| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |
|
De gangbare geschiedschrijving lokaliseert van de 7e tot de 9e eeuw het grote volk van de Fresones in het Nederlandse Friesland. Het was een machtig volk en derhalve zo groot in getal, dat het in een langdurig conflict met de Franken stand kon houden. Waar in Friesland heeft dat volk gewoond? Uit deze periode levert de archeologie ons enige terpen op, waar toch moeilijk zo'n groot volk gewoond kan hebben. Juist in deze periode hadden de transgressies een nieuw hoogtepunt bereikt. De traditie van het Nederlandse Friesland gaat niet verder terug dan die van de vlag en het wapen. Een eerste verwijzing naar een Fries wapen wordt gevormd door een vaandel dat afgebeeld staat in de “Brabantse Kroniek”, een manuscript uit 2e helft van de 14e eeuw. Het vaandel of banier is blauw met twee gaande, aanziende gele leeuwen en het veld bezaait met witte penningen. (Eigenlijk is dit dus een eerste Friese vlag!) De huidige vlag krijgt pas in de laatste kwart van de 19e eeuw een vaste vorm en is ontstaan op particulier initiatief. Het ontwerp was gebaseerd op een, in die tijd populaire, afbeelding uit de kroniek van Winsemius (1586 - 1644) van het z.g. "oude" Friese wapen met de schuinbalken, al dan niet met harten of plompebladen. ![]() Het wapen met de gaande leeuwen sluit wel aan bij de leeuwenwapens zoals die van Bordeaux langs de Noordzeekust richting Noord-Duitsland, Engeland en Denemarken voorkomen en waarin één, twee of drie gaande leeuwen staan. Pas ca 1475 duikt er in een Frans wapenboek een wapen van de ”Koning van Friesland” op. Dit is het eerste wapen met schuinbalken en harten, dat aan een Friese koning wordt toegedicht. Deze afbeelding is de oudste weergave van het wapen dat later het wapen van de Ommelanden zou worden. Dit wapen heeft een blauw veld, dat beladen is met drie zilveren schuinbalken. De balken worden (in het blauw!) vergezeld van negen rode (rechtopstaande) harten. ![]() Het eerder wapen met de twee aanziende leeuwen zal later dat van West-Friesland worden, terwijl het huidige "westerlauwers" Friesland ca. 1494 een variant krijgt op het wapen met de aanziende leeuwen. Pas in 1957 wordt de vlag en het wapen door Provinciale Staten officieel vastgesteld Het wapen en de vlag van Friesland zijn dus aantoonbaar uit het zuiden afkomstig. De Vlaamse leeuw is ![]() De gothische St.Wulfram kathedraal van Abbeville. ![]() Klik op de afbeelding voor een vergroting. Een opmerkelijk maar veelzeggend voorbeeld van een mythe in de geschiedenis van Friesland. In het artikel hierboven is sprake van een afbeelding van "een Frieze edelman" die van een Kroatische veldheer blijkt te zijn. Friesland kent meer van dergelijke "geleende" historische mystificaties. Zo blijken de eerste "graven van Friesland" die van Vlaanderen te zijn, blijkt Bonifatius bij Duinkerke vermoord te zijn en woonden de klassieke Friezen in Frans- en Belgisch-Vlaanderen en blijkt de Noormannenschat van Winsum zo vals als wat te zijn. Het is tekenend voor de wijze waarop Friesland met haar geschiedenis omgegaan is. |
De visie van Albert Delahaye. Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen het klassieke Fresia dat in Frans en Belgisch Vlaanderen lag en de Nederlandse provincie Friesland. Fresia was het eerste land der Friezen uit het eerste millennium, het Nederlandse Friesland is het tweede land der Friezen uit het tweede millennium, dat behalve Friesland ook uit de kop van Noord-Holland en Groningen omvatte. Het scharnierpunt ligt in de 10e en 11e eeuw, toen laag Nederland vanuit het zuiden ontgonnen werd. Over het bestaan van Friese koningen in de vroege middeleeuwen, zoals Aldgisl en Radboud, is in Nederland heel weinig bekend. Historische bronnen uit die tijd ontbreken in ons land. De verhalen zijn in de 11e eeuw meegekomen met de nieuwe bewoners van de noordelijke gebieden in ons land. Archeologisch is van deze vroege koningen in Nederland al helemaal nooit iets aangetoond. In tegenstelling wat historici lange tijd beweerden en nog beweren, is het volk van de Fresones (Friezen) aan de hand van zo'n 2000 teksten prima te localiseren! De onwetendheid van het bestaan van deze teksten heeft tot deze voorbarige conclusie onder historici geleid. Dit noemt men in de vaderlandse geschiedenis "kritisch tekstonderzoek". Men heeft gewoon geen weet gehad van het bestaan van al deze teksten, omdat die niet in Nederland, maar allemaal in Frankrijk zijn terug te vinden! De eerste vraag die een kritische lezer zich dan stelt is "Wat doen teksten over 'ons' volk der Friezen in Frankrijk, terwijl er geen enkele in Nederland te vinden is?" Het antwoord is even simpel als de vraag: "De teksten zijn precies daar waar het volk der Friezen leefde, in Frans- en Belgisch-Vlaanderen!" Veel taalonderzoekers hebben niet voor niets de gelijkenis tussen de Oud-Engelse en de Friese taal benadrukt. Hoe kon St.Willibrord de Friezen verstaan en zij hem, zoals in enkele vita vermeld staat? Hoe kon de Friezenkoning Radboud met Wulfram de bisschop van Sens praten? Bij de rijksverdeling in 839 wordt het hertogdom Frisia tot aan de Maas genoemd tussen het rijk van de Saksen (dat lag bij Boulogne), het graafschap Hamarland (Henegouwen) en het graafschap van de Bataven (dat was het land van Béthune). Het gaat deel uitmaken van het rijk van Karel de Kale, koning van West-Francië en het kan dus niet in of bij Holland hebben gelegen. Gerulf wordt daarbij niet genoemd. In 841 vernielen de Normanni het land tot aan Atrecht (Frans Arras), waarna de monniken van schrik vluchten met de relieken van St. Vaast door Frisia naar Engeland. Ze nemen natuurlijk de kortste weg van Atrecht naar Engeland en reizen uiteraard niet via Leeuwarden, dat toen onder water lag (!). De Friezenkoning Radboud (692-720) past alleen in een Noord-Franse omgeving en buiten de loutere naam Fresia is er niets dat hem in verband kan brengen met het huidige Friesland, Holland of - wat dat betreft - met Utrecht. Voor de legendarische mislukte doop bestaat er maar één bron. De Friese koning Radboud zou uit de doopvont gestapt zijn, toen bleek dat hij zijn niet-gedoopte voorouders niet zou zien in het hiernamaals. Die doop werd verricht door Wulfram (ook als Wulfran of Vulfran/m of Fulfran/m geschreven), abt van Saint-Wandrille (Normandië), bisschop van Sens en voorganger en tijdgenoot van St.Willibord in de prediking onder de Frisones. Wat zocht de Friese hertog Radboud in het Franse Sens? Of anders gezegd, waar was een kerk in Friesland te vinden als de doop zich dáár zou hebben voorgedaan? Bovendien, hoe valt het te verklaren dat geen enkele Nederlandse kerk het patronaat van de zo belangrijke Friezenbekeerder Wulfram kreeg? Dat St.Wulfram vanuit het Nederlandse Friesland naar Frankrijk zou zijn gebracht na zijn overlijden, is een gevolg van dezelfde misplaatste historie. Het leven van St.Wulfram heeft zich volledig afgespeeld in Frankrijk en wel in de omgeving van Rouan, Abbeville en Sens. In Frankrijk zijn vele kerken met het patronaat van St.Wulfram. De gothische collegiale kerk (kathedraal) van Abbeville voert sinds de eerste bouw het patronaat van St.Wulfram (zie afbeelding hiernaast). Juist in deze kerk van Abbeville zijn de overblijfselen van het corpus van St.Willibrord teruggevonden. Hoe komen de relieken van "de apostel van Friesland" in Abbeville terecht? Het is een volgende aanwijzing van de onjuistheid van de Nederlandse traditie! Wat zijn naam, bevolking, streeknaam, plaatsnamen en zelfs riviernamen betreft, is het Nederlandse Friesland de vrucht van een migratie vanuit Frans Vlaanderen. Een paar doublures zouden niets hebben betekend. Maar het overweldigend aantal van meer dan 1600 getransplanteerde namen laat niet de minste twijfel bestaan over de werkelijkheid van de migratie. In de teksten over Fresia komen niet minder dan 1.600 plaatsnamen voor die in Nederland nergens te vinden zijn, maar die in het noorden van Frankrijk wél zijn aan te wijzen. Ook is er in Nederland geen enkele plaats die genoemd is naar de Friezen. In Frans-Vlaanderen is een twintigtal plaatsnamen te vinden die onmiddellijk terug gaan op de Fresonen : Fersinghem, voorheen Frisinghem; Festibert, voorheen Fristubert; Fresingahem, Fresingehem; Freskenes; Frescôte; Frémicourt, voorheen Friesmecourt; Frésicourt; Fresnicourt; Fresmessent; Fresne (komt liefst 4× voor); Fresnes-sur-Escaut; Fresnes-lès-Montauban; Fresnicourt-le-Dolmen; Fresnoie; Fresnoy (bestaat 6×); Fresnoy-en-Gohelle; Fressain; Fresse; Fressin; Fressaing; Fressincourt; Fressins; Fressinge; Fressenghe, Frissinghe (=Fresionowic uit het register uit 914, wat dus niet Vreeswijk was); Frévillers, voorheen Friesvilla; Frévin-Capelle; Frissinghe; Frisincort; Frisincourt; Frisincurt; Fresni; Fresthun; Frestubert; Fresté-les-Pernes; Fressinium; Fresville; Fressenville; Fressies; Friesen; Frisé; Frizon, voorheen Fresonium; Friesenheim, voorheen ook Frisenheim. Overbodig is nogmaals op te merken dat er in Nederland geen enkele plaats is die genoemd is naar het oude volk der Friezen, hoewel er op dat vlak iets is geprobeerd met Vreeswijk in Utrecht (!). En als het begin van de geschiedenis van het volk der Friezen zich in Noord-Frankrijk heeft voorgedaan, moet ook de rest van die geschiedenis zich daar hebben afgespeeld. Alle veldslagen tussen de Friezen en Romeinen en die tussen de Friezen en Franken, hebben plaatsgevonden in Frankrijk. Te denken valt aan de slag bij Tertry (Textricum), Poitiers, Inchy (Vinciacum), St.Omer (Sithu), Coyecques en Dorestad. De slag om Dorestad vond plaats in Gallia. Dat kan dus onmogelijk Wijk bij Duurstede zijn geweest. ![]() Tekst uit "Overzigt van de geschiedenis der Letterkunde en Beschouwing (1822)" over "De Morini, de Menapii, Den Portus Itius, de Toxandri en de Salii" door N.Westendorp, waarbij hij al wijst op "aardrijkskundige zwarigheden". Net als op de kaart hieronder is sprake van het gebied "Francorum seu Frisiorum pars" (blauw onderstreept) dat tussen Oostende (rood onderstreept) en Greveningo ligt. "Tot onze grote verwondering" schrijft Westendorp en geeft "deze gedachte niet hoger dan voor een (ver-)gissing". Hij vat Greveningo blijkbaar op als Grevelingen in Zeeland (hij noemt de Krammer) en niet als Gravelines bij Calais, wat wel overeen zou komen met de afbeelding. Duidelijk is dat het hier over Noord-Frankrijk gaat waar immers de woonplaats van de Morini en Menapii was. Het is tevens duidelijk dat het klassieke Frisia in Vlaanderen lag. Let ook op het S.Willebrordi (groen onderstreept, de plaats waar St.Willibrord aan land kwam) en de kop van deze kaart waar Mare Germanicum te lezen staat. Het is daarmee duidelijk aan welke zee het echte en klassieke Germania lag. (Carolus Calvis, genoemd op de legenda, leefde tussen 823 en 877). ![]() Pas in de 10e eeuw kregen de graven van Vlaanderen delen van Nederland in bezit. Met de ontginningen van laaggelegen gebieden kwamen ook de bewoners vanuit het zuiden naar het noorden. Deze bevolking nam namen van plaatsen, rivieren, heiligen en andere tradities mee naar hun nieuwe woongebied, waarmee de grote spraakverwarring in de Nederlandse historische geografie begonnen is. In Nederland is wel eens geprobeerd te stellen dat het kasteel van Radboud zich te Medemblik zou hebben bevonden. Echter dat kasteel stamt uit de 13e eeuw (1287) en is gesticht door graaf Floris V. Het geeft wel de tijd aan waarin de Nederlandse mythen langzaam ontstonden: de 13e eeuw. Er zijn veel teksten te vinden waarin de Friezen en Friese vorsten voorkomen, die onmogelijk in Nederland zijn te plaatsen. In Frankrijk passen ze allemaal wel. Zoals de tekst bij Einhard, biograaf van Karel de Grote. De vroeg-middeleeuwse documentatie van Fulda is uit Noord-Frankrijk afkomstig. Omdat we moeilijk kunnen aannemen dat een Friese graaf betrokken was bij het graven van een kanaal tussen de Rijn en de Donau wordt deze bron maar overgeslagen; in de juiste streek valt echter alles op zijn plaats. Op dezelfde plaatsen lagen al kanalen; men kon van de ene kant al van de Renus in de Danubius en de Moenus komen! Dit is dan ook de streek waarin men de kanalen van Drusus en Corbulo moet zoeken. De locatie van deze kanalen in midden Nederland is een grote farce en net zo onmogelijk als het verblijf van de Romeinen of Karel de Grote aan de Weser in Noord-Duitsland! Wat weten we nu feitelijk echt? "Het land van de Friezen (Fresones) is hetzelfde land dat ook Francia Rinensis heet en voorheen Gallia Belgica Alobrites werd genoemd." (Bron: de Ravennas, Cosmographia, IV, 24). Deze ene zin is feitelijk al voldoende om de hele Nederlandse traditie te weerleggen, maar er zijn meer bewijzen die de onjuistheid van de traditie aantonen. De Friezen woonden aan deze kant van de Renus, aldus klassieke FRANSE bronnen. |
Beda of Baeda, bijgenaamd Venerabilis (= de eerbiedwaardige) (Northumbria, 672 of 673 - Jarrow, 25 mei 735: zie afbeelding hiernaast), monnik en geschiedschrijver gebruikt ten aanzien van de Friezen de term Frisia Citerior. Daarmee bedoelde hij "de Friezen, daar aan de overkant, het dichtst bij ons". D.P.Blok gebruikte deze term foutief om er een tegenstelling van Frisia Superior, overigens een onbekende term bij de klassieke schrijvers, van te kunnen maken.