In de kroniek van Otto van Freising wordt rond 1160 gemeld dat de paltsen van Nijmegen en Ingelheim 'zeer sterke bouwwerken' zijn. Dat suggereert steenbouw. Van die Karolingische steenbouw zijn nu alleen enkele kapitelen over (noot 9). Twee exemplaren van marmer, afkomstig uit de marmergroeves in Carrara (Italië), werden in de twaalfde eeuw hergebruikt op prominente locaties aan weerszijden van de apsis van de Sint-Maartenskapel (p.109). In noot 9 wordt verwezen naar het Bronnenboek tekst 148 uit 1155. Die tekst wordt (bij uitzondering) nu eens wel vertaald. Daarin lezen we ''Noviomagum et iuxta villam Inglinheim" (nageschreven van Einhard?), wat die houten boerderij tegenspreekt. Maar hier wordt wetenschappelijke fraude gepleegd. Zie kader hieronder.
De twee hergebruikte zuilen zijn niet Karolingisch, maar Romeins, wat ook in de tekst bij de foto op p.109 bevestigd wordt. Ook de de gedenksteen van Frederik Barbarossa is gemaakt van een Romeinse steenblok en verwijst naar Julius Caesar en opvallend helemaal niet naar Karel de Grote, dat toch het grote voorbeeld van Frederick Barbarossa was en hem in zowat alles navolgde. Deze gedenksteen wordt wel genoemd in tekst 147, maar er wordt geen vertaling bij gegeven, anders hadden Leupen en Thissen hun misvatting over tekst 148 kunnen corrigeren.
Wetenschappelijke fraude!
Hier blijkt voor heel Nederland en alle historici het bewijs van wetenschappelijke fraude en valsheid in geschrifte gepleegd door Leupen en Thissen. Daaruit zou onmiddellijk ontslag moeten volgen, maar dus niet aan de Universiteit van Nijmegen! Daar is fraude blijkbaar toegestaan als het maar ten goede komt aan het behoud van mythen in Nijmegen! In tekst 147 in het Bronnenboek is de Latijnse tekst van de gedenksteen van Frederik Barbarossa, wordt de vertaling (met opzet?) niet gegeven, omdat iedereen dan zou zien dat het de volgende tekst 148 categorisch tegenspreekt. En dan plegen Leupen & Thissen een tekstvervalsing in de kroniek van Otto van Freising door in deze tekst het woordje "et" tussen te voegen. Nu zult U denken? Slechts één woordje: "et". Maar door dat ene woordje wordt de inhoud geheel anders en wordt die ene plaats die Otto van Freising bedoelt, plots twee plaatsen. In alIe bronnen-uitgaven, zowel de Monumenta Germanica Historica als in de Histoire de France, zelfs bij de amateur-historicusL.A.J.W. Baron Sloet uit de 19de eeuw, staat de tekst correct als "Noviomagus iuxta villam Inglinheim":'iuxta betekent 'nabij'. De Nijmeegse vervalsers hebben ervan gemaakt : "Noviomagum, et uxta villam Inglinheim". De bedoeling van deze vervalsing is duidelijk. De juiste betekenis van de zin van Otto van Freising spreekt over een Noviomagus bij Inglenheim gelegen, waarmee onmiskenbaar Neustadt bedoeld wordt en niet Nijmegen.
De Universiteit en de Club van Nijmegen kunnen dit niet straffeloos laten passeren, indien zij er nog prijs op stellen door de historische wereld serieus genomen te worden.