| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |
|
| |||||||
|
We bespreken uit de Jaarboeken alleen de artikelen die gezien onze studie van belang zijn. ![]() |
Over de vroegste geschiedenis van de stad Utrecht is door geleerden uit verschillende vakgebieden zoveel geschreven en als hypothese of theorie geponeerd, dat in plaats van een 'communis opinio' een steeds grotere verwarring is ontstaan en een 'status questionis' nauwelijks meer te geven valt. Het vroegmiddeleeuwse Traiectum wordt als de voortzetting van het Romeinse castellum beschouwd en hebben de meeste historici aangenomen, dat er vroeger een rivier was die door het huidige Utrecht stroomde en dat die rivier de Rijn was. Tegenwoordig is er van die rivier niets anders over dan enige stukjes gracht en wat nietige waterlopen. Tot zover is men het in grote trekken met elkaar eens, maar dan beginnen de moeilijkheden. (Bron: Jaarboek Oud-Utrecht 1975, p.44 e.v.).
De visie van Albert Delahaye.
De pelgrimsinsignes van Sinte Cunera te Rhenen. St.Cunera in Rhenen is een legende die voor Rhenen niet ouder is dan de late middeleeuwen. Lees meer over Rhenen en de Cunera-legende.Pelgrimsinsignes of pelgrimstekens werden gebruikt door pelgrims, die van een bedevaart huiswaarts keerden. Pelgrimsinsignes zijn kleine, uit een metaallegering (een combinatie van lood, tin, zilver, verguld, goud?) vervaardigde insignes, ongeveer ter grootte van een (klein) lucifersdoosje, die in bedevaartsoorden door of voor een kerkelijke instantie werden verkocht. De pelgrims plachten deze kleinoden op de muts of de mantel te dragen, opdat deze hen op hun thuisreis zouden beschermen tegen rovers en ander onheil. Bovendien konden de pelgrims hiermee thuis aantonen, dat zij ook inderdaad in het betreffende bedevaartsoord waren geweest. Er bestaan overigens aanwijzingen dat er handel in deze insignes moet zijn geweest. Die aanwijzingen zijn ook aangetoond. Immers deze insignes diende men te kopen. Van vergelijkbare insignes en het geld dat het opbracht, werd in Amersfoort de O.L.Vrrouwetoren gebouwd. Van de vele tienduizenden pelgrimsinsignes die in de 14e (?), 15e en 16e eeuw ten behoeve van de St. Cuneraverering te Rhenen zijn vervaardigd, zijn tot nu toe slechts 24 loden en één zilveren exemplaar teruggevonden.
Van Iterson schrijft dat in de tweede helft van de 15e eeuw een toename van de bezoeken aan de Cunerakerk valt waar te nemen. Hij schat dat omstreeks 1475 de St.Cunera-vaart is opgekomen. Toch vermeldt hij een reeds in 1404 door de Domproost van Utrecht c.s. gedane uitspraak in een geschil, waarbij een drietal personen een bedevaart kreeg opgelegd naar 'St. Kuynner te Renen'. In een andere uitspraak, in 1471 gedaan door schepenen, raad en oudermannen van Utrecht, moest iemand twee bedevaarten afleggen, een naar Amersfoort en een naar Rhenen. Een
lichte straf overigens, omdat dit de dichtstbijzijnde bedevaartsoorden waren. In Schiedam werden tussen 1386 en 1538 vier strafbedevaarten naar St. Cunera in Rhenen opgelegd. In het boekje Dat Leven van Kunera, dat omstreeks 1515 gedrukt werd en naast de legende 42 mirakelen beschrijft, wordt als oudste vermelding van een bedevaart het jaar 1318 genoemd. Voorts komen er met name de jaren 1378, 1380, 1398, 1419, 1430, 1435, 1439, 1446, 1469, 1481, 1499, 1502, 1503 en 1515 in voor. Het is wel duidelijk dat de Cunera-legende in Rhenen niet verder teruggaat dan de 14de eeuw, terwijl het historische verhaal uit de 4de eeuw stamt. dat verhaal gaat over Ursula en haar 11.000 Maagden die door de Hunen bij Keulen vermoord zouden zijn. Die 11.000 Maagden is volledig onzin en gebaseerd op een leesfout van XI M V.
In het Archeologie Magazine nr.4 uit 2023 lezen we over Cunera en Ursula het volgende: Cunera's pelgrimstad Rhenen is een archeologisch paradijs. In Rhenen wordt de legende van Cunera gekoesterd. Het is echter een legende, die de nodige inkomsten opbracht voor Rhenen. En precies die inkomsten van de pelgrims was de bedoeling deze legende in ere te houden, zoals met meerdere legenden gebeurde. Denk aan het 'beeldjes in de gracht' in Amersfoort of 'Mariken van Nimwegen' in Nijmegen. Zie voor de legende van St.Ursula en Cunera bestaat in Rhenen geen enkel bewijs dat die ouder zou zijn dan de 14de eeuw. In het artikel 'Rhenen een archeologisch paradijs' wordt gesteld dat Rhenen een geschiedenis bezit die teruggaat tot de Neandertalers en Frankische vorsten. Dit alles op grond van vage vorsten en enkele 'vorstengraven' en een Rhenense goudschat met munten tussen 51 voor Chr. tot 486 na Chr. waaronder 239 zilveren en gouden munten waaronder 98 Byzantijnse tremisses en 141 sceattas. Met munten uit zo'n grote periode valt niets te bewijzen. Waren die munten van een verzamelaar, die ze eens verloor of verstopte? Maar wanneer precies? Tijdens de 80-jarige oorlog? Met gouden en zilveren munten werd niet betaald. Het was een belegging voor langere termijn. De ringwalburg die ook genoemd wordt, brengt een nieuw facet aan in de discussies. Het was 'een omvangrijk verdedigingswerk door mensenhanden opgeworpen' maar geen verdedigingswerk tegen de Noormannen (dat wordt niet genoemd), zoals men in Zutphen wel onterecht meent. Het zal een wal tegen overstromingen van de Rijn geweest zijn. Deze legende van Cunera mist elke historische basis voor Rhenen. Deze is er (vermoedelijk) terecht gekomen met immigranten of andere pelgrims die vanuit Keulen kwamen. Utrecht heeft na de Romeinse tijd tot in de 12de eeuw niet bestaan heeft als stad. St.Willibrord heeft er dan ook nooit gemissioneerd. Daarvoor ontbreekt elk bewijs, zowel tekstueel als archeologisch. Dat Willibrord hier dan gepredikt zou hebben is een volslagen mythe.
|
| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |