De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.

Jaarboek Oud-Utrecht 1977.

De ware geschiedenis van Nederland in het eerste Millennium, per onderdeel te lezen.
Nijmegen
Karel de Grote
Willibrord
Bonifatius
Bataven
Franken
Friezen
Saksen

Aan deze pagina wordt nog gewerkt.

We bespreken uit de Jaarboeken alleen de artikelen die gezien onze studie van belang zijn.




Klik op de tekst voor een vergroting.

Het FUNDAMENT van alle verwarring is het Karolingisch Paleis van Karel de Grote in Nijmegen. Dat paleis blijkt gebouwd op los zand, op nooit bewezen losse beweringen. Op dat losse zand zijn alle volgende mythen gebouwd. Immers als Nijmegen fout is, was de Betuwe ook niet het land van de Bataven; was Utrecht niet de bisschopszetel van Willibrord, werd Bonifatius niet in Dokkum vermoord en hebben de Noormannen nooit in Nederland geplunderd.
Dan stort het hele kaartenhuis van de Nederlandse mythen in elkaar.


Bonifatius, Willibrord, Karel de Grote en de Noormannen zijn voor Nederland volkomen legendarisch.
Over de vroegste geschiedenis van de stad Utrecht is door geleerden uit verschillende vakgebieden zoveel geschreven en als hypothese of theorie geponeerd, dat in plaats van een 'communis opinio' een steeds grotere verwarring is ontstaan en een 'status questionis' nauwelijks meer te geven valt. Het vroegmiddeleeuwse Traiectum wordt als de voortzetting van het Romeinse castellum beschouwd en hebben de meeste historici aangenomen, dat er vroeger een rivier was die door het huidige Utrecht stroomde en dat die rivier de Rijn was. Tegenwoordig is er van die rivier niets anders over dan enige stukjes gracht en wat nietige waterlopen. Tot zover is men het in grote trekken met elkaar eens, maar dan beginnen de moeilijkheden. (Bron: Jaarboek Oud-Utrecht 1975, p.44 e.v.).

De visie van Albert Delahaye.
Over de geschiedenis van Utrecht is veel geschreven, maar ng meer verzonnen. St.Willibrord is voor Utrecht volkomen legendarisch, hij is er nooit geweest omdat Utrecht in zijn tijd vanwege de transgressies, onder water lag. Een Romeinse aanwezigheid is er zeker geweest, maar rond 260 n.Ch. hebben de Romeinen Nederland verlaten vanwege de toenemende wateroverlast en zijn zij naar het zuiden vertrokken op ongeveer de taalgrens. Pas in de 11de eeuw is er weer sprake van enige bewoning in Utrecht.

Oud-Zuilen wordt door menig historicus gehouden voor het Suabsna van St.Ludger. Het was echter Zoafques in Frans-Vlaanderen. Van Suabsna maakt Blok Swezen (1240) en noemt het 'waarschijnlijk de oude naam van Zuilen' (Utrecht). Hij vermeldt als eerste jaartal 840-849 cop. ca. 1000 (ad post 719): in loco qui dicitur Suabsna iuxta Traiectum (Vita I Liudgeri lib. Ic. 4, p. 9). Na de verovering van Utrecht en Holland door Karel Martel (718 e.v.), kwam Wursing in het bezit van zijn goederen en vestigde hij zich te Zwesen. Nu blijkt, dat deze erfgoederen van de familie Wursing in de Vechtstreek lagen; we mogen ertoe rekenen Zwesen, het latere Zuilen, de geboorteplaats van Liudger, Werina of Werinon in het noordelijke deel van de Vechtstreek (misschien Loenen), Attingahem (Nederhorst den Berg?) en andere goederen in dit gebied, die later via Liudger in het bezit van de door hem gestichte abdij Werden kwamen. D.P. Blok is het hier niet eens met Fritze. Bij Werina en Attingahem is slechts sprake van twijfel. Niet Beda was verward, maar Blok is verward. Blijkbaar kent hij de tekst van Beda niet eens, die duidelijk schrijft dat Wiltenburg dezelfde plaats is als Trajectum in Gallia. Maar dat zal de heren historici niet welgevallig zijn, want het gooit hun mooie verhaaltje omver. Maurits Gysseling vermeldt in zijn Toponymisch |Woordenboek Suabsna niet als Zuilen. Wel Zuilen (Ut ] als Sulen • (1169?) • U B 411, Sulen • 1200 • Ar B 1 en Sulen • 1204 • U B 414. Lees meer over Zuilen bij C.Dekker Het Kromme Rijngebied in de Middeleeuwen, of zoals Dekker zelf als stelt: "Een glibberig pad van hypothesen!".

De Hervormde kerk van Oud-Zuilen:
  • Bij een bezoek aan het idyllisch op de rechter Vechtoever staande kerkgebouw, zullen slechts weinigen vermoeden dat dit bedehuis kan bogen op een niet alleen lange maar ook bewogen geschiedenis. Die lange en bewogen geschiedenis bestaat slechts in de fantasie van enkele historici, zoals Blok en Gysseling.

  • Ook bij de „villa" of, na ca 1200, bij het kasteel Zuilen bevond zich een dergelijke „eigen kerk" die echter niet gewijd was aan een bepaalde heilige. Op de fundamenten van een ouder, is mogelijk in het midden van de elfde eeuw een eenvoudig romaans bedehuis met een rechthoekig grondplan opgetrokken. Een kerk zonder patronaat van een heilie heeft nooit bestaan. De archeologie gaat in elk geval al niet verder terug dan de 11de (?) eeuw en zeker niet tot de 8ste eeuw, de tijd van St.Ludger.

  • Helaas is er zeer weinig over de laat-middeleeuwse bouwgeschiedenis bekend.Zelfs over de laat-middeleeuwse bouwgeschiedenis is weinig bekend, waarmee het hele verhaal over Oud-Zuilen vervalt. Daarom rest alleen nog een idillische en oudste afbeelding uit 1615.


    Lees meer over achtergronden om een goed begrip te krijgen over de werkwijze in de historische wetenschap.

    Citaten van Historici


    wetenschap is twijfel


    ongelooflijk


    onnozelheid


    Heiligenlevens


    Kletspraat


    Lees meer over het ontstaan van de traditionele opvattingen in de loop der eeuwen en vooral sinds de 17de eeuw.
    11de en 12de eeuw
    13de en 14de eeuw
    Opvattingen in de 15de, 16de en 17de eeuw
    18de eeuw
    19de eeuw
    20ste eeuw




  • Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

    Terug naar de beginpagina.
    Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
    Naar het overzicht in het kort.