Wat weten we van het Paleis van Ingelheim? Allereerst dat Multatuli (Eduard Douwes Dekker) er enige tijd heeft gewoond en er overleden is. Maar ook dat de archeologie in Duitsland aantoont dat er niets uit de tijd van Karel de Grote gevonden is, ook niet in Aken (sic). Je gaat zelfs twijfelen of die Karel de Grote feitelijk wel bestaan heeft. In de 10de eeuw was die Karel de Grote geheel 'onbekend'. Zo noemde Frederik Brabarossa Karel de Grote ook niet als zijn voorbeeld, bij de bouw van de burcht in Nijmegen in 1155. Pas rond 1300 werd Karel de Grote een twistappel tussen de Franse en Duitse geschiedschrijvers. (Info: Piet Leupen, Keizer in zijn eigen Keizerrijk, 1996, p.157). Op veel plaatsen in Duitsland (maar ook in Nederland!) begint de archeologie (na de Romeinse tijd) pas in de 10e eeuw, ook in Ingelheim, waar men altijd een palts van Karel de Grote had gedacht. Momenteel is daarvan niets te zien dan 'enkele brokstukken' van wat ooit een kaiserpfalz geweest moet zijn, die men voor de Palts van Karel de Grote houdt. Doch deze brokstukken zijn ook niet ouder dan de 10de eeuw. Opvallend hierbij is dat de Pfalts niet aan de Rijn ligt maar er ver vandaan, bovendien niet op de heuvel, maar dan wel meer centraal in de stad. Ingelheim is één van de plaatsen die wordt genoemd als geboorteplaats van Karel de Grote, nog zo'n sprookje. Hij zou er dan geboren zijn voordat de palts bestond en voordat dit gebied in bezit van de Franken was? Karel de Grote is geboren waar zijn moeder Bertha was en dat was in of bij Noyon, dat later ook zijn kroningsstad werd en waarmee hij altijd een bijzondere band heeft gehouden. Ingelheim wordt ook nog genoemd als (geboorte-?)stad van de enige vrouwelijke paus, pauzin Johanna (Johannes Anglicus), die in de negende eeuw zou hebben geleefd. Nog zo'n verzonnen verhaal dat opdook in de 13e eeuw en afkomstig was uit Ingelheim. Ook daar heeft de historieschrijver de nodige mythen aan de stad toebedeeld om een stad meer aanzien te geven. Men deinste ook in Ingelheim ('huis van Engelen') niet terug in het verzinnen van aansprekende verhalen. Je moet toch iets doen om je stad in de belangstelling te brengen, precies wat in Nijmegen, maar op meer plaatsen in Nederland, gebeurde en nog gebeurt. Oude mythen, door de echte deskundigen als achterhaald beschouwd, duiken weer op om een plaats weer leuke verhalen te bezorgen. De hele traditie van Nederland zit er vol mee. De Peutingerkaart geeft toch ook een andere beeld. Daarbij stroomt de Patabus (wat algemeen als de Waal wordt opgevat) ten zuiden van Nijmegen. En Nijmegen, dat de hoofdstad van de Bataven zou zijn, ligt op die kaart dan wel in de Patavia wat men op het land van de Bataven houdt, maar in werkelijkheid ligt Nijmegen niet in de Betuwe, wat men voor de Patavia houdt, maar er tegenover. Vandaar dat men het Eiland van de Bataven wat heeft opgerekt met het land van Maas en Waal, zodat Nijmegen er toch wel binnen ligt. J.E.Bogaers houdt dan ook de Maas voor de Patabus. Maar dan klopt de zin van Einhard ook weer niet, want daar staat toch duidelijk Vahalis en niet Mosa. Zolang er geen ander bewijs dan de Peutingerkaart bestaat dat Nijmegen ooit Noviomagi heette, zal men ook dit bewijs moeten schrappen. Ook kan er twijfel bestaan over dat 'in het zuiden'. Als deze windrichting gebaseerd is op de Peutingerkaart (wat enkele historici menen.) kan dit niet van deze kaart afgeleid zijn. Immers van de Peutingerkaart zijn geen windrichtingen te herleiden. Daarvoor is deze kaart te schematisch, bovendien staat ze vol aantoonbare fouten. Zie bij Peutingerkaart. Conclusie: in Nijmegen heeft men geen enkel bewijs dat er ooit een palts van Karel de Grote heeft bestaan.
Zowel in Nijmegen als in Ingleheim stond ten tijde van Karel de Grote geen Karolingisch Paleis.Ondanks meerdere pogingen is zowel in Nijmegen als in Ingleheim het bestaan van een Karolingisch Paleis nog nooit archeologisch aangetoond. Er bestaan van Ingelheim wel aansprekende tekeningen, maar wat men daarop laat zien is niet uit de 8e eeuw, maar uit de 12e eeuw. De waarheid zal zijn dat Frederik Barbarossa beide paltsen liet pas bouwen en in Nijmegen herstelde wat de Romeinen hadden achtergelaten, zoals de gedenksteen die hij liet maken duidelijk vermeld. De zogenaamde Karolingische Kapel, het oudste stenen bouwwerk in Nijmegen (en van Nederland), stamt aantoonbaar uit 1085. Deze kapel werd tot in de 20e eeuw aanvankelijk heidense (?) kapel genoemd (gebouwd door de Romeinen die men toen als heidenen beschouwde) en heette daarna Karolingische kapel. Momenteel heet deze kapel de Ottoonse kapel. Hiermee is overduidelijk aangetoond dat de geschiedenis is gaan schuiven en dat de Nijmeegse mythe heeft opgehouden te bestaan. Met de naam Ottoonse kapel erkent Nijmegen de valsheid van de Karolingische periode. In Ingelheim is ook niets gevonden uit de tijd van Charlemagne. De oudste archeologische vondsten zijn van ná het jaar 900, vermoedelijk zelfs nog later en wel uit de 11de eeuw. De archeologie stond ook hier onder zware druk van de traditie en de historische opvattingen. Uit de vermelding van de paltsen Noviomagi en Ingelheim is dan ook op te maken dat de oorspronkelijke tekst van Einhard aangepast is aan de later ontstane situatie en de toen heersende opvattingen. Zowel Nijmegen als Ingelheim bestonden in de 8e eeuw niet als plaats, ook dat staat archeologisch volkomen vast. Er zijn geen domeinen bekend rondom Nijmegen, die er beslist geweest moeten zijn, als in Nijmegen een Karolingisch Paleis heeft gestaan. Charlemagne ging ook nooit alleen op reis. Zijn hele hofhouding en gevolg bestond vaak uit meer dan 1000 (duizend) personen, inclusief zijn omvangrijke familie die altijd mee op reis ging. Waar hebben die gewoond in Nijmegen? Waar woonden de werklieden die het Paleis bouwden? Van een omvangrijke hofhouding is niets gevonden en ook tekstueel niets gebleken. Uit de Annales Regni Francorum (ARF) blijkt ook duidelijk dat Ingelheim, als het al bestaan heeft, buiten het Frankische Rijk lag. Welke koning of keizer bouwt een paleis buiten zijn eigen rijk? Ook in de (verre) omgeving van Nijmegen zijn geen bewijzen te vinden van een Paleis aldaar in de 8e eeuw. Nijmegen heeft geen Karoligische traditie gehad, wat het gemis van een bisschopszetel wel bevestigd. 'Karolingisch' Nijmegen had niet eens een kerk! We kunnen slechts de conclusie trekken dat de archeologie de zin van Einhard faliekant tegenspreekt. Einhard kan dus nooit geweten hebben wat hij schrijft, een latere kopiïst echter wel. Daarmee is aangetoond dat de tekst van Einhard een falsum is, waar beweringen aan zijn toegevoegd. Aangezien Nijmegen pas na 1283 voor het eerst Noviomagus werd genoemd, is het aangepaste afschrift van de tekst van Einhard dus van na die tijd. Ten aanzien van beide paltsen bestaat de opvatting dat Frederik Barbarossa deze liet herstellen of bouwen. Van die in Nijmegen is momenteel wel vastgesteld, ook door een aangebrachte herdenkingssteen en oorkonde, dat dit op een groot misverstand berust. Dat geldt ook voor Ingelheim, waar nu archeologisch is vastgesteld dat er geen enkel archeologisch relict te vinden is uit de tijd van Charlemagne (9e eeuw). Bovendien zijn er veel tekstuele bewijzen dat het Noviomagus van Charlemagne niet Nijmegen was, maar Noyon. Dat heeft Albert Delahaye als eerste en belangrijkste stelling in zijn onderzoek ondertussen wel aangetoond. Het wordt door serieuze historici momenteel ook aanvaard, behalve in Nijmegen waar men tegen beter weten in, steeds nieuwe uitvluchten verzint.
Een kritische twijfel ten aanzien van de tekst van Einhard is dan ook zeker terecht. Deze tekst kent meerdere onjuistheden en kan dus algemeen als een falsum opgevat worden.Onjuistheden in de tekst van Einhard. Neemt men de hele "Vita Karoli Magni" (VKM) door, dan blijkt deze vrij veel controleerbare onjuistheden te bevatten. Daarmee wordt aangetoond dat de tekst van Einhard gemodificeerd is, ofwel door een kopiïst is aangepast aan later bestaande situaties. Dat de tekst waarover we beschikken een afschrift is, is wel zeker. Er bestaan meerdere kopieën die van elkaar verschillen. F.Kurze heeft er een uitgebreide studie van gemaakt en noemt de volgende afschriften: A1. A 2. B 1. 2. 3. 4. C 1. 2. 3. 4. D1. 2. 3. E 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. Bij elkaar dus 22 verschillende afschriften, die in mindere of meerdere mate van elkaar verschillen. De vraag is alleen in welke tijd is elk afschrift tot stand gekomen en door wie is het gemaakt? De tekst van Einhard moet daarom als een falsum beschouwd worden. De originele tekst is namelijk niet bekend. Waar wij over beschikken zijn slechts afschriften. Naast de Vita Karoli Magni beschikken we ook over de Annales Regni Francorum (ARF) die over dezelfde periode handelt en over dezelfde jaren deels dezelfde informatie geeft. Lang ging men ervan uit dat de ARF ook door Einhard (in elke geval deels) geschreven was. Daarover ontbreekt echte alle bewijs. Het was een aanname die niet op inhoudelijke bewijzen gestoeld was. Tussen de VKM en de ARF blijken de nodige verschillen te bestaan en het is juist interessant om die verschillen met elkaar te vergelijken. De Vita Karoli Magni bevat enkele onverklaarbare fouten. Deze zijn echter wel te verklaren als men ervan uitgaat dat de tekst meerdere keren overgeschreven is, waarbij de kopiïsten de voor hen onbegrijpelijke zaken hebben vervangen door hen wel bekende zaken. Maar er zijn meerdere slordigheden, onjuist- en onduidelijkheden te constateren in de tekst van Einhard. In hoofdstuk 18 schrijft Einhard dat de eerste vrouw van Charlemagne door hem om onbekende redenen na een jaar verstoten werd. Deze wettelijke eerste vrouw was de dochter van de Longobardische koning Desiderius en wordt daarom vaak Desiderata genoemd, al is die naam verre van zeker. Dat er onbekende redenen waren tot deze verstoting is onjuist, immers in de kronieken van het klooster St.Galliën wordt vermeld dat ze verstoten werd omdat ze onvruchtbaar was en ongeneeslijk ziek (zie noot). Ook hier doet Einhard Charlemagne weer mooier voorkomen dan hij in werkelijkheid was. Overigens kan het 'repudiavit' naast verstoten ook 'scheiden van' betekenen. Einhard zal zeker bedoeld hebben dat Charlemagne zich liet 'scheiden van' zijn eerste vrouw om te kunnen trouwen met Hildegard. Dat maakt de gebeurtenis in 770 wat minder zwaar dan 'verstoten'. De reden van de verstoting was ook zeker een politieke door de gebeurtenissen in Italië. Uit wraak voor deze verstoting van zijn dochter die door Desiderius als een belediging werd opgevat, nam Desiderius Gerberga, de weduwe van Karels broer Carloman I, in bescherming en erkende haar zonen als zijn erfgenamen. Hij verklaarde tevens de oorlog aan de paus van Rome omdat die weigerde Gerberga’s zonen tot koning te kronen. De paus wist Charlemagne ervan te overtuigen (van) zijn eerste vrouw te verstoten (te scheiden?) en ook in 773 een oorlog te beginnen met de Longobarden. Het is nog een niet verder onderzocht gegeven of de 'Italiaanse' Longobarden dezelfde stam was als de germaanse stam uit het noorden van Frankrijk. Is ook hier sprake van 'delacements historiques'? Overigens waren beide broers Karel en Karloman getrouwd met 2 zusjes, dochters van Desiderius. (noot) Hoe constateerde men toen dat iemand ongeneeslijk ziek was? Blijkbaar omdat ze kort daarna is overleden. Waaraan blijft een vraag al dringt zich wel een 'vergiftiging' op, aangezien Charlemagne 'van haar af moest' om te kunnen trouwen met Hildegard. Overigens maakt traditioneel Nederland van dit Viltaburg de stad Utrecht. Maar ook die ligt niet aan de Oostzee, waarmee de mythe van het Trajectum van St.Willibrord te Utrecht nog eens wordt onderstreept. |
Het probleem bij deze opsomming is ook dat als een stad in bezit van een vorst was, dat dan ook gold voor het land eromheen of het land tussen die steden. Zo hebben Bretagne en Normandië nooit tot het rijk van Karel de Grote gehoord, net zo min als Vlaanderen waar de Friezen en Saksen woonden. Nog in de 14de eeuw bestond Frankrijk uit vele vorstendomeinen en gebieden die niet tot de Franse Koning behoorden. Het was een lappendeken van bezittingen van zowel wereldse heren, als van kerkelijke bisdommen. De landkaarten die ervan bestaan, zelfs in de Franse 'Atlas Historique', zijn net zo onduidelijk en onjuist als de kaartjes in Nederland van de traditionele indeling in Friezen, Franken en Saksen. Een kaart van de verschillende dialecten en talen in Frankrijk geeft een beter overzicht, al is de indeling nog vrij grof. Zie kaartje hiernaast. De verschillende volkeren onderscheiden zich in taal, cultuur en gewoonten. En veel volkeren (ook in Frankrijk) zijn niet veroverd door de Romeinen en later ook niet door de Franken.