De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.

De Romeinse Limes als Legende.

Historische Mythen. "Van veel gebeurtenissen bestaan verschillende, soms tegenstrijdige versies. Sommige verhalen zijn ronduit onwaar.
Toch blijven ze in omloop, soms eeuwen lang, tot in onze tijd. Het zijn historische mythen". (Citaat uit Geschiedenis Magazine nr.3 uit 2015).
Nijmegen
Karel de Grote
Willibrord
Bonifatius
Bataven
Franken
Friezen
Saksen




Klik op de tekst voor een vergroting.

Het FUNDAMENT van alle verwarring is het Karolingisch Paleis van Karel de Grote in Nijmegen. Dat paleis blijkt gebouwd op los zand, op nooit bewezen losse beweringen. Op dat losse zand zijn alle volgende mythen gebouwd. Immers als Nijmegen fout is, was de Betuwe ook niet het land van de Bataven; was Utrecht niet de bisschopszetel van Willibrord, werd Bonifatius niet in Dokkum vermoord en hebben de Noormannen nooit in Nederland geplunderd.
Dan stort het hele kaartenhuis van de Nederlandse mythen in elkaar.


Bonifatius, Willibrord, Karel de Grote en de Noormannen zijn voor Nederland volkomen legendarisch.



De torens van Amersfoort en Maasticht.
De Romeinse Limes is momenteel als Unesco Wereld Erfgoed opgenomen. Hoezo Wereld Erfgoed? Een grens van een bezetter? Een grens van 'rovers en plunderaars van deze wereld' zoals Tacitus schreef.

De visie van Albert Delahaye.
« De eerste wet der geschiedschrijving is, geen onwaarheid te zeggen, noch enige waarheid te verzwijgen. » (Cicero, 'De oratore' 2, 15.)
De Rijn stroomde, strikt genomen zoals de klassieke auteurs dat schreven, niet langs maar dóór Germanië, op geruime afstand van de Germaanse limes die de scheiding was tussen Gallië en Germanië en lag dus op de taalgrens. Wie het hier niet mee eens dient aan te tonen dat de Rijn ooit een taalgrens vormde. Dat zal je nooit lukken.
Met de klassieke teksten, die beslist niet mank gaan aan onduidelijkheid, staat meer dan voldoende vast dat het Hercynische Woud in het noordwesten van Frankrijk begon en dat het met een wijde boog tot ver in Frankrijk doorliep. Hier lag de uiterste grens van Julius Caesar’s opmars, die immers volgens zijn eigen woorden juist door deze wouden werd geblokkeerd. Dan heeft men tevens het juiste beloop van de “limes Germanicus" te pakken, en zal men zich er wel voor waken op basis van de Peutinger-kaart, die niet van Nederland is, deze “limes Germanicus”, aangelegd voor de verdediging van Gallië, in het midden van Nederland te leggen. Tacitus en de andere klassieke schrijvers hebben nooit de Duitse en Nederlandse Rijn beschreven. Dus staan de Nederlandse en vooral de Duitse historici wat bij elkaar te fantaseren met hun "limes Germanicus langs de Rijn". Het is eenzelfde omissie dat de Duitse historici van bisschop Harduinus van Noviomagus, een bisschop van Nijmegen maakten en men de Bataven in de Betuwe plaatsten op grond van de onjuist gelezen tekst van Tacitus.

Aan de hand van de teksten van Tacitus moet men vaststellen dat de taalgrens ruwweg gelopen heeft van Boulogne-sur-Mer naar Trier, dezelfde lijn waar Drusus in 9 voor Chr. zijn befaamde “limes germanicus” aanlegde. Laten we hierbij het Carbonarisch Woud niet vergeten, dat precies dezelfde lijn volgde, en dat Caesar vermeldt als het grote obstakel bij zijn aanvallen op de Germanen. Het is de fabel der fabels geweest, de “limes germanicus” aan de Nederlands/Duitse Rijn vast te knopen. De opvatting dat de Rijn de grens was tussen Germanie en Gallie, wordt juist door de taalgrens ten stelligste tegengesproken, omdat de Rijn er bij de afbakening van de taalgebieden nooit aan te pas is gekomen.

Er wordt al langer en meer betwijfeld over de 'Limes', de Romeinse grens. Overigens is de term Limes Germanicus een term uit de 4e eeuw (385), toen Nederland en de Rijn als grensgebied al meer dan een eeuw door de Romeinen verlaten was. Pas in de vierde eeuw komt het woord Limes voor als rijksgrens of grensgebied aangetroffen bij Ammianus Marcellinus. Eerder gebruikte men de term fines imperii (het einde van het rijk) als aanduiding voor de Romeinse rijksgrens. De Limes Germanicus was een verdedigingsgrens tegen de invallen van Germaanse volkeren. Toen van die invallen niets bleek, dan een onjuiste aanname, maakte men van die grens een bewaakte transportroute. Van een dergelijke dreiging is in Nederland nooit sprake geweest.


Lees meer over achtergronden om een goed begrip te krijgen over de werkwijze in de historische wetenschap.

Citaten van Historici


wetenschap is twijfel


ongelooflijk


onnozelheid


Heiligenlevens


Kletspraat



"De limes als legende" is een boek van Koen Ottenheym, die daarin onderzoekt hoe de Romeinse grenslijnen in de vroegmoderne tijd werden herontdekt en verbeeld, en hoe herinnering, architectuur en identiteit samensmolten tot een blijvende Europese legende. Verstaat hij onder legende een onwaarheid?

Inhoud en thema's van het boek
Het boek van Koen Ottenheym behandelt de herontdekking van de Romeinse limes, de noordgrens van het Romeinse Rijk langs de Donau en Rijn, en hoe deze grens later in Europa een symbolische en culturele betekenis kreeg. In de vroegmoderne tijd gebruikten zowel edelen als steden hun vermeende band met de Romeinse oudheid om macht, roem en beschaving te claimen, terwijl anderen juist benadrukten dat hun voorouders nooit door Romeinse legioenen waren onderworpen en zo hun vrijheid hadden behouden.
Herontdekking en verbeelding
Ottenheym volgt de herontdekking van de limes in vijf etappes, van Constantinopel tot Schotland, en in Zuid-Spanje en Marokko. Historici werden ingeschakeld om lokale geschiedenissen te schrijven, collecties van antieke voorwerpen ontstonden, en overblijfselen van Romeinse bouwkunst werden gekoesterd als tekenen van een voornaam verleden. Tegelijkertijd werden kastelen en kerken ontworpen als echo’s van de oudheid, waarbij architectuur diende om macht en privileges te onderstrepen.
Architectuur en identiteit
Het boek laat zien hoe herinnering, architectuur en identiteit samenvloeiden in een legende die Europa blijvend vorm gaf. Nieuwe prestigieuze bouwprojecten, zoals kastelen, landhuizen en stadhuizen, werden vaak geďnspireerd door Romeinse voorbeelden, waarbij de technische en esthetische hoogstandjes van de oudheid als maatstaf dienden. De limes functioneerde zo niet alleen als historische grens, maar ook als culturele en symbolische referentie voor macht en beschaving in de vroegmoderne samenleving.
Wetenschappelijke context
Het onderzoek voor het boek maakt deel uit van het project ‘Constructing the Limes’, gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, dat de Romeinse grenzen en hun betekenis door de tijd heen bestudeert. Ottenheym combineert historische bronnen, archeologische overblijfselen en architectonische analyse om te laten zien hoe de limes als legende werd geconstrueerd en gebruikt.
Kortom, "De limes als legende" biedt een diepgaande analyse van hoe de Romeinse grenslijnen werden herontdekt, verbeeld en ingezet als symbool van macht, identiteit en culturele continuďteit in Europa. Het boek is zowel een studie van geschiedenis als van architectuur en laat zien hoe het verleden actief werd gebruikt om het heden te legitimeren.

Als Otttenheym gelijk zou hebben zou er een verschil moeten bestaan in architectuur en bouwkunst tussen de gebieden die ooit binnen het Romeinse Rijk lagen en de gebieden die nooit tot het Romeinse Rijk hebben behoord. Hebben de gebieden ten noorden/oosten van Rijn en Donau een andere culturele ontwikkeling doorgemaakt ten opzicht van die ten zuiden/westen van Rijn en Donau? Als voorbeeld voor Nederland: zijn er in Nederland verschillen waar te nemen in inrichting, identiteit en architectuur, bouw van landhuizen, kastelen, stadhuizen, kerken enz. ten zuiden en ten noorden van de Rijn? Is de O.L.Vrouwetoren van Amersfoort (links) wezenlijk verschillend van die van de St.Jan in Maasticht (rechts)? Zie afbeeldingen hiernaast. Beiden hebben een driedelige opbouw en slechts een afwijkende torenspits. Bij de Dom in Utrecht (ook met een driedelige opbouw) komt de torenspit wel overeen met die van de St.Jan in Maastricht, dus geen afwijkende architectuur. Ook andere torens in Noord-Nederland, zoals van Rhenen, Groningen, Delft enz. komen qua bouw overeen met de St.Jan in Maastricht.

De LINIE van Drusus in 9 vóór Chr.
"Ter bescherming van de provincies liet Drusus overal versterkingen en wachttorens bouwen, langs de Mosa, de Albis en de Wisurgis. Langs de oever van de Renus liet hij meer dan vijftig forten aanleggen. Bononia en Novesium liet hij door bruggen verbinden". Bron: Aelius Spartianus, lV, 12.
Wie dit in Duitsland wil plaatsen, moet toch eens een atlas aanschaffen.


Lees meer over het ontstaan van de traditionele opvattingen in de loop der eeuwen en vooral sinds de 17de eeuw.
11de en 12de eeuw
13de en 14de eeuw
Opvattingen in de 15de, 16de en 17de eeuw
18de eeuw
19de eeuw
20ste eeuw




Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.