Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

De Fresones, de klassieke Friezen.

De gangbare geschiedschrijving lokaliseert van de 7e tot de 9e eeuw het grote volk van de Fresones in het Nederlandse Friesland. Het was een machtig volk en derhalve zo groot in getal, dat het in een langdurig conflict met de Franken stand kon houden. Waar in Friesland heeft dat volk gewoond? Uit deze periode levert de archeologie ons enige terpen op, waar toch moeilijk zo'n groot volk gewoond kan hebben. Juist in deze periode hadden de transgressies een nieuw hoogtepunt bereikt.

De traditie van het Nederlandse Friesland gaat niet verder terug dan die van de vlag en het wapen. Een eerste verwijzing naar een Fries wapen wordt gevormd door een vaandel dat afgebeeld staat in de “Brabantse Kroniek”, een manuscript uit 2e helft van de 14e eeuw. Het vaandel of banier is blauw met twee gaande, aanziende gele leeuwen en het veld bezaait met witte penningen. (Eigenlijk is dit dus een eerste Friese vlag!)
De huidige vlag krijgt pas in de laatste kwart van de 19e eeuw een vaste vorm en is ontstaan op particulier initiatief. Het ontwerp was gebaseerd op een, in die tijd populaire, afbeelding uit de kroniek van Winsemius (1586 - 1644) van het z.g. "oude" Friese wapen met de schuinbalken, al dan niet met harten of plompebladen.



Het wapen met de gaande leeuwen sluit wel aan bij de leeuwenwapens zoals die van Bordeaux langs de Noordzeekust richting Noord-Duitsland, Engeland en Denemarken voorkomen en waarin één, twee of drie gaande leeuwen staan. Pas ca 1475 duikt er in een Frans wapenboek een wapen van de ”Koning van Friesland” op. Dit is het eerste wapen met schuinbalken en harten, dat aan een Friese koning wordt toegedicht. Deze afbeelding is de oudste weergave van het wapen dat later het wapen van de Ommelanden zou worden. Dit wapen heeft een blauw veld, dat beladen is met drie zilveren schuinbalken. De balken worden (in het blauw!) vergezeld van negen rode (rechtopstaande) harten.



Het eerder wapen met de twee aanziende leeuwen zal later dat van West-Friesland worden, terwijl het huidige "westerlauwers" Friesland ca. 1494 een variant krijgt op het wapen met de aanziende leeuwen.
Pas in 1957 wordt de vlag en het wapen door Provinciale Staten officieel vastgesteld
Het wapen en de vlag van Friesland zijn dus aantoonbaar uit het zuiden afkomstig. De Vlaamse leeuw is


De gothische St.Wulfram kathedraal van Abbeville.

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Een opmerkelijk maar veelzeggend voorbeeld van een mythe in de geschiedenis van Friesland.
In het artikel hierboven is sprake van een afbeelding van "een Frieze edelman" die van een Kroatische veldheer blijkt te zijn. Friesland kent meer van dergelijke "geleende" historische mystificaties. Zo blijken de eerste "graven van Friesland" die van Vlaanderen te zijn, blijkt Bonifatius bij Duinkerke vermoord te zijn en woonden de klassieke Friezen in Frans- en Belgisch-Vlaanderen en blijkt de Noormannenschat van Winsum zo vals als wat te zijn.
Het is tekenend voor de wijze waarop Friesland met haar geschiedenis omgegaan is.
De visie van Albert Delahaye.
Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen het klassieke Fresia dat in Frans en Belgisch Vlaanderen lag en de Nederlandse provincie Friesland. Fresia was het eerste land der Friezen uit het eerste millennium, het Nederlandse Friesland is het tweede land der Friezen uit het tweede millennium, dat behalve Friesland ook uit de kop van Noord-Holland en Groningen omvatte.
Het scharnierpunt ligt in de 10e en 11e eeuw, toen laag Nederland vanuit het zuiden ontgonnen werd.
Over het bestaan van Friese koningen in de vroege middeleeuwen, zoals Aldgisl en Radboud, is in Nederland heel weinig bekend. Historische bronnen uit die tijd ontbreken in ons land. De verhalen zijn in de 11e eeuw meegekomen met de nieuwe bewoners van de noordelijke gebieden in ons land. Archeologisch is van deze vroege koningen in Nederland al helemaal nooit iets aangetoond.

In tegenstelling wat historici lange tijd beweerden en nog beweren, is het volk van de Fresones (Friezen) aan de hand van zo'n 2000 teksten prima te localiseren! De onwetendheid van het bestaan van deze teksten heeft tot deze voorbarige conclusie onder historici geleid. Dit noemt men in de vaderlandse geschiedenis "kritisch tekstonderzoek". Men heeft gewoon geen weet gehad van het bestaan van al deze teksten, omdat die niet in Nederland, maar allemaal in Frankrijk zijn terug te vinden! De eerste vraag die een kritische lezer zich dan stelt is "Wat doen teksten over 'ons' volk der Friezen in Frankrijk, terwijl er geen enkele in Nederland te vinden is?"
Het antwoord is even simpel als de vraag: "De teksten zijn precies daar waar het volk der Friezen leefde, in Frans- en Belgisch-Vlaanderen!"
Veel taalonderzoekers hebben niet voor niets de gelijkenis tussen de Oud-Engelse en de Friese taal benadrukt.
Hoe kon St.Willibrord de Friezen verstaan en zij hem, zoals in enkele vita vermeld staat?
Hoe kon de Friezenkoning Radboud met Wulfram de bisschop van Sens praten?

Bij de rijksverdeling in 839 wordt het hertogdom Frisia tot aan de Maas genoemd tussen het rijk van de Saksen (dat lag bij Boulogne), het graafschap Hamarland (Henegouwen) en het graafschap van de Bataven (dat was het land van Béthune). Het gaat deel uitmaken van het rijk van Karel de Kale, koning van West-Francië en het kan dus niet in of bij Holland hebben gelegen. Gerulf wordt daarbij niet genoemd. In 841 vernielen de Normanni het land tot aan Atrecht (Frans Arras), waarna de monniken van schrik vluchten met de relieken van St. Vaast door Frisia naar Engeland. Ze nemen natuurlijk de kortste weg van Atrecht naar Engeland en reizen uiteraard niet via Leeuwarden, dat toen onder water lag (!).

De Friezenkoning Radboud (692-720) past alleen in een Noord-Franse omgeving en buiten de loutere naam Fresia is er niets dat hem in verband kan brengen met het huidige Friesland, Holland of - wat dat betreft - met Utrecht. Voor de legendarische mislukte doop bestaat er maar één bron.
De Friese koning Radboud zou uit de doopvont gestapt zijn, toen bleek dat hij zijn niet-gedoopte voorouders niet zou zien in het hiernamaals. Die doop werd verricht door Wulfram (ook als Wulfran of Vulfran/m of Fulfran/m geschreven), abt van Saint-Wandrille (Normandië), bisschop van Sens en voorganger en tijdgenoot van St.Willibord in de prediking onder de Frisones. Wat zocht de Friese hertog Radboud in het Franse Sens? Of anders gezegd, waar was een kerk in Friesland te vinden als de doop zich dáár zou hebben voorgedaan? Bovendien, hoe valt het te verklaren dat geen enkele Nederlandse kerk het patronaat van de zo belangrijke Friezenbekeerder Wulfram kreeg? Dat St.Wulfram vanuit het Nederlandse Friesland naar Frankrijk zou zijn gebracht na zijn overlijden, is een gevolg van dezelfde misplaatste historie. Het leven van St.Wulfram heeft zich volledig afgespeeld in Frankrijk en wel in de omgeving van Rouan, Abbeville en Sens. In Frankrijk zijn vele kerken met het patronaat van St.Wulfram. De gothische collegiale kerk (kathedraal) van Abbeville voert sinds de eerste bouw het patronaat van St.Wulfram (zie afbeelding hiernaast). Juist in deze kerk van Abbeville zijn de overblijfselen van het corpus van St.Willibrord teruggevonden. Hoe komen de relieken van "de apostel van Friesland" in Abbeville terecht? Het is een volgende aanwijzing van de onjuistheid van de Nederlandse traditie!

Wat zijn naam, bevolking, streeknaam, plaatsnamen en zelfs riviernamen betreft, is het Nederlandse Friesland de vrucht van een migratie vanuit Frans Vlaanderen. Een paar doublures zouden niets hebben betekend. Maar het overweldigend aantal van meer dan 1600 getransplanteerde namen laat niet de minste twijfel bestaan over de werkelijkheid van de migratie.
In de teksten over Fresia komen niet minder dan 1.600 plaatsnamen voor die in Nederland nergens te vinden zijn, maar die in het noorden van Frankrijk wél zijn aan te wijzen. Ook is er in Nederland geen enkele plaats die genoemd is naar de Friezen. In Frans-Vlaanderen is een twintigtal plaatsnamen te vinden die onmiddellijk terug gaan op de Fresonen : Fersinghem, voorheen Frisinghem; Festibert, voorheen Fristubert; Fresingahem, Fresingehem; Freskenes; Frescôte; Frémicourt, voorheen Friesmecourt; Frésicourt; Fresnicourt; Fresmessent; Fresne (komt liefst 4× voor); Fresnes-sur-Escaut; Fresnes-lès-Montauban; Fresnicourt-le-Dolmen; Fresnoie; Fresnoy (bestaat 6×); Fresnoy-en-Gohelle; Fressain; Fresse; Fressin; Fressaing; Fressincourt; Fressins; Fressinge; Fressenghe, Frissinghe (=Fresionowic uit het register uit 914, wat dus niet Vreeswijk was); Frévillers, voorheen Friesvilla; Frévin-Capelle; Frissinghe; Frisincort; Frisincourt; Frisincurt; Fresni; Fresthun; Frestubert; Fresté-les-Pernes; Fressinium; Fresville; Fressenville; Fressies; Friesen; Frisé; Frizon, voorheen Fresonium; Friesenheim, voorheen ook Frisenheim.
Overbodig is nogmaals op te merken dat er in Nederland geen enkele plaats is die genoemd is naar het oude volk der Friezen, hoewel er op dat vlak iets is geprobeerd met Vreeswijk in Utrecht (!).

En als het begin van de geschiedenis van het volk der Friezen zich in Noord-Frankrijk heeft voorgedaan, moet ook de rest van die geschiedenis zich daar hebben afgespeeld. Alle veldslagen tussen de Friezen en Romeinen en die tussen de Friezen en Franken, hebben plaatsgevonden in Frankrijk. Te denken valt aan de slag bij Tertry (Textricum), Poitiers, Inchy (Vinciacum), St.Omer (Sithu), Coyecques en Dorestad. De slag om Dorestad vond plaats in Gallia. Dat kan dus onmogelijk Wijk bij Duurstede zijn geweest.


Tekst uit "Overzigt van de geschiedenis der Letterkunde en Beschouwing (1822)" over "De Morini, de Menapii, Den Portus Itius, de Toxandri en de Salii" door N.Westendorp, waarbij hij al wijst op "aardrijkskundige zwarigheden". Net als op de kaart hieronder is sprake van het gebied "Francorum seu Frisiorum pars" (blauw onderstreept) dat tussen Oostende (rood onderstreept) en Greveningo ligt. "Tot onze grote verwondering" schrijft Westendorp en geeft "deze gedachte niet hoger dan voor een (ver-)gissing". Hij vat Greveningo blijkbaar op als Grevelingen in Zeeland (hij noemt de Krammer) en niet als Gravelines bij Calais, wat wel overeen zou komen met de afbeelding. Duidelijk is dat het hier over Noord-Frankrijk gaat waar immers de woonplaats van de Morini en Menapii was. Het is tevens duidelijk dat het klassieke Frisia in Vlaanderen lag.
Let ook op het S.Willebrordi (groen onderstreept, de plaats waar St.Willibrord aan land kwam) en de kop van deze kaart waar Mare Germanicum te lezen staat. Het is daarmee duidelijk aan welke zee het echte en klassieke Germania lag. (Carolus Calvis, genoemd op de legenda, leefde tussen 823 en 877).




Pas in de 10e eeuw kregen de graven van Vlaanderen delen van Nederland in bezit. Met de ontginningen van laaggelegen gebieden kwamen ook de bewoners vanuit het zuiden naar het noorden. Deze bevolking nam namen van plaatsen, rivieren, heiligen en andere tradities mee naar hun nieuwe woongebied, waarmee de grote spraakverwarring in de Nederlandse historische geografie begonnen is.
In Nederland is wel eens geprobeerd te stellen dat het kasteel van Radboud zich te Medemblik zou hebben bevonden. Echter dat kasteel stamt uit de 13e eeuw (1287) en is gesticht door graaf Floris V. Het geeft wel de tijd aan waarin de Nederlandse mythen langzaam ontstonden: de 13e eeuw.

Er zijn veel teksten te vinden waarin de Friezen en Friese vorsten voorkomen, die onmogelijk in Nederland zijn te plaatsen. In Frankrijk passen ze allemaal wel. Zoals de tekst bij Einhard, biograaf van Karel de Grote.
  • Eginhardi annales : "Toen de keizer (lees: koning) Karel de Grote [in 793] de oorlog wilde voortzetten en zich naar Pannonia (in het noordoosten van Frankrijk) wilde begeven, hoorde hij dat de troepen, die Thedericus, graaf van Frisia (Vlaanderen) aanvoerde, in Rhuisti (Hestrus op 8 km noord van St.-Pol-sur-Ternoise) door de Saksen [uit Boulogne] onderschept en vernietigd waren. De koning werd er toen van overtuigd, dat hij tussen de rivieren de Radantia en de Almonum [twee in dat kanaal verdwenen stromen] een kanaal moest laten aanleggen, zodat hij gemakkelijk van de Danubius (de Aisne, en niet de Donau) in de Renus (de Schelde, en niet de Rijn) kon komen, die van de ene kant al met de Danubius, van de andere kant met de Moeno (Maas) in verbinding staat. Hij liet dit werk in de herfst uitvoeren... Hij vierde kerstfeest bij St. Kilianus in Wirtziburgium (Vittarville op 25 km noord van Verdun) op de rivier de Moenum (Maas)."
    De vroeg-middeleeuwse documentatie van Fulda is uit Noord-Frankrijk afkomstig. Omdat we moeilijk kunnen aannemen dat een Friese graaf betrokken was bij het graven van een kanaal tussen de Rijn en de Donau wordt deze bron maar overgeslagen; in de juiste streek valt echter alles op zijn plaats.
    Op dezelfde plaatsen lagen al kanalen; men kon van de ene kant al van de Renus in de Danubius en de Moenus komen! Dit is dan ook de streek waarin men de kanalen van Drusus en Corbulo moet zoeken. De locatie van deze kanalen in midden Nederland is een grote farce en net zo onmogelijk als het verblijf van de Romeinen of Karel de Grote aan de Weser in Noord-Duitsland!

    Wat weten we nu feitelijk echt?
    "Het land van de Friezen (Fresones) is hetzelfde land dat ook Francia Rinensis heet en voorheen Gallia Belgica Alobrites werd genoemd." (Bron: de Ravennas, Cosmographia, IV, 24).
    Deze ene zin is feitelijk al voldoende om de hele Nederlandse traditie te weerleggen, maar er zijn meer bewijzen die de onjuistheid van de traditie aantonen.


    De Friezen woonden aan deze kant van de Renus, aldus klassieke FRANSE bronnen.


  • Het fenomeen Friesland.

    Niemand zal de migratie in omgekeerde richting durven leggen, aangezien de frans-vlaamse plaatsen en namen al sinds het begin van de jaartelling bestonden en de transplantaties naar Friesland pas in de 11e eeuw beginnen.

    Het veronderstellen van een migratie in omgekeerde richting zou trouwens recht tegen alle historische haren instrijken, daar de populatie, de exploitatie en cultivatie van de bodem, de cultuur en het bestuur van westelijk Europa allemaal van zuid naar noord zijn gekomen. Utrecht is al lang afgeschreven als centrum en vertrekpunt van de christianisatie en de cultuur. De meeste historici hebben deze fabel al lang laten vallen, natuurlijk weer stilzwijgend omdat zij het vertikken toe te geven en overeenkomstig de regels van wetenschappelijk fatsoen te publiceren, dat zij door de boeken van Albert Delahaye tot het nieuwe inzicht gekomen zijn.

    Er moeten vijf zaken goed worden opgemerkt:
    1. De meeste plaatsnamen uit het klassieke Frisia zijn onvindbaar in Nederland.
    2. In het Nederlandse Friesland zijn veel plaatsnamen doublures van namen in Noord-Frankrijk, zoals Leeuwarden en Lewarde.
    3. Alle veldslagen van de Romeinen en Franken tegen de Friezen deden zich voor in Frankrijk.
    4. Het Nederlandse Friesland lag tussen de 3e en 10e eeuw vele meters onder water (Transgressies).
    5. De archeologie in het Nederlandse Friesland bevestigt de traditionele geschiedenis allerminst.

    De Friezen zijn altijd een volk geweest dat vrijheid en onafhankelijk hoog in het vaandel had staan en afwijzend stond tegenover invloeden van buiten. De moord op Bonifatius is een uitvloeisel van die afwijzing van invloeden van andere dan hun eigen cultuur. Al is die moord niet in het Nederlandse Friesland gebeurd, Bonifatius is onmiskenbaar vermoord door Friezen.
    De eigenheid van de Friezen en het afwijzen van invloeden van buitenaf manifesteert zich nog steeds in de eigen taal die de Friezen voeren en als enige provincie in Nederland die eigen taal verplicht hebben weten te stellen, zelfs in het onderwijs.
    Van de eigenheid van de Frieze taal is bekend dat het veel raakvlakken en overeenkomsten met het Engels heeft. Dat is alleen verklaarbaar door de contacten die er waren tussen de volkeren aan beide zijden van het Kanaal. Vandaar ook dat St.Willibrord en andere angelsaksische predikers konden prediken onder de Friezen. Zij "spraken" en begrepen die taal.

    Het is onvoorstelbaar dat historici de teksten over de Friezen zo hebben misverstaan. Die zijn nogal duidelijk en laten weinig te gissen over.


    Onze tegenwoordige duinen ontstonden pas in de eigenlijke middeleeuwen. (Bron: J.Romein) Uit meerdere studies blijkt dat de duinen pas gevormd zijn vanaf de 10e eeuw. In Friesland zijn nooit duinen gevormd. Na de periode van overstromingen (transgressies) werden de overstroomde gebieden langzaam bewoonbaar, vooral door menselijk ingrijpen, zoals de ontginningen en het aanleggen van dijken, met name in Friesland. De nooit beantwoorde vraag blijft: "Waar woonden het omvangrijke volk der Friezen in al die eeuwen in het eerste Millennium?" Een volk dat heftig strijd vooerde tegen de Romeinen, tegen de Franken en tegen Karel de Grote. Waar woonde dat volk? En waar zijn de archeologische sporen van hun woonplaatsen? Op die paar honderd terpen? Hoe kon dat volk dan vele eeuwen het de Romeinen, Franken en Saksen zo moeilijk maken? En waar in Friesland liggen de honderden plaatsen die in de klassieke bronnen worden genoemd? In Nederland zijn nooit woonplaatsen van de Friezen gevonden of ook maar in de verste verte met een vermoeden aangewezen.

    Beda of Baeda, bijgenaamd Venerabilis (= de eerbiedwaardige) (Northumbria, 672 of 673 - Jarrow, 25 mei 735: zie afbeelding hiernaast), monnik en geschiedschrijver gebruikt ten aanzien van de Friezen de term Frisia Citerior. Daarmee bedoelde hij "de Friezen, daar aan de overkant, het dichtst bij ons". D.P.Blok gebruikte deze term foutief om er een tegenstelling van Frisia Superior, overigens een onbekende term bij de klassieke schrijvers, van te kunnen maken.

    Geen enkele plaatsnaam uit de bronnen over Frisia kan in het Nederlandse Friesland worden aangewezen!!! Wie het hier niet mee eens is moet konkreet de 1690 plaatsnamen genoemd in teksten maar eens in Friesland aanwijzen.
    Tot heden is NIEMAND die uitdaging aangegaan!!! Feitelijk zegt dit genoeg!
    Al deze plaatsen zijn wel in Noord-Frankrijk en Vlaanderen aan te wijzen. Ze liggen er allemaal!!!

    De Grote Winkler Prins, toch een Encyclopedie van naam, plaatst de Friezen ergens tussen Cadzand en de Duitse rivier de Weser, maar weet hun exacte locatie niet te vinden! Daaruit blijkt wel dat men op de verkeerde plaats zoekt! Hun exacte locatie ligt juist onder Cadzand, en wel in Vlaanderen (huidig België) en Noordwest Frankrijk (Frans Vlaanderen).

    De mythe van de Friezen in ons Friesland is in die mate belangrijk, omdat alles over de zogenaamde vroegste geschiedenis van Nederland hieraan is opgehangen.
    De Romeinse schrijver Tacitus is de eerste die over het volk der Friezen bericht. Hij plaatst hen met duidelijke bewoordingen in Frans en Belgisch Vlaanderen!
    Met de rivieren Albis, Amisia, Wisurgis en Lippia doen de Friezen hun intrede in de geschreven geschiedenis. Deze rivieren zijn FRANSE rivieren en worden in parallelle teksten geïndentificeerd als de Aa, de Hem, de Wimereux en de Lys.
    Bij deze rivieren onderwierp Drusus in 12 vóór Chr. de Friezen en bouwt er een rij forten om Gallia te beschermen tegen invallen van de Germanen, hier dus de Friezen! Ook een andere Romeinse veldheer, Corbulo, trekt in 27 na Chr. ten strijde tegen diezelfde Friezen.
    Ptolemeus plaatst deze rivieren in Noord-west Frankrijk en wordt daarin bevestigt door Tacitus.
    De Friezen worden in teksten vaak in een adem genoemd met de Saksen. Zij woonden naast elkaar!

    Wie van bovengenoemde rivieren Duitse rivieren maakt (Albis=Elbe??, Wimereux=Weser?? Amisia=Eems??), plaatst dus niet alleen de Friezen in Noord-Duitsland, maar laat ook de Romeinen daar optreden, terwijl de Romeinen zo ver naar het noorden NOOIT geweest zijn!
    Hierbij doet zich het merkwaardige verschijnsel voor dat in de traditionele interpretaties de rivieren uit teksten in Noord-Duitsland worden gelegd, terwijl plaatsen in diezelfde teksten en aan dezelfde rivieren elders belanden of niet teruggevonden worden. Van alle plaatsnamen uit de berichten is er ook geen enkele in het noorden van Duitsland teruggevonden! De archeologie in Noord-Duitsland vertoond een merkwaardige leegte.De Friezen wonen in Nederland, en de rivieren waaraan zij wonen liggen in Duitsland en de plaatsen waarin zij wonen zijn nooit in Nederland maar wel in Noord-Frankrijk teruggevonden!!!
    In Duitsland ligt Hamburg aan de Elbe en Bremen ligt aan de Weser, terwijl Hammaburg in de authentieke teksten aan het Almere ligt, evenals Brema. Hamaburg in de teksten over de Friezen is de Franse plaats Hames-Boucres, Brema is de plaats Brêmes.
    Een ander opvallend verschil is dat men in veel authentieke teksten eerst de Albis noemde en die overtrok om vervolgens de Wisurgis werd overgestoken, waarna de Renus werd bereikt! In Duitsland liggen de rivieren precies ANDERSOM! Daar bereik je eerst de Rijn, vervolgens de Weser en tenslotte de Elbe. In Duitsland passen de teksten alleen als de Romeinen vanuit Oost-Duitsland of Polen gekomen zouden zijn. Maar daar zijn de Romeinen nooit geweest. De kronieken geven bovendien details die nooit in Duitsland zijn teruggevonden, maar in Noordwest Frankrijk zo zijn aan te wijzen, zoals de Brittanische zee, de overkant en de Litus Saxonem.

    Karel de Grote strijdt bijna jaarlijks tegen de Friezen en Saksen, waarvoor hij, indien zij in Noord-Duitsland zouden wonen, veldtochten van meer dan 500 kilometer (enkele reis) had moeten maken! Zelfs voor Karel de Grote is dat te groots!
    Bestudering van de testen levert vervolgens het beeld op dat de Friezen en vooral de Saksen niet van die bloeddorstige volkeren waren. Meestal ging de agressie niet van hen uit, maar b.v. van de Pepijnen en de Franken. Sprekend is in dit verband de tekst uit 782 waarin melding wordt gemaakt van de moord op 4500 krijgsgevangen Saksen! In deze tijd, met de Confentie van Genève, zou Karel de Grote er niet zo makkelijk vanaf gekomen zijn. Het doden van krijgsgevangen is immers MOORD! En naar hem is een Europese prijs genoemd!!!
    Feit is dat alle veldslagen werden geleverd in Frans Vlaanderen.
    Tussen 797 en 804 laat Karel de Grote het volk van de Saksen naar Noord-Duitsland deporteren om voor eens en altijd "van ze af te zijn". Die deportatie zou geen enkele zin gehad hebben als de Saksen al in Noord-Duitsland woonden. Met die deportatie ging ook een deel van de geschiedenis mee naar noord-Duitsland. De term "deplacements historiques" is hier zeker van toepassing. Het is een aanfluiting van kritisch historisch onderzoek dat men nu nog steeds de logische waarheid niet onder ogen ziet (of durft te zien?).

    Tekst uit ca. 675:
    Want toen zij over de zee scheep gingen naar Fresia, dat ligt naast de streek van de Morini, kwam het voor dat hij het Misoffer wilde opdragen.
    Bron: Vita S.Vulframni, AS, maart III. p.145.

    'Hij' is St.Wulfram. Morini is onmiskenbaar de streek van Terwaan. De Friezen zijn dus buren van de Morini in Terwaan.

    Tekst uit 717: Radboud de Fries wordt verslagen te Inchy-en-Antois.
    Radboud, aanvoerder van de Fresones, kwam opnieuw in opstand tegen de Franken. Hij nam de stad Trajectum in. De definitieve slag tussen Karel Martel en Radboud vond plaats te Vinciacum (=Inchy-en-Artois).
    Diverse bronnen vermelden dezelfde gebeurtenis:
    Alcuinus, Vita S. Willibrordi, HdF, III, p.642.
    Chronique de St. Denis, HdF, III, p.307.
    Sigiberti Gemblacensis chronicon, HdF III, p.345; MGS, VI, p.328.
    Ekkehardi chronicon universale, MGS, VI, p.157.
    Chronicon universale, MGS. VIII, p.18.

    In feite is deze ene tekst reeds voldoende om de mythe van de Friezen in Nederland als een fabel te ontmaskeren.
    Men kan desnoods nog blijven discussiëren over de andere details, doch de plaats Vinciacum is Inchy-en-Artois, 12 km ten westen van Kamerijk. Te Inchy-en-Antois vond een der beslissende slagen in de onderwerping van de Friezen aan het gezag van de Franken plaats. Het feit en de juiste plaats ervan te Inchy-en-Artois zijn door de kroniekschrijvers zo duidelijk beschreven dat dit niet te ontkennen valt, wat de Nederlandse historici dan ook nooit hebben gedaan. Men mag zich er wel over blijven verbazen, dat zij dit feit aan Nederlandse Friezen hebben vastgeknoopt en dat zij de onmogelijkheid ervan niet hebben ingezien. Het toont weer aan dat de verblinding door de mythe zo fataal is geweest, dat grote absurditeiten niet meer werden opgemerkt. Militaire operaties met zulke sprongen van meer dan 300 km - die in onze moderne tijd nauwelijks voorstelbaar zijn - in de 8e eeuw veronderstellen, is wel het meest krasse dat de historici gepresteerd hebben.
    En nog, ondanks dat de Friezen zo ver in vijandelijk gebied konden doordringen, hebben ze de strijd verloren (!). Een volk dat er in slaagt om ruim 600 km door te dringen in vijandelijk gebied, moet over een enorme troepenmacht hebben beschikt. Een enorme troepenmacht van Friezen, die op die paar terpen in Friesland woonden? Deze ongerijmdheid spreekt boekdelen. Doordringen tot in het centrum van het rijk der Franken en dan nog de strijd verliezen? Een vorst die niet bij machte is een vreemde mogendheid zo ver in zijn rijk te laten doordringen, die heeft verloren!

    Was het bij dit ene geval gebleven, dan was het nog tot daaraan toe geweest. Doch hetzelfde is gebeurde met de slag van 734 bij de Bourre in Frankrijk.
    De ongerijmdheid in de Nederlandse traditionele opvatting is van ongekende waanzinnige grootheid. Stel je voor: Radboud neemt eerst Utrecht in en trekt vervolgens met zijn leger vanuit Friesland naar Noord-Frankrijk. Daar verliest hij de strijd en 'achterna gezeten'(?) door Karel Martel, neemt deze Utrecht weer in bezit. En dat allemaal in het begin van de 8e eeuw over honderden kilometers.
    Trajectum is uiteraard Tournehem. De hele strijd heeft zich voorgedaan in Noord-Frankrijk en ook daar woonden de Friezen in Fresia.

    Tekst uit ca. 865:
    Er is een streek, bij alle volken der aarde beroemd, en allen bekend onder de naam Fresia. Daar ligt een stad, die door de inwoners Osdenne wordt genoemd, niet ver van Rorikes-berg.
    Bron: Miracula S.Donatiani Brugensis, MGS, XV.p.856.

    Osdenne is Oostende. Rorikes-berg is genoemd naar Rorik de Noorman, die de streek van Audruicq en Tournehem sinds 834 in bezit had. Waar het antieke Fresia gelegen heeft moet dan toch voor iedereen duidelijk zijn! Het is een aanfluiting van kritisch historisch onderzoek dat men nu nog steeds de logische waarheid niet onder ogen ziet (of durft te zien?).


    In het boek "De Ware Kijk Op" staat het hele verhaal over de Friezen!