| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |
|
Toch blijven ze in omloop, soms eeuwen lang, tot in onze tijd. Het zijn historische mythen". (Citaat uit Geschiedenis Magazine nr.3 uit 2015). | |||||||
|
"Het archeologische onderzoek in Medemblik is, sinds de laatste opgravingen van Besteman, weinig coherent en met geringe wetenschappelijke diepgang uitgevoerd". Bron: Westerheem 2, april 2013. Het archeologisch bewijs voor de aanwezigheid van Noormannen in Nederland heeft zich beperkt tot aanwijzingen voor handelscontacten en, bij hoge uitzondering, plunderingen. De meeste plundertochten zijn alleen historisch bekend. ("Middeleeuws Medemblik. Een centrum in de periferie Archeologisch onderzoek naar de (vroeg)middeleeuwse handelsnederzetting en het oudste regionale centrum van West-Friesland in de periode 675-1289". J. van Leeuwen) ![]() St.Wulfram, prediker onder de Friezen. ![]() Enkele klassieke teksten: Want toen zij over de zee scheep gingen naar Fresia (Vlaanderen), dat ligt naast de streek van de Morini (Terwaan), kwam het voor dat hij (St. Wulfram) het Misoffer wilde opdragen. Bron: Vita S. Vulframni, AS, maart III, p. 145. Wulfram van Sens gaat naar de Frisones: ca. 700. De eerbiedwaardige bisschop Wulfram die de zetel van Sens bijna 29 jaren bezette, ging met toestemming van koning Childebert (III, 695-711) en de hofmeier Pepijn (II) ook bij het volk van de Frisones(Vlaanderen) prediken... dit geschiedde in het jaar 700. Bron: Vita S.Vulframni, HdF, III, p. 637. Fositesland, dat St. Willibrord samen met St. Wulfram, bisschop van Sens, bezocht met de bedoeling een missie te beproeven onder de Dani (lees: Normandiërs), later eveneens door St. Ludger bezocht, is de streek ten zuiden van Boulogne, voorheen Fosse Boulonnaise geheten, te meer omdat zij voorkomt in het verhaal, waar St. Willibrord van de Dani terugkeerde. 846 De zeerovers van de Noormannen vielen Frisia (Vlaanderen) aan, vernielden er provincies en kerken en doodden er veel volk. Toen de Vlamingen dit vernamen, kwamen de bisschoppen en abten van de naburige streken met de relieken van hun heiligen naar St. Omaars, omdat deze plaats door de goddelijke voorzienigheid met een sterke muur en veel torens verdedigd was. Dit zijn de heiligen, die wegens deze vervolging in die burcht kwamen: St. Bavo (van Gent), Wandregisilus (van Fontenelle bij Rouaan), Ansbertus, Wulfram (van Sens), Pictus, Bainus en de maagd Austreberta, en hun relieken bleven d a a r veertig jaren. Bron: Chronicon Nortmannorum, HdF, VII, p. 152. Gedurende de perioden van de belemmering van de missie, trok St. Willibrord zich niet terug naar zijn abdij van Echternach (dat kon overigens niet, omdat die nog niet bestond!), wat toch voor de hand had gelegen, maar kreeg hij de steun van Karei Martel en bisschop St. Wulfram van Sens en te Oust-Marest, het befaamde Helisthe-Marithaime, in Artois een eigenkerk. Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf over de juistheid van de teksten! |
De oudste vermelding van 'Kasteel van Radboud' is op een plattegrond uit 1799: 'het ouden Kasteel van Rabbout'. Het huidige kasteel heeft niets te maken met de legendarische Friese koning van toen. Het slot is in werkelijkheid pas aan het einde van de 13e eeuw, zo'n 700 jaar na Radboud, door de Hollandse graaf Floris V gebouwd om zijn overwinning op de opstandige West-Friezen te consolideren. (Bron: Ben Dijkhuis, Legenden en mythen omtrent het Medemblikker slot). Lees meer op: www.dwangburchten.nl.
Deze tekst van Wulfram van Sens, werd door de Nederlandse historici voor vals gehouden, aangezien zij zich niet konden voorstellen dat een bisschop van Sens, helemaal in Denemarken zou gaan prediken. Dat laatste was helemaal juist gezien. Maar plaatst men de Dani in de juiste streek dan klopt de tekst helemaal. De term Dani duidt helemaal niet Denemarken aan, doch de streek ten zuiden van Montreuil, waar al vroeg in de 6e eeuw de Dani worden vermeld. Dit verhaal zou zich dus hebben voorgedaan in Medemblik. Maar Medemblik wordt pas in de 17e eeuw voor het eerst genoemd als de plaats waar de doop plaats zou hebben gevonden. Cornelis Aurelius noemt in zijn Divisiekroniek (1517) als plaats Hoogwoud als locatie, daar wel in de buurt, maar eveneens een onbewezen aanname. Als je leest wat onderzoekers zelf over Medemblik schrijven, blijft er van de hele vermeende geschiedenis niets meer over. We citeren hieronder enkele opmerkingen van historici o.a. van Josje van Leeuwen en Michiel Bartels in hun artikel over Medemblik in Westerheem 2 van april 2013.
De visie van Albert Delahaye.
Ondanks deze overduidelijke tekst houden de auteurs van het Huis van Hilde het klassieke Frisia nog steeds voor Holland, maar soms ook voor Friesland. Dan is er maar één coclusie mogelijk: deze tekst hebben ze nog nooit gezien en kennen ze dus niet. Waarop is dan hun opvatting over de plaats van Frisia gebaseerd? Dat ze deze en andere teksten opzettelijk zouden negeren, wil ik niet meteen veronderstellen. Dat zou hun betrouwbaarheid als wetenschapper immers danig ondergraven (voor wetenschappers in de opgraafkunde (archeologie) te toepasselijk).
In Nederland heeft slechts één kerk het patronaat van St.Wulfram, de kerk in het onbeduidende dorpje Waarland in Noord-Holland. Dit patronaat werd pas in 1919 ingesteld op 'voorspraak' van de bisschop van Haarlem. Wulfram werd in 1958 zelfs tot Patroon van Friesland uitgeroepen. Met slecht één kerk en niet eens in Friesland! Het is vergelijkbaar met die ene kerk in Nederland met het patronaat van St.Ansfridus (in Amersfoort). Duidelijk is wel dat het patronaat er niet kwam vanuit de devotie van de bevolking, maar doordat de Kerk iets wilde 'bewijzen'. De geschiedenis van het dorp Waarland hangt nauw samen met de strijd tegen het water. Het geheel bestond lange tijd uit verschillende eilandjes en meren die later werden droog gelegd. De Waarlandpolder is overigens pas in 1575 met behulp van een van de eerste watermolens droog gelegd. Van Wulfram, bisschop van Sens, is bekend dat hij met Willibrord onder de Dani predikte. Voor Willibrord werd dat voor Denemarken, waar men meende dat de Dani woonden, vanuit Utrecht niet voor onmogelijk gehouden, voor een bisschop van Sens werd een verklaring stilzwijgend vermeden. Met Willibrord in Utrecht kwam ook Wulfram in Noord-Holland terecht, al heeft er geen enkele devotie voor hem bestaan dan dat ene opgedrongen patronaatschap in Waarland in 1919! ![]() Let vooral op dat jaartal waarbij vlak na de Eerste Wereldoorlog een herleving van het Katholieke bewijstzijn opleefde met de Schoolstrijd en het verkrijgen van algemeen -vrouwen-kiesrecht, vooral door publicaties van Frisia Catholica, het Nederlandse Friesland waar juist de prediking van Willibrord en Bonifatius het minst succesvol is geweest. Het verhaal van St.Wulfram bleek indrukwekkend genoeg om er een hele 'traditie' van te maken. Zie krantenknipsel uit 1951 hiernaast.
De vondst van het corpus van St.Willibrord te Abbeville. In het jaar 1712 werd in de collegiale kerk van Abbeville, een oude kist met relieken ontdekt. De kist, die uit de 15e eeuw dateerde, bevatte een nog oudere kist, beschilderd met taferelen uit het leven van St. Willibrord. In de tweede kist bevonden zich 3 zakjes met beenderen; een strook perkament droeg het opschrift : “van het lichaam van de belijder Willibrord, bisschop in Frisia”. De eerste zak bevatte volgens een opschrift het hoofd van de heilige. Deze relieken werden niet authentiek geacht, daar het vrijwel zeker is dat zijn corpus in Echternach rustte, tenminste volgens de traditie. De vondst van een corpus van St.Willibrord in Frankrijk was ook geheel onverklaarbaar, daar er geen relatie bekend was tussen St. Willibrord en Abbeville. Men heeft daarom getracht – wijl de kerk van Abbeville aan St. Wulfram was toegewijd – de relieken van Abbeville in verband te brengen met de legende van St. Wulfram, die door Pepijn naar de Friezen was gezonden en met St. Willibrord een reis zou hebben gemaakt naar Denemarken. Omdat, zo redeneerde men, de bewoners van Abbeville aan St. Wulfram en St. Willibrord samen dachten, vonden zij iemand, die hun (al dan niet echte) relieken van de heilige heeft bezorgd, zodat zij beide heiligen samen in hun verering konden houden. Dit is een al te simpele oplossing van het probleem; bovendien wordt daarin heel wat verondersteld, waarvoor geen bewijzen zijn te vinden. Omdat de schedel vrijwel zeker niet authentiek is, wordt gesuggereerd dat alle relieken vals zouden zijn. Zou zijn schedel in Aken dan de echte zijn? Nu bewezen is dat St.Willibrord bisschop in Trajectum in Frankrijk was, dan zouden de relieken van Abbeville wel eens héél echt kunnen zijn en vragen oproepen over de echtheid van de andere. Echternach, Aken en Abbeville pretenderen immers elk de schedel van St. Willibrord te bezitten: het is duidelijk, dat slechts één de ware kan zijn. Dat die van Echternach de echte zou zijn, werd altijd wel voetstoots aangenomen, maar staat sinds het onderzoek van Albert Delahaye aantoonbaar als falsum te boek. Wulfram predikt met Willibrord niet in Denemarken. Uit het leven (een vita) van St. Wulfram bisschop van Sens (de patroon van Abbeville) is een tekst bekend, die verhaalt, dat hij het bisdom van St. Willibrord bezocht. In Sens onderhield St. Willibrord persoonlijke relaties met bisschop Wulfram. Samen hebben zij de "Dani" van Artois en Normandië bezocht. Met het gegeven van het bezoek van de twee bisschoppen aan de " Dani" hebben de historici nooit raad geweten; zij lieten St. Willibrord naar Denemarken trekken, wat voor een bisschop van Utrecht nog enigszins te aanvaarden was, maar voor de bisschop van Sens geheel buiten de rede lag. Situeert men het feit in de juiste streek, dan is het geheel aannemelijk. Chelles bij Parijs is het meest zuidelijke punt in Frankrijk, dat Sint Willibrord heeft bezocht. Daar leefde zuster Bertilindis in het klooster, die hem belangrijke schenkingen deed, waarvan de plaatsen allemaal in Frans-Vlaanderen liggen. In een vita van St. Willibrord wordt dit gegeven bevestigd, dat hij samen met St. Wulfram bij de Dani (Noormannen) predikte. Prof.G.H.Verbist een Willibrordkenner bij uitstek uit België, lost het probleem van de relieken van Abbeville (zie vorige punt) op met de veronderstelling, dat de inwoners of geestelijkheid van Abbeville, dit gegeven kennend, op een zeker tijdstip hebben gemeend, dat, gezien de samenwerking tussen de twee bisschoppen, de kerk van Abbeville toch wel in het bezit moest zijn van enige relieken van St. Willibrord, waar deze kerk toch ook belangrijke relieken van St. Wulfram had. De mogelijke authenticiteit van de relieken wijst deze schrijver bij voorbaat af. Hij stelt voorop, dat zij onecht zijn, en poogt toch een reden op te geven voor hun aanwezigheid te Abbeville. Die reden maakt hij duidelijk in een gewrongen motivering, waarin tal van postulaten voorkomen. Verbist veronderstelt bedrog, of een dusdanige lichtvaardigheid, dat zij aan bedrog grenst. De werekelijk situatie wordt hierboven al geschetst door Albert Delahaye, met als belangrijkste dat Dania niet Denemarken was, maar Normandië, waar, de naam zegt het al, de Noormannen een gebied bewoonden. En daar heeft de prediking onder de Denen plaats gevonden, voor een bisschop van Utrecht niet aannemelijk, voor de bisschop van het echte Trajectum te Tournehem zeer verklaarbaar, zeker als hij erbij geholpen wordt door de bisschop van Sens. Andere raakpunten van een verblijf van Willibrord in Noord-Frankrijk. Afgezien van de, voorlopig onoplosbare, vraag of de relieken van Abbeville echt of onecht zijn, is alleen dit van belang: Hoe zijn de bewoners, eventueel de priesters van Abbeville tot deze concrete en belangrijke traditie gekomen, als St. Willibrord apostel van Nederland is geweest? Wat kan een bisschop van Utrecht voor de bewoners van Abbeville betekend hebben? In normale omstandigheden immers is een bisschop van Utrecht in Noord-Frankrijk onbekend; wordt die bisschop als heilige vereerd, dan leidt dit tot een plaatselijk beperkte cultus, die slechts door zeer bijzondere omstandigheden naar verafgelegen streken uitschiet. Maar in Noord-Frankrijk liggen evenwel werkelijke en meerdere raakpunten uit het leven en het werk van St. Willibrord, zodat de devotie in Abbeville in het geheel niet als de uitzonderlijke straal van een Utrechtse of Echternachse cultus beschouwd mag worden, maar integendeel uit een nabije kern is voortgekomen. In Noord-Frankrijk en Zuidelijk België bestaan meerdere kerken met het patronaatschap van Willibrord, zoals te Gravelines en Borbourg en is zelfs een plaats naar hem genoemd: Clemskerke (Clemenskerk). De verering van St.Willibrord in Nederland is altijd een vreemde zaak gebleven. Vóór het jaar 1559 is er geen enkele verering aan te wijzen in Utrecht, Friesland of elders in de Noordelijke Nederland. Terwijl in Frans-Vlaanderen van de "apostel der Friezen" een duidelijke en grootse traditie leeft in plaatsnamen, patronaten van kerken, parochies, feesten en andere tradities. In het zuiden werd het feest van St. Willibrord gevierd in de bisdommen Luik, Kamerijk, Terwaan en Metz en in de abdijen van Morbach en Rouaan. In het bisdom Atrecht is het nog voorgeschreven feest. De abdijkerk van St. Vaast te Atrecht bezat vroeger relieken van St. Willibrord. Waarom zou de 'Apostel van Friesland' zo'n omvangrijke verering in Noord-Frankrijk gehad hebben en in Nederland niets vóór 1559? De oudste biografie van Willibrord dateert uit de achtste eeuw en werd eind 8ste eeuw door Alcuinus geschreven, op verzoek van Beornrad, bisschop van Sens. Waarom heeft een bisschop van Sens zoveel belangstelling voor een bisschop in dat verre Nederland dat hij opdracht geeft een levensbeschrijving van hem te laten maken? Dat is slechts verklaarbaar doordat Wulfram een voorganger van deze bisschop, met Willibrord samengewerkt heeft. Die traditie bestond dus ten tijde van Beornrad. Een tekst uit 786 vermeldt dat het lichaam van de heer bisschop Willibrord rust in het klooster waar Beornradus abt is. Beornrad is nooit abt geweest in Echternach, net zo min bisschop van Utrecht. Immers de bisschopszetel en de abdij van Willibrord zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een afstand van ruim 300 km daartussen is volkomen onacceptabel. En over dit anachronisme hebben de historici nooit vragen gesteld! Ook hier is sprake van fundamentele verwarring. Deze berichten, evenals trouwens de vroegere contacten van Wulfram met de Fresones, zijn door de historici volkomen ten onrechte als legendarisch verworpen, daar die het niet aanvaardbaar vonden dat de bisschop van Sens deze activiteiten in het Nederlandse Friesland kon hebben uitgeoefend. Hun motief was goed: alleen vergisten zij zich in de plaats van Fresia. Situeert men dit in de juiste streek van Frans-Vlaanderen, dan is er geen enkele reden om de teksten te verwerpen. Die verwerping is ook wel de oorzaak van de verwarring in de data van Wulfram, wiens sterfdatum de verschillende bronnen stellen op: 723, 720, 707, voor 704, en zelfs 693 (!), terwijl tevens Radbouds aanstalte tot bekering -die toch het meest voor de hand lag toen de koning zich na zijn levenslang verzet eindelijk geslagen voelde- enige decennia wordt vervroegd. Deze data-verwarring was dan ook aanleiding om deze Wulfram-teksten toch maar weer eens te herhalen. Ditzelfde gebeurde met Suitbert die reeds voor Willibrord in ‘Francia’ missioneerde, maar in de Nederlandse hagiografie steeds verzwegen wordt. |
|
| |||||
| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |