De historische geografie van de lage landen.
Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.

De mythe van de abdij Fulda.

De geschiedenis van Fulda is een typisch voorbeeld hoe een eenmaal aangenomen mythe, vaste geschiedenis werd.
Er is geen enkel bewijs uit de 8ste eeuw dat Bonifatius ooit in Fulda was en er een abdij gesticht zou hebben! Het oudste tekstuele bewijs is uit de 12de eeuw.
Er bestaan meerdere mythen zoals in het kader hieronder vermeld, die nog steeds als ware geschiedenis worden gepresenteerd.
Nijmegen
Karel de Grote
Willibrord
Bonifatius
Bataven
Franken
Friezen
Saksen


Historische Mythen. "Van veel gebeurtenissen bestaan verschillende, soms tegenstrijdige versies. Sommige verhalen zijn ronduit onwaar.
Toch blijven ze in omloop, soms eeuwen lang, tot in onze tijd. Het zijn historische mythen". (Citaat uit Geschiedenis Magazine nr.3 uit 2015).




De Dom van Fulda uit de 18de eeuw.

De abdij van Fulda maakte van de stad een belangrijke bedevaartplaats. De romaanse Michaelskerk (9de eeuw), een van de oudste kerken in Duitsland, werd nadien de bedevaartskerk. Bonifatius' relieken zouden zich bevinden in de crypte onder de dom, die uit de 18de eeuw stamt. Indrukwekkend, maar een complete mythe.

Was ook Fulda een verplaatst klooster?

Klik op de tekst voor een vergroting.

Het FUNDAMENT van alle verwarring is het Karolingisch Paleis van Karel de Grote in Nijmegen. Dat paleis blijkt gebouwd op los zand, op nooit bewezen losse beweringen. Op dat losse zand zijn alle volgende mythen gebouwd. Immers als Nijmegen fout is, was de Betuwe ook niet het land van de Bataven; was Utrecht niet de bisschopszetel van Willibrord, werd Bonifatius niet in Dokkum vermoord en hebben de Noormannen nooit in Nederland geplunderd.

Consequentie is ook dat de Codex Eberhardi een falsum is, volledig gebaseerd op de moord van Bonifatius in Dokkum, een moor die daar nooit plaats vond, maar in Dockyncirica in Frans-Vlaandren. Dan stort het hele kaartenhuis van de Nederlandse mythen in elkaar.


Bonifatius, Willibrord, Karel de Grote en de Noormannen zijn voor Nederland volkomen legendarisch.


De plaatsen op de Codex Eberhardi.
In de lijst van plaatsnamen in de Codex Eberhardi worden de traditionele opvattingen gevolgd. Ze moeten bijna allemaal gelegen hebben in Frisia c.q.de Nederlandse provincie Friesland, in Kennemerland of Noord-Holland. Ondanks de dolste gissingen staat van de 120 namen er bij 85 plaatsnamen «onbekend». Dat er zelfs enkele plaatsen in Zuid-Limburg gelegen zouden hebben, is uiteraard een complete farce. Zuid-Limburg heeft in geen enkele serieuse opvatting ooit deel uitgemaakt van Fresia (Serieuse opvatting? Wel bij Hans Kreijns (sic). Hetzelfde geldt voor enkele genoemde plaatsen in Midden-Duitsland en zelfs Oost-Polen! Van de 45 namen die wél in Nederland gemeend zijn, is éénderde ronduit absurd, zodat het eindresultaat traditionalistisch bedroevend is. Voor de Pas-de-Calais zijn een zestigtal mogelijke plaatsingen gegeven (de helft van het namenbestand), een aantal dat met gemak zou kunnen worden uitgebreid, maar dat door de verhaspeling van de namen verder niet mogelijk blijkt. Deze namen en de traditionalele interpetaties blijken niet te controleren met andere bronnen van vóór 1200. Die bronnen zijn er niet! Ook de plaatselijke archeologie geeft geen uitsluitsel. Een ononderbroken bewoning vanaf de achtste eeuw is nooit aangetoond in Holland of Friesland. De namenlijst van Fulda bewijst dan ook niets voor de vroeg-middeleeuwse geschiedenis van Holland of Friesland.

We noemen hier enkele plaatsen die in Nederland «onbekend» zijn, maar wel bestaan in Frans-Vlaanderen.
Abblechen = Alblain-Saint-Nazaire; Adingamora = Adingkerke of Attinghen; Allen, villa, in Fresia = Alette; Blintheim, villa = Bainghem; Bonewirt, villa in pago Ostrache = Boulogne; Brocenlar, villa, in pago Uvira = Brokhem; Federatgewe, pago, in marca Nortwaldo; Fetergewe in marca Nortwaldo = Vaudricourt; Fresonum, pago = Frisia in Frans-Vlaanderen; Friefurt = Fersinghem, Fressin of Fresnicourt; Frisgana, villa, in pago Federetgewe = Fersinghem, Fressin of Fresnicourt (in Frans-Vlaanderen bestaan een twintigtal plaatsen met Fres- of Fris- als prefix.; Gandingen, villa = Gontardennes; Gotolfeim in Texalmore in regione Fresonum, in provincia Fresonie = Godelimbreucq Zelfs met deze nauwkeurige toevoegingen is de plaats Gotolfeim niet op Texel of in Friesland te vinden). Hasalon, in pago Westrahe = Hazuinge; Hura of Huron, villa, in pago Westerache in Hasalun = Hurionville; Langenmore, in pago Tyelle = Longueville; Lanthoy, in pago Tyelle = Lannoy; Mecinga of Meringa, pago = Merckegem; Nortwaldo, = Noir-Bois; Osterihe, pago Osterriche of Ostrache, pago = de streek ten westen van Rijsel; Trilant; Trolant = Tringhem; Tyeslemore, in pago Tyelle = Axles; Wertingewe, pago = Fréthun; Wirah, pago; Wiraha, pago, in regione Frosonum; Wirense, pago; Wirensi, pago, in Fresia; Wireon, villa, intra Fresonum; Wiron; zie ook Uvira, dat in Nederland Wieringen, Noord-Holland zou zijn. Hoort Wieringen bij Friesland? In Frans-Vlaanderen is het Wierre-Effroy op 14 km zuid-oost van Wissant.

We geven ter vergelijking Tockingen, pago; Tokingen, is in Nederland Dokkum, de plaats waar Bonifatius vermoord zou zijn. Die moord vond plaats 'in pagus Dockynchirica' zoals Willehad het noemde. Dat is Duinkerke in Frans-Vlaanderen (let op de etymologie van Dockin-chirica: Dock=Dijk of Duin, Chirica=kerk).

Van al deze plaatsen is door deskundige toponymisten vastgesteld dat die in Nederland of Noord-Duitsland niet te vinden zijn, dus «onbekend» zijn. Men neemt ondanks dat toch aan dat het om Nederlandse, Friese of Duitse plaatsen gaat!

Codex Eberhardi.

Aangezien meer dan vijftig procent van de bewaard gebleven documenten uit de vroege middeleeuwen vervalst of gewijzigd zijn, is het nauwelijks verrassend dat er ook binnen de Kerk talloze onechte documenten werden geproduceerd en verspreid. Zoals Jean Mabillon al vaststelde "speelde moeder de H.Kerk bij die vervalsingen 'de eerste viool".

De studie van Stefan Schusterbauer onderzocht de werkzaamheden van de monnik Eberhard, die in opdracht van zijn abt halverwege de twaalfde eeuw een omvangrijke verzameling van de rechten en bezittingen van zijn klooster samenstelde: de *Codex Eberhardi*. Daarbij schrok hij er niet voor terug om tal van documenten – waaronder zelfs pauselijke privileges – te vervalsen, in een poging de economische kracht en het aanzien van zijn door een crisis getroffen klooster te herstellen.
Op de vervalste Codex Eberhardi is de geschiedenis van Fulda gebaseerd. Het is dus een valse geschiedenis!
Om de context van Eberhards werk te begrijpen, is het noodzakelijk eerst in te gaan op de geschiedenis van Fulda – nauw verweven met die van het klooster – in de periode voorafgaand aan de samenstelling van deze documentenverzameling. Deze studie van de *Codex Eberhardi* biedt een overzicht van de pauselijke privileges die aan het klooster van Fulda waren verleend, authentiek privilege, waarna drie van Eberhards vervalsingen – inclusief hun historische context –. Een hoofdstuk wordt gewijd aan de vervalsingen die Eberhard vervaardigde met betrekking tot grensdocumenten: stukken waarin het grondgebied van het klooster werd vastgelegd.
De Deense historicus Mogens Rathsack deed uitgebreid onderzoek naar de pauselijke privileges van het klooster van Fulda en stuitte daarbij uiteraard ook op Eberhards activiteiten als vervalser. Heinrich Meyer zu Ermgassen (1995) nam de omvangrijke taak op zich om Eberhards samengestelde manuscript samen te stellen – een werk dat voorheen slechts gedeeltelijk was uitgegeven door historici als Dronke (1844), Roller (1901) en Edmund Stengel (1958), die eerder vaststelde hoe lastig deze studie was: "Wie zou zijn weg kunnen vinden in de reeks privileges van Fulda – die zo overwoekerd is door het onkruid van Eberhards vervalsingen – voordat er orde in is gebracht?"
De twaalfde-eeuwse monnik Eberhard, stelde als Fãlser de 'Codex Eberhardi' samen, om de economische en juridische positie van de abdij van Fulda in een tijd van crisis te legitimeren. (studie uit 2005 van Stefan Schusterbauer: zie toelichting in kader hiernaast en de tekst hieronder uit de publicatie van Ludwig Schmitz-Kallenberg-1927).


Op de vervalste Codex Eberhardi is de geschiedenis van Fulda gebaseerd. Het is dus een valse geschiedenis! wat al sinds 1927 bekend is.
Volgens de traditie stichtte Bonifatius in 744 de Benedictijnenabij in Fulda. Vreemd blijft het dan dat Bonifatius als abt of bisschop in de lijsten van abten of bisschoppen in Fulda ontbreekt. Wellicht niet zo vreemd: Eberhard wist niet eens wie Bonifatius was! In zijn tijd was in Duitsland over de Franse bisschop Bonifatius nog niets bekend. De abdij van Fulda wordt pas in 1150 voor het eerst vermeld ten tijde van monnik Eberhard. Oudere gegevens over het klooster bestaan niet (meer? zie noot). Tussen de jaren 1150 en 1160 heeft deze Eberhard in het klooster van Fulda documenten verzameld om het verleden en de juridische rechten van het klooster vast te leggen: de Codex Eberhardi genaamd. Het ging in die tijd niet goed met het klooster en het bleek nodig om wat eigendommen op te poetsen. Deze gang van zaken om 'verloren gegane' bezittingen 'terug' te krijgen komt overeen met wat het klooster van Echternach presteerde. Het bleek de 'normale' gang van zaken in kloosters te zijn!
Zo ging het bijvoorbeeld ook in Egmond, waar men meende dat de 'Annalen' eigen geschriften waren. De goegemeente in de 12de eeuw die niet kon lezen geloofden al snel de vertrouwen wekkende monniken en accepteerden hun 'rechten'. Het klooster kon immers 'eigendomspapieren' tonen, waarvan niemand toen kon opmaken dat die vervalst waren of van elders kwamen. Veel tegenwoordige historici doorzien die valsheid nog steeds niet, op enkele uitzonderingen na, zoals in het verleden Jean Mabillon, Otto Oppermann en recent Albert Delahaye.

Noot: bij het kopieëren met valse bedoelingen verdwenen de originele documenten (die in tegenspraak waren met de beoogde kopie) in de haard. Voor de tegenwoodige historici is dit een onoverkomelijk gemis om de ware geschiedenis te kunnen herleiden. Zonder origineel werd de kopie dus gezien als het 'origineel' waardoor een valse geschiedenis werd aangenomen. Alle afbeeldingen van Bonifatius met een boek boven zijn hoofd, zijn net zo vals als de tradities van Fulda en Dokkum.

De valsheid van de geschiedenis van Fulda wordt mede aangetoond met de Ragyndrudis-codex, geschreven ca. 750 en bewaard te Fulda. Hij wordt wegens zijn inkervingen door de legende beschouwd als het boek, waarmee St. Bonifatius zijn hoofd tegen de zwaarden van zijn moordenaars wilde beschermen. Het is een dubbele mythe: 1. Bonifatius sprak zijn volgelingen toe zich niet te verzetten, en 2. Hij zou zich beschermd hebben met het Evangelie. Beschermd, niet om de slagen af teweren, maar beschermd doordat hij zich gesterkt voelde door het 'Woord van Christus', die ook zijn lijden en dood aanvaardde. Dat hij daarbij ook werkelijk een boek gebruikt is eveneens een mythe: het woord van Christus is ook te volgen zonder boek!

De visie van Albert Delahaye.
« De eerste wet der geschiedschrijving is, geen onwaarheid te zeggen, noch enige waarheid te verzwijgen» (Cicero, 'De oratore' 2, 15.)
De geschiedenis van Fulda komt overeen met die van Echternach. Albert Delahaye had de geschiedenis van Fulda dan nog niet verder uitgezocht, dus hield nog vast aan de stichting door Bonifatius in 744. Wat hij wel steeds opmerkte was dat als Nijmegen fout is, er wel meer aangenomen geschiedenis fout zal zijn. Dat Fulda gesticht zou zijn vanuit Mainz was al een eerste opvatting waar hij twijfels over had. Het Moguntiacum uit de klassieke teksten was immers niet Mainz maar Mainvillers. Het is wel zeker dat Bonifatius door de Friezen werd vermoord, maar dat waren de Friezen uit het klassieke Frisia in Frans-Vlaanderen en niet de Friezen uit Friesland. Die moord vond plaats in Dockyncirica dat Duinkerke was en niet Dokkum. De twijfel over het verhaal van Fulda kwam bij Albert Delahaye al op ten aanzien van de levenbeschrijvingen van Bonifatius. Er zijn drie levensbeschrijvingen van hem bekend. De oudste werd geschreven door Willibald. De twee andere Levens zijn van veel jongere datum en werden samengesteld toen al heel wat feiten verplaatst waren. Daarbij kan men dus niet op de juistheid vertrouwen. We moeten ons blijven realiseren, zoals Jean Mabillon dat eens formuleerde, dat in de grote en brutale vervalsingen van oorkonden en historische teksten onze lieve Moeder de H. Kerk helaas de eerste viool heeft gespeeld. Het waren juist de kloosters die vanwege inkomsten het 'verloren gegane' goederenbezit wensten 'terug te krijgen'. Zij hadden de oude akten in bezit, wisten vaak niet eens waar die bezittingen gelegen hadden, na hun vlucht en herstichting elders. Desnoods werden plaatsnamen aan de huidige namen aangepast of kregen de nieuwe plaatsen hun huidige naam pas op grond van die oude oorkonden. Dat laatste is af te leiden uit het feit dat veel plaatsen geen oudere documentatie bezitten dan juist die eerste vermelding in de kloosterakten. Voor Echternach gaat het over het jaartal 1159, voor Fulda om de perode tussen 1150 en 1160! Ook hier weer in de 12de eeuw! De overeenkomt in de gang van zaken is frapant en bevestigd het gelijk van Delahaye op onmiskenbare wijze. Er zijn ook opvallende parallellen te trekken met het klooster van Egmond en de abdij van Lorsch die juist (en bijna alleen) veel bezittingen in de Betuwe had. Of was het toch de Batua in Frans-Vlaanderen, zoals Delahaye meent?


Codex Eberhardi.
De verzameling documenten die nu bekend is als de Codex Eberhardi bestaat uit documenten indertijd opgesteld door abt Hrabanus Maurus. Later werd vastgesteld dat de documenten die gebruikt zijn in deze codex vervalsingen zijn (zie noot hiernaast). Het is precies deze Eberhard die de geschiedenis van Bonifatius als eerste koppelt aan het Duitse Fulda en aan de strijd die gevoerd werd tegen de Friezen. Het was immers de opdracht van de geestelijkheid de vijand te bestrijden met de ganzenveer. De Franse Humanist Josephus Justus Scaliger (Agen, 5 augustus 1540 - Leiden, 21 januari 1609) was blijkbaar niet op de hoogte van de dubieuze rol die Eberhard heeft gespeeld, toen hij Bonifatius koppelde aan de Nederlandse geschiedenis en aan diens diens dood in het Friese Dokkum. De vermelding van Dokkum als plaats van de moord waar men in Fulda nog steeds aan vasthoudt, geeft ook de valsheid van deze Codex aan. Dokkum als plaats van de moord werd pas na 1559 een algemene aangenomen opvatting.

We zien dezelfde gang van zaken in Echternach, waar abt Theofried met oude oorkonden vermeende bezittingen probeerde op te eisen. Ook deze abdij was noodlijdend en had behoefte aan extra inkomsten. Lees meer over Echternach waarbij het Liber Aurelius, het Gouden Boek de bewijzen levert van de valsheid van de vermeende bezittingen. Door Albert Delahaye werd dat Gouden boek terecht 'het dievenboekje van Echternach' genoemd.
Vervalste Codex.
Opvallend is dat de abdij van Fulda juist met vele tientallen goederen begiftigd werd in Oost-Friesland in het hoge noorden van Duitsland en in het noorden van Nederland – op Wieringen en Texel, in Friesland en Groningen – beide op honderden kilometers afstand van Fulda. Die afstand van goederenenbezit maakt het verdacht, zoals we dat ook gezien hebben bij de "vermeende goederen van Echternach".
De bezittingen die genoemd worden in deze Codex kennen twee problemen: 1. het vermeende eigendom wordt door geen enkele oorspronkelijke oorkonde gedekt; 2. veel namen uit die Codex zijn nergens terug te vinden, niet in Duitsland, maar ook niet in Nederland, zelfs niet in Frankrijk (Frans-Vlaanderen).
(noot: dat het vervalsingen betreft is o.m. vastgesteld in de Fuldaer Geschichtsvereins (1996; 59) durch: Thomas Vogtherr in : Fulda im Alten Reich «eine der größten Fãlschungsaktionen, die im Mittelalter jemals in einer einzigen Werkstatt erfolgten». Het blijkt ook uit de lijst van plaatsnamen in de Codex, waarvan de 120 namen er bij 85 plaatsen (is 70%) onbekend staat. Ze zijn niet terug te vinden in Nederland, noch in Duitsland. En over de wel bekende plaatsen bestaat al langer discussie, zoals Tockingen dat Dokkum zou zijn, dat echter in de 8ste eeuw niet eens bestond. Zie de lijst van enkele plaatsen in het de linker kolom!


De mythe van Fulda.
Voor de abdij van Fulda ten noordoosten van Frankfurt am Main houdt men ondanks de onzekerheid strak vast aan de eenmaal aangenomen traditie, dat deze in 744 door Bonifatius gesticht zou zijn. Die onzekerheid bestaat feitelijk uit het ontbreken van oude documentatie. Wat men heeft stamt uit de 12de eeuw en is gebaseerd op de Codex Eberhardi, een monnik die tussen 1150 en 1160 (let op: weer die 12de eeuw), toen de abdij Fulda in financiële problemen verkeerde, oude documenten van abt Hrabanus Maurus terugvond en probeerde het 'verloren gegane bezit' van het klooster terug te vinden. Daarbij schuwde hij de vervalsingen niet, waarna het oorspronkelijke werk van abt Hrabanus Maurus spoorloos verdween. Blijkbaar was monnik Eberhard zich er terdege van bewust dat hij vervalsingen pleegde, vandaar dat de hij de oude documenten in de haard liet verdwijnen. Had hij zorgvuldige en integer gewerkt, dan had hij die oudere documenten zeker als eigendomsbewijs moeten behouden. We zien het vaker dat oude documenten waarnaar verwezen wordt vanwege bezit of rechten, nergens meer te vinden zijn. De kopieën blijken in veel gevallen geen kopie maar het origineel te zijn.

Het is beslist uitgesloten dat Bonifatius zelf het initiatief heeft genomen tot de stichting van de abdij in het huidige Fulda, maar dat in 744 door zijn leerling Sturmius is begonnen met een klooster in Thuringia. Het misverstand heeft alles te maken met Thuringia of Thoringia dat opgevat werd als Thüringen, maar feitelijk het land van Doornik was.

Er zijn drie levensbeschrijvingen van Bonifatius bekend. In het oudste Leven van Bonifatius komt geen enkel gegeven over dit klooster of over de streek ervan voor, dan zijn vorengenoemde wens aldaar begraven te worden.
De oudste geschreven door Willibald, is aangevuld met enige berichten uit latere bronnen. De twee andere Levens zijn van veel jongere datum en werden samengesteld toen al heel wat feiten verplaatst waren. De schrijver ervan, vermoedelijk een monnik van Fulda, is in elk geval niet identiek met de ca.741 door Bonifatius gewijde bisschop van Hohstedi (Houdain). Alles wijst erop dat de tekst oorspronkelijk eindigde met dat "Bonifatius daar (te Trajectum) begraven is". Dat kan nooit Utrecht geweest zijn, aangezien archeologisch is vastgesteld dat Utrecht in de 8ste eeuw niet bestond.

De overplaatsing van zijn lichaam naar Mainz zou 30 dagen later hebben plaatsgevonden. Men begraaft geen lichamen om ze 30 dagen later via Moguntiacum (niet Mainz, maar Mainvillers) naar Fulda over te brengen, wat dan nog een aanzienlijk grotere omweg was geweest dan via de latere bisschopsstad Mainz. Bovendien is in de toevoeging -er bestaan van deze tekst ook nog latere lezingen met nog meer toevoegsels- sprake van een onwaarschijnlijke overbrenging van ook de overige (50?) lichamen van de martelaren die met Bonifatius zijn omgekomen. Die 50 lichamen zijn in Fulda nooit aangekomen! Daarmee vervalt al een belangrijk element in de hele mythe rondom de begrafenis van Bonifatius.

De meest aanvaardbare reconstructie is, dat de abdij van Fulda veel later is gesticht en dat zij via Mainz de traditie kreeg van door Bonifatius gesticht te zijn. Opvallend is immers dat na de dood van Bonifatius een kwestie ontstond, waar de heilige begraven zou worden: in Traiectum (Tournehem) of in Moguntiacum (Mainvillers). Tenslotte zou bisschop Lullus gedaan hebben gekregen dat Bonifatius' lijk naar de laatstgenoemde plaats werd gebracht. Wat in feite echter na 66 jaar nog steeds niet gebeurd was. Want in de Acta S.Frederici lezen we dat in 820 bisschop Frederik geïnstalleerd werd in de abdijkerk van Eperlecques "waar de Martelaar Bonifatius en zijn gezellen begraven liggen... en hij verbleef daar een lange tijd". Zolang een bisschop te Eperlecques bidt bij het graf van Bonifatius, kunnen diens stoffelijke resten nog niet naar Mainz en zeker niet naar Fulda zijn overgebracht.

De kloosters van Fulda en Lorsch hadden aanzienlijke bezittingen in het noorden van Frankrijk, zodat het zonneklaar is dat daar in de eerste tijd hun bronnen van bestaan lagen. Zet daarnaast de moord in Dockynchirica, niet Dokkum maar Duinkerke en de verplaatsingen zijn duidelijk.

Het missiegebied van Bonifatius dat nog omvangrijker was dan dat van Willibrord, kwam slechts tot stand door onjuiste plaatsnamen in dat missiegebied op te nemen, zoals Dokkum, Utrecht, Dorestad, Fulda en Echternach. Het missiegebied van Bonifatius en Willibrord beperkte zich tot Frans-Vlaanderen, waar Tournehem, Duinkerke, Audruicq en Epternacum dicht bij elkaar lagen. Over Fulda kunnen we slechts meedelen dat het ten tijde van Bonifatius geen klooster bevatte en zeker geen tradities rondom Bonifatius.
Volgens de traditie stichtte Bonifatius in 744 de Benedictijnerabdij in Fulda. Vreemd blijft het dan dat hij als abt of bisschop in de lijsten van abten of bisschoppen in Fulda ontbreekt. Fulda wordt pas in 1150 voor het eerst vermeld door monnik Eberhard. In het jaar 1150 heeft die Eberhard in het -toen daar bestaande- klooster documenten verzameld om het verleden en de juridische rechten van het klooster vast te leggen. Het is vergelijkbaar met de gang van zaken rondom het klooster van Echternach. Ook daar werden oudere documenten misbruikt om in de 12de eeuw valse claims op later ontstane plaatsen te leggen. Van de Annalen van Fulda is ook aangetoond dat het vervalsingen zijn uit 12e eeuw, opgesteld ten faveure van het bisdom. Ze zijn net zo vals als de Koorkap van Bonifatius die in het Catharijne-Convent in Utrecht bewaard wordt die eveneens uit de 12de eeuw stamt. Ook hier weer die 12de eeuw!

Om niettemin de teksten over een band tussen Fulda en Bonifatius zelf (en met name diens wens, in de kerk van een door hem gestichte abdij begraven te worden) althans inhoudelijk te redden en ze niet helemaal naar het rijk der fabelen te verwijzen, blijken er toch enkele aanknopingspunten te zijn. Deze komen erop neer dat niet alleen het in de 9e eeuw ontstane bisdom Mainz doch eveneens de vanuit Mainz gestichte abdij Fulda een 8e-eeuws voorloper elders hebben gehad. Met andere woorden: Bonifatius besloot vanuit zijn "Mainz" (dat Mainvillers was) inderdaad in die buurt een abdij op te richten waarmee hij reeds in 744 (?) zijn leerling Sturmius belastte. Genoemde tekst vermeldt namelijk dat de heilige bisschop van Moguntia(cum) het klooster Fuldense sticht in het woud Bocconia.

Waar lag het woud Bocconia?
Het woud Bocconia kan afkomstig zijn van de plaatsnaam Bonconica dat op de Peutingerkaart de eerste halte is in de route van Moguntiacum (Mainvillers) naar Argentorato (Straatsburg). Nu kun je uiteraard op de Peutingerkaart niet blind varen, het is immers een falsum. Over Moguntiacum kun je nog twisten, maar Argentorato als Straatsburg is een zekerheid. Op de door de P.K. aangegeven afstanden naar de vorige en de volgende plaats is Bonconica terug te vinden, nl. op 9 Gallische mijlen (=20 km) van Moguntiaco en op 11 mijlen (=24 km) van Borgetomagi (=Burbach en niet Worms!); de Romeinse naam werd traditioneel opgevat als Benestroff (Duits: Bensdorf). De afstand van 20 km voor een nabije abdij was in de 8e eeuw acceptabel. Maar een afstand van 120 km (van Mainz naar Fulda) werd pas mogelijk en aanvaardbaar na de 9e-eeuwse massale oostwaartse migratie. Vergelijk de verplaatsingen en herstichtingen van de kloosters Souastre dat Susteren (NL) werd, Werethina werd Werden (D) en niet Wichmond, Corbie werd Corvey (D) en Epternacum werd Echternach (Lux).

Zelfs voor wie de 16 eeuwen oude Peutingerkaart denkt te kunnen interpreteren als was het een Bos-atlas, blijft Bonconica op 20 km afstand van Mainz, toch 100 km te weinig naar Fulda. Bovendien zou het, in de richting van Straatsburg, 20 km zuidwaarts moeten liggen en niet -zoals Fulda- 120 km noord-oostwaarts. Op de juiste plaats gezet, is de bouwactiviteit van Sturmius dus bepaald niet ongeloofwaardig. Even waarschijnlijk is het, dat de te bouwen of gebouwde abdij bij de ingrijpende volksverschuiving weldra weer ten onder ging of zelfs niet eens van de grond kwam. Sporen van dat verijdelde ondernemen bleven echter in de stukken bewaard, waaruit Sigebert van Gembloux ze ruim 3 eeuwen later voor de dag haalde, wel zonder daarvan de portee te vermoeden. Zijn aanduiding van het klooster als "Fuldense" verwijst immers naar de latere abdij van Fulda. Of misschien ook niet; en is Fuldense eveneens het origineel voor de aanvankelijk mislukte abdij en pas later door de geslaagde abdij overgenomen. Bonconica/Benestroff ligt namelijk in een streek met nu als centrum het grotere St.-Avoid (of Avold: heilig of niet: zoals bekend, had men in Frankrijk vanouds de neiging om elk onbegrepen toponiem als een heilige te verklaren). Vergelijk hiermee het verhaal van de Thebaanse Martelaren.
In elk geval is niet uit te sluiten dat, ondanks de gangbare etymologie, ook "Fulda" -evenals het merendeel van de Duitse geografische nomenclatuur- van de linker Rijnoever kwam overwaaien.
Fulda is historisch-geografisch een vergelijkbare mythe als de hierboven genoemde kloosterverplaatsingen en komt overeen met Nijmegen en Aken. Alle 'bewijzen' voor Fulda zijn net zo twijfelachtig als Noviomagus voor Nijmegen.

Lees meer over achtergronden om een goed begrip te krijgen over de werkwijze in de historische wetenschap.

Citaten van Historici


wetenschap is twijfel


ongelooflijk


onnozelheid


Heiligenlevens


Kletspraat


Lees meer over het ontstaan van de traditionele opvattingen in de loop der eeuwen en vooral sinds de 17de eeuw.
11de en 12de eeuw
13de en 14de eeuw
Opvattingen in de 15de, 16de en 17de eeuw
18de eeuw
19de eeuw
20ste eeuw




Lees het boek "De Ware Kijk Op" voor al deze en andere teksten en oordeel zelf!

Terug naar de beginpagina.
Het Bronnenboek van Nijmegen weerlegt de Karolingische geschiedenis van Nederland.
Naar het overzicht in het kort.