Waar onze aandacht speciaal naar uitgaat zijn de plaatsnamen en wat er over geschreven wordt. Zo komt het Trajectum van Utrecht ter sprake (p.43-44) met de volgende tekst, die we in een kader plaatsen vanwege het feit dat de traditionele opvatting hier tegen gesproken wordt.
Traiectum en de oversteek.
Romeins Utrecht mag dan enigszins afzijdig van de Iimesweg hebben gelegen, maar het was wel een strategisch belangrijke plek waar men de rivier kon oversteken. Een aftakking of een parallel tracé dat de rivier volgde, verbond de limesweg met het castellum Traiectum ter plaatse van het tegenwoordige Domplein. Het is moeilijk voorstelbaar dat, zoals in het verleden wel is beweerd, bij Utrecht een voorde in de Rijn heeft bestaan. Uit de aard van de ondergrond blijkt dat de rivierbedding hier minstens 5 meter diep moet zijn geweest. De 'oversteekplaats', waar de Romeinse naam naar verwijst, zal ook geen brug zijn geweest. Waarschijnlijk moeten we ons bij de rivierkruising in Utrecht een veerpont voorstellen. De reguliere oversteekplaats die de naam Traiectum suggereert, zal niet alleen militaire betekenis hebben gehad, maar de route langs en over de Vecht zal allicht ook een handels route naar de woongebieden van de Frisii zijn geweest, de noorderburen over de rijksgrens.
Hier worden enkele uitvluchten bedacht om de onbewezen naam Trajectum voor Utrecht vooral te kunnen behouden! Met de cirkelredenering van de betekenis van Trajectum als oversteekplaats, menen historici hun visie voor de naam Utrecht te kunnen bewijzen, terwijl de oudste naam voor Utrecht Uit-rek (uteht en was. De stad Utrecht verschijnt als "Uttrech", “Uttrec”, “Utret” of "Trehct" tegen het midden van de 10e eeuw in de bronnen, na een onderbreking in het bestaan vanaf het midden van de 3e eeuw. De enige naam voor Romeins Utrecht die uit opgravingen is gebleken, was de naam Albiobola (Vollgraff, 1929). De naam Trajectum (onjuist) voor Utrecht (gehouden) wordt het eerst genoemd door Beda, waarbij hij ook vermeldt dat het Wiltaburg heette, in het Gallisch Trajectum, in zijn taal (Engels?) Aettreocum (dat een latere toevoeging was). Dat was ook geen uitzondering: aan weerszijden van de taalgrens zijn méér plaatsen met twee namen, een in Nederland onbekend verschijnsel. Dat de Galliërs een Latijnse naam gegeven zouden hebben aan een stad in Nederland, is een van de absurditeiten in de gangbare opvattingen die men niet eens meer opmerkte, verblind als men was door de zogenaamde historische zekerheid. Het échte Trajectum van St.-Willibrord had derhalve reeds een respektabele voorgeschiedenis toen de missionaris zich daar vestigde. Het heeft ook daarna een historische kontinuïteit, die pas verbroken werd door de verwoesting door de Noormannen in het jaar 857. Pas in de 12de eeuw werd Romeins Trajectum aan Utrecht gekoppeld vanwege de opvatting dat Willibrord er zijn zetel zou hebben gehad.
Dat die 'oversteekplaats' geen enkel nut had wordt ook hier niet genoemd, terwijl er wel steeds vermeld wordt dat de Romeinse wegen op de slappe bodem aanhoudend voor onderhoud zorgden. Ten noorden van Utrecht zou een oversteek ook geen enkel nut hebben gehad, immers men ging er rechtstreeks het moeras in, dat pas bij de ontginningen vanaf de 12de eeuw bewoonbaar werd. Het is ook hier weer opvallend dat Utrecht een strategisch belangrijke plek wordt genoemd, terwijl Utrecht op de Peutingerkaart ontbreekt. Hoe belangrijk was die plaats dan feitelijk? Welke Romeinse legioenen waren hier gelegerd? Dat de Frisii de noorderburen van Utrecht zijn geweest is een onjuiste en allang achterhaalde opvatting. De Frisii (Friezen) woonden in het klassieke Frisia en waren de buren van de Moriniërs in Frans-Vlaanderen.
De ware aard van de Peutingerkaart. (PK).
Dat de PK is getekend in de 13e eeuw en zou een kopie zijn van een kaart uit de 3e of 4e eeuw: het zijn twee nooit bewezen veronderstellingen. De PK is een falsum uit de 16e eeuw en is niet voor niets vernoemd naar Peutinger. Er zijn sterke aanwijzingen dat Konrad Peutinger deze kaart zelf getekend heeft.
Het was beslist geen omvangrijk en ingewikkeld werkstuk. In minder dan een werkweek van 38 uur teken je de hele kaart na. Peutinger zal het nog sneller hebben gedaan, gezien de vele onzorgvuldigheden op de kaart. Het voorbeeld van segment II hieronder, tekende ik binnen 3 uur zelf na. Het geeft aan dat het geen moeilijk en omvangrijk werk was! (klik op de afbeelding voor een vergroting).

De PK bracht veel onheil voor zijn bezitters.
Konrad Celtes overleed een jaar nadat hij in 1507 in het bezit van de PK was gekomen. Waar hij de kaart gevonden had is onderhevig aan vele speculaties. Konrad Peutinger die de kaart in 1508 in bezit kreeg, overleed in 1547 vlak voordat hij de kaart zou gaan uitgeven. Daarna is tussen 1547 en 1591 niet bekend waar de kaart gebleven is, ofwel kwijt geweest. Marcus Welser die in 1591 in het bezit van de kaart kwam wilde deze gaan uitgeven, maar overleed toen hij net een deel had gerealiseerd. Abraham Ortelius was voordien door Welser gevraagd een volledige uitgave van de PK te verzorgen. Hij stierf echter in 1598 voordat hij het werk afhad, maar een half jaar later had Jan Moretus de klus geklaard en begin 1599 drukte de uitgeverij Plantijn te Antwerpen er 250 exemplaren van, op halve grootte en verdeeld over 8 drukplaten.
De hele mythe is gebaseerd geweest op het verkeerd begrijpen van een tekst in de Annales Colmarienses Minores. Die tekst luidde "Anno 1265 mappam mundi descripsi in pelles duodecim pergameni". Op grond van deze tekst is altijd aangenomen dat met de hier genoemde wereldkaart
① de Peutingerkaart bedoeld werd en dat
② deze kaart door een monnik van Colmar is gemaakt en dat
③ de kaart bestond uit 12 vellen.
Maar dat laatste klopt al niet, immers de Peutingerkaart bevat slechts 11 vellen. Bovendien werd de PK begin 16e eeuw niet teruggevonden in 11 losse vellen, maar was het een rol! Zouden die 12 vellen ook 3 rijen van 4 vellen geweest kunnen zijn, zoals de kaart van Pierre Desceliers uit 1550? Zo zijn er wel meer verschillen aan te geven tussen de PK en die tekst uit Colmar. Zie het artikel De PK is een falsum uit de 16e eeuw.
|